Voor den Tower.
Van de eene zijde komen op: Koningin Elizabeth, de Hertogin van York en
de Markies van Dorset; van de andere zijde: Anna, hertogin van Gloster,
met Clarence’s kleine dochter Margaretha Plantagenet, aan de hand.
HERTOGIN. Wie zie ik daar? Plantagenet, mijn kleinkind,
En door moei Gloster bij de hand geleid!
Zoo waar ik leef, recht hart’lijk gaat zij daar
De jonge prinsen in den Tower bezoeken.—
Welkom, mijn dochter!
ANNA. God verleene u beiden
Een morgen, die geluk en vreugde u breng’!
KONINGIN ELIZABETH. U, goede zuster, ook! Waar gaat gij heen?
ANNA. Niet verder dan den Tower; en, naar ik gis,
Heeft uwe bedevaart hetzelfde doel:
Den lieven prinsen daar een groet te brengen.