ANTIPHOLUS VAN SYRACUSE. Voor mij gemaakt, heer? 'k Heb hem niet
besteld.
ANGELO. Niet eens of twee keer, maar wel twintigmaal.
Ga, neem hem, en verras uw vrouw er mee;
Ik hoop van avond bij u aan te komen
En haal dan voor den ketting zelf het geld.
ANTIPHOLUS VAN SYRACUSE. Ontvang, heer, liever thans het geld,
want anders
Ziet gij misschien noch geld noch ketting ooit.
ANGELO. Gij drijft den spot er mee. Tot weerziens, heer!
(Angelo af.)
ANTIPHOLUS VAN SYRACUSE. Een vreemd geval! wat is dit nu alweer?
Dit weet ik slechts: geen mensch zoo dwaas, die niet
Een gift aanvaardt, die men zoo hoff'lijk biedt.
En ik erken, hier is nog wel te leven,
Als vreemden zoo maar gouden ketens geven.
Doch naar de markt, en Dromio gewacht;
Want zeilt een schip, dan reis ik voor de nacht.
(Antipholus van Syracuse af.)