ZEVENDE HOOFTSTUK.

Hooge en lage Landen.--Timmer-hout.--Voortbrengzels van

Fransch Guiana.--Levens-middelen, tot de tafel dienende.

Wanneer men de reize van den Capitain STEDMAN gelezen heeft, is

het minder noodig, om nopens de voortbrengzels van Fransch Guiana

breedvoerig te handelen.

In Guiana onderscheidt men, in 't algemeen, hooge en lage

Landen. Laaten wy met de beschryving der laastgemelden beginnen.

De kusten van Guiana worden byna overal door laage en verdronkene

landen omzoomd. Dezelve bestaan uit groote vlakten, door het

afloopen van het zee-water gevormd wordende, waar van veelen kortlings

opgekomen, anderen zedert eeuwen herwaards aanwezig zyn. Deeze zoorten

van vlakten worden by elk gety tot de hoogte van één voet, agttien

duimen, of twee voeten, iets meerder of minder, overstroomd, en loopen

weder droog. Zy zyn overäl bewassen met Paletuvier-boomen, of eenige

andere groote planten, die op een slyk-grond, waar in men ten minsten

tot aan de kniën inzakt, ondoordringbaare bosschen uitmaken. Van

dien aart is het Land aan alle de zeekusten, tot de diepte van drie

of vier mylen, gelyk ook langs de oevers der voornaamste Rivieren.

Men ziet dikwils deeze slykbanken, door de zee aan de kust van Guiana

aangespoeld, gezwinden voortgang maken, en de roode Paletuvier-boomen

aldaar welig opgroeijen. Op gelyke wyze vormen zig ook Eilanden in de

monden der Rivieren, en zelfs hooger, op die plaatsen, waar ebbe en

vloed plaats heeft. By beurten, zonder dat men 'er eenig juist tydperk

van bepalen kan, brengt de zee, in plaats van slyk aan te spoelen,

zand en schelpen op de kust. Als dan vormen zig zandbanken, of eene

zoort van lange niet zeer hooge duinen, en de roode Paletuvier-boomen,

die niet dan in zout water groeien, zig van het zelve beroofd vindende,

sterven van tyd tot tyd.

Deeze lage en verdronkene Landen zyn de vrugtbaarste in de geheele

Volkplanting; maar 'er valt echter tusschen dezelven eene keuze te

doen. Zy zyn alle, ja zelfs de meeste, niet van de beste zoort. Men

kent de vrugtbaarsten daar aan, dat onder eene zwarte, of hoog bruine

aarde, uit verrotte planten voortgekomen, en naar mest gelykende,

ter diepte van zestien of agtien duimen, een slykgrond gevonden

wordt, van eene graauwe of bleek blaauwachtige kleur, overal van

gelykzoortigen aart, en die zig zeer gemakkelyk laat omspitten. Men kan

'er insgelyks met de hand, en zonder veel moeite, een stok in steeken,

al was hy zelfs twintig of dertig voeten lang. Wanneer by dit teeken

koomt de nabyheid van de zee, welker lucht de Plantagiën vrolyker,

en het verblyf op dezelven gezonder maakt, of ten minsten, indien men

niet verder dan ten hoogsten twee mylen binnenwaarts van den mond van

eene Rivier af is, kan men, mits behoorlyk arbeidende, zig van eenen

goeden uitslag verzekerd houden. Men moet echter ook oplettend zyn,

om zulke plaatsen te verkiezen, welken de zon gewoon is te beschynen,

tot op eene zekere hoogte, het geen duidelyk is af te nemen uit de

grootte van de boomen, en de dikte van die bovenkorst van aarde,

welke uit verrotte overblyfzels van planten bestaat. Die lage landen,

welke kortlings door de zee gevormd zyn, zyn al te zacht: men kent

dezelven aan de jongheid der Paletuvier-boomen.

De aarde, die deeze lage landen tot op eene dikte van twintig duimen,

overdekt, zakt meer dan de helft in, vermits zy door de lucht en zon

verdroogt. Deeze aarde is ongetwyffeld nuttig, maar het slyk, dat

'er onder zit, is tot de voortplanting het meest geschikt.

De lage landen, welken men tot het aanleggen van groote beplantingen

boven alle anderen behoort te verkiezen, verëisschen in het begin

meerdere onkosten, dan de hooge landen, om dat men dezelven boven water

moet brengen. Wanneer het regen-saisoen geëindigd is, namelyk in de

maand July, moet men zig met het droogmaken derzelven bezig houden. Het

jaar-getyde, het welk tot deezen arbeid gunstig is, eindigt met de

maand December. Men kan deeze onderneming niet goed volvoeren, of men

moet 'er ten minsten honderd duizend livres aan kunnen besteden. 'Er

zit meer voordeel op het doen van eene groote onderneming, dan van eene

middelmatige. De kosten van Negers, het eerste oprigten van wooningen,

en werkplaatsen, het getal der persoonen, die tot huisselyke en andere

diensten noodig zyn, zyn voor eene kleine Plantagie dezelfde, als voor

eene groote, Het is ook noodig, dat hy, die dusdanige onderneming doet,

het verëischte character, standvastigheid en kundigheden bezitte,

die hem in staat stellen, om zyne onderneming zelf te bestieren:

anders moet hy een Opzigter zoeken, die kunde, yver en werkzaamheid

zamenpaart; zeldzaame hoedanigheden, welken men niet te ruim betalen

kan, wanneer zy zig in denzelfden persoon vereenigen. Zie daar dan

wederom een nieuw punt van bekostiging.

De hooge of bergachtige landen zyn ten aanzien van de zoort van aarde

zeer verschillende. De één, die zandig is, en op eene groote vlakte

niets dan lage planten voortbrengt, wordt Savane, of zand-woestyn

genoemd. Op zommigen derzelven echter wassen groote boomen, waar onder

men 'er vindt van die zoort van hout, het welk men onvergankelyk

noemt, en ander hout van de meest gewaardeerde kleuren. Eenige

deezer landen bestaan uit een mengzel van zand, en blaauwachtige

kley, waar in weinig zelfstandigheid gevonden wordt. In zeer veelen

is een mengzel van zwart zand en yzerachtige deelen. Men vindt 'er

zonder steenen, anderen wederom vol steenen, en eindelyk eene derde

zoort, geheel met rotsen bedekt. Deeze steenen en rotsen bevatten

yzer, of granit-steenen. De landen, die, of over 't geheel, of in

afzonderlyke gedeelten, zulke steenen opleveren, bestaan uit eene

aarde, dan eens zwartachtig, dan eens graauw, geel of roodachtig,

met eene verscheidenheid van mengelingen en schakeeringen.

Schoon voornaame Schryvers [89] van Guiana sprekende, over 't algemeen,

zig verklaaren tegen het bebouwen der hooge landen, als zynde koud

en onvruchtbaar, verdienen zy egter alle dit oordeel niet. Men vindt

aldaar eenige Plantagiën, die naar den wensch van hunne eigenaars

zyn uitgevallen. Op de hooge landen bezit de Staat eene groote en

schoone Plantagie van Nagelboomen, die volmaakt wel gelukt is. Met

dit al is het eene waarheid, dat deeze hooge landen grootendeels

weinig geschikt zyn tot het aanleggen van groote beplantingen, die

eenen ryken en vetten grond vorderen, en dat de meeste lage landen

den voorrang verdienen.

De eerstgemelde hebben niettemin ook eenige voordeelen. Men kan

dezelven gemakkelyker tot stand brengen; zy brengen veel eer vrugten

voort, en verëisschen veel minder kosten. Men vindt 'er de beste

zoort van hout. Aldaar zyn ook aangenaame liggingen, af hellingen,

die tot zekere zoort van handwerken byzonder geschikt zyn, stroomend

water, en steenen tot het maken van gebouwen. Deeze zelfde landen zyn

meer geschikt tot her planten van Manioc, die het voornaamste voedzel

uitmaakt voor de arbeiders, landbouwers en inboorlingen. Daarënboven

zyn zy nooit wel bearbeid geworden. Nimmer heeft men 'er geweten,

wat het was den grond om te ploegen, zoo als men dit in Frankryk,

en in de meer gevorderde Volkplantingen doet.

Men kan op die gedeelten der hooge landen, die in de Savanen

liggen, fokkeryen van groot vee met hoop van eenen goeden uitslag

aanleggen. Met de behoorlyke voorzorge zoude de fokkerye van paarden

'er zelfs gelukken. Fransch Guiana bevat bovendien in verscheidene

landstreeken geheele bergen, waar in yzer-mynen van een uitmuntend

alloy, en tot allerleye werk, zelfs tot het maken van geschut,

geschikt, gevonden worden. De mynstoffen zyn hier ryk en in

overvloed. Het levert van vyf-en-veertig tot tachtig ten honderd

op. De plaatsen, waar dezelve voor handen zyn, zyn met hout bedekt,

het geen de bewerking der mynen zeer gemakkelyk maakt.

Eene der voornaamste rykdommen van Guiana bestaat in een groot aantal

van onderscheidene zoorten van timmerhout. Men kan die in drie zoorten

verdeelen. De eene, bekend onder den naam van zacht of wit hout, moet

geheel en al worden weggeworpen, als veel te ligt, en van te korten

duur zynde. Tot deeze zoort behooren de Mapa, de Pekeïa, en het Bananen

hout. De andere zoorten van eenen geheel tegenstrydigen aart, als de

voorgaande, zyn hard, in één gedrongen, en zwaar, grootendeels van

eene bruine of donkere kleur, maar zomtyds rood, of helder geel. Deeze

wederstaan den bytel en de zaag. Het erf van dit hout is glad en

fyn, en het is voor de fraaiste polysting vatbaar. Dit hout heeft

billyk den naam van onvergankelyk hout verdiend; eene uitdrukking,

waar door men niet letterlyk verstaan moet, dat het nooit vergaat,

maar dat het veel beter stand houdt, dan het beste van ons hout,

misschien by voorb. in de evenredigheid van tien tot vyftig jaaren.

Onder de derde zoort vindt men 'er verscheiden, die de schoonste

stukken, in lengte en breedte, opleveren, om tot het bouwen van schepen

te dienen. Hier toe behooren het courbari-hout, het bagasse-hout,

het acoma-hout, het balata-hout, het couratari-hout, het agouti-hout,

het macaco-hout, het groen ebben-hout, het pok-hout, het yzer-hout,

het hout, genaamd coeur-dehors, het letter-hout, het satyn-hout, het

tendre à cailliou, het hout van St. Martin, het mannetjes roozen-hout,

en verscheide andere zoorten. Het gewigt van een vierkante voet van

deeze zoorten van hout verschilt van tachtig tot drie en negentig

ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid

water, zoo dryft het zelve niet.

Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient,

en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en

minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout,

het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel

cederhout, het wyfjes roozen-hout, enz. enz. Dit hout weegt van

veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op

het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw

geschikt.

Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene

bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en

zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn

wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer

vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom,

of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid

van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan,

zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren.

Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid te maken, tegen alle

deeze zoorten van hout tegenwerpingen gemaakt, die dezelven hebben

doen verwerpen.

De eerste is derzelver groote zwaarte. Maar deeze zwarigheid

beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman,

na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die

gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van

ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door

het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte

drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben,

en een grooter ruim uitleveren.

De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote

hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze

tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman

zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude

het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke

stevigheid zyn.

De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken

van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout

veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn,

indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de

Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote

meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang

zeer gemakkelyk is.

De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene

zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke

gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende

zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri,

een zoort van muscaat, de balsem Copaïva, de balsem Peru, de kassia,

de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten,

zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe,

uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande

uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op

uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid

bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen;

eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere

voortbrengzels, die nog geenen naam hebben.

Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het

binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat

ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam

van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van

zommige Rivieren ontmoet.

De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen

en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en

beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van

eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig

of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van

de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in

grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne

was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld

werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste

is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers

waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy

gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf

erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit

eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel

wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede

te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil

zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte

men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant,

waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne

voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste

rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in

verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks

der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de

plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE,

(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in

America, maar ook één van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem,

die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid verëischt,

en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt

dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel

Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy,

die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door

behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende

onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden

kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage

landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke

alles te gronde gaat.

De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme

Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed

voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder

anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men

aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze

boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan

de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle

de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van

MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL,

die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een

tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt

van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze

vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot

dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle,

verscheiden honderde ponden heeft ingeöogst. By zyn vertrek van Guiana,

in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden

staat.

Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen,

levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot

levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn

aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en

sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes,

water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen

kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar

men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele

en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende

wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen

aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt.

Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagiën,

dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by

de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er

koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene

diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en

hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen

tyd met geerst gevoed heeft. Daarënboven heeft men één en zelfs meerder

jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is

uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind

gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op,

die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer

voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van

de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het onëindige voort,

om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben

te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte

eijeren in zig hebben.

Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de

Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen

zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak,

schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn,

als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken,

Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen,

waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en

eene uitmuntende soep verschaffen.

Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om

hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en

September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde,

doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus

zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere

Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van

wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding

noodig zyn.

Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal

ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn,

wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering

en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek

maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats

is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de

koopwaaren bezwaard zouden worden.

Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet · 第 119 / 135 题