[1] Deze burcht werd in 1024 door Keizer Koenraad II gesticht en door
Frederik Barbarossa in 1158 vergroot.
[2] Een oude gulden had 100 kreutzer; 49 kreutzer was 1 mark.
[3] De "mooie bron" is in Gothischen stijl gebouwd, 1385-1396,
en is versierd met vele standbeelden; die op het onderste gedeelte
stellen de 7 keurvorsten en 9 helden voor, daarboven zijn Mozes en de
7 profeten afgebeeld. In het ijzeren hek, dat dit waterwerk omgeeft,
is op kunstige wijze een kleine, beweeglijke ring gesmeed. Vert.
[4] Dürer ontwierp later zijn teekeningen meestal op groenen of
grijzen grond, teekende met de pen en zette de lichten aan met witte
verf. Vert.
[5] In Boheme: Theodoric van Praag, Nicolaas Wurmser, Thomas van
Mutina.
[6] De bloeitijd der Oud-Neurenbergsche school was in de 14e eeuw--die
van de school van Keulen iets later, de belangrijkste namen daaraan
verbonden zijn meester Wilhelm en meester Stephanus 1451. Men vindt
een schilderij van dezen laatste in de koorkapel van den Keulschen dom.
[7] Aan Brugge komt de eer toe de gebroeders van Eyck tot woonplaats te
hebben gediend en hun meesterwerken te zien ontstaan; zij verbeterden
de verven door toebereiding met olie. Ook Memlinc woonde te Brugge
en schonk zijn beroemde Ursulakast aan het St. Janshospitaal aldaar;
hij stierf in 1499. (Vert.)
[8] Martin Schongauer of Martin Schön 1420-1488 (Zwaabsche school)
leerling van Rogier van der Weyden, werd van goudsmid kopergraveur
en schilder, en vereenigde een schitterend koloriet met fijnheid en
zekerheid van lijn en vorm. (Vert.)
[9] Venetië was voor Neurenberg en Augsburg het tusschenstation voor
den handel met het Oosten. (Vert.)
[10] "Wat God mij doet, dat is mij goed."
[11] De rijksinsignes en kleinoodiën werden gedeeltelijk te Aken en
gedeeltelijk te Neurenberg bewaard; ze bestonden uit: de kroon, den
zilveren schepter, den gouden rijksappel, twee ringen, twee zwaarden,
een degen, een evangelieboek enz. en deden dienst bij de kroning
des Keizers.
Tot de rijkskleinoodiën, die te Neurenberg in de Hospitaalkerk van
den H. Geest werden bewaard, behoorde o. a. een mantel met een met
goud gestikt Arabisch schrift van 41 woorden in parelen gevat en in
1133 door de Siciliaansche Arabieren voor de kroning van Koning Roger
van Sicilië gemaakt.
[12] Maximiliaan wilde Karel VIII dwingen Italië te ontruimen.
[13] Volgens Vasari was Margaritoni van Arezzo in de 13e eeuw de
eerste die op doek schilderde; hij nam daartoe doek op een paneel
geplakt en met pleister overdekt. Vert.
[14] Dit was een kleine kopergravure met het opschrift: (Rome het
hoofd der wereld). Op den achtergrond ziet men den Engelsburg en den
Tiber en in het midden staat een vrouwelijk monster: een der voeten
is een bokspoot, de andere een gierenklauw en de rechterarm eindigt
in den poot eener kat. Een staart met een drakekop aan het eind en
een ezelskop op de schouders volmaken het afschuwelijk geheel. Het
volk begreep terstond de bedoeling en noemde het den "Pausezel."
[15] Het Andreaskruis van het heilige Vlies of van de Vliesridders
werd ingesteld door Filips den Goede bij gelegenheid van zijn huwelijk
in 1520 en schonk vele privilegiën. Vert.
[16] Vaarwel, vrome ziel! Heer, geef hem de eeuwige rust en laat uw
onvergankelijk licht hem bestralen!
[17] Ik kwam, ik zag, ik overwon.
[18] Het bedoelde monogram bestond uit een kleine D in een groote A.
[19] De Signoria had het voorzitterschap in de drie hoogste
staatslichamen: de groote raad, de senaat en het collegium. De tot
de senaat behoorende raad van tienen bestond uit tien raadsleden en
de Signoria. Na hun raadsbesluiten kon men niet in appèl komen. Vert.
[20] Keizer Rudolf II kocht later het stuk voor een aanzienlijke som
en liet het, om het voor beschadigingen te vrijwaren, door vier sterke
mannen op de schouders van Venetië naar Praag dragen.
[21] Nadat Keizer Rudolf II tevergeefs 10000 gulden had geboden voor
dit schilderij, waarvoor haar maker 200 gulden had ontvangen, kwam het
voor een nog grootere som in het bezit van den keurvorst Maximiliaan
van Beieren. Dürers hoop, dat voor het werk een lange toekomst was
weggelegd, werd niet vervuld, want in den nacht van den 10den April
1674 werd het kunstwerk bij een brand door de vlammen vernield.
[22] Dit was een afscheidsdronk der stervenden met hun bloedverwanten,
in gebruik gekomen sedert de middeneeuwen, en ontleend aan de
afscheidswoorden van Jezus in het Evangelie van Johannes.
[23] In de vasten van het jaar 1517 had Luther het "Onze Vader" in
preeken verklaard en een zijner toehoorders had deze opgeschreven
preeken spoedig daarna in druk doen verschijnen.
[24] "De afgeschaafde hoek"--("de afgemaakte Eck".)
[25] Dürer had helaas met zijn leer over de vestingwerken weinig succès
en oogstte geringen dank. Een later geslacht bracht hulde aan zijn
ideeën op dit punt. Straatsburg bouwde volgens Dürers aanwijzingen zijn
vestingwerken bij de Kronenburger poort. En nu nog heeft Dürers gezag
waarde en liggen zijn beschouwingen ten grondslag aan het zoogenaamd
nieuw-pruisisch systeem der vestingbouwkunst.