THALES. ± 585.

Deze verklaarde het water (misschien is het beter van het vochtige

te spreken) als oergrond van alle dingen. Mogelijk is hij tot deze

opvatting gekomen, omdat de zee zijn vaderstad zooveel welvaart bracht,

de regen vruchtbaar maakte en het zaad van dieren, waaruit nieuw

leven ontstond, eveneens vochtig is. Wellicht is aan deze hypothese

ook niet vreemd de waarneming, dat water tot damp vervluchtigen en

tot een vast lichaam worden kan.

Thales was een man die veel gereisd had, kennis had van wis- en

sterrenkunde en ook in de dingen van het praktische leven, naar het

schijnt, niet onervaren was.

Zijn leer kon aanleiding geven tot drieërlei voortzetting:

Ten eerste kon men beproeven, of er niet een andere oerstof dan water

genomen moest worden.

Ten tweede kon in een genialen geest de gedachte ontstaan, dat de stof,

waaruit alles zou voortgekomen zijn, zich niet aan onze zinnelijke

waarneming vertoonen kon, dat ze, in alle dingen aanwezig, niet gelijk

gesteld mocht worden met een zinnelijk waar te nemen stof.

Ten derde kon zijn leer aanleiding geven tot twijfel, tot

scepticisme. Als b.v. het stuk hout, dat men ziet, eigenlijk water

is, dan verstrekken de zinnen ons geen juiste kennis. Ze leeren ons

de werkelijkheid niet kennen, en de vraag kan oprijzen, of, wanneer

onze zinnelijke waarnemingen ons bedriegen, eenige werkelijke kennis

te verkrijgen is.

Uit de ontwikkelingsgeschiedenis van het Menschelijk Denken, Deel 1 van 2 · 第 8 / 105 题