DE OMROEPER.

Oudtijds, en voor het bestaan der nieuwsbladen, was de omroeper zeker

een der onontbeerlijkste stadsbeambten, en zijne verschijning op 's

heeren straten bracht bij het publiek geen minderen indruk te weeg,

dan die van den befaamden Jan Claaszen of den liedjeszanger met het

nieuw beschilderd bord, ja, de klank, dien hij deed hooren, lokte meer

nieuwsgierigen dan de muziek van den wandelenden orgelman. O! het

was schoon, hem te zien, zooals hij, in zijn deftig gewaad, waar

het stadswapen op prijkte, met het koperen bekken achteloos aan den

linkerarm gehangen, het bekken, dat door vorm en glans den beroemden

helm van Mambruno in het geheugen terug riep, en met den metalen

stok, hem meerder waard dan een veldheersstaf, in de rechterhand,

de straten afliep, altijd vergezeld van een bont en talrijk gevolg,

dat wel is waar, niet door achtbaarheid en kleederpracht uitblonk,

maar welks gewone straatjongensbaldadigheid verdween en zich oploste

in eerbied en bewondering voor den achtbaren man, wiens voetstappen

het drukte. Op elken kruisweg, bij elke sluis of dwarsgracht, stond

het gewichtige personage stil; hij liet den ernsthaftigen blik om zich

heen weiden, langzaam hief hij het koperen armschild op, en het metaal,

op het metaal herklinkende, verkondigde zijne tegenwoordigheid en riep

de aandacht der vrome burgers in op de woorden, die hij spreken zoude.

Dan stroomde van alle zijden de goede gemeente toe, en zelfs de

bewoners der naastbijstaande huizen vergaten hun beroep en bedrijf,

om te hooren wat er gaande was. De kuiper, die zijn winkel in de

nabuurschap had, nam de pijp uit den mond en bleef met opgeheven hamer

staan; de rijknecht, die het paard naar de smidse had gebracht, en

de smid, die het beslaan zoude, traden toe op dat geluid, zonder zich

te bekreunen over de ongemakkelijke houding, waarin de arme viervoet

hun terugkomst stond af te wachten; de winkelierster, die achter de

toonbank bezig was een lood snuif af te wegen, en de oude keukenmeid,

die voor de toonbank in haar knipje frommelde om het vereischte

getal duiten te zoeken, braken, als bij wederzijdsch akkoord, haar

handel voor een oogenblik af en bleven met uitgerekten hals staan

luisteren:--de sleeper, die voor het wijnhuis aan den hoek zijn halfje

kocht, toefde met den roemer aan de lippen te brengen, uit vrees dat

het klokken van den jenever hem een woord zou doen missen;--overal,

uit voor- en pothuizen, uit kelder- en zoldervensters kwamen hoofden

en aangezichten te voorschijn; terwijl in diepe stilte en gespannen

verwachting, elk de ooren spitste om de orakeltaal des gewichtigen

mans te vernemen.

Eindelijk, wanneer deze den kring, waarvan hij het middelpunt vormde,

genoegzaam zag aangegroeid, opende hij den mond: en met een langzame,

slepende, eentonige, maar toch luide en verstaanbare stem, ontvouwde

hij het doel zijner zending.

Soms was het een publicatie der achtbare Magistraat;--en dan,

helaas! was het niet zelden bedroevend om te aanschouwen, hoe de

meesten der toehoorders, die het toeval hier verzameld had, het

hoofd weer omwendden, hun bedrijf en bezigheden hervatteden, en even

weinig oplettendheid aan het gesprokene schonken, als de hedendaagsche

dagbladlezers toewijden aan de eerste kolom der officieele couranten.

Soms was het de aankondiging eener te houdene verkooping, een oproeping

van werkvolk, een bericht, den handel, de zeevaart, de visscherij, de

nijverheid betreffende:--en, ofschoon dan de massa meer belangstelling

toonde, teleurstelling of onverschilligheid waren op menig gelaat

te lezen.

Maar, wanneer de aanhef luidde: er is verloren! en wanneer het slot:

al wie dezelve terug brengt bij den stads-omroeper, wonende enz., met

de belofte eener ruime belooning sloot, dan was en bleef de aandacht

gespannen, dan ging men vergenoegd uit elkander, dan vertelde men rond

wat men gehoord had: en menigeen streelde zich reeds met de gedachte,

dat het ook hem zoude kunnen gebeuren, de gelukkige vinder te zijn.

Soms ook wekte de eenvoudige voordracht des omroepers meer levendige

aandoeningen in de gemoederen der omstanders op: wanneer hij sprak

van vermiste kinderen, door bedroefde ouders vergeefs gezocht: van

uit het water opgehaalde lijken, waaromtrent men naricht verlangde;

van jongelingen of jonge dochters, die het ouderlijk huis heimelijk

verlaten hadden: van voortvluchtige boosdoeners of deserteurs, wier

signalement hij opgaf: in 't kort, wanneer het een dier onderwerpen

gold, geschikt om de nieuwsgierigheid te prikkelen, tot gissingen

aanleiding te geven en voor veertien dagen lang stof te verschaffen

aan de babbelarijen en commentariën der buurwijven.

En, wanneer nu de redenaar zijn mededeeling had ten einde gebracht,

dan, zonder zich te bekommeren over den indruk, dien zij had

achtergelaten, liet hij den linkerarm zakken, stapte met groote

schreden dwars door den terugwijkenden en zich verspreidenden volkshoop

heen, en begaf zich, van een nieuwen zwerm omstuwd, weder verder,

om op een volgenden viersprong zijn litanie te herhalen.

Die aankondigingen, op last des Bestuurs, der Admiraliteiten, der

Compagniên, der Gilden enz. gedaan, die bestendige berichten van

bijzondere personen, welke hij te vermelden had, leverden aan den

omroeper een ruim en deftig bestaan op: en meer dan een onder de

beambten, die sedert eeuwen het woord op pleinen en straten voerden,

vond zich bij zijn dood in staat een aanzienlijk kapitaal aan zijn

erven na te laten. Maar wat is op aarde bestendig? De invallen

der Barbaren hebben den Romeinschen adelaar de wieken geknot, en

de nieuwerwetsche beschaving heeft den luister van het bekken des

omroepers doen tanen. De drukpers, die door het verspreiden van

liedeboekjes en zedespreuken, den minnezanger en spreukspreker

deed zwijgen, die, door het vermenigvuldigen van caricaturen en

kleine journalen, den hofnar deed verdwijnen, de drukpers met

haar duizend stemmen heeft den met slechts éénen mond voorzienen

omroeper overschreeuwd. Welk nut zoude het in hebben, hem op alle

hoeken kennisgevingen en aankondigingen te doen uitkraaien, welke,

op gebouwen en wachthuisjes aangeplakt, dank zij de hoogte van het

hedendaagsche onderwijs, door den minsten ambachtsman kunnen gelezen

worden? Wie zoude hem voortaan belasten met het vermelden van geleden

verliezen, die hij slechts ter kennisse van enkelen brengen kan, nu

talrijke en overal verspreide nieuwsbladen de gelegenheid verschaffen,

die aan duizenden gelijktijdig te berichten?

Schaars wordt dan ook meer het ministerie des eenmaal zoo onmisbaren

mans ingeroepen: zelden meer lokt het helklinkend geklep van zijn

staf de nieuwsgierigen aan het venster: en de menigte ziet hem met

onverschilligheid aan, wanneer hij nog enkele malen, van zijn vroegeren

luister beroofd, en zonder gevolg, zich aan haar vertoont als een

verschijnsel uit den verledenen tijd, als een herinnering aan die

vroegere dagen, toen de kappers met pruikedoozen op den rug liepen,

en de slagersknechts driekante hoeden droegen.

Vertellingen van vroeger en later tijd · 第 21 / 51 题