INLEIDING

In de andere deelen van deze "Studies" [1], heb ik mij voornamelijk

bezig gehouden met de geslachtsdrift met betrekking tot haar voorwerp

en ik heb derde personen buiten beschouwing gelaten, evenals de

invloeden der omgeving, die toch machtig inwerken op die drift en hare

bevrediging. Wij kunnen echter niet zonder meer deze betrekking van

de geslachtsdrift tot derde personen en tot de maatschappij in haar

geheel, met al haar van ouds ingestelde tradities, voorbijgaan. Wij

moeten het geslacht beschouwen in zijn betrekking tot de maatschappij.

Daarbij zullen wij, beknopter dan in die andere deelen, de vele

en belangrijke vraagstukken, die zich aan ons voordoen, kunnen

behandelen. Bij de beschouwing van de meer speciale vragen der

sexueele psychologie betraden wij een verwaarloosd gebied en het was

noodzakelijk een zorgvuldige en nauwkeurige analyse door te voeren,

zooals in vele opzichten nog nooit tevoren op deze kwesties beproefd

was. Maar als wij komen aan de betrekkingen tusschen geslacht

en maatschappij, behoeven wij voor het meerendeel niet zulk een

verwaarloozing te ontmoeten. Het onderwerp van ieder hoofdstuk

in dit deel zou gemakkelijk het onderwerp kunnen uitmaken van

een afzonderlijk deel en heeft dat ook dikwijls uitgemaakt; en de

literatuur over vele van deze onderwerpen is al zeer uitgebreid. Het

zal daarom mijn voornaamste doel zijn, niet om feiten op te sommen,

maar om beurtelings ieder onderwerp zoo duidelijk en beknopt mogelijk

te behandelen met betrekking tot die grond-principes van de sexueele

psychologie, die--voor zoover de gegevens het toelaten--in de andere

deelen zijn uiteengezet.

Het kan misschien aan sommigen toeschijnen, dat ik mij bij deze

uiteenzetting had moeten bepalen tot het tegenwoordige en dat ik

niet ook een zoo ruimen blik had moeten slaan op den loop van de

geschiedenis der menschheid en de tradities van het geslacht. Het zou

vooral wel kunnen schijnen, dat ik te sterk den nadruk gelegd heb op

den invloed van het Christendom op het vormen van sexueele idealen en

het ontstaan van sexueele instellingen. Dat, ik ben er van overtuigd,

is een dwaling. Het is omdat deze dwaling zoo dikwijls begaan is, dat

de bewegingen van vooruitgang onder ons--bewegingen die nooit in eenige

periode van de geschiedenis der maatschappij kunnen ophouden--door

velen zoo ernstig worden misverstaan. Wij kunnen aan onze tradities

niet ontkomen. Een "eeuw van het verstand" is er nooit geweest en kan

er nooit zijn. De ijverigste zoogenaamde "vrijdenker", die naar hij

meent het gezag van het Christelijk verleden geheel afwerpt, staat

nog onder den invloed van dat verleden. Als de tradities daarvan hem

niet geheel en al in vleesch en bloed zijn overgegaan, dan zijn zij

toch samengeweven met de maatschappelijke instellingen waarbij hij

is opgegroeid en zij werken in zelfs op zijne wijze van denken. De

nieuwste wijzigingen in onze instellingen hebben onvermijdelijk den

invloed ondervonden van den vroegeren vorm van die instellingen. Wij

kunnen ons niet duidelijk voor oogen stellen waar we zijn, nòch waar

we heen gaan, als we niet weten waar we vandaan komen. Wij kunnen de

beteekenis van de veranderingen om ons heen niet begrijpen en wij

kunnen ze niet met hoopvol vertrouwen onder de oogen zien, als wij

niet bekend zijn met de richting van de groote stroomingen, die alle

beschaving in eindeloozen kringloop voortbewegen.

Bij de uiteenzetting der sexueele vragen, die in zeer ruime mate

aangelegenheden zijn van maatschappelijke hygiëne, zullen wij ons

dus nog op psychologisch standpunt stellen. Zulk een standpunt

ten opzichte van deze zaken is niet alleen gewettigd, maar ook

noodzakelijk. Uiteenzettingen over maatschappelijke hygiëne, die

zuiver medisch zijn of zuiver juridisch of zuiver moreel of zuiver

theologisch leiden niet alleen tot conclusies, die dikwijls lijnrecht

tegenover elkaar staan, maar ze leenen zich klaarblijkelijk niet

tot toepassing op de samengestelde menschelijke persoonlijkheid. De

voornaamste taak, die wij voor ons hebben, moet zijn vast te stellen

wat de gezamenlijke behoeften en ideeën van beschaafde mannen en

vrouwen het best uitdrukt en bevredigt. Zoo dat, terwijl wij wel

voortdurend medische, wettelijke en moreele eischen in het oog moeten

houden--die alle in sommige opzichten beantwoorden aan de eene of

andere persoonlijke of maatschappelijke behoefte--het toch hoofdzaak is

te voldoen aan de eischen van de geheele menschelijke persoonlijkheid.

Wij moeten op dit standpunt den nadruk leggen, omdat het wel

eens schijnt, dat geen dwaling méer voorkomt onder hen, die over

hygiënische en moreele sexueele vraagstukken schrijven, dan deze,

dat zij het psychologisch standpunt buiten beschouwing laten.

Zij zullen b.v. staan aan de zijde van beperking op sexueel gebied

of aan de zijde van het emancipeeren, maar zij stellen zich niet

duidelijk voor oogen, dat zulk een eng punt van uitgang niet voldoet

aan de behoeften van samengestelde menschelijke wezens. Van het

meer-omvattend psychologisch standpunt erkennen wij, dat wij aan

elkaar tegenover gestelde aandriften, die beide evenzeer gronden in

het menschelijke psychische organisme, tot samenwerking moeten brengen.

In de andere deelen van deze "Studies" heb ik getracht mij te

onthouden van het uitdrukken van eenige persoonlijke meening en,

voor zoover dat mogelijk was een volkomen objectieve houding te

handhaven. In deze poging ben ik, naar ik vertrouw, geslaagd, als

ik mag oordeelen uit het feit, dat ik bewijzen van sympathie en van

goedkeuring ontvangen heb van alle soorten van menschen, niet minder

van den rationalistischen vrijdenker dan van den orthodoxen-geloovige,

van hen, die onze meest heerschende ethische beschouwingen deelen,

zoowel als van hen, die ze verwerpen. Zoo moet het ook zijn, want

wat ook onze maatstaf ter bepaling der waarde van gevoelens en van

levensgedrag is, het moet altijd nuttig voor ons zijn te weten,

wat precies de gevoelens zijn van menschen en hoe die gevoelens

strekken om in te werken op hun gedrag. In dit deel echter, waar

maatschappelijke tradities noodzakelijk in overweging moeten komen

en waar wij den groei van deze tradities in het verleden en hun

waarschijnlijke ontwikkeling in de toekomst uiteen moeten zetten,

daar heb ik niet de hoop, dat de objectiviteit van mijn houding den

lezer even duidelijk zal zijn. Ik moet hier vaststellen, niet alleen,

wat de menschen feitelijk voelen en doen, maar welke neiging tot

ontwikkeling naar mijn meening hun voelen en hun handelen heeft. Dat

is alleen maar een kwestie van appreciatie, met hoe ruimen blik en

hoe voorzichtig men zich ook daartegenover stelt; het kan geen zaak

zijn van absoluut bewijs. Ik hoop, dat zij, die mij vroeger gevolgd

zijn, nog geduld met mij zullen hebben, zelfs als het hun onmogelijk

is altijd de conclusies aan te nemen, waartoe ik zelf gekomen ben.

De psychologie der sexen: De sexen in hare verhouding tot de maatschappij · 第 6 / 71 题