zoo gulle vriendelijkheid ontvangen was; maar in plaats van naar
Hermosillo te gaan en mij aldaar in te schepen naar Guaymas, gelijk
eerst mijn voornemen was geweest, maakte ik met den Arendskop een
uitstapje naar Apacheria, een uitstapje, gedurende hetwelk het toeval
mij getuige deed zijn van een aantal buitengewone voorvallen, die ik u
misschien later zal mededeelen, als het blijken zal, dat dit verhaal u
niet al te zeer heeft verveeld.
EINDE.
INHOUD.
INLEIDING.
DE VADERVLOEK.
Bladz.
1. Hermosillo 1.
2. De haciënda del Milagro 7.
3. Het vonnis 12.
4. De moeder 18.
I. EDELHART.
1. De prairie 24.
2. De jagers 29.
3. Het spoor 34.
4. De reizigers 39.
5. De Comanchen 44.
6. De redder 49.
7. De verrassing 54.
8. De Indiaansche wraak 59.
9. De schim 64.
10. De verschansing 69.
11. De koop 74.
12. Psychologie 79.
13. De bijenjacht 83.
14. De Zwarte Eland 89.
15. De bevers 94.
16. Verraad 99.
17. De Arendskop 105.
18. Nô Eusébio 110.
19. De raad der opperhoofden 115.
20. De marteling 120.
II. OUAKTEHNO.—HIJ DIE DOODT.
1. Edelhart 127.
2. De roovers 132.
3. De zelfopoffering 137.
4. De doctor 142.
5. Het verbond 147.
6. De laatste aanval 151.
7. Het gevecht 156.
8. De grot van den Kopergroen 160.
9. Staatkunde 165.
10. Tweestrijd 170.
11. De gevangenen 176.
12. De krijgslist 180.
13. De wet der prairiën 185.
14. De straf 190.
15. De vergiffenis 197.
Naschrift.
AANTEEKENINGEN
[1] De lasso is een lang werptouw, een soort van slinger, waarmede de
Mexicanen hunne koeien en paarden opvangen.
[2] Waarmede de bevers gevangen worden.
[3] Om aan de belangstelling onzer lezers te voldoen, geven wij hier
deze redevoering in het oorspronkelijke, als een proefje van de taal
der Comanchen.
Meegvoitch kitchée manitoo, kaigait-kee zargetoone an nishinnorbay
nogomé, shafhijyar payshik artawway winnin tercushenan, cawween kitchée
morgussey, an nishinnorbay nogomé, cawwickar indenendum Kaygait kitchée
muskowway geossay haguarmissey waybenau matchée oathy nee zargetoone
saggonash artawway winnin kaygait hapadgey kitchée morgussey an
nishinnorbay; kaig notch annaboikassey nennerwind mornooch towvach nee
zargey debwoije kee appayomar, cuppar bebone nepewar appiminiqui omar.
[4] Met deze formule eindigt elke redevoering bij de Indianen.
[5] Dit geheele tooneel is geschiedkundig; de schrijver heeft een
dergelijke strafoefening in Apacheria bijgewoond.