De overigen hebben nimmer eenig onderwijs genoten.
De voorzitter der staats-commissie, tot de jongelieden, die tegenover
zijne tafel staan: Jongelieden! dewijl uw getal zoo aanzienlijk
is, dewijl het toch maar een examen is voor de leus, en dewijl wij
geleerde lui wel wat anders en wat pleizierigers te doen hebben dan het
ondervragen van botterikken, zoo zullen wij er maar met den Franschen
slag doorheen slaan, u het Examen bij paren afnemen, en u in elk vak
eenige korte vragen voorstellen, genoeg om te oordeelen, hoever gij
het gebracht hebt. Laten er dus twee uwer voor de tafel komen. Gij,
jongelief, hoe is uw naam?
Jongeling. Jan Blokkert.
De voorzitter. Goed! gij zult voor een tijd uw naam verliezen,
evenals aan 't bagno, en No. 1 heeten. Waar hebt gij onderwijs genoten?
No. 1. Aan het Gymnasium te X.
De v. Best. Hebt gij een ontslag of getuigschrift?
No. 1 reikt het papier over met een triomfantelijken blik.
De v. Hm! hm! summa cum laude!.... Ja! daar geven wij niet om. Wij
zien uit eigen oogen. (Tot een ander) En gij, hoe is uw naam?
De andere jongeling. No. 2.
De v. Hm! hm! Niet dom! Maar ik dien uw doop- en familienaam op
te teekenen.
No. 2. Pietje Vlug.
De v. En bij wien hebt gij onderwijs genoten?
No. 2. Bij niemand.
De v. Niet!--nu, dat is 't zelfde. Gij zijt dus een autodidakt?
No. 2. Neen, ik ben een biljartjongen.
De v. Zoo! en gij hebt liefhebberij gekregen voor de studie?
No. 2. Volstrekt niet voor de studie; maar wel om student te zijn,
evenals de Heeren, die ik dagelijks in 't koffiehuis zie.
De v. Ei!--Nu, gij kunt uit hun gesprekken misschien wat hebben
geprofiteerd.--Gaat nu met u beiden in de kamer hier naast: daar
zullen de Heeren bij u komen.
Onderzoeker. Jongelieden! Ik zal u het examen in 't Latijn
afnemen. Maar weet gij mij ook vooraf te zeggen, wat dat woord examen
beteekent?
No. 1. Dat beteekent eigenlijk een bijenzwerm.
Ond. Aliquid decis! (Tegen No. 2) En wat weet gij er bij te voegen?
No. 2. Dat het zooveel beteekent, als dat het dubbel en dwars uit is.
Ond. Dat het uit is! Hoe verstaat gij dat?
No. 2. Wel ja. Ex is "uit:" en amen is ook "uit," ten minste onze
Pastoor zeit het altijd als wij naar huis kunnen gaan.
Ond. Egregie! uitmuntend!--Daar had ik nooit op gedacht. (tegen No. 1)
Weet gij wel wat een Pons asinorum is?
No. 1. (Zit zich te bedenken).
No. 2. Wel! Pons asinorum is klaar water.
Ond. Hoe meent gij dat?
No. 2. Hebt gij ezels ooit andere pons zien drinken als klaar water,
Mijnheer?
Ond. Inderdaad, gij hebt gelijk. Nu zullen wij eens zien, of gij iets
van de Dichters begrijpt. Lees eens deze ode van Horatius.
No. 1. (Leest) Persicos odi puer apparatus.
Ond. Hoe vertaalt gij dat?