Wij blijven niet langer bij deze dolle vertooning stilstaan,

maar rijden een eind door tot een liefelijke vallei, "Papierdal"

genoemd, bereikt is. Daar wordt halt gemaakt en Mr. Pak-ki-ho toont

ons hoe hier het beroemde Koreaansche papier vervaardigd wordt uit

de vezels van den moerbeiboom. Van alle Oostersche papiersoorten is

't Koreaansche superieur. Er is haast geen voorwerp dat er niet van

gemaakt kan worden. Nadat de vezels gestampt en in water geweekt

zijn, perst men ze tot dikkere of dunnere bladen, al naarmate van

de bestemming. Nu worden die bladen in sesamolie geweekt en zijn dan

volkomen waterdicht. Men legt ze op den vloer in plaats van matten,

op de muren doen zij dienst als behangsel, in de ramen als glas,

kinderen spelen met papieren speelgoed, volwassenen reizen met

papieren koffers, vertrekken worden afgescheiden met papieren

schutten; kleederen, hoeden, schoeisel, tabakszakken, waaiers,

lantaarns en vliegers worden er van vervaardigd. Zelfs regenhoeden

maakt men er van. In Korea is 't gebruik van regenschermen onbekend,

maar iedereen draagt in zijn gordel een voorwerp van geolied papier,

dat er in gesloten vorm uitziet als een waaier. Ontplooit men het,

dan lijkt het op een parachute (zonder opening) in den top. Zoodra

het regent spreidt men dit uit over den zwarten of witten hoed,

bandjes bevestigen het onder de kin en ziedaar een zeer practisch,

doeltreffend en goedkoop regenscherm.

Mr. Pak-ki-ho heeft verwonderd opgekeken toen wij hem vroegen ons een

bruiloftsceremonie te laten bijwonen. Minzaam glimlachend beweert hij,

dat daar niets bijzonders aan te zien valt, maar toen wij op straat

een bruiloftstoet zagen aankomen heeft hij zich laten overhalen ons

't een en ander van de huwelijksformaliteiten mede te deelen.

't Huwelijk heeft men gereduceerd tot een samenkoppeling van twee

namen plus twee bezittingen; noch den jongeling noch 't meisje is 't

gegund, een andere rol te spelen dan die van slachtoffer, waarmede naar

willekeur gehandeld wordt. 't Gebeurt dikwijls dat twee familievaders

met elkaar afspreken dat zoo de te verwachten kinderen een jongen en

een meisje zijn, deze later een paar worden. Niemand denkt er aan,

zich tegen dit plan te verzetten; het meisje gaat op haar achtste jaar

in de vrouwenvertrekken en ziet den jongeling eerst als 't huwelijk

wordt voltrokken.

De bemiddeling heeft plaats door de huwelijksmakelaarster, die de

geschenken en 't financieele regelt en den dag bepaalt.

Den avond van te voren schrijft de vader van den bruidegom een brief

aan den vader der bruid, waarin hij hem verzoekt bijgaand geschenk te

willen aannemen. Dit geschenk bestaat uit een rol blauwe en een rol

roode zijde, waaruit nog dienzelfden avond twee gewaden (met sleep)

voor de bruid worden gemaakt. Bij 't uitpakken zorgt men er voor,

dat de rol roode zijde 't eerst voor den dag komt, want dit beteekent

dat de eerstgeborene een zoon zal zijn.

Den volgenden morgen begeeft de bruidegom zich (zoo hij tot den

gegoeden stand behoort) met groot gevolg naar de woning zijner

bruid. Voorop gaat een bediende (dezelfde die de geschenken bracht)

met een levenden gans in de armen. Dit dier, wien men vleugels en

bek met gekleurde linten omwonden heeft, is in Korea 't symbool van

huwelijkstrouw, want men weet te vertellen dat wanneer van een paar

wilde ganzen 't vrouwtje gedood wordt, 't mannetje zich dood treurt.

Op hem volgen eenige dragers van zijden lantaarns aan lange stokken,

dan twaalf vrouwen, waarvan eenige wierookvaten dragen. Daarop volgt

de veertienjarige bruidegom, zittend op een sierlijk uitgedost paard,

omringd door dienaren die hem ondersteunen, rechts. Links van hem

draagt men een zijden zonnescherm; achter hem in een draagstoel zijn

voedster in rouwkleederen en met bedekt aangezicht.

Voor de deur van de woning der bruid stapt hij af en treedt op een

gevulden stroozak, welks inhoud later in 't hoofdkussen van de jonge

vrouw wordt gedaan als een symbool van de waarde die zij moet hechten

aan alles wat van haar man komt, zelfs aan 't geen hij met voeten

getreden heeft.

Buiten heeft men een tent opgeslagen waarin men de gasten ontvangt,

eet, drinkt en zich met zang en dans vermaakt. De bruidegom biedt

zijn aanstaande schoonouders de versierde gans aan en maakt een

groet, waarbij knieën en hoofd den vloer aanraken. Dan volgt hij

de makelaarster naar een binnenvertrek en aanschouwt zijn bruid,

die met ernstig gelaat en terneergeslagen oogen daar staat en

weinig schik in de vertooning schijnt te hebben. Driemaal buigen

zij heel diep voor elkaar, dan drinken zij driemaal uit twee door

een zijden lint verbonden bakjes van kalebassen gesneden en verlaten

elkaar. Nadat beide van bovenkleeren gewisseld hebben ontmoeten zij

elkaar in een ander vertrek in tegenwoordigheid van de makelaarster

(de wederzijdsche ouders zijn niet tegenwoordig bij de plechtigheid),

drinken een kopje thee, maar na eenige minuten moet de jonge vrouw

vertrekken. In een draagstoel brengt men haar naar de woning van

haar schoonouders, waar zij haar compliment maakt en geschenken,

bestaande uit dadels en gedroogd fasantenvleesch uitdeelt. Eveneens

met geschenken beladen keert zij terug naar haar ouderlijke woning,

waar zij met haar man eenige dagen blijft, om dan voor goed haar

intrek te nemen in de woning van haar schoonouders, waar zij zich de

gunst moet trachten te verwerven van haar schoonmoeder.

Bij 't hooren van dit verhaal kon ik niet nalaten aan Mr. Pak-ki-ho te

vragen of 't nooit voorkwam dat een vrouw zich tegen deze slavernij

verzette en zelve een keuze wilde doen. Hij schudde heel beslist met

zijn hoofd van neen en verwees mij naar de uitspraak van Confucius,

die verklaart dat een vrouw geen ziel heeft en niet competent is om

te denken.

O strijders voor de rechten der vrouw, welk een maagdelijk arbeidsveld

is Korea voor u!

Thans maakt Korea aanspraak op den naam van onafhankelijk

Keizerrijk. In 1897 kende de vorst zichzelf den keizerlijken titel

toe; de naam Chosen werd veranderd in dien van Tä-Han (Groot Han). De

"morgenkalmte" heeft moeten wijken voor "grootheid". Vertegenwoordigers

werden naar de Europeesche hoven gezonden en die van de Westersche

mogendheden vriendschappelijk ingehaald binnen Seoul's muren; in

één woord, 't jongste der keizerrijken proclameerde officieel zijn

onafhankelijkheid.

Een van de eerste teekenen daarvan was de oprichting van de zoogenaamde

"Onafhankelijkheidspoort", honderd meter voorbij de oude poort waar

de jaarlijksche schatting betaald werd.

Telegraaflijnen doorkruisen 't land. Reeds is de hoofdstad met de

kust verbonden door een spoorlijn, terwijl meerdere in aanleg zijn;

stoomvaartverbindingen zijn tot stand gekomen, op elk gebied worden

verbeteringen en hervormingen voorgenomen.

(De Keizer drijft de vereuropeesching zelfs zoover, dat hij een

morganatisch huwelijk met een Amerikaansche dame sloot).

De keizerlijke huishouding staat onder toezicht van een Duitsche

dame, Fräulein S., die eenige europeesche koks onder zich heeft, want

tegenwoordig prijken fransche menu's op de feestmaaltijden ten hove.

Over den harem heerschen een engelsche en een amerikaansche doktores.

Maar zoo voor 't uiterlijk alles couleur de rose lijkt in Korea,

inwendig doorloopt 't land een beroering, waarvan de crisis niet meer

ver kan zijn.

Door de invloeden van buiten is de zucht tot afschudden van 't

slaafsche juk wakker geworden bij 't volk.

Onder den naam van Independenten hebben zij zich vereenigd, die

vooruitstrevenden! Geduldig hebben zij soms dagen lang zitten wachten

aan de poorten van het paleis, ten einde hun smeekschrift om heropening

der Independenten-club en afzetting van eenige invloedrijke beambten,

die naar hartelust hun macht misbruikten voor oneerlijke handelingen,

persoonlijk den Keizer te overhandigen.

Tegenover deze partij staan de Tong-haks, de ultra-conservatieven,

wier wachtwoord is: "Korea voor de Koreanen". Zij noemen zich "de

Vereeniging van Oostersche Wijsheid", hun doel is allen buitenlandschen

invloed te weren.

Tijdens het schrikbewind van den Tai-Wen-Kun bloeide deze vereeniging

(o. a. de moorden op zendelingen moet men haar wijten). Thans is

haar macht gebroken, al hoort men nu en dan nog flauwtjes van kleine

oproertjes door de leden veroorzaakt. De Mapu's scharen zich aan de

zijde der Tong-haks, zonder hun fanatisme te deelen.

Reeds is het tot botsingen gekomen tusschen de Independenten en de

Mapu's. Velen vonden den weg naar de gevangenis, maar 't zaad is

gestrooid en de vrijheidsgeest opgewekt. Tijdens een bezoek dat wij

aan de gevangenis te Seoul brachten, konden wij ons hiervan overtuigen.

Die inrichting overtrof verre de verwachtingen; alles was er zindelijk

en netjes, ruime binnenplaatsen gaven voldoenden toevoer van versche

lucht, en al waren de hokken van de gevangenen naar onze begrippen

veel te klein, laag van dak en donker, vergeleken bij een Koreaansche

woning konden zij de vergelijking zeker goed doorstaan. Maar ik haast

mij er bij te vertellen, dat deze inrichting onder europeesch toezicht

is gebouwd en eerst een maand geleden in gebruik werd gesteld.

De galg, ook geheel volgens 't nieuwste systeem ingericht, had slechts

eenmaal dienst gedaan; thans zaten vier ongelukkigen in afwachting

van hun straf, achter ijzeren tralies hun onmisbare pijp te rooken.

Maar ik dwaal af. Ik wilde vertellen van een jong politiek gevangene,

een lid van de club der Independenten, die zijn leven daar moest

slijten omdat hij zich niet vereenigen kon met 't Confuciaansche

voorschrift uit 't kinderschoolboekje: "Maar wee hem die zegt, dat de

vorst onrechtvaardig handelt, hij zal als een vijand behandeld worden".

Hij was een jonge man, een aristocraat en sprak vlot Engelsch, en daar

zijn bewaarders hem niet verstonden, evenwel teveel ontzag voor zijn

stand hadden om hem te beletten met ons te spreken, kon hij vrij uit

zijn meening zeggen.

Zijn verstandige oogen schitterden van heilig vuur, toen hij vertelde

van 't streven naar vrijmaking van 't Koreaansche volk.

Die jonge man en zijn geestverwanten vertegenwoordigen het Korea

der toekomst, in hen schuilt de macht het volk op te heffen tot een

ontwikkeling van kracht, een herleving van energie, die het een plaats

doet innemen onder de volken met een zelfstandig bestaan, een natie

die niet ten onder gaat, die streeft naar algemeene ontwikkeling.

Rondom Korea woelt en bruist 't niet minder, politieke typhoons dreigen

't evenwicht te verstoren. Zoo zwaar pakken de wolken zich te zamen,

dat diplomatieke zonnestralen er haast niet vermogen door te dringen.

Het middenpunt van deze stormen is het jonge keizerrijk, de prinses

uit het sprookje, die zoo lang sliep in haar paleis.

Zie eens hoe alle mogendheden haar 't hof maken, hoe ze om strijd

hun diensten aanbieden, terwijl ze in zichzelven tot prijs daarvoor

wenschen...... de jonge prinses zelve.

Maar zij kan niet anders doen dan beleefd glimlachend haar gunsten

gelijkelijk onder hen verdeelen en hun diensten aannemen.

Aan Frankrijk werd de zorg voor de posterijen opgedragen, aan Amerika

die voor het leger, aan Rusland de scheepvaart langs de kusten. Japan

en Amerika leggen spoorwegen aan, Engeland en Duitschland beheerschen

den handel.

Nu in de laatste jaren de onderlinge dienstvaardigheid in afgunst is

ontaard, wordt het de prinses wel een beetje benauwd om 't hart. Toch

bestaat haar groote kracht in haar zwakte; zij drijft op 't politiek

evenwicht, als zij partij kiest is zij verloren.

En 't gevaar voor een onderlinge overeenkomst tusschen de europeesche

mogendheden is vooral door de dreigende houding van Rusland tegenover

Japan zeer verminderd.

Rusland gaat doodkalm voort, evenals 't in Manschoerije deed,

gewichtige punten in Korea te bezetten, leger en vloot in 't Oosten

te concentreeren.

Reeds hebben duizenden Koreanen zich in 't Amoer-gebied als kolonisten

gevestigd; daarentegen trekken russische kolonisten over de koreaansche

grenzen en vestigen er zich als landbouwers.

Door de bezetting van Masampo (gelegen aan de zuidkust, eenige uren

van Fusan), Tschinampo in 't westen, en Wiyu (aan de Yalu-rivier)

heeft Rusland een verbinding gekregen van Wladiwostock en Port-Arthur

en is 't in staat Korea's kusten te beheerschen. Tevens belet het

de Japanners den vrijen toegang tot Korea, want de Russische Beer

ducht de onmiddellijke nabijheid van de kleine mannetjes uit 't land

van de Rijzende Zon. Voor Japan daarentegen is het bezit van Korea

een levenskwestie.

Japan's bevolking neemt dusdanig toe dat expansie dringend noodig

is. Reeds is er gebrek aan grond voor landbouw in Japan, reeds trekt

het een der hoofdbestanddeelen van de volksvoeding, nl. boonen, uit

Korea, terwijl dit land ook voor den Japanschen handel een geschikt

terrein blijkt te zijn.

Maar Korea's sympathie is niet voor Japan. De geschiedenis van Japan

leert ons, dat sinds eeuwen de eenige aanraking met Korea plaats had

door 't zenden van legermachten.

Reeds in de derde eeuw na Chr. rustte de Keizerin van Japan, Jingo, een

expeditie naar Korea uit en onderwierp het land aan haar gezag. Tot

aan 't eind der veertiende eeuw bleven de verhoudingen die van

onderdanigheid van Korea's kant: jaarlijks trokken afgezanten naar

Japan om schatting te betalen.

Maar daarna werd de chineesche invloed overheerschend, totdat in 1592

Hideyoshi Japans invloed trachtte te herwinnen door zes jaar lang

Korea moordend en roovend te doorkruisen met zijn legermacht. Niet

alleen dat hij hierdoor zijn doel niet bereikte, maar hij liet een

gevoel van nationale haat en beleediging achter, die sedert zijn

blijven voortleven.

Ziedaar in enkele woorden een overzicht van den toestand waarin het

land zich bevindt. Laten wij van harte hopen dat de donkere wolken

zullen optrekken en het land niet gebruikt zal worden tot terrein

waarop internationale vijandelijke gevoelens worden uitgevochten. Moge

eenmaal Korea weer den naam aannemen van Chosen "Kalmte van den morgen"

en de dageraad van onafhankelijkheid in den waren zin des woords voor

haar aanbreken.

De dagen van ons verblijf in Korea zijn omgevlogen en 't is met

weemoed dat wij het uur van vertrek hooren slaan. Ik neem een gevoel

van medelijden mee voor de patriarchale figuren in hun witte kleedij,

die nu huns ondanks deel zullen moeten nemen in den vurigen strijd

om zelfbehoud in 't woelige werelddrama.

Wij hebben afscheid genomen van de twee duitsche officieren, die van

Seoul direct doorreizen naar hun garnizoen te Tientsin, waar wij hen

hopen terug te zien.

Het afscheid van Mr. Pak-ki-ho zal van langeren duur zijn. We

wenschen hem toe dat zijn land meer en meer bereisd mag worden

door vreemdelingen, en dat hij in de gelegenheid gesteld blijve

hen met evenveel ijver en nauwgezetheid in te lichten omtrent de

bezienswaardigheden van dit interessante land.

Dan voert de trein ons weder naar Chemulpo en begeven wij ons

('t gezelschap is nu tot vier Europeanen gedaald) met Chang en den

japanschen boy van onze duitsche reisgenooten, aan boord van een

russischen stoomer de Argun die ons langs de noordelijke oevers van

den golf van Petschili naar Manschoerije en China zal voeren.

AANTEEKENING

[1] De ginseng-wortel (Panak quinquefolium) wordt door de Koreanen en

Chineezen algemeen als medicijn en versterkend middel gebruikt. De

roode ginseng wordt, als zijnde de meest gezochte, zoowel ingelegd

als gedroogd of met andere kruiden gemengd, in groote hoeveelheden

uitgevoerd, vooral naar China.

Reisherinneringen uit Korea en China De Aarde en haar Volken, 1904 · 第 4 / 4 段