Kees: Misschien vinden we er geraamten!
Jan: Of kisten met goud!
Wibbe: Ik denk ratten en duizendpooten.
Hesse: Wat zijn jullie toch akelig! Schei er dan uit, ik kan 't
best alleen.
Toen lachte Henk en hij rijmde: "Zit nou niet te morren, we vinden
er gouden torren!"
Jan: Satijnen en fluweelen lorren!
Kees: Je hoort de voorwereldlijke dieren knorren!
Wibbe: We vinden er kabouters met groote baarden en lange snorren.
Hesse: Al spotten jullie nòg zoo, ik blijf jullie porren.
Vroolijk trokken ze af, Hesse vol vertrouwen, dat ze binnen 'n week in
den toren zouden zijn. En ondanks alles, zag hij er in z'n verbeelding
vreemde dingen gebeuren.
Nog verscheidene avonden werd 't groote werk voortgezet.
Wèl ontstond er 'n lief gaatje, maar vooreerst zou er geen van de
vijf door kunnen.
Toen stierf de heer Bribon....
En toen....