niemant kan ontkennen, dat Moose-deer van Musu of Moes afkomt, want de
U op ’t laatst van dit woord spreken de Algonkins byna niet uit. Voor
dat de Iroquoizen, of de Vyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn,
waren de Algonkins het voornaamste volk van Noord Amerika, en hunne
taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon
zy byna geheel door de Iroquoizen uitgeroeid zyn, is nogthans hunne
taal meer in gebruik in Kanada dan enige andere Amerikaansche taal. F.
[336] Histoire de la Nouvelle France. T. II. p. 125.
[337] Sterna Hirundo.
[338] Seigle de mer.
[339] Vinland det goda, of het goede Wynland, is de naam dien de oude
Skandinavische Zeelieden aan Amerika gaven, het welk zy lang voor
Columbus tyd ontdekt hebben. Zie Torfæi Historia Vinlandiæ antiquæ, seu
partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.
[340] Crithmum.
[341] Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum
terminatis, conis ovatis lævibus. Flor. Canad.
[342] Boven Bl. 115.
[343] In geheel Polen, Rusland, Turkye, en Tartarye rookt men uit pypen
van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen
vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van
een soort van Spiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen.
Dit soort van steenmergel wordt gemeenlyk Zeeschuim genoemd, omdat het
zo zagt is. De Krimsche Tartaren noemen het Kaffekil. Men maakt
allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met
zilver. F.
[344] Phoca vitulina. Linn.
[345] Trichechus Rosmarus Linn.
[346] Enigen van de zogenaamde Moravische Broeders met enige
Groenlanders in Terra Labrador zynde gekomen, namen de Eskimaus de
vlugt voor hen; dog een der Groenlanders riep hun toe in zyne taal. De
Eskimaus hem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten
eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te
hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder de Eskimaus dat
een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de Heer
Forster, “dat de Eskimaus een geslagt zyn verschillende van alle de
Europische Volken, dewyl de Groenlandsche taal gene overeenkomst heeft
met enige Europische.” Zie over de Groenlandsche taal Hans Egede
Beschryving van Oud Groenland Hoofdst. 16. en Anderson Beschryving van
Ysland enz. Bl. 202. en 244.
[347] De Heer Forster wyst zynen Lezer, die meer van de Eskimaus
begeert te weten, naar Henry Ellis’s Account of a Voyage to Hudson’s
Bay by the Dobbs Galley and California. &c. en The Account of a Voyage
for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the
Clerk of the California, twee delen in 8vo. en Crantz Historie van
Groenland, welk boek in ’t Neder Duitsch is overgezet.
[348] De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor de
lugtsgesteldheid van een land veranderd wordt, maar de bevolking en de
bebouwing zyn het voomamelyk. De Romeinen hielden de winters in
Engeland en in Duitschland voor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten
die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan
de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. By Petersburg op 60. gr. N.
werd de Rivier de Neva in ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en
raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. Te Tsaritsin,
leggende op 48. gr. 40. min. N. was de Rivier de Volga reeds den 26.
November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S.
Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer
zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer
noordelyk. En schoon ’er in den omtrek van Petersburg vele bosschen
zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig. Tsaritsin in
tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van
enige honderd Eng. mylen, indien men enige enkelde bomen en wat
kreupelhout langs de Volga en op de eilanden in dezelve uitzondert.
Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime
vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de
lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer
toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een
land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de
mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid
der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van
menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte
veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den
dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van
de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondom Tsaritsin bevatten
zo veel bebouwd land niet als tien rondom Petersburg. Het bebouwde land
is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen,
en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is
nog iets. Petersburg ligt digt aan zee, en Tsaritsin ver binnen in het
land; en in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee
gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige
aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de
veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar,
warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw
toenemen. F.
[349] Cornus sanguinea. Linn.
[350] Orignacs.
[351] Cariboux.
[352] Loup-cerviers.
[353] Histoire de la Nouv. France. Tom. 6. p. 158.
[354] De Schryver heeft deze lyst in ’t Fransch medegedeeld uit vrees
van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.
[355] Histoire de la Nouvelle France Tom. 6. p. 415.
[356] Annona muricata.
[357] Fagus pumila.
[358] Epinette blanche. De wys van dit Bier te brouwen heb ik in de
Verhandeling der Kon. Maatschappy voor het jaar 1751. bl. 190.
omstandiglyk beschreven.