D. Vr. Hoe sal men dit gedirt kennen?

M. A. Dit gedirt is eenigsins gelyck aen een wespel; het agterlyghaem

is groeter ofte langer en volgens de coluer, matter als een wespel. Dit

gedirt heeft wel een angel maer kan niet steecken; dit gedirt heeft

twee hoerens voor het hooft, met dewelcke het de byen vangt en seer

gevoelig niepen kan. Eventwel verschyllen dese gedirten van de wespelen

groetelyks, want de wespelen hebben een angel om te steeken, sy wonen

veel in een nest en maeken raeten in dewelcke sy haere jonge broeyen;

maer dit gedirt woont alleen in sandagtige huevels en kleeften. Opent

syn woonplaets, gy vindt veel doode byen en onder dese byen een wit

wormken. Volgens apprensie is dit het saet en wasch van dit wormken

of den jongen wolf.

Het Geldersch Byenboek of pratyk der byen, langs den kant der Maes, Peel en Niers, in het overkwartier van Gelderland · 第 64 / 191 题