Antoon:
Toontje
Mijn zoontje,
Wanneer zal 't zijn?
T'avond in de maneschijn.
Jan Baptist:
Jan Baptiste,
Suiker in de kiste,
Vleesch in de pot,
Jan Baptiste is waarlijk zot.
Jan:
Jan
Koekepan,
Met 'nen spijzen boterham.
Jan
Bakt eieren in de pan,
Bakt eieren in den schoen,
Dan herre geen pan van doen.
Jan, mijne man, is altijd ziek,
Heel de weke, heel de weke,
Jan, mijne man, is altijd ziek,
Heel de weke, maar 's Zondags niet.
Jozef:
Seven,
Laat mij leven,
'k Zal u een stuk van mijn hemdslip geven.
Marianne:
Marjanne,
Boter in de panne,
Boter in de pot,
Is Marjanneke nog nie zot!
Piet:
Piet
Valt in 't riet,
Dat men hem niet meer ziet.
De Smedt:
Smedt,
Een panneke vet,
Een panneke rapen,
En daarmee moet Smedt slapen.
Van Boeck:
Frans van Boek,
Dikke snoek,
Zonder knoopen aan zijn broek.
Verbist:
Mijnheer Verbist
Lag in de kist,
Zonder dat vader of moeder het wist.
Verhagen:
Jan Verhagen
Draagt zijn beste broek alle dagen.