Luchts-gesteldheid in Fransch Guiana.
De hette is in Fransch Guiana minder, dan in onze andere Volkplantingen
onder de gezengde luchtstreek; blyvende de Barometer aldaar staan
tusschen de 19 en 25 graden. De zoele winden van den grooten Oceaan,
waar aan dit gedeelte van het vaste Land op eene wonderbaarlyke wyze
is blootgesteld, de meenigte van groote en kleine Rivieren, die het
Land alomme besproeijen, en de bosschen, waar mede het byna geheel
als overdekt is, verminderen bovendien de brandende hette merkelyk.
Men weet, dat 'er niet meer dan twee saisoenen, of jaargetyden
in Guiana zyn: het regensaisoen, nu en dan de winter genoemd,
en het saisoen van droogte, waar aan men, in tegenoverstelling,
den naam van zomer geeft. Het eerste begint doorgaans in December,
of zelfs in January. In Maart en in April heeft men een tusschen-tyd
van droogte, van een maand of zes weken, dien men de kleine droogte
noemt. Met half April, of daarömtrent, begint de regen weder tot in
Juny, en zomtyds tot half July. Dus heeft men in de twaalf maanden
van het jaar omtrent vyf regen-maanden. Deeze algemeene regels hebben
niettemin hunne uitzonderingen, volgens het onderscheid der jaaren,
en het verschil der plaatsen. Het regent veel minder in die streeken,
waar men het hout heeft uitgerooid, dan in die, welke met bosschen
bedekt zyn; veel minder bij de Rivieren Cayenne en Kourou, dan aan den
kant van de Oyapoc, en veel meer by de Rivieren Maroni en Surinamen,
dan in de Landen, die door de Franschen bezeten worden. Hier door lost
men de oogenschynlyke tegenstrydigheid op, welke 'er gevonden wordt
tusschen de talryke waarnemingen van STEDMAN omtrent het luchts-gestel
in de Volkplanting Surinamen, en die der Fransche Schryveren, die
van de luchtsgesteldheid te Cayenne spreken, en eenparig zeggen,
dat dezelve gematigd is.
Schoon in het laatstgemelde tydperk de regen ongemeen overvloedig
is, moet men zig echter niet verbeelden, dat dit eene onöphoudelyke
overstrooming is. 'Er zyn tusschenpoozingen, zelfs van geheele dagen,
in het midden van het regen-saisoen, dat het mooy weder is, zoo als
'er ook wederkeerig tusschenpoozingen van geheele dagen zyn, geduurende
welken het in 't saisoen van droogte regent.
Guiana is bevryd van die orkaanen, die op de Antillische Eilanden en
in de Indiën zoo veele verwoestingen aanregten. Men weet aldaar van
geene aardbevingen; en de hagel vernielt 'er den oogst niet.
Het is merkwaardig, dat het regen-saisoen in Guiana juist voorvalt,
wanneer op de Antillische Eilanden het saisoen van droogte is, en
zoo ook weder omgekeerd, onäangezien den geringen afstand tusschen
deeze beide Landen. [83]
Dikwerf ziet men Europeanen verscheiden jaaren in Guiana doorbrengen,
zonder eenigen van die akelige ziekten te ondervinden, waar aan zy in
byna alle andere Landen onder de gezengde luchtstreek onderworpen zyn,
en gelyk eene zoo merkelyke verandering van luchts-gestel natuurlyker
wyze moest doen vreezen. Zy wederstaan dezelven, wanneer zy eene
sobere levensmanier weten aan te nemen, wanneer zy zorge dragen,
om in het eerste begin zig niet te lang agteréén aan de regelrechte
stralen van de zon bloot te stellen. Indien 'er vreemdelingen sterven,
is zulks veel al het gevolg van een ongebonden leven, en het misbruik
van sterke dranken.
Het geen van de graden van hette gezegd is, heeft betrekking tot het
luchtsgestel aan de kusten en in de nabyheid der zee. Wanneer men
zig van het strand en van de lage Landen verwydert, op den afstand
Van tien of vyftien mylen, zyn 'er altyd twee graden minder.
De luchtsgesteldheid te Cayenne was voor deezen veel regenächtiger
en onäangenamer, zegt BARRERE, [84] eer men in het Eiland het hout
had uitgeroeid, en de inwoonders waren 'er aan zeer akelige ziekten
onderworpen. Langen tyd is het onmogelyk geweest de kinderen der
Negers in het leven te behouden; allen stierven zy byna dadelyk na
hunne geboorte. Hedendaags worden zy 'er nog door eene algemeene
stuiptrekking, die een waare tetanus is, aangetast. Deeze ziekte
spaart zelfs geene groote lieden, tot welken ouderdom zy reeds mogen
gekomen zyn. Dezelve vertoont zig door pyn in den hals, als of die
met een koord was toegetrokken. Het kakebeen sluit zig vervolgens,
het geen de doorslikking belet. De armen en beenen worden stram,
en niettemin hebben 'er, verscheiden malen daags, stuiptrekkingen
plaats. Deeze toevallen matten den zieken zoo sterk af, dat hy overluid
schreeuwt. Men is zelfs verpligt zyn hoofd een weinig in de hoogte te
houden, om hem de belemmerde ademhaling gemakkelyker te maken. Het
geen hem vooral doet lyden, is een onverzadelyke honger, die hem nu
en dan zoodanig dringt, dat hy alle oogenblik zoude eeten, indien men
het hem maar geven wilde, en hy het vermogen van slikken had. Hier
by koomt altyd koorts. Dezelve gaat gepaard met een overvloedig
en algemeen zweeten; en wanneer de ziekte meer en meer verergert,
sterft de lyder onder vervaarlyke stuiptrekkingen.
Om den voortgang van zulk eene ellendige kwaal te sluiten, moet men
den geen, die 'er door aangetast is, verscheiden malen daags met koud
water besproeijen. Men houdt daar mede aan, tot dat de ledematen
hunne voorige gedweeheid hernomen hebben. Het is noodzakelyk de
kragten van den zieken door goede vleeschsoepen te ondersteunen; men
moet dezelven dikwils geven, maar in eene kleine hoeveelheid, en met
eenige lepels wyn. De zoete kwik met ontlastende middelen gemengd,
als rhabarber, diagrydium, jalappe, doen in deeze ziekte veel nut:
maar het beste middel is het heulsap, in zulke sterke giften, dat
'er een gezond mensch van sterven zoude.