DE VOLKSWETENSCHAP.

De behandeling der volkswetenschap zal uiteraard heel wat beknopter

zijn dan die van de volkskunst. Want het volksleven is veel meer

gevoels- dan geestesleven. Zelfs op het veld der wetenschap doet

dit gevoelsleven zijn rechten gelden en verkiest het de bekoorlijke,

dichterlijke, fantastische verklaring boven den soberen, logischen

redeneertrant. Een sprookje is het volk liever dan een betoog. Zoo

vertroebelt het gevoel de volkswetenschap en maakt ze in zekeren zin

tot een kunstvorm.

Wetenschap is systematische oorzakelijke kennis; zij vereischt

een bewust en methodisch streven naar het ware, onder eenheid van

gezichtspunt. Ook de volkswetenschap streeft naar oorzakelijke kennis,

naar verklaring van taalvorm, bloem, mineraal, rotsgedaante, ziekte,

kracht der geneesmiddelen, weêrverschijnselen enz. En zoo komen wij

weer tot een overeenkomstig resultaat als bij de overige faktoren

der volkskultuur, dit namelijk: dat de volkswetenschap _in wezen_

niet van de kultuurwetenschap verschilt. Maar afgezien nog van het

feit, dat het volk zich niet bewust is, wetenschappelijk werkzaam te

zijn, is het oordeel zoo min gescheiden van de fantasie, dat van een

zuiver-methodisch waarheidsstreven geen sprake kan zijn.

De volkswetenschap is absoluut onkritisch. Bij de induktie

worden de afzonderlijke gevallen zelfs met geen zweem van kritiek

onderzocht, terwijl met de negatieve gevallen geenszins rekening wordt

gehouden. Wanneer het volk zegt: "Groene Kerstmis, witte Paschen", dan

brengt het de witte Paschen met de groene Kerstmis in een oorzakelijk

verband; maar gebrek aan methode maakt de konklusie ongewettigd. Zoo

ziet het volk ook een oorzakelijk verband tusschen de maan en het weêr,

maar mocht het tot een verklaring komen, dan zou deze meer op een

natuurmythe lijken, dan op een kultuurwetenschappelijke redeneering.

Toch wil het mij voorkomen, dat de kultuurwetenschap feiten

der ervaring van het volk kan overnemen, om die te toetsen en te

louteren,--en ook wellicht iets van het pieteitsvolle en opgewekte

zijner natuurbeschouwing.

Nederlandsche Volkskunde · 第 109 / 117 题