Deze verklaarde het water (misschien is het beter van het vochtige
te spreken) als oergrond van alle dingen. Mogelijk is hij tot deze
opvatting gekomen, omdat de zee zijn vaderstad zooveel welvaart bracht,
de regen vruchtbaar maakte en het zaad van dieren, waaruit nieuw
leven ontstond, eveneens vochtig is. Wellicht is aan deze hypothese
ook niet vreemd de waarneming, dat water tot damp vervluchtigen en
tot een vast lichaam worden kan.
Thales was een man die veel gereisd had, kennis had van wis- en
sterrenkunde en ook in de dingen van het praktische leven, naar het
schijnt, niet onervaren was.
Zijn leer kon aanleiding geven tot drieërlei voortzetting:
Ten eerste kon men beproeven, of er niet een andere oerstof dan water
genomen moest worden.
Ten tweede kon in een genialen geest de gedachte ontstaan, dat de stof,
waaruit alles zou voortgekomen zijn, zich niet aan onze zinnelijke
waarneming vertoonen kon, dat ze, in alle dingen aanwezig, niet gelijk
gesteld mocht worden met een zinnelijk waar te nemen stof.
Ten derde kon zijn leer aanleiding geven tot twijfel, tot
scepticisme. Als b.v. het stuk hout, dat men ziet, eigenlijk water
is, dan verstrekken de zinnen ons geen juiste kennis. Ze leeren ons
de werkelijkheid niet kennen, en de vraag kan oprijzen, of, wanneer
onze zinnelijke waarnemingen ons bedriegen, eenige werkelijke kennis
te verkrijgen is.