Eindelijk kwam er eens 'n avond, dat Hesse en Wibbe lust voelden om
weer naar den toren te gaan.
Dat gebeurde in de schemering.
Eerst voerden ze er 'n paar beitels en 'n hamer heen, toen 'n dik
stuk ijzer.
Dit werkten ze in de schuine spleet boven 't stuk steen, dat los
zat. Met d'r tweeën gebruikten ze 't ijzer als hefboom en zoodoende
kregen ze wel beweging in den steen, maar op zij of voorover kregen
ze hem niet.
Dat viel niet mee!
Na kort beraad besloten ze eerst de spleet breeder te maken--
misschien konden ze dan méér kracht zetten of door middel van 'n haak
aan een touw den steen omhalen.
Dat breeder maken lukte niet heel schitterend! Het schoot maar heel
langzaam òp, en 't gerucht door 't hakken veroorzaakt, dwong hen,
telkens rond te kijken en op te houden als ze 'n gevaarlijke storing
verwachten.
Ontnuchterd keerden ze dien avond huiswaarts. Ze begonnen nu pas
te begrijpen, dat 't zoo heel gemakkelijk niet gaat, 'n ouden toren
binnen te dringen.
Ook de volgende avonden lukte 't plan niet. Wel werd de spleet breeder,
maar ook nu konden ze 't brok steen niet òm krijgen.