TELESIO.

Bernardino Telesio werd te Cosenza bij Napels geboren, studeerde te

Rome, Milaan, Padua. Aan de hoogeschool in deze stad werd Aristoteles

in hooge eer gehouden. Telesio kwam echter in Padua tot een breuk met

't Aristotelisme en doordat hij in Cosenza een academie stichtte,

kwam er de tegenstelling tusschen 't meer conservatieve Noord- en 't

meer vooruitstrevende Zuid-Italië. Hoewel hij eerst in hoog aanzien

was geweest bij Paus Paulus IV, moest hij in 't laatst van zijn leven

door de geestelijkheid, die zich erge gevolgen van de verwerping der

Aristotelische leer voorstelde, gewantrouwd en nog voor zijn dood

kwamen zijn boeken op den index. Hoeveel nieuws er in Telesio's leer

zit, mogen de volgende opmerkingen leeren:

Hij wil niet door de rede, maar door de zinnen kennis verkrijgen. Hij

meent dan te komen tot zekere kennis, die noch met de ervaring, noch

met de kerkleer in strijd zal zijn, wat beide wel 't geval is met

Aristoteles' leer. Deze valt hij dan ook aan; met name ageert hij tegen

den vorm en de stof, waarvoor hij wil plaatsen de beginselen van kracht

en stof. De krachten (hier kijkt de man van het overgangstijdperk

om den hoek) zijn tweeërlei: een uitzettende--warmte--en een

inkrimpende--koude--. Door deze krachten, die op de stof inwerken,

komen allerlei verschillende dingen tot stand: De stof zelf vermeerdert

of vermindert niet. Die krachten bezitten wel gewaarwording, ze merken

elkaar op en werken daardoor op elkaar in (de krachten worden hier

meer of min gepersonifieerd).

In zijn zielleer is Telesio eigenlijk materialist. De ziel is een

fijne stof, spiritus, die in de hersenholten is. De prikkels der

buitenwereld brengen in onzen geest een verandering. Het opvatten

(het actieve aangrijpen) van deze verandering is waarneming. Op de

waarneming berust alle kennis. Alle denken is waarneming. Herinnering

is niets anders dan de herhaling der beweging, door de prikkels van de

buitenwereld teweeg gebracht, hetzij die herhaling komt door gewoonte,

hetzij, doordat er een deel der beweging weer opnieuw ontstaat.

Maar als slechts een deel gegeven is, kunnen we tot de voorstelling

komen van het geheel: zien we het vuur, dàn komt ook de voorstelling

van zijn warmte, enz. Ons verstand openbaart zich nu hierin, dat

we een deel als geheel opvatten. Het verstand is dus eigenlijk een

soort herinnering. Ook de laatste beginselen van ons denken berusten

op waarneming: het principium contradictionis, dat A. niet tegelijk

wel B. en niet B. kan zijn, wordt ons door de ervaring gegeven,

die ons b.v. leert, dat sneeuw niet tegelijk wit en niet wit kan zijn.

Telesio is dus een beslist sensualist: alle kennis stamt uit de

zinnelijke waarneming.

Tegen Telesio werd opgemerkt: ge strijdt zoo tegen de ratio--de rede:

maar, wanneer ge zegt, dat er iets is, waardoor we van het deel tot

het geheel komen, wat is dit dan anders dan de ratio?

Een dergelijke gaping vertoont Telesio's ethiek. Oorspronkelijk streeft

de ziel, evenals de stof, naar zelfbehoud. De deugd is dus zelfbehoud

en de wijsheid leert, wat noodig is om daartoe te geraken. Ze leert

ons n.l. dat we niet buiten andere menschen kunnen: zoo ontstaat de

welwillendheid jegens onze medemenschen, de humaniteit. Maar--en hier

komt de gaping, want Telesio zegt niet, hoe deze deugd ontstaat uit

de vorige--hooger is de sublimitas, de voorname, de hooge gezindheid.

Als geloovig Katholiek voegt Telesio nog iets aan zijn systeem toe:

Naast de materiëele ziel, die zich stoffelijk heeft ontwikkeld,

bezitten we nog een onsterfelijke ziel, ons door God gegeven. Het

begeeren dezer ziel gaat uit boven de zucht naar zelfbehoud, en in

de contemplatie vergeet zij al het stoffelijke. In welk verband we

ons die ziel moeten denken tot de materiëele, zegt Telesio ons niet.

Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het Menschelijk Denken, Deel 1 van 2 · 第 47 / 105 题