insuper habita, effectum, qui corporeus, cognoscere, excutere, atque
dirigere Mechanico detur Medico; quum hoc scopo sufficiat?
Wat doet het er toe, dat de eerste oorzaak der verandering _niet_
mechanisch is, als het toch den mechanistischen geneesheer gegeven is,
zonder daarmede rekening te houden, van hare werkingen, die van
_lichamelijken_ aard zijn, kennis te nemen, ze grondig te onderzoeken
en zelfs te besturen, wat toch het eenige doel is, dat hij bereiken
wil.
Crescit nimium, pauca dum tangit leviter, Oratio.
Maar ik bemerk, dat mijne rede, hoewel slechts enkele punten
oppervlakkig behandelend, al te zeer in omvang toeneemt.
Unum, quod palmarium jactant, quibus alia quam nobis mens est, ne
declinando subdole evitasse me suspicentur, diluendum judico.
Toch komt het mij voor, dat ik op één punt, waaraan mijn tegenstanders
hun krachtigst argument ontleenen, de beweringen van dezen niet
onwederlegd mag laten; ik wil namelijk niet de verdenking op mij
laden, dit punt, door het opzettelijk niet ter sprake te brengen,
listiglijk ontweken te hebben.
Philosophos clamant et Mechanicos, ubi Medicae arti exercendae admoti
fuere unquam, sinistro semper eventu repulsos fuisse. Disputatione non
esse opus, quum artem horum Medicis nocere, re constet et experimento.
Is het niet waar, zoo roepen zij triomfantelijk uit, dat alle
philosophen en Mechanisten, die zich tot nog toe aan de uitoefening
der geneeskunde hebben gewaagd, steeds jammerlijk fiasco gemaakt
hebben? Alle verdere redetwist is dus overbodig, daar het feitelijk en
proefondervindelijk bewezen is, dat hunne wetenschap der geneeskunde
slechts schaadt!
Quae verissima esse, si hos arguunt, quos in scholis superbus philosophi
titulus effert, docet historia, docent, quae de rebus conscripsere
medicis, volumina.
Ik geef toe, dat deze redeneering volkomen juist is, zoolang zij
slechts gericht blijft tegen hen, die tot de scholen behooren, welker
aanhangers zich den weidschen naam van philosoof hebben aangematigd;
dit leert ons de geschiedenis, dit toonen de werken, die deze lieden
over geneeskundige onderwerpen geschreven hebben.
Dum enim omnium prima rerum principia ex propriis creare cogitatis
satagunt, dein vero ex iis, quae ipsi figmenti subtilitate prius in
illis posuerant, peculiarem corporis cujusque naturam declarare, errasse
ubique docet ipsa, quam commendo, Mechanices ratio.
Daar zij zich immers onledig houden met het louter uit eigen
verbeelding opstellen van de beginselen aller dingen, om vervolgens
uit de hoedanigheden, die zij met groote scherpzinnigheid aan die
beginselen hebben toegedicht, den bijzonderen aard van elk lichaam te
verklaren, blijken zij natuurlijk op alle punten gedwaald te hebben;
en nu is het juist de door mij zoo warm aangeprezen mechanistische
methode, die dat duidelijk aangetoond heeft.
Applicari rebus nequit, quam ratiocinio fecerant, conclusio, nisi prius
illa, quae pro fonte argumenti liquido assumserant, rerum singularium,
quae natae sunt, principiis esse eadem foret evictum.
De gevolgtrekkingen, waartoe zij langs logischen weg gekomen zijn,
kunnen niet op de werkelijkheid toegepast worden, tenzij eerst is
uitgemaakt, dat die dingen, welke zij als een zeker uitgangspunt voor
hunne redeneeringen hebben aangemerkt, identiek zijn met de beginselen
van de afzonderlijke voorwerpen, die de natuur ons te aanschouwen
geeft.
Haec vero, quum infinita, eaque semper diversa esse queant, patet casu
veritatem nunquam sic detectum iri.
Daar deze beginselen nu echter misschien wel oneindig in aantal en
alle onderling verschillend zijn, zoo blijkt het, dat de waarheid
hieromtrent onmogelijk bij toeval, zooals zij zich inbeelden te kunnen
doen, ontdekt kan worden.
Quod si considerassent sedulo, tam Scholastici dicti, quam plurimi
Mechanicorum Cartesii sequaces non fuissent arbitrati id sibi datum
negotii, ut ex fictorum principiorum praeceptis corpus humanum regerent,
sed ut ex his, quae observatio prius docuerat hominem constituere, ipsa
dein artis elementa applicata Mechanica conderent.
Indien dit zoowel door de zoogenaamde scholastieken als door een groep
van Mechanisten, die tot de school van CARTESIUS behooren, ernstig in
het oog gehouden ware, dan zouden zij niet in den waan verkeerd
hebben, dat het hun tot taak gesteld was, het menschelijk lichaam te
richten naar voorschriften, die op verdichte beginselen berusten, maar
zij zouden begrepen hebben, dat de elementen der door hen beoefende
wetenschap met behulp der Mechanica door hen opgebouwd moesten worden
uit datgene, wat de waarneming ons omtrent de samenstelling van den
mensch leert.
At si Mechanico, quem jam descripsi, Medico hanc dicunt contumeliam,
exempla ignominiae citent exspecto.
Indien men echter dit verwijt den mechanistischen Geneeskundige,
zooals ik U dien beschreven heb, naar het hoofd slingert, dan vraag ik
bewijzen voor dien laster.
Non equidem, qui nostri capit animi sensum, negabit ullus,
accuratissimum Mathematicum pessimum forte futurum Medicum.
Natuurlijk zal niemand, men versta mij wel, zoo dwaas zijn te beweren,
dat de meest nauwgezette Wiskundige niet een allerjammerlijkst figuur
als geneesheer kan maken.
Quo enim talis pertinet Oratio?
Wat zou zulk een bewering wel te beteekenen hebben!
Non in Mechanico Medicinae, in Medico vero Mechanices peritiam desidero.
Ik verlang ook niet, dat de Mechanist verstand hebbe van de
Geneeskunde, maar omgekeerd eisen ik van den Geneeskundige kennis
der Mechanica.
Usu peritum Medicum experimentis medicis defecto Mechanico in morbis
curandis qui post habet, insaniet.
Het zou allerdwaast zijn, een practisch ervaren Geneesheer ten
opzichte van het genezen van ziekten te willen achterstellen bij een
Werktuigkundige, die ganschelijk onbedreven is in de geneeskunde.
Sed aequa instructorum experientia hunc promovendae arti meliorem, qui
Mechanicis callet prae alio praeceptis, id affirmo, id demonstrandum
sumserat Oratio.
Slechts dit verklaar ik, slechts dit wilde ik door mijne redevoering
duidelijk in het licht stellen, dat van twee geneeskundigen, die
gelijke ervaring in hun vak hebben opgedaan, hij het meest geschikt is
om zijne wetenschap vooruit te brengen, die meer dan de ander met de
regelen der Mechanica vertrouwd is.
Ne vero, quod ubique contigisse doleo, sinistram, quae dixi,
interpretationem subeant, age describam compendio speciem illius, cujus
imago animo obversatur meo, Medici.
Opdat nu echter aan mijne woorden geen scheeve uitlegging gegeven
worde, wat tot mijn grooten spijt reeds zoo dikwijls is voorgekomen,
zal ik U een korte schets geven van den Geneesheer, zooals die mij
steeds als een ideaal voor oogen zweeft.
Depingitur ille, ducendis studii Medici primis lineamentis incumbens,
tanquam affixus Geometricae contemplationi figurarum, Corporum,
Ponderum, Velocitatis, Fabricae Machinarum, et, quae inde oriuntur in
alia corpora, Virium.
Stelt hem U voor, bezig met het leggen van den eersten grond voor
zijne geneeskundige studiën, geheel en al verdiept in de wiskundige
beschouwing van figuren en lichamen, gewicht en snelheid, de
inrichting van werktuigen en de werkingen, die daarmede op andere
voorwerpen kunnen uitgeoefend worden.
His dum mentem exercet, claro discit praecepto et exemplo, liquida ab
obscuris, a falsis vera secernere, et ipsa judicandi tarditate animo
conciliare prudentiam.
Terwijl hij door deze studiën zijnen geest oefent, kunnen hem deze
tevens tot nauwkeurig richtsnoer dienen, om duidelijke van
onduidelijke, ware van onware voorstellingen te onderscheiden;
tegelijkertijd zal hij, gedwongen tot langzaamheid in het oordeelen,
zich de zoo hoog noodige voorzichtigheid eigen maken.
Ita postquam nudas simplicium corporum actiones expendere, has ex veris,
clarisque causis deducere novit, maturum habet ingenium, qui
fluididatis, Elateris, tenuitatis, ponderis, tenacitatisque in
fluentibus proprietates ab Hydrostaticis cognoscat.
Nadat hij aldus geleerd heeft, de enkelvoudige werkingen der niet
samengestelde lichamen na te gaan en deze uit haar ware en
ontwijfelbare oorzaken af te leiden, is zijn geest rijp geworden, om
de verschillende eigenschappen der vloeistoffen, te weten haar
vloeibaarheid, elasticiteit, ijlheid en gewicht, die de hydrostatiek
uitvoerig behandelt, nader te bestudeeren.
Jam animi vigore robustior fluidorum vires in machinas, harumque in illa
rigore addiscat Mathematico, Experimentis confirmet Hydraulicis, et
Mechanicis, Chemicis illustret, Ignis, Aquae, Aëris, Salium, et aliorum
maxime similium corporum ingenium speculatus et actiones.
Daarna ga hij, zijn denkvermogen aldus gescherpt hebbende, er toe
over, de werkingen, die vloeistoffen op werktuigen en die deze op gene
uitoefenen, volgens streng mathematische methode te onderzoeken,
versterke de op die wijze opgedane kennis door hydraulische,
mechanistische en chemische proeven, terwijl hij de geaardheid en de
werkingen van het vuur, het water, de lucht, de verschillende zouten
en andere dergelijke stoffen nauwkeurig gadeslaat.
Altera mox tabulae facies sacris jam Medicis admotum exhibet.
Een tweede tafereel vertoont hem ons, zich reeds bevindend binnen de
gewijde ruimte, waar de Geneeskunde zelve beoefend wordt.
Oculum ibi Geometriae luce acutum ad incisa cadavera, ad spirantium
corpora brutorum aperta tacitus circumfert.
Daar zien wij hem zijne oogen, gescherpt en verhelderd door wiskundige
onderzoekingen, zwijgend richten op geopende lijken en op lichamen van
levend geopende dieren.
Jam vasorum structuram, figuras, firmitatem, ortum, fines, nexus,
curvaturas, flexilitatem contemplatur et elaterem.
Aanstonds beschouwt hij met aandacht den bouw, de vormen, de vastheid,
de begin- en eindpunten, de verbindingen en krommingen, de
buigzaamheid en veerkrachtigheid der vaten.
Excitatus spectaculi mirabilitate, mox conspecta ad eum, quo jam pollet
cognito, Mechanismum applicans, abditas detegit harum partium virtutes.
Door dit wonderlijk schouwspel geprikkeld, past hij weldra op de door
hem waargenomen verschijnselen de wetten der Mechanica, welke hem
reeds van vroeger bekend zijn, toe en ontdekt zoodoende de verborgen
eigenschappen der aanschouwde lichaamsdeelen.
Quam variis, pulchris, utilibusque utentem cernimus auxiliis, quibus
recentiorum industria pomoeria extendit anatomes.
Van hoe verschillende, schoone en nuttige hulpmiddelen, waarmede de
vlijt der jongere geleerden de grenzen der ontleedkunde heeft
uitgebreid, zien wij hem gebruik maken.
Aliorum certe durissimo parta labore inventa in suos usus dum
accommodat, claram sibi sistit humanae fabricae imaginem.
Terwijl hij zich de door anderen eerst na zeer veel inspanning gedane
ontdekkingen ten nutte maakt, vormt hij zich een duidelijk beeld van
den bouw van het menschelijk lichaam.
Cui fluidorum vitalium nectit notitiam; hanc Anatomicis, Chemicis,
Hydrostaticis, ipsiusque microscopii adjumentis in vivo corpore, et
extra illud examinat; tum mox accuratissimam omnium sensibilium, quae in
sanitate contingunt, historiam omni arte, undique comparatam evolvit.
Vervolgens zet hij zich aan de bestudeering der levensvochten, welke
hij zoowel in als buiten het levend lichaam met alle middelen, die hem
Anatomie, Chemie en Hydrostatiek ten dienste stellen, alsook met
behulp van het microscoop aan een grondig onderzoek onderwerpt.
Eindelijk zal hij zich dan door zijne van alle kanten bijeenverzamelde
gegevens een volledig overzicht kunnen verschaffen van alle
verschijnselen, die het lichaam in gezonden toestand te aanschouwen
geeft.
En suis instructum datis, ut sanitatis Theoriam scribat!
Ziedaar iemand, die uitsluitend door de gegevens, welke hij zich zelf
verschaft heeft, in staat gesteld is tot het schrijven eener Leer van
den normalen lichaamstoestand!
Ex his singulatim perspectis, expensis, comparatisque inter se, auxilio
Mechanices, severitate ordine et prudentia Geometrica, lento gradu
festinans elicit, quae in his comprehensa sensibus abduntur, rationi
patent.
Met behulp van deze gegevens nu brengt hij, na eerst elk afzonderlijk
nauwkeurig onderzocht en overwogen en ze vervolgens in hun onderlingen
samenhang bestudeerd te hebben, met toepassing van de wetten der
Mechanica en met streng wiskundige regelmaat en behoedzaamheid te werk
gaande, langzaam maar zeker waarheden aan het licht, die, hoewel in
die gegevens opgesloten liggend, niet door zinnelijke waarneming
daarin ontdekt, doch slechts door logische redeneering daaruit
afgeleid kunnen worden.
Sic proximae cujusque effectus causae indagantur, harum natura ex indole
collectorum, cognitorum et comparatorum phaenomenon indagata perficitur,
firmatur, et sensim ex horum aggregato consummatur tandem.
Aldus worden de naaste oorzaken van iedere werking opgespoord; deze
maakt hij namelijk op uit den hem reeds bekenden aard der
verschijnselen, welke hij bijeenverzameld, onderzocht en onderling
vergeleken heeft, zoodat hij zich langzamerhand, als vrucht van al
deze onderzoekingen, een duidelijk en volledig beeld van het wezen
dier oorzaken zal kunnen vormen.
Quid speratis futurum, qui ad hanc normam sua exigit studia?
Welke schoone resultaten zal hij niet kunnen bereiken, die bij zijne
studiën dezen weg volgt!
Nonne immutabilis et coaeva erit haec scientia ipsi naturae humanae, ex
cujus sc. elicitur indole, in qua fundatur tantum?
En zal de wetenschap, op deze wijze verkregen, niet onveranderlijk
vaststaan en even duurzaam zijn als de menschelijke natuur zelve, uit
welker innerlijk wezen zij immers is opgedolven en welke haar eenigen
grondslag uitmaakt?
Nonne certa erit, quae innixa iis, quae omnes pari agnoscunt evidentia,
castigatissima caute procedit fide?
Zullen de resultaten van zulk een wetenschap niet onbetwistbaar zijn,
die, slechts steunend op wat allen met gelijke beslistheid als waar
erkennen, met de strengste nauwgezetheid behoedzaam voortschrijdt?
Nonne definita satis et ipsis erit rebus utilis, quae certis, claris,
et sensibilibus corporis humani proprietatibus solum debet causae
proximae, quaeque nostro subjicitur imperio, inquisitionem
accuratissimam, idque via, qua erratum nunquam?
Zal die wetenschap niet genoegzaam betrouwbaar en ook voor de praktijk
nuttig zijn, welke bij haar grondig en met toepassing eener onfeilbare
methode ingesteld onderzoek naar de naaste en onder ons bereik
vallende oorzaken slechts van die eigenschappen van het menschelijk
lichaam uitgaat, die stellig vaststaan en duidelijk voor onze
zintuigen waarneembaar zijn?
Lento crescet, fateor, et occulto adolescet augmento, quilibet tamen vel
minimus progressus gradus ad altiora firmus erit, et novi incrementi
immutabilis causa.
Ik erken, dat zij op die wijze slechts uiterst langzaam en nauw
merkbaar zal groeien en opwassen; daartegenover staat echter dit
belangrijke voordeel, dat elke, ook zelfs de geringste, vordering, die
zij maakt, een vaste schrede voorwaarts beteekent en een hechten
grondslag vormt, waarop verder voortgebouwd kan worden.
Hoc autem labore defunctum, adspirantemque ad metam jam videte in ultima
picturae parte adumbratum.
Het laatste tafereel mijner schets eindelijk vertoont U onzen
geneesheer, al dit werk reeds volbracht hebbend en naar den eindpaal
strevend.
In ipsa nunc adyta se penetrat, in ipsa Æsculapii penetralia!
Nu dringt hij door tot het allerheilige, tot het binnenste van den
tempel van AESCULAPIUS!
En Tabulas Hippocraticas, fidaque Grajorum, quae scrutatur, scripta!
Thans doorvorscht hij de Tafelen van HIPPOCRATES en de zoo betrouwbare
geschriften der Grieken!
Jam ex abundanti Medicorum Thesauro colligit quidquid sparsum haeret
mellis medicati.
Ziet hem uit den overvloedigen schat der geneeskundige schrijvers
vlijtig bijeenverzamelen, wat er overal in hunne werken aan kostelijke
gegevens te vinden is!
Hic incisa, quorum notaverat morbos, ruspatur cadavera; illic in brutis
arte factas aegritudines observat; nunc omnia morborum effecta et
remediorum ipse experimento colligens; nunc eadem ex optimis Auctoribus
addiscens; tandem cuncta digerens, expendensque inter se componit, et
his, quae Theoria demonstravit, comparat, unde historiam denique
curationemque morborum firmet.
Nu eens opent hij, ten einde ze te onderzoeken, lijken, waaraan hij
pathologische afwijkingen ontdekt heeft, dan weer neemt hij bij dieren
ziekten waar, die hij kunstmatig bij deze heeft verwekt; nu eens
verzamelt hij uit eigen ervaring allerlei gegevens omtrent de
uitwerkingen van ziekten en geneesmiddelen, dan weer vult hij de aldus
opgedane kennis aan door het raadplegen van de beste schrijvers op dat
gebied; eindelijk schikt hij al deze gegevens samen, terwijl hij ze
regelt en nauwkeurig overweegt, en vergelijkt de aldus gevonden
resultaten met wat de Theorie hem geleerd heeft, zoodat hij ten slotte
een degelijk inzicht krijgt in den loop en de geneeswijze der
verschillende ziekten.
En Vobis ultima manu absolutam consummati Medici imaginem!
En hiermede heb ik de laatste hand gelegd aan het voor u geschetste
beeld van den volmaakten geneesheer!
Hanc Mechanicis egere auxiliis ut perficiatur, satis, ni fallit me
animus, evictum.
Dat deze hoogte onmogelijk bereikt kan worden zonder de studie der
Mechanica, meen ik thans genoegzaam te hebben aangetoond.
Huic consimilem me reddere, ad hanc me componere studui, ut medicinam
feci.
Sinds ik mij op de studie der geneeskunde toelegde, heb ik getracht,
dat beeld te evenaren, mij daarnaar te richten.
Ad hanc polire eorum, qui meae se committunt disciplinae, ingenium
summa ope enixus sum, dum in Vestro hoc salutis fano ex Auctoritate
vestra Musagetae Illust. medicinam docui.
Naar dat model den geest te vormen van hen, die zich aan mijne leiding
toevertrouwen, daartoe, Heeren Curatoren, heb ik steeds al mijne
krachten ingespannen, zoolang ik op uw gezag aan deze hoogeschool de
geneeskunde onderwees.
Eam, dum Dei munere spiro, ambitiose colere non desinam.
Dat ideaal zal ik, zoolang God mij het leven schenkt, niet ophouden
ijverig na te streven.
Non credulitate stulta, non stupore ignari vulgi, non verbosis strophis,
sed clara demonstrationis fide Artem, cui nostra credimus capita,
commendare affectabo.
Niet door partij te trekken van de dwaze lichtgeloovigheid en de domme
verbazing der onkundige menigte, niet door een verblindenden
woordenvloed, maar door duidelijke en onbetwistbare resultaten zal ik
voor de wetenschap, waaraan wij allen ons leven toevertrouwen, eerbied
trachten af te dwingen.
Vos Optimi Juvenes, qui illi Scientiae consecrastis pectora, a qua
incolumitatem sperat salutis Humanum Genus, Vos Picturam. Medici
contemplati primis miremini ab annis.
Moogt gij, voortreffelijke jongelingen, die u met de borst op deze
wetenschap toelegt, door welke het menschelijk geslacht zijn
ongestoord welzijn hoopt verzekerd te zien, het door mij ontworpen
beeld van den idealen geneesheer reeds van uwe eerste studiejaren af
aandachtig beschouwen en er bewondering voor opvatten.
Ita Vos agite rem vestram, ut lineamentis, coloribusque hujus imaginis
formosi, salutares hominibus audiatis genii!
Kwijt u zóó van uwe taak, dat gij u, getooid met de trekken en tinten
van dit beeld, den naam van reddende engelen der menschheid verwerft!
Nulla est, quae pulchriora laborum praemia Cultoribus persolvit, quam
Medica Sapientia.
Er is geen wetenschap, die haren beoefenaren schoonere belooningen
voor hunnen arbeid ten deel doet vallen dan de Geneeskunde.
Non alia est, quae Mortalibus gratiores, magisve utiles vel necessarios
reddere vos possit.
Geen andere is er, die u aangenamer, nuttiger en onmisbaarder voor uwe
medemenschen kan maken.
Excitemini o generosae mentes! Excitemini pulchritudine Artis, cujus
effectu beatus his in terris nemo carere poterit!
Geraakt in geestdrift, edelaardige geesten, geraakt in geestdrift voor
de schoonheid dezer kunst, zonder welker hulp voor niemand hier op
aarde het geluk bestaanbaar is!
Nunquam rei difficultas calidum vestri animi retundat impetum!
Dat toch nooit de moeielijkheid dezer studie de onstuimigheid van uwen
vurigen geest beteugele!
Ardua est, fateor, quae ad Panaceae ducit delubra, via.
Hoogst bezwaarlijk, ik erken het, is de weg, die tot het heiligdom van
PANACEA[5] voert.
[Voetnoot 5: PANACEA ("Alheelster") is de naam van een der
dochters van AESCULAPIUS. (Vertaler).]
Sed complanavit hanc improbus aliorum labor, superarunt praerupta,
perrupere fortes, Vos alacres sequamini!
Doch anderen hebben dezen door hunnen onvermoeiden arbeid geëffend;
met groote dapperheid wisten zij, alle moeilijkheden overwinnend, het
einddoel van hunnen tocht te bereiken; volgt gij nu moedig hun
voorbeeld!
Hos habetis in hac Academia ad Medicinam Duces, qui ditiores longe
Vobis explicent thesauros, quam Epidauriae olim columnae, Pergamenae
tabulae, Cnidii parietes, vel folia largiebantur Coaca.
Gij vindt in deze hoogeschool zoodanige leidslieden op het gebied der
geneeskunde, die u veel rijker schatten kunnen toonen dan weleer de
Epidaurische zuilen[6], de Pergameensche boekrollen[7], de Cnidische
wanden[6] en de Coische bladen[7] opleverden.
[Voetnoot 6: Op de zuilen van den Aesculapius-tempel te Epidaurus
en op de wanden van dien te Cnidus stonden opschriften, die
melding maakten van verschillende ziektegevallen en de wijze
hunner genezing. (Vertaler).]
[Voetnoot 7: Bedoeld zijn de werken van GALENUS van Pergamum en
HIPPOCRATES van Cos. (Vertaler).]
Habetis, qui secreta quaeque Matheseos arcana incredibili perspicui
sermonis facilitate revelet, rebusque applicare Medicis praemonstret,
Volderum.
Gij vindt hier iemand, die de kunst verstaat, met een ongelooflijk
gemak in duidelijke taal de meest verborgen geheimenissen der Wiskunde
bloot te leggen en die u zal leeren, deze op geneeskundige
vraagstukken toe te passen.
Optimorum sane sententia natum ad haec sacra, Nostroque encomio longe
majorem Virum!
Het is VOLDER, een man, die naar het oordeel der besten onder ons
geboren schijnt voor deze gewijde taak, een man, die verre boven onzen
lof verheven is!
Cujus disciplinae liberali infinitum me debere grata memoria et publice
hic agnosco, et dum huic constabit menti sanitas ingenue semper Ego et
candide meminero.
Met een van dankbaarheid vervuld gemoed spreek ik het hier gaarne
openlijk uit, dat ik aan zijne milde voorlichting oneindig veel
verschuldigd ben en steeds, ten minste zoolang ik nog helder van hoofd
ben, zal ik mij mijne groote verplichtingen jegens hem eerlijk en
oprecht voor oogen houden.
Horum ergo dum lego vestigia, si quid vobis adjumenti praestare posse
censeor, praesto sum qui ita me geram, ut ex vestro meum me comparare
commodum opere ipso testari possim.
Indien gij nu van oordeel zijt, dat ik U tot eenigen steun bij uwe
studiën kan dienen, dan zal ik gaarne, het voetspoor dezer groote
mannen volgend, er met alle macht naar streven, metterdaad het bewijs
te leveren, dat ik mijn belang slechts in het uwe zoek.
Vobiscum Veterum placita, Recentiorum et propria, si quae sunt,
observata undique indefesso labore colligere, ex his laudatae Mechanices
arte doctrinam Medicam condere non desinam, quamdiu in hac versanti
slatione, vires dederit Deus!
Zoolang God mij de kracht verleent, dit ambt naar behooren te
vervullen, zal ik niet ophouden, met U de uitspraken der Ouden en
de waarnemingen der jongeren met onverdroten ijver van alle kanten
bijeen te verzamelen, waarbij ik dan nog de resultaten mijner eigen
onderzoekingen, die ik geef voor wat ze zijn, zal voegen, ten einde,
toegerust met al deze gegevens, met behulp van de door mij zoo
uitbundig geprezen Mechanica, het onze bij te dragen tot den opbouw
der medische wetenschap!