Zoo hebben we enkele hoofdtrekken uit den overgangstijd geschetst. Het
is moeilijk, precies een grens te trekken tusschen deze en de
nieuwere wijsbegeerte. Descartes b.v. mag als wijsgeer zeker tot
den nieuwen tijd gerekend worden, als natuuronderzoeker vormt hij
met Kepler en Newton de trits, die de grondslagen legden voor de
moderne natuurwetenschap.
Bacon van Verulam rekenen we nog tot de nieuwere wijsbegeerte, omdat we
met hem de ontwikkeling der Engelsche kennistheorie laten beginnen, die
over Hobbes, Locke, Berkeley, Hume voortloopt, en tot zoo merkwaardige
resultaten gevoerd heeft. Maar in zijn verzet tegen de scholastiek,
in zijn zoeken naar beginselen, naar methode en niet uitwerken nog,
is hij geheel een man der Renaissance.
Zoo we dus de nieuwere wijsbegeerte beginnen met Bacon van Verulam en
Descartes, is dat betrekkelijk willekeurig, zooals alle scheidingen in
de geschiedenis dat zijn, die wel steeds belangrijke, door eigen aard
gekenmerkte perioden vertoont, maar deze toch geleidelijk overgaande
in elkaar.