V.

Het was in het begin van December. Men verwachtte de terugkomst van

den president, die een reis door het Zuiderdepartement maakte. Het

gemeentebestuur maakte toebereidselen voor eene schitterende ontvangst

van het hoofd van den staat. De president moest van den weg van

Leogane komen. Daar werd bij eene brug een eerepoort opgeslagen,

die de verbazing van alle wandelaars en straatslijpers opwekte. Het

was dan ook erg mooi! Aan de zijde naar den weg had de heer Colbert

Lochard een dragonder geschilderd met een sabel in de vuist, nevens

eene Ceres. Eene Minerva prijkte tegenover een tirailleur. De andere

zijde van den triomfboog was niet minder prachtig versierd. De blikken

der voorbij trekkende ossen werden onaangenaam getroffen door het

vuurroode kleed der Gerechtigheid, die een weegschaal in de rechter-

en een zwaard in de linkerhand hield.

Eindelijk, na herhaald uitstel, brak de lang verwachte dag aan. Op

den twaalfden December waren de bewoners der hoofdstad reeds met het

krieken van den morgen op de been. Uit hun drukte, hun ongeduld, hun

fraaie kleeding bleek genoegzaam, dat de terugkomst van den eersten

overheidspersoon voor deze lieden eene gebeurtenis van gewicht

was. Terwijl eene dichte schare zich op den weg nabij de eerepoort

verdrong, weergalmde eensklaps het salvo uit de kanonnen van het fort

Bizoton, dat de komst van den president aankondigde.

Hij zat te paard en reed, gevolgd door zijne adjudanten, in snellen

draf tot voor de eerepoort, waarboven zijne eigene beeltenis in hout

prijkte, met de eene hand de nationale vlag vasthoudende en met de

andere de grondwet verkreukelende. Onder dat beeld was het opschrift

te lezen:

aan Nissage Saget.

bewijs van genegenheid, de dankbare stad

Port-au-Prince.

Het orkest boven op den triomfboog geplaatst, blies uit al zijn

macht; de menigte juichte en jubelde. De burgemeester, omringd door

de leden van den raad, wachtte te paard onder de eerepoort. Toen

het een weinig stil was geworden, hield hij eene lange aanspraak,

waarnaar de president, ondanks de brandende zonnestralen, tot den

einde toe aandachtig luisterde, en waarop hij met eenige woorden

antwoordde. Daarop begon het geschreeuw op nieuw. De president steeg

toen van zijn paard, omhelsde den burgemeester, de raadsleden en

verdere officieele personen, benevens zijne vrienden en kennissen,

die hij onder de menigte herkende, en vervolgde te voet zijn weg naar

een huis, waar een collation voor hem gereed stond. Na zich hier wat

verkwikt te hebben, verliet Nissage Saget deze gastvrije woning, en

begaf zich met zijn gevolg onder het aanhoudend gejuich der menigte

naar de kathedraal, waar een Te Deum gezongen werd, en vervolgens

naar het Palais-National. In den namiddag werden de autoriteiten en

voornaamste inwoners bij hem toegelaten; en 's avonds was de geheele

stad geïllumineerd, terwijl op verscheidene plaatsen vuurwerk werd

ontstoken. Tot laat in den nacht heerschte op straat eene ongewone

en luidruchtige drukte.

De vrouwen van Haïti onderscheiden zich door eene zachte vleiende stem,

fraaie gitzwarte haren en eene sierlijke taille; zij zijn blank,

geel of, voor het meerendeel, zwart. De vermogende aanzienlijke

dames overdrijven in haar kleeding de parijsche modes, en vertoonen

zich op straat gedost in de kostbaarste stoffen en overladen met

allerlei versierselen. In huis dragen zij doorgaans niets anders

dan een eenvoudig peignoir. De vrouwen uit de volksklasse dragen

eene nauwsluitende, hooge japon van gingar, die zij om haar middel

vasthechten of los laten hangen, naar verkiezing.

Daar er niet veel fortuinen gevonden worden en de meisjes doorgaans

geen huwelijksgift mede krijgen, moeten de meeste vrouwen zelven de

handen uit de mouw steken en allerlei arbeid verrichten. Ook zogen

zij bijna allen haar kinderen, hetgeen trouwens aan haar gezondheid

geene schade doet. De kinderen worden nooit ingebakerd; van daar dat

er onder de negers en mulatten zoo weinig misvormden zijn.

De vermogende familiën plegen haar dochters naar Frankrijk te zenden,

om daar haar opvoeding te ontvangen: een gebruik, dat naar mijne

meening, geene andere dan kwade gevolgen heeft. De meisjes kunnen

zich in deze geheel vreemde wereld nooit recht te huis gevoelen;

onze beschaving, die zij niet kunnen begrijpen of waardeeren, leeren

zij doorgaans van de meest ongunstige zijde kennen; half ontwikkeld

en dikwijls zedelijk verdorven, gevoelen zij zich bij den terugkeer

in haar vaderland misplaatst en zijn dikwijls voor haar verder leven

ongelukkig.

December en Januari zijn bij voorkeur de maanden voor feesten en

partijen, waarin onophoudelijk bals, soirées en dergelijke gegeven

worden. Ik had overvloedig de gelegenheid bij zulke partijen

tegenwoordig te zijn en mijne opmerkingen te maken, vooral op de

soirées van den heer Charles Miot. De bloem van het high life van

Port-au-Prince was in zijn salon vereenigd, blijkbaar verheugd zulk

een feest te mogen bijwonen; de gastheer toch onthaalde de talrijke

genoodigden niet maar op een eenvoudig bal, maar op eene muziekale

en letterkundige soirée. Muziekanten en declamatoren schenen niet

minder gelukkig, dat zij in zulk een kring hun talenten mochten laten

uitblinken; Talma kon niet met meer zelfgevoel voor zijn parterre

van koningen optreden.

Eenige dagen na die schitterende soirée was ik tegenwoordig bij

de huwelijks-inzegening van Mlle Elise Elie, tegenwoordig mevrouw

Fatton, kleindochter van den generaal Dufrêne, die minister van

Soulouque was, met den titel van hertog van Tiburon.--Het was eene

indrukwekkende plechtigheid. Een talrijk publiek vulde het hoofdschip

en de zijschepen der kathedraal, een vierkant gebouw, dat pas gewit

was en door zijne groote eenvoudigheid meer aan eene anglikaansche,

dan aan eene katholieke kerk denken deed. Achter in het koor bevinden

zich drie altaren. Het altaar ter rechterhand is aan de Heilige Maagd

gewijd en versierd met een leelijk Onze-Lieve-Vrouwebeeld; dat ter

linkerhand, prijkende met het beeld van den kruisdragenden Christus,

is aan Sint-Joseph gewijd. Het zeer eenvoudige hoogaltaar was getooid

met kaarsen en bloemen, en het koor behangen met scharlaken roode

draperieën met gele zoomen. Een ijzeren hek, waarin een doorgang is

aangebracht, scheidt het koor van het schip. Het orgel bevindt zich

op eene tribune, boven den hoofdingang.

De president, die ook tot de partij behoorde, verscheen vergezeld door

een enkelen adjudant en twee officieren der politie, wier kostuum zeer

veel te wenschen overliet. Een smerige pantalon hing op hun uitgezakte

laarzen, een frac van twijfelachtige kleur, scheef toegeknoopt, liet

een overhemd zien, dat juist niet door netheid uitmuntte. Een shako,

die veel te groot was, zakte tot achter in hun nek. Een sabel, aan

een riem bevestigd, voltooide deze schitterende uniform.

Nissage Saget, in het zwart, met handschoenen aan, hield een rotting

met een ivoren knop in de hand. Op zijn laag uitgesneden vest

bengelde een gouden horlogeketting, zwaar genoeg om een bulhond aan

vast te leggen. Hij had in al zijne manieren het voorkomen van een

winkelbediende op zijn zondags. Een eilander, aan wien ik de opmerking

maakte, bekende mij dan ook, dat de man vroeger versteller van oude

kleêren was geweest.

Behalve het huwelijk, bestaat er nog iets anders, dat men met een

eigenaardig woord placement noemt. Ondanks al de inspanning der

katholieke priesters, die al het mogelijke doen om bij de menigte

het zedelijk bewustzijn op te wekken, is bij de negers der mindere

standen het huwelijk nog steeds eene uitzondering en geheel wettelooze

samenleving bijna regel. Een jonkman vraagt een meisje aan hare ouders

en zij wordt hem gegeven, onder zekere bepalingen, die natuurlijk in

elk bijzonder geval kunnen verschillen. Het is onmogelijk te zeggen,

hoevele kinderen geboren worden uit dergelijke vereenigingen, die noch

voor de kerk, noch voor de burgerlijke wet in eenig opzicht geldig

zijn. Zeer dikwijls gebeurt het, dat de man, als hij genoeg heeft van

zijne bijzit, haar eenvoudig met haar kinderen op straat zet, om met

eene andere te gaan leven. Wel is onder den zoogenaamden aanzienlijken

stand, sedert vele jaren, de kerkelijke inzegening van het huwelijk

regel, maar het getal der echtscheidingen is ook daar bijzonder groot.

Zooals ik reeds zeide, beginnen de feesten en vermakelijkheden

te Port-au-Prince met de maand Januari: bals, partijen, maskeraden

volgden dan elkander zonder tusschenpoozen op. Avond aan avond trekken

geheele troepen gemaskerde, zonderling toegetakelde jongelieden door de

straten, tot groot vermaak der winkeliers, die onder de galerij voor

hunne deur zitten. In de dagen voor Vastenavond wordt het spektakel

nog erger. Legioenen van clowns, van duivels, ridders, paljassen

overstroomen de stad. Een buitensporig toegetakelde gemaskerde

wandelt aan het hoofd der bende, het hoofd versierd met monumentale

horens. Dan volgt een generaal door zijn staf omringd, allen in de

meest fantastische uniformen gedost. Mannen, als vrouwen verkleed,

vergezellen hen en geven de zonderlingste, vaak ook aanstootelijkste

vertooningen ten beste. Het is een mengelmoes van de buitensporigste

kostumen, een onmogelijk charivari van maskers en vermommingen; en

daarbij ontbreekt het niet aan kreten en geluiden, aan uitroepen en

toespelingen, die zeer duidelijk hun afrikaanschen oorsprong verraden

en aan de Goudkust of Dahomey doen denken. De meeste gemaskerden

gaan te voet; sommigen zitten te paard en kunnen zich niet dan met de

grootste moeite in het zadel houden, daar de paarden door het gedrang

en het helsche leven schichtig worden.

Omstreeks dezen tijd stierf Mr. Deslandes, stafdrager van de orde

der advokaten, op betrekkelijk nog jeugdigen leeftijd. Hij was zeer

gezien en zijn plotselinge dood verwekte algemeene deelneming. Op den

dag der begrafenis begaf ik mij naar het sterfhuis. Onder de galerij,

in de gang, op de trappen bevonden zich de vrienden en bekenden der

familie, wachtende op den priester. Op de eerste verdieping waren

de bloedverwanten en de vertrouwdste vrienden van den overledene

vereenigd, in een vertrek, dat behangen was met zwart laken, bezaaid

met doodshoofden en gekruiste beenderen. Volgens een eerbiedwaardig

gebruik, moeten de bloedverwanten en vrienden van den overledene den

nacht vóór de begrafenis, bij zijn lijk doorbrengen, om daarmede als

het ware te kennen te geven dat zij niet dan in het uiterste oogenblik

van hem willen scheiden.

Toen de lijkstoet het huis verliet, was het vijf uren. De vrienden

droegen de mahoniehouten lijkkist tot aan de kerk. Achter de lijkbaar

volgden de banieren van het Groot-Oosten van Haïti, want Mr. Deslandes

was lid van de loge der Coeurs-Unis. Daar de geestelijkheid deze

banieren van de vrijmetselarij, zeer natuurlijk, niet in de kerk

wilde toelaten, was men verstandig genoeg, de vaandels weg te brengen.

Het zoogenaamde binnen-kerkhof is uitsluitend bestemd voor de

begraafplaats der aanzienlijken. Daar bevindt zich het grafteeken

van de graaf d'Ennery, die in 1776 als gouverneur-generaal

overleed. Behalve andere mannen van meer of mindere bekendheid, rust

daar ook de beruchte revolutionair Billaud de Varennes. Het graf

van Dessalines wordt aangewezen door een steen, met het lakonieke

opschrift:

Haïti De Aarde en haar volken, Jaargang 1881 · 第 5 / 9 题