Hesse bromde: "De kelder."

Nu stonden ze alle vier even paf!

Die Hesse!

Zoekt die 'n kelder?

Aha! dan zou 't toch nog wat bizonders geven!

Nu hielpen ze als razenden mee om 'n luik te vinden.

"Wéét je, of er één is?" vroeg Henk.

"Het moet er zijn," antwoordde Hesse.

Die woorden schenen voor de anderen voldoende om met razende drift

den ganschen torenbodem leeg te ruimen.

Wel kwamen er groote zerken bloot, maar van 'n kelder geen sprake!

Ten minste....

Hesse ging al die zerken één voor één onderzoeken maar hij vond niets.

Plotseling viel zijn oog op de kisten onder de trap. Onmiddellijk

begonnen ze die weg te sjorren.

Al eerder hadden ze gezien, dat die kisten niets geheimzinnigs

bevatten, louter papieren, geel en gerimpeld.

Nauwelijks waren de kisten weggeschoven, of Hesse wierp zich weer

op de knieën om den vloer schoon te maken en--eensklaps hoorden de

jongens hem een kreet slaken. Hesse lag met z'n neus op den steen en

toen de ridders bij hem stonden, hief hij 't hoofd op en toonde aan

al de verbaasde oogen 'n ring.

"Hier is de toegang," zei Hesse met heesche stem.

En allemaal zagen ze bleek.

't Zou dan toch nog geheimzinnig worden!

Hesse trok aan den ring.... Wibbe en Hesse rukten.... Wibbe, Hesse

en Kees spanden zich geducht in.... Wibbe, Hesse, Kees, Jan en Henk

probeerden met vereende krachten de zerk op te lichten....

Ze kregen er geen beweging in.

"Misschien is die steen in geen honderd jaar opgetild," zei Henk.

"Hij móét!" antwoordde Hesse, "laten we een dunne paal zoeken, die

we door den ring steken."

Ze zochten 'n dunne paal!.... ze vonden er één! Die werd door den

ring geschoven.... één eind op den vloer.... alle vijf 't andere eind

opgetild!.... Mis!.... Nog eens!.... nog eens!....

"Hij beweegt!" gilde Hesse.

Méér kracht!.... daar gaf de zerk mee!.... één twéé!.... één rand

kwam omhoog.... nu zakte de steen weer.... nog eens tillen!.... daar

was hij!.... vooruit!.... acht handen schoven den steen over den

vloer.... verder.... verder!

Er werd 'n opening zichtbaar.... 'n trap....

Voor tien opengesperde oogen vertoonde zich 'n onderaardsche ruimte....

De ridders van den halven toren · 第 41 / 77 题