AAN TITANIA.

(ONTBOEZEMING VAN EEN VERLIEFDEN CHEMICUS.)

EEN AANWIJZING TEN DIENSTE DER LEERLINGEN VAN HOOGERE

BURGERSCHOLEN, HOE, OOK OP DE STUDIE DER SCHEIKUNDE,

VAN ALPHEN'S »SPELEND LEEREN" TOE TE PASSEN.

_Naturae ars magistra._

Titania--neen, niet langer kan ik zwijgen! Mijn leven, mijn

_laboratorium_, mijn _retorten_ staan op 't spel: reeds drie

_quantitatieve analysen_ heb ik fautief berekend, vier zeldzame

_vetzuur-verbindingen_ doen aanbranden, en zeven kilogram _cacaoboonen_

verknoeid aan een mislukte bereiding van _theobromine_----alles om U,

Titania--om U!

* * * * *

Kalm en doorschijnend was mijn gemoed, rustig en klaar in 't vast

bewustzijn onzer wederzijdsche _affiniteit_--als een pas _gefiltreerde_

oplossing van _matig zuur acetas plumbi_. Maar een drop stinkend

_sulphidum hydrogenii_ is in de reine vloeistof gevallen, en heeft ze

getroebeld met 't vuilzwart _praecipitaat_ van een

_zwavellood_-bevattende jalousie!

* * * * *

Want, weet, trouwelooze, dat ik U bespied heb!--Gister, gisteravond toen

ik slenterde langs de cingels, peinzend over 't approximatief

_nickel_-gehalte van de hemelligchamen die men meteoren

noemt--gisteravond, Titania, heb ik U bespied: wandelend, in 't Delftsch

plantsoen, onder de schaduwen van een _salicine_-houdend

popelboschje--wandelend, arm in arm, met een mij onbekenden jongeling:

wiens aangezigt blonk in 't maanlicht als _kwikzilver_, wiens oogen

schitterden als _phosphorus_ in _zuurstof_, wiens haar en knevels zwart

waren als _oxydum cupri_.--Ik heb U bespied met dien jongeling--in meer

dan vertrouwelijken kout, in meer dan vriendschappelijke

toenadering----Titania, wat moet ik van U denken--?

Wat moet ik van U denken?--Zijt ge als 't _chamaeleon minerale_, heden

groen en straks weêr rood? Zijt ge als 't aarzelend _oxydum stanni_, nu

eens zuur, dan weder _basisch_? Of is uw gehechtheid aan mij als die van

_zwavelzuur_ aan _metaaloxyden_: sterk op zichzelf, doch zwak en vlugtig

bij toevoeging van een der _koolzure alcaliën_--? Zeg, wreede schoone,

is die zwartharige jongeling de magtiger _basis_, die mij 't _zuur_ uwer

liefde heeft onttrokken? Bestaat er sterker _keurverwantschap_ tusschen

hem en U, dan tusschen U en mij?--Spreek, onqualificeerbaar zamenstelsel

van de meest heterogene vrouwelijke grilligheden! Spreek,

onvergelijkelijke combinatie van _albumine_, _fibrine_, _globuline_,

_biline_, _creatine_, _chondrine_, en verdere _organische_ en

_anorganische_ bestanddeelen, die van uw heerlijk ligchaam de

bouwstoffen zijn! Spreek--antwoord--en maak met dat ééne antwoord uw

minnaar den gelukkigsten, of den rampzaligsten aller Chemici--!

* * * * *

Titania--gij, die voorzit als heerscheresse over de gezamenlijke massa

van de mijn minnend hart vormende _atomen_ en _moleculen_--gij, wier

naam geëtst staat in 't kristal mijner ziele, als met onuitwischbaar

schrift van _acidum hydro-fluoricum_--gij, voor wie ik met vreugde al de

_bloedbolletjes_ zou geven, die in mijn _serum sanguinis_

ronddrijven----Titania, hoor mij aan, en laat mijn tranen uw steenen

hart verweeken, als regendroppels 't gebrande _sulphas calcis_!

* * * * *

Toen ik U voor de eerste maal mijn vlam ontdekte; toen ik U voorsloeg,

onze respectievelijke _basische_ en _zure_ eigenschappen tot een

onontleedbaar huwelijks-_zout_ te vereenigen----toen bleekt ge mij niet

_indifferent_. Integendeel--mijn verliefd geleuter deed U blozen, als

_rhodaankalium_ 't _chloruretum ferri_; ja--gelijk 't _dimorphe kristal_

van _jodidum hydrargyri_ bij aanraking met een naald plotseling zijn

geele kleur voor een hoogroode verwisselt--zóó deed mijn minverklaring

uw blanke koonen gloeijen met den vurigen blos eener gepaste maagdelijke

schuchterheid!

Hoe schoon waart ge toen!--Hoe zoet klonk me uw stem, als een toon uit

de _chemische harmonica_! Hoe zacht was me uw adem, geurig en bedwelmend

als _stikstof-oxydule_! Hoe zwom uw oogappel in teeder

_traankliervocht_, als een _kristal_ van _sulphas cupri_, zwemmend in

een met aqua _destillata_ gevuld _reageerbuisje_--!

En is dat alles nu vergeten?--Of, Titania, hebt ge mij bedrogen: hebt ge

_mij_ slechts hoop gegeven, om U te gemakkelijker met _hem_ te kunnen

verbinden--en heb _ik_ de rol gespeeld van _salpeterzuur_ in

_konings-water_, welks hulp 't _goud_ wél inroept, doch enkel om zich

door zijn bemiddeling met 't _chlorium_ één te maken--?

* * * * *

Titania, dierbare, zie toe wat ge doet--neem U in acht voor den

gistingwekkenden invloed van dien zwartharigen jongeling!--Wél blinkt

zijn aangezigt als _kwikzilver_--maar 't is de valsche, ras verdwijnende

glans van _koper_, met _nitras oxyduli hydrargyri_ besmeerd; wél

schitteren zijn oogen als _phosphorus_ in _zuurstof_--doch 't is de

helsche vlam van alverpestend _phosphorwaterstofgas;_ wél is zijn knevel

zwart als _oxydum cupri_--maar 't is 't zwart van 't bedriegelijk,

_nitras-argenti_-houdend verwmiddel, dat looze kappers Melanogène en Eau

de Florida bestempelen.--O, neem U voor dien jongeling in acht, vóór

zijn vleitaal op U inwerkt als _platina-moor_ op zoeten wijn! Wees hard

voor hem en onverbiddelijk: wees _onoplosbaar_, _onsmeedbaar_ en

_onsmeltbaar_, als 't _metaal_ waaraan ge uw naam ontleent!

Maar voor mij, Titania----wees oplosbaar voor mij, als _ammonia_ in

_water_--smeedbaar, als _goud_ van Ophir--smeltbaar, als een

theelepeltje van _Rose's bismuthlegering_!

* * * * *

Zie mij aan uw voeten, Titania!--Wat ben ik zonder uw liefde?--: een

grove brok _graphiet_, een ruwe pijp _zwavel_. Uw liefde moet de _kool_

tot _diamant_ verkeeren; zal, met de ruwe _zwavel_ gemengd, de prachtig

roode _cinnaber_ voortbrengen. Ja, gelijk 't _goud_, dat, uit zijn

oplossing door _sulphas ferrosus_ neêrgeploft, slechts een zwart,

onooglijk poeder schijnt, doch welhaast, onder de hand des polijsters,

alle metalen in heerlijkheid overtreft--zóó zal uw Chemicus wezen,

wanneer uw echtelijke hand hem zal gepoetst en geschuurd en gepolijst

hebben tot den schoonsten aller mannen.

* * * * *

_Reageer_ dan op de zuiverheid mijner minnetrouw: breng ze, wat ik U

bidden mag, in de _buitenste blaaspijpvlam_! _Reageer_, beide volgens

_natten_ en _droogen weg_, _qualitatief_ en _quantitatief_--en zie, of

zij die van den zwartharigen jongeling niet verre in gehalte te boven

gaat!

En als gij voldaan zult wezen na 't onderzoek waaraan ge mij zult

onderworpen hebben--o, Titania--herhaal dan 't mij gegeven

jawoord--schrap dien zwartharigen maagdenschenner van de lijst uwer

aanbiddende _amanuenses_--en laat mij, _mij_ slechts met U kuijeren, 's

avonds, in 't Delftsch plansoen, onder de schaduwen van 't

_salicine_-houdend popelboschje!

* * * * *

Dan zal ik U beminnen boven mijn kostelijkste _platinenkroezen;_

vereeren zal ik U boven Lavoisier en Liebig. Voor U zal ik arbeiden; ten

uwen gevalle wil ik al de 63 + x _elementen_ tot een ongehoorde

reuzenverbinding zamensmelten, die ik doopen zal met den naam van onze

eerste huwelijksspruit.--Ik zal uw bruidssieradiën smeden uit de

weêrbarstigste aller _grondstoffen_: van _osmium_ zullen uw oorbellen,

van _rhodium_ zal uw doekspeld, van _iridium_ zal uw halsketting wezen.

En uw armbanden zullen zijn van _tallium_, van 't raadselachtig,

amphybisch _tallium_, dat ik zelf zal afzonderen uit den _residu_ van

twintig zwavelzuur-fabrieken.

* * * * *

Edoch--luister, onvermurwbaar pronkjuweel der _bewerktuigde_

schepping----: mogt gij ontrouw zijn aan 't gegeven woord; mogt ge

wispelturig zijn als 't _chemisch kameleon_, en vlugtig als 't _acidum

carbonicum_----dan, Titania--wee U, wee mij, wee den zwartharigen

ellendeling.

U zal ik overlaten aan de wroegingen van uw ontrust geweten, die U

zullen bijten en verteren--als _potassa-hydraat_ de wratjes op uw

vinger.

Hem zal ik een glazen bol naar 't hoofd werpen: een bol, gevuld met 't

vreesselijkst aller vergiften--gevuld met 't alvernielend _kakodyl_.

En mijzelf----mijzelf wil ik een drank bereiden: uit _morphine_, uit

_strychnine_, uit _brucine_, _veratrine_, _atropine_, _daturine_,

_aconitine_, _anthiarine_, _coniïne_, _nicotine_, en al de _inen_, die

daar genoemd staan onder de ijzingwekkende categorie der _plantaardige

zoutbases_----dát, Titania, dát zal ik--zoowaar Berzelius groot is, en

Mulder onfeilbaar!

* * * * *

P. S. Ik schrijf dezen--niet met inkt--niet met mijn bloed--doch met een

rozeroode oplossing van sympathetisch _chloor-kobalt_. Onder een kouden

blik, in een koude hand, zal mijn brief stom wezen;--doch legt ge hem

aan uw warmen boezem--zoo zullen de woorden verrijzen: blaauw--als 't

hemelblaauw uwer oogen!

Ontboezemingen · 第 60 / 83 题