VII.

Het paleis Foscari.--Het paleis Capello.--De Casa Goldoni.--De

Scala antica.

Onder Venetië's adellijke paleizen wekt dat der Foscari, in de

fraaiste bocht van het Canalazzo gelegen, vooral de aandacht om

de geschiedkundige herinneringen, die er aan verbonden zijn. In 't

begin der veertiende eeuw door Bartolomeo Bon voor de aanzienlijke

familie Giustiniani gebouwd, geraakte het ras daarna in handen van

Francesco Foscari, dien beroemden maar tevens ongelukkigen doge,

die van hartzeer stierf over de onmenschelijke vervolgingen, door

den achterdochtigen en ijverzuchtigen Raad der Tienmannen zijnen

onschuldigen zoon Jacopo, en over de ongehoorde vernederingen door

denzelfden Raad hem persoonlijk aangedaan. Het geslacht der Foscari was

reeds in de negende eeuw vermaard in de geschiedenis der republiek, en

werd tot in het begin der negentiende eeuw onder hare eerste geslachten

gerekend. Nicolo Foscari echter, achtereenvolgens gezant van Venetië

te Petersburg en te Konstantinopel, verkwistte het vermogen zijner

familie en stierf in 1811 in armoede. De laatste afstammelingen van

het doorluchtig geslacht, twee bejaarde dames, bewoonden voor weinige

jaren nog een paar vertrekken in het met hypotheken bezwaarde en diep

vervallen palazzo, dat sedert door de regeering werd aangekocht. Het

nog altijd indrukwekkende paleis met zijne twee-en-veertig vensters in

den voorgevel, met zijne kolommen van rood, wit en zwart marmer, met

zijne zalen, waaraan Titiaan zes jaren lang zijn voortreffelijk talent

ten koste legde, werd nu in eene kazerne herschapen; en op de marmeren

balkons, waarop Hendrik III van Frankrijk, koning Casimir van Polen,

de koningen van Hongarije en Bohemen en een aantal andere vorsten

van de regata getuigen waren, die ter hunner eere gegeven werden,

zag men de oostenrijksche infanteristen hunne geweren poetsen. [3]

Onder de vele geschiedenissen en overleveringen, aan onderscheidene

paleizen van Venetië verbonden, maken wij slechts met een woord melding

van die, welke zich aan twee vermaarde venetiaansche palazzi hechten:

aan het paleis Capello (zie bladz. 37), waarin de bekende Bianca

hare jeugd doorbracht, en aan het schitterende paleis Trevisani,

dat zij later in hare vaderstad in eigendom bezat.

Wij verlaten daartoe het Canalazzo en volgen het kleine kronkelende

kanaal del Carampana, in een van welks paleizen in 1563 een voornaam

patriciër, Bartholomeo Capello, woonde, aan wiens bekoorlijke

en eerzuchtige dochter Bianca het gelukte, zich tot een ongemeen

schitterend maatschappelijk standpunt te verheffen, zonder zich echter

af te vragen of de wegen en middelen, die zij daartoe bezigde, den

toets der eerlijkheid en voegzaamheid konden doorstaan.

De schoone, blonde Bianca werd, evenals alle adellijke venetiaansche

jonkvrouwen destijds, stil en ingetogen groot gebracht. Dit belette

evenwel niet dat zij in haar zestiende jaar middel wist te vinden om in

kennis te geraken met een jeugdigen Florentijner, Pietro Buonaventura,

die op het kantoor van zijn oom, een der vermaarde bankiers Salviati,

wier paleis (blz. 36) tegenover dat van haren vader lag, voor den

handel werd opgeleid. Nadat de gelieven eenigen tijd in 't geheim

verkeerd hadden, meenden zij ontdekt te zijn; en, vreezende dat

Bianca's stiefmoeder haar naar het klooster zou zenden, kwamen zij

tot het besluit om naar Pietro's ouders te Florence te vluchten,

welk plan zij volvoerden.

De familie Capello wist, uit wraakzucht, te bewerken dat Pietro's oom,

de bankier Salviati, in den kerker der inquisitie werd geworpen,

waarin hij eenige maanden later omkwam, en dat er een prijs van

tweeduizend dukaten op Pietro's hoofd werd gesteld. Het mocht den

verbolgen vader echter niet gelukken den schaker zijner dochter

in handen te krijgen. Pietro was terstond bij zijne aankomst te

Florence met Bianca in den echt getreden, en had zich, uit vrees

voor zijne machtige vervolgers, onder de hoede van den Groothertog

Francesco de Medicis gesteld, wien juist destijds door zijn vader

Cosmo de regeering was opgedragen. Deze stap van Pietro oefende een

beslissenden invloed op Bianca's lot uit, en had voor hemzelven het

noodlottigste gevolg. Francisco trok zich de zaak van het vervolgde

paar met grooten, maar geenszins belangeloozen ijver aan. Reeds bij

zijne eerste ontmoeting met Bianca had hij een hevigen hartstocht

voor haar opgevat, die naar het schijnt spoedig door de ijdele schoone

werd beantwoord. Hij hield de betrekking met haar geheim tot dat zijn

huwelijk met de Aartshertogin Johanna van Oostenrijk, tot wie hij zich

slechts weinig aangetrokken gevoelde, gesloten was, maar zag er toen

geen noodzakelijkheid in om zijne neiging langer te verbergen. Hij

gaf Bianca eene betrekking aan het hof en stelde Buonaventura tot

zijn intendant aan. Van dit oogenblik af kantte Pietro zich ernstig

tegen de betrekking tusschen zijne vrouw en den Groothertog; 't geen

dezen deed besluiten om zijn lastigen intendant te laten ombrengen.

Bianca werd thans de verklaarde minnares van den vorst en bleef dit

tot aan den dood van Johanna van Oostenrijk (1578). Dit sterfgeval

bracht den hertog een oogenblik tot inkeer, en het scheen dat hij,

door zijne broeders gedrongen, zijne betrekking met Bianca zou

verbreken. Deze stelde echter terstond alle kunstgrepen, zelfs de

onderschuiving van een kind, te werk om haren minnaar weder tot zich

te brengen, en slaagde daarin, met behulp van 's vorsten biechtvader,

zoo volkomen, dat Francesco, voordat er twee maanden na Johanna's

dood verloopen waren, eene geheime echtverbindtenis met zijne minnares

aanging. Hierdoor was echter Bianca Capello's eerzucht nog niet genoeg

bevredigd, en zij haalde den hertog over om haar openlijk als zijne

gemalin te erkennen. Het huwelijk werd met veel praal gevierd, door

eene bezending van negentig leden uit den Grooten Raad van Venetië

en door twee venetiaansche gezanten bijgewoond, en kostte Toskane

300,000 dukaten, op een tijdstip toen het volk door hongersnood en

andere rampen geteisterd werd. Bianca, die kinderloos bleef, was eerst

voornemens om het door haar ondergeschoven kind tot troonerfgenaam te

laten verklaren. Zij deinsde hiervoor echter terug, en verzoende zich

met den wettigen troonopvolger, kardinaal Fernando de Medicis. Weinige

dagen nadat dit had plaats gehad, werden Francisco en zijne gemalin

plotseling krank en stierven beiden onder sterk vermoeden van

vergiftiging. Bianca had den ouderdom van even veertig jaren bereikt.

Een ander gebouw,,dat de aandacht in Venetië trekt, is de "casa

Goldoni," het huis waar in 1707 Venetië's vermaarde tooneeldichter

Carlo Goldoni het eerste levenslicht aanschouwde. Ontegenzeggelijk

was hij een der vruchtbaarste schrijvers van Italië, en reeds uit

dien hoofde wordt hij niet ten onrechte de italiaansche Kotzebue

genoemd. Men had hem voor de balie opgeleid, maar hij gevoelde

evenmin roeping voor dit vak als voor de medicijnen, waarop hij zich

vervolgens, op begeerte zijns vaders, toelegde. Eindelijk gaf hij

zich geheel aan den lust voor het tooneel over, dien hij van jongs

af gekoesterd had. In zijn achtste jaar reeds had hij een vertoog

tegen den destijds heerschenden gekunstelden dramatischen smaak

geschreven: een smaak, dien hij later met zooveel tact wist te vormen,

dat hij in het midden der vorige eeuw het italiaansche tooneel--wat

tooneel- en blijspel betreft--geheel beheerschte. In weerwil daarvan

werd hij in zijn vaderland niet geheel naar waarde geschat, en na

omstreeks tweehonderd stukken geschreven te hebben (in 1750 alleen

zestien,) na in Italië achtereenvolgens als advokaat, geneesheer,

tooneeldichter, tooneelspeler en tooneeldirecteur opgetreden te

zijn, nam hij in 1761 eene uitnoodiging van het fransche hof aan om

zich te Parijs te vestigen. Hier schreef hij eenige tooneelstukken

en zijne belangwekkende _Mémoires_ in het fransch. Ten gevolge der

staatkundige gebeurtenissen in Frankrijk, verloor hij zijn jaargeld

van vierduizend livres op een leeftijd, waarop hij niet meer in staat

was door arbeid in zijne behoeften te voorzien. Hij bracht dien ten

gevolge het laatst van zijn leven kommerlijk door en stierf te Parijs

in 1793. Het huis, dat hij te Venetië bewoonde, en dat de type van

een deftig venetiaansch burgerhuis is (bladz. 44), ligt niet ver

van de brug dei Nomboli, bij den aanvang der via di Ca-Cent'anni,

in een van Venetië's schilderachtigste canalettos.

Ten slotte nog een enkel woord over de vermaarde _Scala antica_ of

antieken wenteltrap van het aan het Bernardo-kanaal gelegen paleis

Minelli. Deze trap, die zich, zoo als de plaat op bladz. 40 aantoont,

buiten het gebouw bevindt, is een der sierlijkste bouwgewrochten die

te Venetië worden gevonden. Hij is uit de vijftiende eeuw afkomstig,

en naar men meent door een der Lombardi gebouwd. De geheele toren

heeft eene hoogte van drie-en-twintig en eene doorsnede van ruim vier

Ned. ellen, terwijl de trap, die zich om een marmeren kolom slingert,

honderdtwintig treden telt.

Gaarne zouden wij nog bij menig schoon of gedenkwaardig gebouw,

bij menig kunstvoorbrengsel en bij verscheidene beroemde mannen van

Venetië stilstaan; maar ons bestek noopt ons thans onze omzwerving

te staken en afscheid van de schoone doge-stad te nemen.

Venetië De Aarde en haar Volken, 1865 · 第 8 / 9 题