M. A. Dit gedirt is eenigsins gelyck aen een wespel; het agterlyghaem
is groeter ofte langer en volgens de coluer, matter als een wespel. Dit
gedirt heeft wel een angel maer kan niet steecken; dit gedirt heeft
twee hoerens voor het hooft, met dewelcke het de byen vangt en seer
gevoelig niepen kan. Eventwel verschyllen dese gedirten van de wespelen
groetelyks, want de wespelen hebben een angel om te steeken, sy wonen
veel in een nest en maeken raeten in dewelcke sy haere jonge broeyen;
maer dit gedirt woont alleen in sandagtige huevels en kleeften. Opent
syn woonplaets, gy vindt veel doode byen en onder dese byen een wit
wormken. Volgens apprensie is dit het saet en wasch van dit wormken
of den jongen wolf.