In den jaare 1498 is Albrecht, Hertog van Saxen, door Keizer
Maximiliaan in Friesland gezonden; hem aanstellende tot Erfstadhouder,
of Erfpotestaat van Oostergo, Westergo, Sevenwouden, Groningen en
Ommelanden, Ditmarsen, Strandfriesen, Wirsters en van Stellingwerf:
zynde de Keizer, door quaade aandieningen van zyne Gezanten,
verkeerdelyk onderricht omtrent de verschillen der Landzaaten: te
weeten, als dat dezelve wel tot merkelyk nadeel van het Roomsche
Ryk mogten uitvallen: heeft daarom de vryheid der Friesen omverre
geworpen, alschoon dezelve van Karel den Grootes tyden af, ook
by zynen vader Sigismund, en noch onlangs door hem zelve zo wel
bevestigt was. Maar de voornaamste oorzaaken waren, dat Hertog
Albrecht, hebbende de voogdyschap der Graaflykheid van Holland voor
Philip van Oostenryk bedient, die in het voorgaande jaar mondig was
geworden, eischte, voor de onkosten, die hy in den oorlog tusschen
de Hoekschen en Kabeljauwschen te beslegten hadde gemaakt, een zomma
van 350000 rhynsche guldens: ter verzekeringe voor die zomma, eer het
konde opgebragt worden, heeft Maximiliaan Friesland, enz., als een
leengoed des Roomschen Ryks, hem te pande gegeeven; tot 'er tyd toe dat
gemelde 350000 rhynsche guldens door Philip of de zynen aan hem zouden
opgebragt zyn. Waar op Albrecht van Saxen, op zyn luimen leggende,
hoe hy een voet in het Land zoude krygen, heeft door heimelyke listen
en bezendingen zo veel te weege gebragt, dat eenige Schieringers,
die nu de zwaksten waren, een verbond met hem maakten. Doch de Hertog
de Friesen in 't gemeen ongenegen vindende, besloot eerst om dezelve
met geweld te bedwingen; maar in raad weder veranderende, bragt door
verscheidene listen en bedriegeryen vreemde krygslieden in 't Land;
waar door hy de Schieringers met veele geweldenaaryen tot verdrag
bragt, en hem in Westergo innamen. Daar op zyn de Vetkoopers, na
eenige vergeefsche tegenweer, mede tot de huldiging des Hertogs wegens
Oostergo vereenigt. Alleen stond Leeuwarden, en eenige aanhang, hem
noch tegen: doch na eenigen tyd belegert te zyn geweest, gaf het zich
mede in het verdrag. Hier op liet de Hertog te Leeuwarden aanstonds
een blokhuis bouwen, van de steenen der afgebrookene stinsen, die hy
tegens wille van de eigenaars liet afwerpen, om tot gemeld blokhuis
te gebruiken.
In den jaare 1499 had Graaf Edzard van Oostfriesland het oog op
Groningen, doch die van binnen zulks gewaar wordende, trokken uit,
onder het bevel van Ulrich, te Dornum, met 200 mannen, neemende
den Dam in en bezetteden de aankomsten aan de Eems, als Farmsum,
Oterdum, Reide, enz., en deeden verscheidene Ommelander heerenhuizen
omverre werpen. Evenwel trok Graaf Edzard met zyne krygsmacht over
in den Oldambte, bestaande het geheele leger uit 2800 burgers en
soldaaten, benevens de Ommelander Hovelingen, neemende aanstonds
Pekel a Borg in. Daar na dwongen zy de Oldambsters 2200 rhynse
guldens brandschattinge af; en trokken dus voort voorby Slochteren,
tot in het klooster Wittewyrum: waar door de Groningers den Dam en de
andere plaatsen verlieten; en dezelve door des Graaven volk wederom
in bezettinge wierd genomen. Graaf Edzard zelfs quam met 1000 burgers
over de Eems; hy was uit den Oldambte naar huis getrokken, en deed
groot geweld van rooven, branden, en schattinge te vorderen. Doch
de Groningers spaarden hunne vyanden ook niet. Nochtans maakte Graaf
Edzard een kasteel te Oterdum, en den Dam vast tot een oorlogsstoel.
Ondertusschen zonden de Groningers 400 soldaaten, met een goed gedeelte
van oorlogsgereetschap voor het huis te Sauwert: 't welk ten eersten
aan hun wierd overgegeven; wordende aldaar de vestingwerken afgeworpen,
en de bezettinge gevangkelyk mede in de stad gevoert.
Den 22ste van July is Jonker Fox met zyn volk, 250 mannen sterk
zynde uit Friesland, over Drenth, naar Graaf Edzard willende, door de
Groningers omtrent Cropewolde aangetast en geslagen; Fox zelve wilde
zich niet overgeeven, schoon hy verscheidene wonden gekregen had,
maar vogt, op zyn kniën leggende, zo lang tot hy den geest gaf. De
Groningers hadden hier een groote overwinninge, want 30 bleeven 'er,
behalven Fox zelve, van de vyanden dood, en 125 wierden 'er gevangen.
Alhoewel deze Jonker Fox altoos der Groningers ergste vyand is geweest,
hebbende zy hem evenwel, om zyne dapperheid, naar Groningen gevoert,
en aldaar in de Minnebroeders kerk, met eeretekenen begraven. Door
het verslaan van dezen Jonker Fox, heeft het plaatsje Foxhol zyne
benaaminge bekomen.
In dit zelve jaar, quam Hertog Albrecht, met zynen zoon Hendrik, te
Harlingen aan; en wierd eerst te Franeker, en daar na te Leeuwarden
op 't Oude Hof ingehuldigt. Binnen Franeker heeft hy, om eene goede
bestellinge der wetten in den Lande te geeven, den Hoogen Raad,
die wy nu noch het Hof van Friesland noemen, ingestelt.
Daar na vertrok Hertog Albrecht uit Friesland, naar Meissen, in
Duitschland, laatende zyn zoon Hendrik, aangestelt als Stadhouder,
op het Hof binnen Franeker; zynde het Slot van Sjaardema. Doch deze
niet wel onderrecht zynde, leide de gemeente ondraagelyke lasten op;
waar door een groot oproer ontstond.
In den jaare 1500 hebben de Friesen hem in Franeker met 16000
mannen komen belegeren: en vooral waakende dat 'er geen meerder
vreemd krygsvolk in 't Land wierd gebragt, zo namenze dit volgende
voor hunne leuze: Fjouwer lotter-claer leep aayen op in finne herne
in ien nest [85]. Die dit niet zeggen kon, achten zy een Uitlander
te zyn, en wierd aanstonds veroordeelt om verdronken te worden. Om
hunne belegeringe voort te zetten, en gemelde stad te vuur en te
zwaard wel aan te tasten, hebben zy de Groningers ondertusschen voor
vier stukken geschut, tot dit beleg benoodigt, alle het zilverwerk
en andere kostelykheden, uit alle kerken en kloosters geligt zynde,
te pande gegeven. Albrecht ondertusschen, met veel volk uit Meissen
te rugge komende, slaat, met een onderstand van den Graaf van Holland,
het leger voor Franeker weder op. Waar op die van Leeuwarden hunne stad
verlaaten: en Hertog Hendrik trok daar weder in, bedryvende alomme veel
moedwille, brengende veele Edelen en gemeene lieden in ballingschap.
In dit zelve jaar is den Dam door de Groningers belegert, en zeer hevig
beschooten, maar het afkomen van Graaf Edzard, en de overstroominge
van het water, deed hen dezelve wederom verlaaten, en naar Groningen
trekken. Waar op des Graaven volk, in moedwil uitbarstende, hier na
de dorpen Wagenborgen, Uithuizen en Meden in brand stak, waar door
veele huizen verteerden.
Ook zynze daar na in de Marne gevallen, hebbende de Groningers,
die met de landlieden te zamen vereenigt waren, geslagen; en daar
na ongehoorde gruwelstukken van rooven, moorden en branden, vrouwen
verkragten, en kerkschenderye bedreeven.
Groningen wierd door de Saxen op den eersten van Augusty aan
de noordzyde belegert, leggende het geheele leger voor de naaste
molenbergen van de stad; van waar hetzelve, doch met weinig schade,
15 a 16 dagen beschoten wierd. Maar hunne schepen van proviand en
oorlogs-ammunutie lagen het Reidiep langs, waar by 1000 mannen Saxen
tot dekking in Jarges tigchelwerk geposteerd waren.
Onderwylen quam de Bisschop van Utrecht, met verscheidene heeren uit
de Staaten des Lands in 't leger, en bewerkte zo veel tusschen den
Hertog van Saxen en de stad Groningen, dat de vrede op den 21ste van
Augusty te Aduard voor eenige maanden geteekent wierd. Waar op het
beleg aanstonds wierd opgebroken, en 12000 soldaaten daar van naar
Friesland gezonden; trekkende de Hertog zelve met het overige volk
naar den Dam, en van daar naar Embden; daar hy, na eene ziekte en
hoofdwonde, die hy door een musquetkogel in het beleg had ontfangen,
op den 8ste van September is komen te sterven.