M. A. Dit antwoort en dese vraeg kan mit seekerheydt niet beantwoordt
worden, omdat alle gemeine saeken der byen, door de ondervindingh niet
ontdekt syn. Maer soo veel als myn verstandt ofte gevoellen aengaet,
soo suponeer ick vastelyck, dat de byen het was ofte de raeten uyt de
natuer, gelyck een spin het wefsel maekt; en gelyck de ondervindingh
leert dat de spin het aldermeest werckt als haer neering groet is,
alsoo seydt men ock dat de byen den besten vortgang hebben als sy
wel worden onderhouden ofte van bueten veel honigh haelen.
Capittel III.
Van den aert der byen.