EERSTE BRIEF.

Van den aart der Landen, derzelver vruchtbaarheid en plaatselyke

ligging.

De weinige ledige tyd, die my overblyft van eenen post, met eene

meenigte bezigheden vergezeld; eene zeer flaauwe kennis van de

Fransche taal, aan welke een aantal Schryvers zulk eene volkomenheid

bezorgd hebben, dat het aan weinige vreemdelingen gelukken mag in eenen

middelmatigen styl te schryven; de ongenoegzaamheid myner kundigheden;

alle deeze redenen zouden meer dan voldoende zyn, om uw verzoek te

weigeren, ten einde myne gedachten te vernemen omtrent den grond

der Volkplantingen van Guiana, zoo Fransch als Hollandsch, omtrent

het zuiveren en droogmaken der landen, en omtrent de byzonderheden

van derzelver bebouwing, van de verblyfplaatsen en huisvestingen,

van het inöogsten en zuiveren der volwassene vruchten, met al het

geen tot deeze onderscheidene voorwerpen eenigzints betrekkelyk

is: maar wanneer ik acht geef op de byzondere diensten, welken het

Fransch Bestuur aan de Republiek bewezen heeft, vermeene ik, dat elk

waar Hollander gereed moet zyn, om, zoo veel zyne kundigheden zulks

toelaten, te arbeiden aan alles, wat den Franschen aangenaam zyn kan.

Alvorens tot de opzettelyke behandeling der voorwerpen van onze

briefwisseling toe te treden, oordeele ik het geenzints ongepast

te zyn, om in weinige woorden te doen zien de verandering, welke de

Volkplanting van Fransch Guiana t'eeniger tyd zal kunnen ondergaan,

en by gevolg, welk nut dezelve aan onze scheepvaart en algemeenen

koophandel zal kunnen aanbrengen, indien zy t'eeniger tyd, zig

niet meer tot de hooge landen bepaalende, beter gebruik maakt van de

vruchtbaare oevers van haare Rivieren Aprouago en Oyapok, als mede van

de zee-kusten en binnen-landen, tot welken men door gegraavene vaarten

tusschen deeze verschillende Rivieren den toegang zoude kunnen baanen.

Men ziet dit nog heden ten dage te Cayenne en in de Berbices; de

geschiedenis van Surinamen en der Volkplanting van Demerary bewyst

het ons: men heeft, door geheel Guiana zig het eerst op de hooge

landen beginnen neder te zetten. Het is onnoodig de redenen daar

van op te spooren; het is genoeg te melden, dat ongetwyffeld de

schatten, welken de ryke grond van dit gedeelte van America in zig

bevat, zig niet kunnen ontdekken, dan door het opdroogen van haare

moerassen. Surinamen is eerst eene Volkplanting van aanbelang geworden,

zedert dat men begonnen heeft de lage landen van de Rivier Commewyne

uit te droogen; en de schepen, welken zy nog tegenwoordig afzendt,

zyn grootendeels beladen met koopwaren, komende uit den mond van deeze

ryke Rivier, waar in die van de Cottica, en verscheide aangelegde

kreeken, zig ontlasten. De ladingen van drie vierde der schepen,

welken de Volkplanting de Berbices in eene kleine hoeveelheid afzendt,

bestaan in de voortbrengzels van een klein getal Plantagiën, gelegen

in de lage landen van het gedeelte, het welk Maripaan, dat is, het

lage van de Rivier, genoemd wordt. Wat de Volkplantingen Demerary en

Essequebo betreft, de voortbrengzels van de hooge gedeelten deezer

beide Rivieren, zyn naauwlyks noemenswaardig, zedert men zig te

Essequebo heeft toegelegd op het bebouwen der landen, die aan de

monden der Rivier, en de kusten der nabuurige Eilanden, gelegen zyn;

en zedert dat men te Demerary de Plantagiën, die te veel van het een

of ander moeras aan haaren mond verwyderd lagen, byna geheel verlaten

heeft, heeft men zig van dien tyd af niet alleen met yver op de lage

landen der beide oevers ter nedergeslagen, maar men heeft bovendien

den landbouw langs de beide kusten der zee voortgezet; zynde die aan

de west-zyde reeds volkomen bebouwd tot aan Borassire Kreek, terwyl

die aan de oostzyde spoedig bebouwd zal zyn tot aan de Maheyca Kreek,

en tot boven aan de Coerabanne Kreek.

Om u des te beter te doen gevoelen, welke uitwerking die verandering in

deeze Volkplanting heeft te weeg gebragt, zal ik u eene tafel vertoonen

van haare uitvoeringen naar Europa voor dien tyd, en ook daar na.

De Registers van het jaar 1745 tot het jaar 1761 toonen, dat het

hoogste van die jaaren heeft opgeleverd 3579 vaten Suiker, en het

minste 285 vaten, zonder byna eenige andere koopwaren; dat in de

volgende jaaren, van 1762 tot 1770, in welken tyd het bebouwen der

lage landen begonnen is, zoo in Essequebo, als in Demerary, men

bevindt, dat in de drie eerste jaaren het hoogste niet meer bedroeg

dan omtrent 3000 vaten Suiker, 19 oxhoofden en 664 balen Koffy, en 4

balen catoen; terwyl de uitvoering in 1767 reeds was opgeklommen tot

4745 vaten Suiker, 72 oxhoofden en 2740 balen Koffy, met 84 balen

Catoen, welk artikel twee jaaren daar na opklom tot 337 balen,

en, negen jaren later, tot 2868 balen in één enkel jaar: dit is

vervolgens by aanhoudenheid naderhand zeer spoedig vermeerderd; zoo

dat, in de maand September laatstleden, de Registers aantoonen, dat

de Schepen, naar Holland en Zeeland vertrokken, zedert het begin van

het tegenwoordig jaar, [80] hebben uitgevoerd 4021 en een half vaten

Suiker, 1340 oxhoofden en 36315 balen Koffy, en 2992 balen Catoen,

welken men hier doorgaans maakt van 300 tot 340 ponden gewicht, terwyl

men in verscheidene andere Volkplantingen de balen catoen niet zwaarder

maakt dan van 200 tot 250 pond: men moet die zelfde aanmerking maken,

ten aanzien van de suikeren, welken de meeste Planters tegenwoordig

in vaten pakken van omtrent duizend ponden netto, terwyl men dezelven

voorheen deed in vaten van omtrent 600 ponden.

Om den uitvoer van dit geheele jaar 1785 volledig op te geven,

ontbreekt het geen nog uitgevoerd zal kunnen worden met zeker schip,

het welk in lading ligt, en voor het einde van het jaar vertrekken

moet.

Voeg hier by het geen een goed aantal schepen van de Americanen

en van de Eilanden (die zedert den eersten January uit Demerary

zyn uitgezeild.) van die zelfde drie koopwaren ter smuik hebben

uitgevoerd; eindelyk, het geen een aantal onbekende vaartuigen uit de

Rivier Essequebo uitgevoerd hebben; het welk een handel van aanbelang

uitmaakt, schoon een weinig minder dan in Demerary.

Oordeel hier uit van de gewichtige gevolgen van het bruikbaar maken

der lage landen en der zee-kusten!

Indien de vertogen, door de Planters in 't jaar 1785 aan de Regeering

gedaan, ingang vinden, en indien men voortgaat met van hun slechts

matige belastingen te vorderen, indien men den handel niet dwingt

door nadeelige Reglementen, is 'er geen twyffel aan, of de uitvoer

naar Europa zal in veel minder dan vyftig jaren het dubbeld opbrengen.

Ik geef u deeze byzonderheden op, ten aanzien van de vermeerdering

van de voortbrengzels deezer Volkplanting, om u door daadzaken te

bewyzen, dat indien men zig te Caijenne op het bebouwen der lage

landen met yver toelegt, deeze Volkplanting, wel verre van aan 's

Lands schatkist tot een last te zyn, onder het getal zal komen van

die genen, die den koophandel en de scheepvaart der verschillende

Fransche havens doen herleven.

Ik kan niet ontkennen, dat de inrigtingen, die men op deeze landen

aanlegt, geduurende het eerste en tweede jaar haare onaangenaamheden

hebben: een vochtig land, en het welk nog niet lang genoeg door de

stralen van de zon is bescheenen geweest, om volkomen droog te worden;

onaangenaame insecten, die u des avonds, des nachts en des morgens

kwellen; het gebrek aan goed water en verscheide andere zaken, of de

moeilykheid om zig zulks aan te schaffen, maken, dit erken ik gaarne,

het leven in den eersten tyd onaangenaam: maar laat men in aanschouw

nemen, dat deeze ongemakken slechts voor een tyd zyn, terwyl de rykdom

der voortbrengzels, welken deeze onuitputtelyke landen opleveren, de

moeielykheden en het gebrek, die men aldaar in het begin ondervindt,

spoedig zullen doen vergeten.

Voor 't overige kan men zig eenigermaten beveiligen tegen het ongemak

van het steken der kleine en groote muggen, door het weghakken van het

geboomte, stronken en doornheggen, die langs den oever der Rivieren

groeiën, en waar in deeze insecten huisvesten.

Al verder, naar mate het getal der beplantingen vermeerdert,

verminderen de onaangeraimheden. Zoo lang de nieuwe Planter zyne

omheining nog niet geëindigd heeft, zyne uitwatering bepaald, en

de gebouwen voor hem en zyne Negers opgerigt, is hy gehuisvest by

zyn buurman, die zig daar toe des te gemakkelyker leent, om dat de

nieuw aankomende door zyne omheining, en het hakken van zyn hout, de

uitwerking der zoele winden vermeerdert, de insecten doet verdwynen,

en hem ontlast van de zorgen der bedykingen, zoo aan de kanten, als in

't midden, in den tyd der zwaare regenbuien: op die wyze zyn in korte

jaaren deeze moerassen, waar aan men te recht den naam van woesten

klomp zoude kunnen geven, in eenen Hof van Eden veranderd en hervormd.

Het gezegde moet, zoo my dunkt, de geheele wereld overtuigen, dat het

bebouwen der lage landen onëindig voordeeliger is boven dat der hooge

landen; en ik twyffele niet, of een ieder zal de oude vooröordeelen

ten deezen opzigte spoedig laten varen.

Na deeze inleiding, welke ik noodig geöordeeld heb vooraf te laten

gaan, zal ik overgaan tot de behandeling van het hoofd-onderwerp van

deezen, en van de volgende brieven.

Alvorens ik echter met u begin te spreken over den grond der

Volkplantingen van Guiana, wil ik u myne denkbeelden en myn gevoelen

mede deelen omtrent de manier van het inrigten der bebouwing van de

oevers der Rivieren in dit geheele vaste Land: het is voordeeligst

de zuivering der gronden te beginnen aan de wederzydsche oevers by

den mond der Rivier, en daar mede voort te gaan, altyd van de laagte

naar de hoogte opklimmende.

Verscheiden redenen overtuigen my, dat deeze manier de beste zyn zoude.

Het is buiten allen twyffel, dat over den geheelen aardbol, maar

vooral en in 't byzonder tusschen de zonne-keerkringen, de zeelucht,

en de winden, die langs de zeekusten waaijen, niet alleen over dag,

maar zelfs des nachts, vooral by droog weder, ongemeen heilzaam zyn:

de Negers zyn aldaar veel minder aan zweren onderworpen, dan aan

het hooge einde der Rivieren; en wanneer zy die al hebben, worden

zy veel spoediger genezen. De lucht aan de kust is bovendien een

byzonder geneesmiddel tot spoedige herstelling van maag-kwalen, als

mede van alle andere ziekten uit verstoppingen, die aldaar met eene

verwonderlyke gemakkelykheid genezen worden.

Aan den anderen kant is het ontwyffelbaar, dat de eerste openingen

in de lage landen de ongezondste zyn, en is het by gevolg niet veel

voorzichtiger dezelven te beginnen aan dat gedeelte der Rivier,

alwaar wind en lucht eene onbelemmerde dreef hebben, de vochtige

uitdampingen oogenblikkelyk doen verdwynen, en den al te waterachtigen

en rotachtigen staat van den dampkring verbeteren. Ik weet zeer wel,

dat een enkel voorbeeld de gezondheid van eene landstreek niet met

zekerheid bewyst; maar dit is echter zeker, dat de eerste bewoners,

die zig op de lage landen der binnenste Rivieren van Demerary hebben

ter neder gezet, grootendeels zeer jong gestorven zyn, terwyl men

voorbeelden heeft van zulken, die zig aan den mond der Rivier gevestigd

hebben, en tot eenen hoogen ouderdom gekomen zyn.

Eene andere reden, waarom dit meer verkieslyk is, bestaat hier in,

dat gy plant op dat gedeelte der lage landen, het welk de spoedigste,

vruchtbaarheid en de meeste voortbrengzels belooft: de voordeelige

invloed van den zee-dampkring, welke men als de kragtdadigste

medehulp beschouwen moet, is gelegen in het helpen en voortzetten

der groeying, het bevorderen van de vruchtdraging der boomen, uit

hoofde van de zoutachtige deelen, die deeze lucht met zig voert,

welke door de luchtgaten der bladeren ingezogen zynde, de werking

der aardachtige zouten bespoedigen. Eene ondervinding van agt jaren

in deeze Volksplanting heeft my geleerd, dat Koffy-Plantagiën, die

het naast aan den mond der Rivier en op de kusten gelegen waren,

doorgaans meer opgebragt hebben, dan die verder van de zee af lagen.

Daarënboven is het zeker, dat de eerste ondernemingen van dien aart

meestal zyn aangelegd door lieden van bepaalde vermogens: ook heeft

men in de landen, aan de monden der Rivieren en aan de Kusten gelegen,

1º. het voordeel, dat men geene groote boomen behoeft om te hakken;

2º. een land, zeer geschikt om met gemak te worden omgespit. Ik heb met

myne eigene oogen op deeze kusten, door twee, drie of vier spittende

Negers, met het graven van grachten eenen verbazenden arbeid zien

verrichten; en 3º. zoo dra de kleinste omheining geëindigd is, kan

men aldaar catoen boomen planten, die, na verloop van negen maanden,

reeds eenigen oogst opleveren.

By deeze redenen zal ik nog eene laatste voegen, die, naar myn

begrip, het meest afdoet, namelyk dat men, beginnende met het

zwaare hout aan den zeekant weg te nemen, aan het afgelegener

gedeelte der Rivier een gezonder lucht bezorgt; het zelve wordt

vruchtbaarer en aangenaamer voor den nieuwen Planter, die zig aldaar

nederzet. Myne Plantagie is omtrent drie vierde van een myl van den

mond der Rivier af gelegen, en ik houde my verzekerd, dat noch ik,

noch myne gebuuren, zoo veel koffy als tegenwoordig niet zouden

inöogsten, indien onze aanleg afgescheiden, en op zig zelfstaande,

in de diepte der bosschen was gemaakt, en ik ben inwendig overtuigd,

dat onze oogst merkelyk bevorderd wordt, doordien de bosschen, aan den

oostkant van den mond der Rivier, byna geheel en al zyn weggehakt,

en alle de Plantagiën van beneden af, tot by my, open zyn, of van

het zwaare hout beroofd, ter diepte van vier honderd en vyftig,

tot zes honderd vyftig roeden. [81] Bewyst de ondervinding dit niet

overal? Het klein getal Plantagiën in de Berbices, aangelegd op lage

landen aan de Maripaan, aan den westelyken oever der Rivier, en alzoo

het genot hebbende van de passaatwinden, die door den breeden mond

van die Rivier onbelemmerd heen waaijen, maakt jaarlyks voordeelige

oogsten; en een oud Surinaamsch Colonist, een zeer goed Planter,

schryft my, dat alleenlyk de Plantagiën, gelegen aan de Kreeken,

die in de Commewyne uitloopen, en het genot der zeelucht hebben,

by aanhoudendheid veel koffy opbrengen.

Ik vermeene u door alle deeze redenen overtuigd te hebben, dat het

veel gezonder, veel gemakkelyker, en veel voordeeliger is, om de

bebouwing der landen te beginnen aan den mond der Rivieren en aan de

Zeekusten, niet alleen voor de geenen, die zig aldaar nederzetten,

maar ook voor de Planters, die zig hooger op geplaatst hebben, of

zulks by vervolg nog zouden kunnen doen.

Na u in 't algemeen myne denkbeelden te hebben medegedeeld, hoedanig

men zig omtrent de bebouwing der lage landen in Guiana heeft te

gedragen, gaa ik over tot de byzonderheden van derzelver bearbeiding,

zuivering van stronken en wortels, enz. en ik zal beginnen met den

aart van den grond van deeze landen.

Voor eerst zal ik toegeven, dat 'er op de hoogere en van de zee meer

afgelegene landen, plaatsen zyn, wier grond zoo fraay en vruchtbaar

is, als in de laagte; maar deeze plaatsen staan op zig zelven, en

bestaan in kleine gedeeltens; zy genieten nooit die lucht, die voor

de menschen gezond, en voor de groeizaamheid nuttig is, als de landen

in de nabyheid der zee gelegen; het toemaken en bebouwen van dezelven

is altyd onëindig moeijelyker, en vordert meerder werkzaamheid.

Men zal derhalven altyd aan den grond der lage landen den voorrang

moeten geven, en uit dezelven moet men, zoo als ik hier boven gezegd

heb, de schatten van Guiana haalen.

De teekenen, waar aan men goede landen kennen kan, bestaan daar in,

dat zy, op de diepte van verscheiden voeten, een blaauwachtig, zacht,

slyk hebben, het welk het water gemakkelyk laat doorzinken. In onze

beide Rivieren vindt men een grond, alwaar dit slyk met zandkorrels

vermengd is: dewyl dit nu den doortocht van het regenwater des te

gemakkelyker maakt, schynt het zeker, dat de laatstgemelde grond den

voorrang verdient boven de eerste, vooral voor het suiker-riet. Ik

heb te Essequebo suiker gezien, die op dit zoort van land geöogst,

en allerfraayst was, schoon de Plantagie slecht was uitgedroogd,

slecht bearbeid, en slecht bebouwd: niets tog bewyst beter de goede

hoedanigheid van den grond, dan wanneer men goede waaren, om zoo te

spreken, van zelf ziet geboren worden.

Schoon ik het blaauwachtig slyk opgeeve als het teeken van den besten

grond, wil ik wel met u toestemmen, dat het graauwachtige slyk, mits

het zacht en tot het doorlaten van het water geschikt is, insgelyks

goed kan zyn; echter zoude ik, met een hedendaagsch Schryver, die

over den landbouw in Surïnamen gehandeld heeft, 'er voor zyn, om het

zelve in den tweeden rang te plaatsen.

Beide zoorten van slyk moeten met eene zwartachtige, vette en

gebondene aarde, als met eene goede wel verrotte mest, overdekt

worden; deeze beweegbaare aarde vindt men van onderscheidene dikten:

echter ben ik geenzints van het gevoelen van hun, die stellen, dat

de rykdom van den grond geëvenredigd is aan de dikte van dit overdek

van aarde. Integendeel zyn in Demerary alle de landen, alwaar die

aarde ten hoogsten van 20 of 22 duimen diepte is, in verre na niet die

geene, welke den voorrang verdienen: veel verkieslyker zyn die landen,

alwaar men deeze aarde alleenlyk vindt ter diepte van 16 of 18 duimen,

welke vervolgers tot 6 of 8 duimen vermindert door de indrooging,

die na de omheining van den grond door de sterke zonnestraalen plaats

heeft. Zelfs heb ik in de laagte van de Maripaan, en in het benedenste

gedeelte der Rivier Canjé, in de Volkplanting de Berbices, uitmuntende

landeryen gezien, alwaar de Koffy- en Cacao-boomen tot de grootste

volkomenheid opgroeiden, schoon zy niet dan een zeer dun overdek van

zwarte aarde hadden.

Naar mate men aan de zee, of aan den mond der Rivieren nadert, wordt

het slyk minder vet en zagter: zoo is het ook langs de zee-kusten,

alwaar men den naam van slyk in dien van uitgedroogde modder zoude

kunnen veranderen, waar van de bagger uit de gegravene vaarten een

overtuigend blyk oplevert. Deeze bewerking moet alle twee jaaren

geschieden op de Plantagiën, die langs de kusten gelegen zyn. Het geen

'er uitgebaggerd wordt, werpt men aan de beide kanten dier vaarten,

en twee jaaren daar na is van het zelve niets meer te vinden; het is

wederom in de vaart afgezakt, welke 'er op nieuw mede bezet is.

Ik had my altyd verbeeld, dat dit zoort van landen minder vruchtbaar

was, en dat de Koffy-boomen aldaar korter duurden; maar ik heb het

laatste jaar twee stukken land gezien, met Koffy-boomen beplant,

behoorende tot de oudste Plantagie aan de westkust, zynde in den besten

staat en vol vruchten; en de eigenaar heeft my verzekerd, dat deeze

stukken zedert 22 of 23 jaaren waren beplant geweest: ten duidelyken

blyke, dat deeze landen zeer lang in hunne vruchtbaarheid volharden.

Voor een blyk van goed land houdt men vry algemeen een zoort van

palmboom, waar aan men by u den naam van Pinot geeft. De Schryver,

die den Surinaamschen landbouw behandeld heeft, zegt, dat hoe meer

men van die boomen vindt, hoe vruchtbaarer de grond is. Ik stem

gaarne toe, dat de landen, hier boven door my als de beste opgegeven,

'er rykelyk van voorzien zyn; maar verscheide inwooners, die de hooge

landen in Demerary vruchteloos bebouwd hebben, hebben my verzekerd

door dit blyk bedrogen te zyn geworden; ik zoude daarom altyd raden,

zig daar op niet eeniglyk te verlaten, maar tevens te onderzoeken,

of de grond ook andere blyken, welken ik ontvouwd heb, oplevert.

Behalven de verandering, die in den grond bespeurd wordt, naar mate

men digter aan de zee nadert, vindt men ook, dat het hout uit minder

sterke en een ander zoort van boomen begint te bestaan. Men ziet

minder Manis, en van die boomen, welken de Indianen alhier noemen

Warokoerie, de Creolen Schepperboom, dat is roey-riemen-hout, om

dat het zig gemakkelyk laat klooven, en veel al tot het maken van

roey-riemen gebruikt wordt; ter zelfder tyd vermeerdert het getal

der Paletuvier-boomen. Men vindt den boom, Coeraharie genaamd, niet

meer in grooten overvloed. Deeze boom, wiens Surinaamsche naam my

niet bekend is, is geschikt tot timmerhout, en kan dienen tot het

maken van palen of stylen; mits men dezelven op steene grondvesten

plaatst; men gebruikt het ook tot ribben en balken, eindelyk tot

alles wat beschut of bedekt is. Men vindt aldaar ook zeer fraaije

vierkante blokken, waar van men planken zaagt, die zeer geschikt zyn

om de huizen te beschieten; maar niet zeer goed zyn voor vloeren of

zolders, om dat dit hout krom buigt. Men vindt deezen boom insgelyks

in de diepten der Plantagiën, aan de west-kust; maar zy zyn aldaar

kleiner. De Balata, die in Surinamen en de Berbices zoo gemeen is,

is hier uittermaten zeldzaam.

Insgelyks zyn de banken van schulpvisschen aan de oevers van

Surinamen en de Berbices zeer gemeen; maar men vindt dezelven in

't geheel niet aan die van de Rivieren Essequebo en Demerary. Men

begint eenige schelpvisschen te zien, wanneer men de Coerabanne naar

den oostkant voor by vaart, gaande naar den kant van de Maheyca;

maar aan de oostzyde van deeze laatstgemelde Kreek, of beter gezegd,

Rivier, is eene zeer groote bank, en van daar tot aan Mahicony is

'er de kust vol van.

Om zyne keuze te bepalen omtrent die plaatsen, waar de beste landen

gelegen zyn, kan men, volgens de zekerste berigten, die ik heb

kunnen opspooren, in Demerary alleenlyk voor behoorlyk vruchtbaare

landen houden die geenen, welke aan den oostelyken oever gelegen zyn,

gerekend van de Plantagie, de groote Diamant, tot omtrent twee mylen

van den mond der Rivier; en aan den westelyken oever, van de Plantagie

Laurentia, een halve myl hooger op, tot aan den mond der Rivier.

Te Essequebo bepalen zig de goede landen tot die van de Eilanden

Legouane, Arobabiche, en Waakkename; en zelfs op dit laatstgemelde

Eiland is het zuidelykst gedeelte, het welk het verste van de Zee af

ligt, reeds van veel mindere waarde. Aan den oostelyken oever van

deeze Rivier, kan men geene goede landen hooger op rekenen, dan de

Plantagie Patrica, één myl van den mond der Rivier af, en aan den

westelyken oever van de Plantagie, Adventure genaamd.

Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Compleet · 第 107 / 135 题