I.

_Andante cantabile._

Van U wil ik zingen, mijn Hollandsch meisje, mijn aardig, vrolijk

burgerkind! Van U--zoete Suze, kleine Suze--kleine, zoete, blonde Suze!

* * * * *

Schoon waart ge--: niet als een Venus van Canova, of als een Romanheldin

van Bulwer; geen elpenbeen was uw halsje, uw mondje geen koraal; niet

fier waart ge als Juno, of rijzig als Diana; ook was uw aangezigtslijn

verre van volmaakt, en teekende zich geen Grieksch profiel, als ik, bij

kaarslicht, uw silhouetje natrok aan den wand. Maar in uw frissche,

jonge, ongekunstelde gratie, waart ge schooner dan preutsche Freules of

klassieke marmerbeelden: dartel als een Peri, lief als een Madonna,

verleidelijk als een Sirene--toch, zoo innig, hartelijk, eenvoudig, als

slechts een burgerkind 't wezen kan.

* * * * *

Zonnetje van mijn jongensjaren, glorie van mijn studententijd--mijn

levend, lievend, lagchend godinnetje--Suze, van U wil ik zingen--van U,

en van de rijke dagen onzer goddelijk rijke liefde!

Ontboezemingen · 第 62 / 83 题