D. Vr. Door wat middelen keer ick de roovers?

M. A. Daer syn veel meer observaties en middelen om se niet te bekomen,

als om deselve afteweeren: ten eerste, om se niet te bekomen is een

goed middel, dat gy uwe byen wel digt houd en op de plank moeten

geene openingen syn; gy moet het thylgaet soo kleyn maeken dat er

maer een bye uyt en in kan komen, bisonder vroegh in den lenten,

als de byen eerst beginnen te vlyegen en nogh niets bekomen konnen;

ten tweede, moet gy geene raeten in dewelcke eenigh honigh in is voor

de hut brengen, want dit is een aenloksel voor de roovers; ten derde,

moet gy seer voorsigtygh syn in het voeren, dat er geenen honingh

voor de hut gestort wordt, ofte met de vingers, als sy honingagtigh

syn door het voeren, dat gy daer de kaer mede aentast, ofte de kaer

met honingh besmeert, nogh de vingers aen de hut ofte aen het graes

afdroogt, want dit syn aenloksels voor de roovers.

Het Geldersch Byenboek of pratyk der byen, langs den kant der Maes, Peel en Niers, in het overkwartier van Gelderland · 第 99 / 191 题