CUSANUS 1401-'64.

Nicolaus Chrypffs, naar zijn geboorteplaats Kues Cusanus geheeten,

ontving zijn opvoeding in 't Fraterhuis te Deventer, studeerde te

Padua en werd later kardinaal. Hij biedt een interessant beeld van

den uitgang der M.E. Toch zijn er in hem ook nieuwere elementen,

b.v. zijn bestrijding van het bijgeloof, dat aan heksen hecht.

Zijn belangstelling voor theologische vraagstukken de vele mystieke

elementen in zijne leer plaatsen hem in de Middeleeuwen. Tot

den nieuwen tijd behoort zijn liefde voor natuur- en wiskundige

wetenschappen. Groot is zijne bewondering voor Plato en Plotinus en

in zijn leer zijn dan ook zekere pantheïstische elementen; voor hem

valt alles samen in God; Hij omvat alles en is met geen praedicaat

te bepalen.

Twee dingen zijn het vooral, die Cusanus voor ons merkwaardig maken.

a. Zijn beschouwing der aarde. Hij plaatst haar niet langer in het

middelpunt: de oneindige wereld kon geen middelpunt geven. Maar

waar Cusanus het geocentrisch systeem bestrijdt, stelt hij er geen

heliocentrisch stelsel voor in de plaats.

b. Merkwaardig is zijn boek: de docta ignorantia (letterlijk: over de

geleerde onwetendheid.) Al ons weten is eigenlijk maar vermoeden. De

geheele, volle waarheid valt ons nooit ten deel.

Maar zooals een veelhoek steeds meer den cirkel naderen kan, zoo kan

vermoeden steeds meer tot weten komen. Het bewustzijn, dat onze kennis

ontoereikend is, mag ons niet ontmoedigen: het is een aansporing,

om te onderzoeken.

In Duitschland hebben sommigen in Cusanus den vader der nieuwere

wijsbegeerte willen zien. Misschien is het sterke Duitsche

nationaliteitsgevoel hieraan niet vreemd.

§ 34. Natuurfilosofen.

De natuur is de geheime liefde der Renaissance geweest. Wordt

de taalwetenschap druk beoefend in de laatste helft der 15de en

't begin der 16de eeuw en kampen in Italië aanhangers van Plato

en Aristoteles--in de 16de eeuw treffen we een groot aantal

natuurfilosofen aan.

Bij scherpzinnige gedachten voegen ze veel fantasterij; naast

gezonde, vruchtbare beginselen, staan allerlei speculaties,

gespeend aan de vruchtbare bron van natuurkennis: ervaring en

feitenonderzoek. Opmerkelijk, hoewel niet bevreemdend, is dat sommige

dezer denkers ook in hun uiterlijk leven een zekere overeenkomst

met hun leer vertoonen; zooals hun leer fantastisch is, zoo is hun

leven avontuurlijk.

Velen trekken van land tot land, doceeren op verschillende plaatsen,

wat door een gemeenschappelijke taal, het Latijn, vergemakkelijkt werd.

Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het Menschelijk Denken, Deel 1 van 2 · 第 45 / 105 题