Hooge en lage Landen.--Timmer-hout.--Voortbrengzels van
Fransch Guiana.--Levens-middelen, tot de tafel dienende.
Wanneer men de reize van den Capitain STEDMAN gelezen heeft, is
het minder noodig, om nopens de voortbrengzels van Fransch Guiana
breedvoerig te handelen.
In Guiana onderscheidt men, in 't algemeen, hooge en lage
Landen. Laaten wy met de beschryving der laastgemelden beginnen.
De kusten van Guiana worden byna overal door laage en verdronkene
landen omzoomd. Dezelve bestaan uit groote vlakten, door het
afloopen van het zee-water gevormd wordende, waar van veelen kortlings
opgekomen, anderen zedert eeuwen herwaards aanwezig zyn. Deeze zoorten
van vlakten worden by elk gety tot de hoogte van één voet, agttien
duimen, of twee voeten, iets meerder of minder, overstroomd, en loopen
weder droog. Zy zyn overäl bewassen met Paletuvier-boomen, of eenige
andere groote planten, die op een slyk-grond, waar in men ten minsten
tot aan de kniën inzakt, ondoordringbaare bosschen uitmaken. Van
dien aart is het Land aan alle de zeekusten, tot de diepte van drie
of vier mylen, gelyk ook langs de oevers der voornaamste Rivieren.
Men ziet dikwils deeze slykbanken, door de zee aan de kust van Guiana
aangespoeld, gezwinden voortgang maken, en de roode Paletuvier-boomen
aldaar welig opgroeijen. Op gelyke wyze vormen zig ook Eilanden in de
monden der Rivieren, en zelfs hooger, op die plaatsen, waar ebbe en
vloed plaats heeft. By beurten, zonder dat men 'er eenig juist tydperk
van bepalen kan, brengt de zee, in plaats van slyk aan te spoelen,
zand en schelpen op de kust. Als dan vormen zig zandbanken, of eene
zoort van lange niet zeer hooge duinen, en de roode Paletuvier-boomen,
die niet dan in zout water groeien, zig van het zelve beroofd vindende,
sterven van tyd tot tyd.
Deeze lage en verdronkene Landen zyn de vrugtbaarste in de geheele
Volkplanting; maar 'er valt echter tusschen dezelven eene keuze te
doen. Zy zyn alle, ja zelfs de meeste, niet van de beste zoort. Men
kent de vrugtbaarsten daar aan, dat onder eene zwarte, of hoog bruine
aarde, uit verrotte planten voortgekomen, en naar mest gelykende,
ter diepte van zestien of agtien duimen, een slykgrond gevonden
wordt, van eene graauwe of bleek blaauwachtige kleur, overal van
gelykzoortigen aart, en die zig zeer gemakkelyk laat omspitten. Men kan
'er insgelyks met de hand, en zonder veel moeite, een stok in steeken,
al was hy zelfs twintig of dertig voeten lang. Wanneer by dit teeken
koomt de nabyheid van de zee, welker lucht de Plantagiën vrolyker,
en het verblyf op dezelven gezonder maakt, of ten minsten, indien men
niet verder dan ten hoogsten twee mylen binnenwaarts van den mond van
eene Rivier af is, kan men, mits behoorlyk arbeidende, zig van eenen
goeden uitslag verzekerd houden. Men moet echter ook oplettend zyn,
om zulke plaatsen te verkiezen, welken de zon gewoon is te beschynen,
tot op eene zekere hoogte, het geen duidelyk is af te nemen uit de
grootte van de boomen, en de dikte van die bovenkorst van aarde,
welke uit verrotte overblyfzels van planten bestaat. Die lage landen,
welke kortlings door de zee gevormd zyn, zyn al te zacht: men kent
dezelven aan de jongheid der Paletuvier-boomen.
De aarde, die deeze lage landen tot op eene dikte van twintig duimen,
overdekt, zakt meer dan de helft in, vermits zy door de lucht en zon
verdroogt. Deeze aarde is ongetwyffeld nuttig, maar het slyk, dat
'er onder zit, is tot de voortplanting het meest geschikt.
De lage landen, welken men tot het aanleggen van groote beplantingen
boven alle anderen behoort te verkiezen, verëisschen in het begin
meerdere onkosten, dan de hooge landen, om dat men dezelven boven water
moet brengen. Wanneer het regen-saisoen geëindigd is, namelyk in de
maand July, moet men zig met het droogmaken derzelven bezig houden. Het
jaar-getyde, het welk tot deezen arbeid gunstig is, eindigt met de
maand December. Men kan deeze onderneming niet goed volvoeren, of men
moet 'er ten minsten honderd duizend livres aan kunnen besteden. 'Er
zit meer voordeel op het doen van eene groote onderneming, dan van eene
middelmatige. De kosten van Negers, het eerste oprigten van wooningen,
en werkplaatsen, het getal der persoonen, die tot huisselyke en andere
diensten noodig zyn, zyn voor eene kleine Plantagie dezelfde, als voor
eene groote, Het is ook noodig, dat hy, die dusdanige onderneming doet,
het verëischte character, standvastigheid en kundigheden bezitte,
die hem in staat stellen, om zyne onderneming zelf te bestieren:
anders moet hy een Opzigter zoeken, die kunde, yver en werkzaamheid
zamenpaart; zeldzaame hoedanigheden, welken men niet te ruim betalen
kan, wanneer zy zig in denzelfden persoon vereenigen. Zie daar dan
wederom een nieuw punt van bekostiging.
De hooge of bergachtige landen zyn ten aanzien van de zoort van aarde
zeer verschillende. De één, die zandig is, en op eene groote vlakte
niets dan lage planten voortbrengt, wordt Savane, of zand-woestyn
genoemd. Op zommigen derzelven echter wassen groote boomen, waar onder
men 'er vindt van die zoort van hout, het welk men onvergankelyk
noemt, en ander hout van de meest gewaardeerde kleuren. Eenige
deezer landen bestaan uit een mengzel van zand, en blaauwachtige
kley, waar in weinig zelfstandigheid gevonden wordt. In zeer veelen
is een mengzel van zwart zand en yzerachtige deelen. Men vindt 'er
zonder steenen, anderen wederom vol steenen, en eindelyk eene derde
zoort, geheel met rotsen bedekt. Deeze steenen en rotsen bevatten
yzer, of granit-steenen. De landen, die, of over 't geheel, of in
afzonderlyke gedeelten, zulke steenen opleveren, bestaan uit eene
aarde, dan eens zwartachtig, dan eens graauw, geel of roodachtig,
met eene verscheidenheid van mengelingen en schakeeringen.
Schoon voornaame Schryvers [89] van Guiana sprekende, over 't algemeen,
zig verklaaren tegen het bebouwen der hooge landen, als zynde koud
en onvruchtbaar, verdienen zy egter alle dit oordeel niet. Men vindt
aldaar eenige Plantagiën, die naar den wensch van hunne eigenaars
zyn uitgevallen. Op de hooge landen bezit de Staat eene groote en
schoone Plantagie van Nagelboomen, die volmaakt wel gelukt is. Met
dit al is het eene waarheid, dat deeze hooge landen grootendeels
weinig geschikt zyn tot het aanleggen van groote beplantingen, die
eenen ryken en vetten grond vorderen, en dat de meeste lage landen
den voorrang verdienen.
De eerstgemelde hebben niettemin ook eenige voordeelen. Men kan
dezelven gemakkelyker tot stand brengen; zy brengen veel eer vrugten
voort, en verëisschen veel minder kosten. Men vindt 'er de beste
zoort van hout. Aldaar zyn ook aangenaame liggingen, af hellingen,
die tot zekere zoort van handwerken byzonder geschikt zyn, stroomend
water, en steenen tot het maken van gebouwen. Deeze zelfde landen zyn
meer geschikt tot her planten van Manioc, die het voornaamste voedzel
uitmaakt voor de arbeiders, landbouwers en inboorlingen. Daarënboven
zyn zy nooit wel bearbeid geworden. Nimmer heeft men 'er geweten,
wat het was den grond om te ploegen, zoo als men dit in Frankryk,
en in de meer gevorderde Volkplantingen doet.
Men kan op die gedeelten der hooge landen, die in de Savanen
liggen, fokkeryen van groot vee met hoop van eenen goeden uitslag
aanleggen. Met de behoorlyke voorzorge zoude de fokkerye van paarden
'er zelfs gelukken. Fransch Guiana bevat bovendien in verscheidene
landstreeken geheele bergen, waar in yzer-mynen van een uitmuntend
alloy, en tot allerleye werk, zelfs tot het maken van geschut,
geschikt, gevonden worden. De mynstoffen zyn hier ryk en in
overvloed. Het levert van vyf-en-veertig tot tachtig ten honderd
op. De plaatsen, waar dezelve voor handen zyn, zyn met hout bedekt,
het geen de bewerking der mynen zeer gemakkelyk maakt.
Eene der voornaamste rykdommen van Guiana bestaat in een groot aantal
van onderscheidene zoorten van timmerhout. Men kan die in drie zoorten
verdeelen. De eene, bekend onder den naam van zacht of wit hout, moet
geheel en al worden weggeworpen, als veel te ligt, en van te korten
duur zynde. Tot deeze zoort behooren de Mapa, de Pekeïa, en het Bananen
hout. De andere zoorten van eenen geheel tegenstrydigen aart, als de
voorgaande, zyn hard, in één gedrongen, en zwaar, grootendeels van
eene bruine of donkere kleur, maar zomtyds rood, of helder geel. Deeze
wederstaan den bytel en de zaag. Het erf van dit hout is glad en
fyn, en het is voor de fraaiste polysting vatbaar. Dit hout heeft
billyk den naam van onvergankelyk hout verdiend; eene uitdrukking,
waar door men niet letterlyk verstaan moet, dat het nooit vergaat,
maar dat het veel beter stand houdt, dan het beste van ons hout,
misschien by voorb. in de evenredigheid van tien tot vyftig jaaren.
Onder de derde zoort vindt men 'er verscheiden, die de schoonste
stukken, in lengte en breedte, opleveren, om tot het bouwen van schepen
te dienen. Hier toe behooren het courbari-hout, het bagasse-hout,
het acoma-hout, het balata-hout, het couratari-hout, het agouti-hout,
het macaco-hout, het groen ebben-hout, het pok-hout, het yzer-hout,
het hout, genaamd coeur-dehors, het letter-hout, het satyn-hout, het
tendre à cailliou, het hout van St. Martin, het mannetjes roozen-hout,
en verscheide andere zoorten. Het gewigt van een vierkante voet van
deeze zoorten van hout verschilt van tachtig tot drie en negentig
ponden, en daar het gevolgelyk zwaarder is, dan eene gelyke hoeveelheid
water, zoo dryft het zelve niet.
Echter is 'er nog eene zoort tusschen de eerste, die tot niets dient,
en de andere, die ongemeen hard is. Deeze zoort van hout is vast, en
minder moeielyk om te bewerken. Hier toe behooren het acajou-hout,
het violetten- of amaranthus-hout, het zwart ceder-hout, het geel
cederhout, het wyfjes roozen-hout, enz. enz. Dit hout weegt van
veertig tot zeventig ponden de vierkante voet, en dryft by gevolg op
het water. Het is tot onderscheidene gebruiken in den zee-scheepsbouw
geschikt.
Onder deeze onderscheidene zoorten van hout zyn 'er, die eene
bittere of speceryachtige hoedanigheid hebben, die de insecten en
zee-wormen, voor de schepen zoo verderffelyk zynde, verdryven. 'Er zyn
wederom anderen, die in het water versteenen, en in het zelve nimmer
vergaan. Men ziet 'er in de bosschen van Guiana, die door ouderdom,
of eenigen stormwind omgevallen, een reeks van jaaren lang, de guurheid
van het weder, en eene byna aanhoudende vochtigheid hebben doorgestaan,
zonder dat zy daar door verder, dan in het spint, bedorven waren.
Men heeft ligtvaardigryk en zonder onderscheid te maken, tegen alle
deeze zoorten van hout tegenwerpingen gemaakt, die dezelven hebben
doen verwerpen.
De eerste is derzelver groote zwaarte. Maar deeze zwarigheid
beantwoordt zig ligtelyk in deezer voegen, dat de scheeps-timmerman,
na zyne berekening gemaakt te hebben, van het zwaarste hout die
gedeelten maakt, welke onder water zyn, en de hoogere gedeelten van
ligter hout, het welk dit land insgelyks oplevert. Hy zal daar door
het middenpunt van zwaarte van zyn schip des te meer naar de laagte
drukken, en het zal daar door veel minder ballast noodig hebben,
en een grooter ruim uitleveren.
De tweede zwarigheid tegen dit hout is deszelfs al te groote
hardheid. Schoon dit deszelfs deugd bewyst, heeft nogtans deeze
tegenwerping eenigen grond. De werkzaamheden van den scheeps-timmerman
zouden daar door zekerlyk vermeerderd worden, maar daarentegen zoude
het werk van eene groote duurzaamheid en van eene onvergelykelyke
stevigheid zyn.
De derde tegenwerping wordt ontleend van de moeielykheid in het hakken
van dit hout, en de kosten der vervoering. Men beweert, dat dit hout
veel te duur zoude komen te staan. Dit zoude ook in de daad zoo zyn,
indien men het ging haalen uit die landstreeken, die verre van de
Rivieren en Zee-kusten zyn afgelegen; maar men treft het in groote
meenigte aan in de nabyheid van de Rivier Oyapoc, werwaarts de toegang
zeer gemakkelyk is.
De bosschen en binnen-landen van Guiana brengen, behalven verscheidene
zoorten van timmerhout, ook voort Banilje, Salsaparilla, elastieke
gom, Gom Copal, en veele anderen. Men vindt aldaar verschillende
zoorten van natuurlyke speceryen, als kreeften-hout, en de Puchiri,
een zoort van muscaat, de balsem Copaïva, de balsem Peru, de kassia,
de simaruba, de ipecacuanha, de pareira-brava, eene wasch van planten,
zwarte wach, anders bekend onder den naam van wasch van Guadeloupe,
uitmuntende honig, een zeker goed, mieren-nest genaamd, en bestaande
uit een zagt dons, van eene geelachtige kleur, het welk men vindt op
uitloopende bladeren van den Latanus-boom, en dat eene hoedanigheid
bezit verre boven de beste bekende zwam, om het bloed te stelpen;
eindelyk ook hout, om verswaaren van te maken, en een aantal andere
voortbrengzels, die nog geenen naam hebben.
Geheele bosschen van Cacao-boomen groeijen ook natuurlyk in het
binnenste gedeelte des Lands, maar op verre afstanden. Het bevat
ook mynen van dat fraaije rots-kristal, het welk men, onder den naam
van steenen van Cayenne ook wel aan het strand, en aan de oevers van
zommige Rivieren ontmoet.
De eerste voortbrengzels van dit Land waren de Roucou, het Catoen
en de Suiker. De korrel van de laatstgemelde is veel grooter, en
beter gekristalliseerd, dan op de Eilanden. Het catoen is ook van
eene ongemeene fraaiheid, en is altyd in den koophandel veertig
of vyftig guldens op de honderd ponden meer waardig, dan dat van
de Eilanden. Men weet, dat men te Cayenne de Roucou beter, en in
grootere meenigte maakt, dan in alle andere Volkplantingen. Cayenne
was de eerste onder alle Fransche Volkplantingen, alwaar koffy geteeld
werdt. Het is bekend, dat na de Moka-Koffy die van Cayenne de beste
is. Men is altyd in het begrip geweest, dat het eenige overloopers
waren, die, in 't jaar 1721, dezelve van Surinamen, werwaarts zy
gevlucht waren, medebragten, en daar door Vergiffenis van straf
erlangden; zeker Geschiedschryver heeft in 't kort opgegeven, dat dit
eene weldaad was van LA MOTTE AIGRON, die, in 't jaar 1722, middel
wist, om versche koffy-boonen uit deeze Hollandsche Bezitting mede
te brengen, in weerwil van het verbod, om dezelve, nog in de schil
zittende, te mogen uitvoeren. Tien of twaalf jaaren later, plantte
men Cacao, die weelig voortteelde. De Indigo, of liever de plant,
waar van de Indigo voortkoomt, kwam voorheen zeer goed te Cayenne
voort, en dezelve was zeer geacht. "Deeze plant, die de voornaamste
rijkdom der Volkplanting uitmaakt, zegt BARRERE, is zoo sterk in
verval geraakt, en brengt thans zoo weinig op, dat het naauwlyks
der moeite waardig is". Het schynt, dat men de reden daar van in de
plant alleen niet zoeken moet. De Indigo is, volgens DE PREFONTAINE,
(in zyn Maison rustique de Cayenne,) eene den beste aankweekingen in
America, maar ook één van de teederste. 'Er wordt aan de zyde van hem,
die dezelve wil voortteelen, de grootste oplettendheid verëischt,
en misschien ook de beste zoort van grond. "ROUSSEAU, dus vervolgt
dezelfde Schryver, is de eenige, wien het gelukt is, om met voordeel
Indigo te maken. Hy heeft de zyne tot die fraayheid gebragt, dat zy,
die lust hebben om dit vak van landbouw te beoeffenen, daar door
behooren te worden aangemoedigd; en dit wederspreekt de voorgewende
onmogelykheid, als of de inwooners van Cayenne in dit vak niet zouden
kunnen slagen". Nieuwere berigten brengen mede, dat de Indigo op lage
landen zeer wel voortkoomt; maar zy vordert oppassing, zonder welke
alles te gronde gaat.
De Oost-Indische speceryen, en alle de lekkerste vruchten der warme
Landen, groeijen welig in Guiana. Verscheiden komen 'er even goed
voort, als op de Moluksche Eilanden, of op Ceylon. Men kan zig onder
anderen tot bewys beroepen op de beplanting van Nagelboomen, welke men
aantreft op de Plantagie la Gabrielle, den Staat toebehoorende. Deeze
boomen hebben aldaar vrugten voortgebragt, die in hoedanigheid aan
de Oost-Indische gelyk bevonden zyn. De eerste planten zyn van Isle
de France naar Cayenne overgebragt, alwaar zy onder het opzigt van
MAILLERT DU MERLE zyn geplant geworden. In 't jaar 1778 ontfing RAYNAL,
die door de geheele weereld kennis en gemeenschap had, van daar een
tak, waar aan de kruidnagelen gevonden werden. Volgens het berigt
van den Burger LESCAILLIER, hebben de jaaren 1785, 1786 en 1787 deeze
vrucht, telkens met eene jaarlyksche vermeerdering, voortgebragt, tot
dat men in de jaaren 1788 en 1789, op deeze Plantagie la Gabrielle,
verscheiden honderde ponden heeft ingeöogst. By zyn vertrek van Guiana,
in 't jaar 1788, bevondt zig deeze Plantagie in eenen bloeijenden
staat.
Behalven deeze voortbrengzels, de bron van groote rykdommen,
levert de grond der Volkplanting van Cayenne alles op, wat tot
levens-onderhoud van derzelver inwooners noodig is. De tuinen zyn
aldaar vol met moeskruiden, als latuw, kervel, pimpernel, cichorey en
sellery. Men teelt aldaar kleine erweten, komkommers, kampernoeljes,
water-meloenen, die van een lekkeren smaak zyn. De Fransche vrugtboomen
kunnen, wel is waar, zig naar deeze luchtstreek niet voegen, maar
men heeft in derzelver plaats de vrugten van dit Land, als de geele
en witte Ananas, de Papaye, en eenige anderen, die op verschillende
wyzen worden ingelegd. Men weet, dat de citroenen en orange-appelen
aldaar in zoo grooten overvloed zyn, dat men 'er weinig werk van maakt.
Het is veel aangenaamer zyn verblyf te houden op de Plantagiën,
dan te Cayenne zelve. Men heeft aldaar aan niets gebrek, vooral by
de Planters, die eenigzints bemiddeld zyn, en vooral, wanneer 'er
koopvaardy-schepen aankomen. Men houdt doorgaans eene wel voorziene
diergaarde, alwaar men varkens, kalkoenen, eendvogels, duiven en
hoenders aankweekt, die goed zyn om te eeten, wanneer men ze eenigen
tyd met geerst gevoed heeft. Daarënboven heeft men één en zelfs meerder
jagers en visschers, die wild en visch bezorgen: de laatstgemelde is
uitmuntend. Behalven de zoorten, die aan de Eilanden onder den wind
gemeen zyn, leveren de Zee en Rivieren eene meenigte anderen op,
die elders geheel onbekend zyn. De Krabben verschaffen ook een zeer
voornaam levensmiddel. Zy zyn het gewoone voedzel der Indianen, en van
de min gegoede inwooners. Deeze dieren teelen in het onëindige voort,
om dat men de oplettendheid gebruikt van alleen de mannetjes-krabben
te vangen, en de wyfjes te laten, die altyd eene verbaazende meenigte
eijeren in zig hebben.
Onder de water-vogelen telt men de Ganzen, de Eendvogelen, de
Lepelganzen, de Fregat-vogelen, allen goed om te eeten. De land-vogelen
zyn graauwe Patryzen, zoo dik als een Kapoen, en zeer goed van smaak,
schoon een weinig droog; Faisanten, die kleiner, en zoo goed niet zyn,
als in Frankryk; Ringelduiven, Tortelduiven, Merels, Leeuwriken,
Brom-vogeltjes; en eene meenigte andere groote en kleine vogelen,
waar onder men moet rekenen de Papegayen, die zeer talryk zyn, en
eene uitmuntende soep verschaffen.
Men kweekt ook Schapen, Geiten, en verscheiden kudden van Ossen aan. Om
hun goed weiland te bezorgen, steekt men in de maanden Augustus en
September, de Savanen in brand. Deeze landen, dus afgebrand zynde,
doen, in het begin van het regen-saisoen, heerlyk gras uitspruiten. Dus
zyn de ossen en schapen in Guiana van beter smaak, dan op de andere
Eilanden. Men brengt aldaar meel, spek, en allerleye zoorten van
wyn; als mede een groot aantal gewerkte stoffen, die tot kleeding
noodig zyn.
Met zoo veele voordeelen, door de Natuur zelve geschonken, zal
ongetwyffeld de Volkplanting van Fransch Guiana voorspoedig zyn,
wanneer vreedzamere omstandigheden gedogen zullen, dat de Regeering
en byzondere persoonen 'er zig mede bezig houden. Deeze landstreek
maakt eene Volkplanting uit, waar van de Stad Cayenne de hoofdplaats
is. Men weet aldaar van geene in- en uitgaande rechten, waar mede de
koopwaaren bezwaard zouden worden.