Ik knikte geen woord, maar dacht: »daor mos Jaaije nou is bij wezen!"

Toe de hoezaor de mutse weer op de kop had ezet, vrueg hij mij: »leef je

in den echten staat boertje?"

»Jaowel"--zee ik.

»Nou--zee hij--doe dan de compelementen van Philip Tukker, hoezaar van

Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden--petten af! schreeuwde hij

tegen de 20 manspersonen en zij deen 't ook--doe dan de compelementen

van Philip Tukker aan jou vrouw!"

»Dat hoop ik waar te nemen--zee ik--maor dachte: ik zal er wel op

passen!"

De trein stund stille, een kerel met glimmige knoopen op de jasse keek

in de wagen en ruep: Beilen!

Nee!--schreeuwden er een stuk of wat--ik hueld mij dood stille en piep

zee de gloeijende supplejant en nums zee en woord tot an Assen, waor de

vuurspeijer drinken mos hebben, zee de hoezaore, dat een bereisde snaok

was.

»Is hier ook okkasie um een borrel te koopen?" vrueg hij an de

conducteur.

»Neen"--was 't antwoord.

»Nou--zee hi--dat is een mooije Provinciale hoofdstad, waor een trein

ankomp met twee honderd man en niemand een borrel kan krijgen. Dan

is het in Turkije nog beter. As een vremde daar aan de eene kante

een dorp binnenstapt, komt hum dadelijk een Bulgaar te gemoet met

een welkomstdronk, brandewijn met peper, pimpernel, foelie, mosterd,

kruidnagels en wormkruid, goed door mekaar geroerd en zegt a vous! en

drinkt het in een keer leeg, en dan nemp hij de vrömde onder den arm

en brengt hum de andere kante het dorp weer uut. Kik de onbekende een

beettien zwart, dan gef hi hum een schop en zeg: het compelement aan de

familie. Wat zeg je daarvan boertje?"

»Ik zegge niks"--zee ik.

Van Assen tot Grönningen was alles stil in de wagen.

De hoezaor sluep en ik hueld mij of ik sluep, want ik was bange dat hie

weer wakker wuerd.

Endeliek stund de trein stille en zee men: Grönningen, en de hoezaor

sprung overende, dee zien verschrikkeliek slagzweerd umme, slueg an en

vrueg: »heeft er ook nog iemand wat te reclameeren?"

Berend Veltink oet 't Emmer Kerspel op reize noa Grönningen um 't peerdespul van Carré te zeen en wat hum daorbij overkwam, hen en weerum · 第 6 / 7 题