KOMEDIE-SPELEN.

(EEN FRAGMENT UIT GABRIËL'S DAGBOEK.)

Geen ziekte aanstekelijker, dan die der maniën en

monomaniën.--Konijnenfokkerij, tafeldans, en postzegel-collecties

hebben, als zooveel epidemiën, in de groote maatschappij gewoed en

uitgewoed. Aan boord van onze Arke--waar 't geslacht der konijnen niet

vertegenwoordigd was, waar alle tafels zonder aanraking dansten, en waar

ook geen brieven ontvangen werden--moest men zich, bij gebrek aan beter,

met minder belangwekkende liefhebberijen tevreden stellen;--dáár had men

eenmaal de dienst der Musen tot stokpaardje gekozen--welnu: in stap en

in draf, in galop en in telgang, zou men dat beestje de tong uit den

mond rijden.

* * * * *

't Draaiorgel en 't dansen begonnen te vervelen. Gabriël, vond men, had

toch zoo geheel ongelijk niet, toen hij dien speech hield, waar niemand

naar geluisterd had, doch waarin hij--zóóveel herinnerde men zich

flaauwelijk--tegen bovengenoemde vermakelijkheden een motie van

afkeuring had uitgebragt.--Doch hoe dan nu best de avonden zoek

gemaakt?--Een congres werd bijeengeroepen, onder presidium van den Hr.

Judocus, die, voorspoediger dan de Fransche keizer, zonder groote

diplomatieke moeijelijkheden er in slaagde, de door hem genoodigde

autoriteiten op zijn roepstem te doen toesnellen.--Over en weêr hoorde

men toen de meest tegenstrijdige beginsels voorstaan. Hierin echter

kwamen allen overeen: dat 't zóó niet blijven kon. 't Draaiorgel was zoo

goed als versleten--dank zij de veelvuldige buitengewone obligaten door

de heeren Josua en Hupman, die beide den slinger wisten te maniëren, met

een vaardigheid, voorbeeldeloos zelfs onder lieden van 't vak, doch, zoo

't scheen, minder bestaanbaar met de soliditeit en duurzaamheid van 's

instrumenten werktuigelijke zamenstelling;--daarenboven waren de meisjes

voortdurend verkouden, onlekker en kribbig, ten gevolge van de al te

subiete afkoeling, waartoe, na 't verhittend dansen, een rustplaats

onder de zeilen haar gratis de gelegenheid bood.--Wat dan gedaan? Zou

men een scheepscourant gaan redigeren?--neen, dat zou aanleiding geven

tot hatelijkheid en oudwijfsche praatjes. Zou men weêr, als vroeger,

een-of-ander allegaârtje maken?--onmogelijk: men had eenmaal van den

nektar der schoone kunsten gedronken, en kon dus nooit weêr de pap van

nietswaardige kinderspelen voor lief nemen.--Maar wacht--hoor ik niet

des voorzitters stem, die triomfantelijk »Eureka" roept!--ja, _hij_

heeft 't gevonden:--_men zou komedie-spelen._ Lumineuse idee--met

acclamatie aangenomen! Hoe zouden de heeren schitteren in de heldenrol,

die hun zou passen als een handschoen; en wat schoone gelegenheid voor

de nonna's, om de zijden balgewaden van uit doos en koffer op te duiken;

en om, zonder compromittatie, tot Josua of Judocus te mogen zeggen:

_Lysander_, of, _Lindor, gij zijt mij niet onverschillig,_ waarop dan

Josua of Judocus met jeugdig vuur zouden antwoorden: _Araminta, of,

Lodoïska, herhaal dat woord--zeg, o zeg, wilt gij de mijne zijn?_--De

vraag bleef nu slechts, _wat_ men spelen zou: een blijspel, »de Neven";

of een tooneelspel, »Don Caesar de Bazan"; of een treurspel, »de dood

van Rollo"----ja nu, wat zou men kiezen?--Ongelukkiglijk bleek 't, dat

niemand, noch van gemelde stukken, noch van eenig ander tooneelwerk,

libretto bezat, zoodat men extempore zou moeten spreken, wilde men niet

dat 't gansche schoone plan in duigen zou vallen.--Te midden van deze

bedroevende perplexiteit valt nonna Flora's blik op Gabriël, die ter

kwader ure daar mede vergaderd was; _zij_ glimlacht--_hij_ bloost; doch

beide begrijpen elkaâr's gedachten. Flora fluistert nonna Keetje iets

in; men steekt de hoofden bij elkaâr en raadpleegt----ja, zóó zou 't

wezen--de komedie was gered: hij, Gabriël, zou een blijspel

schrijven--dat _kon_ hij, dat _moest_ hij----

»Nietwaar, meneer Gabriël, u zal dat wel voor ons doen, ja?" vleijt de

zwartoogige Sirene.

»Maar, Juffrouw Flora, hoe komt u op 't idée--_ik_ vaudevillen

schrijven--_ik_, de wandelende zwaarmoedigheid, blijspelen schrijven--!"

»Molière was ook erg zwaarmoedig meen ik----"

»Maar, Juffrouw Flora--nu hoe langer hoe doller!--Molière----"

»Tut, tut, meneer Gabriël", roept een koor van stemmen--»geen woord

meer!"

»Een profeet is opgestaan in Israël!" brullen Josua en Judocus om

strijd--»Groot, groot is de Gabriël der Rotterdammenaren!"

Zóó broeder Willibald, hebben ze mij gelijmd, en me aan 't zamenflansen

gezet van een komedie, waarvoor ik onderwerp, intrigue, karakters--alles

uit de lucht moest grijpen. Ook weêr een gevolg van mijn

journaal-schrijverij: men had mij dikwijls groote brokken papier zien

volkrabben--en hield me nu voor een litterator; misschien ook had

Judocus geklapt van eenige mislukte proeven uit onzen studententijd--hoe

't zij, mijn éénoogig talent gold mij in 't land der blinden de eer, tot

koning te worden uitgeroepen.

Ik bespaar u een wijdloopig verhaal van de wijze, waarop mijn produkt in

't leven trad, en, na tal van repetitiën, werd opgevoerd. De grootste

moeijelijkheid vond ik in 't scheppen der rollen, zoodanig, dat elk

mijner schoone actrices een _hoofdrol_ mogt spelen; zeker is 't, dat de

jalousie onzer vrouwelijke sujetten den regisseur Judocus en mij in een

net van kleine kabalen wikkelde, waaruit zelfs de geest van een

Schikaneder zich bezwaarlijk zonder kleêrscheuren had kunnen

bevrijden.--Na een week tobbens gelukte 't mij, met een soort blijspel

voor den dag te komen, dat, onder den titel van »de Getergde

Lankmoedigheid, of, 't Sop is de Kool niet waard", tot handeling stelde:

hoe twee vrienden, waarvan de één vermomd, die aan de dochter en nicht

van een ouden _bonhomme_ 't hof maken, dienzelfden vader en voogd, door

hun pedante krakeelingen, in de uiterste verlegenheid brengen; terwijl

ten slotte blijkt, dat alles met een goed, edel en grootmoedig doel

geschied is, en de ééne vrijer den ander slechts tot woede heeft

getergd, om diens nobel karakter te doen schitteren; al 't welk eindigt

met de bekeering van een coquet meisje, de ontbolstering van een ruwen

diamant, zelfopoffering, herkenning, wederzien, vergiffenis, twee

huwelijken, oudervreugd en kinderblijdschap--tot groote stichting der

aanschouwers, enz. enz.--zie Kotzebue en Birch Pfeiffer.--De doktor

speelde voor _pater familias_; Josua en Judocus--welke laatste bewees

beter acteur dan danser te zijn--figureerden als vrijers; nonna Flora

nam edelmoediglijk de rol van oude dienstmaagd op zich; de dames Coba en

Keetje eindelijk stelden de beide vrijsters voor.

Er werd dien avond veel rhijnwijn gedronken, en--wat mij genoegen

deed--ook hartelijk gelagchen--misschien meer om de acteurs dan om 't

stukje. De gezamenlijke uitvoerders genoten de eer der terugroeping; ook

Gabriël moest ten tooneele verschijnen----kortom, daar heerschte groote

blijdschap onder allen, die daar verzameld waren.

* * * * *

En de kritiek--wat zeî de kritiek er van?

Eilieve, lezer--zij sprak op hoogen toon, gelijk zulks haar gewoonte is,

te land en ter zee.--Mevrouw Tripvoet laakte de moraliteit van mijn

handeling; de Hr. Hupman klaagde over gemis aan strekking; Lepidus vond

de intrigue te eenvoudig--en--en toen kwam nonna Flora, en bragt hen

alle tot zwijgen, daar zij niet alleen betoogde, hoe de verhevenste

strekking van een blijspel hierin ligt, dat 't 'reis lustig de

lachspieren ontspant--maar zelfs, tot staving dier waarheid, passages

uit Shakspeare en Beaumarchais citeerde!

* * * * *

Alweêr nonna Flora--en altijd nonna Flora!--Maar wie hoorde ook ooit

zóó'n geletterde nonna! Ik bid u, goden en menschen--_kon_ ik in gemoede

anders, dan op zóó'n zoete nonna verlieven--?

Maart, 1866.

Ontboezemingen · 第 44 / 83 题