GALILEÏ.

Hij werd in 1564 te Pisa geboren, studeerde en werd professor te Padua,

werd in 1616 gewaarschuwd tegen het verkondigen der Copernicaansche

ideeën, gaf in 1632 dialogen uit, waarin verschillende menschen

redeneeren over het stelsel, en waarin het niet geheel verborgen

blijft, aan wiens zijde Galileï staat, moest in 1633 zijn leer

afzweren, werd in 't laatst van zijn leven blind en leidde een

kommervol bestaan tot zijn dood in 1642.

Galileï was de ontdekker der valwetten, de opsteller van het

traagheidsprinciep. Maar ook voor de algemeene methode heeft zijn werk

groote beteekenis. Zoo leert hij b.v. zeer omzichtig en behoedzaam

te werk te gaan bij 't opstellen van een hypothese. Met de eerder

genoemde speculeerende Italiaansche natuurfilosofie vormt Galileï,

voorzichtig, nauwgezet, juist onderzoekend en berekenend, een scherp

contrast. In zooverre behoort hij niet meer tot den overgangstijd,

maar moet hij tot den nieuwen tijd gerekend worden.

Wat is nu de algemeene beteekenis geweest van de natuurstudie voor

de wijsbegeerte?

De noodzakelijkheid van ervaring en onderzoek werden geleerd.

Door den sterken vooruitgang der natuurkundige wetenschappen werd het

gevoel, iets te kunnen, te vermogen, versterkt. Gelijk de Renaissance

het zelfgevoel op ethisch en aesthetisch terrein sterkte, zoo was

dit nu ook op het terrein van het wetenschappelijk denken het geval.

En ten slotte lag hierin nog een belangrijk punt: Wanneer men zich

tot de vraagstukken der buitenwereld wendde, kon men zien, of daarmee

de geheele werkelijkheid gekend werd of dat er een ander gebied was,

dat niet in de behandeling der natuurwetenschappen viel. Zoo moest de

studie der natuur weer brengen tot eene bestudeering der psychische

verschijnselen, zooals men dat ook in 't begin der 20ste eeuw kan zien.

Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het Menschelijk Denken, Deel 1 van 2 · 第 59 / 105 题