Dien zelfden avond maakten de twee jongens hun huiswerk, maar elk op
z'n eigen manier.
Het viel Wibbe niet moeilijk alles in korten tijd af te krijgen,
maar Hesse ploeterde. Méér dan vroeger bleek nu toch, hoe ver de
jongen bij z'n vriend achter stond, vooral in rekenen. Juist door z'n
ongeregeld schoolgaan zag 't er bij dat vak treurig uit. Voor 't raam
op z'n aardig kamertje probeerde Hesse de noodlottige vraagstukken
te doorgronden.
Hij zat er alleen, want volgens den uitdrukkelijken wensch van den
notaris, moesten beide jongens 't werk afzonderlijk maken.
Hesse had 't taalwerk af, wèl met de noodige krassen en vlakken,
maar toch klaar. 't Rekenen hield hem langer bezig en dat was 'n
heele hijsch voor den ongeduldigen Hesse, niet gewend om ooit veel
huiswerk te maken.
Al tweemaal had hij 't potlood tegen den muur gesmeten en 't velletje
papier verscheurd. Grimmig liep hij dan 't kamertje rond om z'n
ongeduld bot te vieren.
Dan begon hij opnieuw, probeerde met grooten ijver de oplossing
te vinden, maar de zon scheen zoo mooi en in de boomen zag hij de
vogels....