Uit de vaste kasteelen aan deze heirbanen, van zoo reusachtige
beteekenis voor het handelsverkeer, ontwikkelden zich belangrijke
plaatsen. Onnoodig te zeggen, in welke mate ook de ontwikkeling van
landbouw, veeteelt en nijverheid hiermee gebaat was, men denke slechts
aan de tegelbakkerij. Ook de zeevaart bleef niet achter. Aken en Spa
waren bekende badplaatsen. Overblijfselen van Romeinsche _villa's_
worden telkens weer opgedolven; en een merkwaardige getuige van den
invloed der Romeinsche kultuur is wellicht de nader te bespreken
villabouw der boerenwoningen.
Sterker dan eenige andere taal heeft het Latijn op onze taal ingewerkt,
ik noem slechts de leenwoorden: _keizer, kerker, wijn, pauw, venster,
zegel, poort, tegel, kelk, brief_ enz.
Na enkele eeuwen ging de Romeinsche beschaving hier te niet. Maar van
blijvenden aard zou wezen het door Rome's invloed hier verspreide en
gevestigde Christendom.
6. Het _Christendom_ bracht inwendige beschaving en vernieuwing,
en het heeft den drang der tijden doorstaan. Wellicht dagteekent het
Christendom in onze landen sporadisch reeds van vóor het jaar 400:
Christelijke oudheden te Nijmegen, Wijk bij Duurstede en elders
gevonden wettigen eenigermate dit vermoeden. Maar in de Ve eeuw
deed het in alle geval voor goed zijn intrede in deze gewesten. Het
vestigde zich eerst in het Zuiden en heeft zich dan snel noordwaarts
uitgebreid. Te Tongeren werd het Evangelie gepredikt door den heiligen
Servatius, die zijn bisschopszetel verplaatste naar Maastricht. Daar
zetelde in de VIe eeuw de h. bisschop Monulfus, in de VIIe eeuw
Amandus, die het geloof predikte aan de Friezen. Terzelfder tijd
predikten Eligius en Weranfridus onder de Franken en Friezen. Maar
ook Vlaanderen werd door den h. Eligius bezocht, waar reeds door
Victricius van Rouaan met vrucht aan de kerstening der bevolking
was gearbeid. De hh. Lambertus en Hubertus waren de apostelen van
Taxandrië en van de Ardennen.
Een kenmerkend feit voor de kerstening van Nederland is de stichting
van het bisdom Utrecht door den h. Willebrordus in de VIIIe eeuw; onder
hem was werkzaam de h. Bonifacius, aartsbisschop der Friezen. Blijvend
vestigde zich het Christendom in deze streken onder de Karolingers.