Om bij behoorlijk te voren gestelden procureur op Donderdag den
negenden April 1800 vier en negentig, des ochtends ten halftwaalf
ure, te verschijnen ter rolle van de tweede kamer van de
Arrondissements Rechtbank te Amsterdam, zitting houdende in het
daartoe bestemde lokaal van het Paleis van Justitie aan de
Prinsengracht, bij de Leidschestraat, te Amsterdam,