Het Liesbosch is een statig bosch van meest opgaand eiken- en
sparrengeboomte, dat zijn naam dankt aan het dorpje "Lies", iets
zuidelijker gelegen. Regelmatig wordt het van rechthoekig elkander
kruisende lanen doorsneden, terwijl tusschendoor enkele boschpaden
kronkelen. Een der lanen, de Torendreef, dankt haar naam hieraan, dat
zij recht op den toren van Breda uitziet. Hoewel regelmatig aangelegd,
heeft het Liesbosch veel bekoorlijks door zijn frisch karakter, zijn
rustig geheel, nog niet voortdurend platgetreden door bezoekers; op
vele plaatsen laat men de natuur vrij in haar scheppingen. Vooral in
Mei en Juni, als de rijkdom aan gevleugde boschbewoners hier hoogtij
viert in 't jeugdig groen, lokt het Liesbosch bij vroegen morgen
en laten avond als een feestzaal der natuur, die kracht tot nieuw
leven schenkt.
In 't blonde bosch, in 't groene bosch
Vol wiegelende, wuivende ranken,
Vol vluchtige schaduw en biegegons
En weemlende vonken op stammenbrons
En pluimige varens en mossendons,
Zwol 't hart mij van jublende klanken.
In 't blonde bosch, in 't groene bosch,
Waar speelzieke windekens zweven,
Is 't harte opnieuw mij opengegaan...
'k Zag alles in lentezonneglans staan,
En 't lentezonnetje lachte mij aan:
Nieuw groen, nieuwe bloemen, nieuw leven!
Marie Boddaert.
In het midden van het bosch ongeveer staat de boschwachterswoning,
een eenvoudige, landelijke, maar goede uitspanning. Verderop ligt het
Jachthuis. Dit gebouw roept herinneringen wakker aan Prins Willem III,
die hier gaarne vertoefde voor de jacht op de herten, welke door de
Heeren van Breda in het bosch werden onderhouden, maar die na den dood
van Willem III verdwenen. Het tegenwoordig gebouw is als zoodanig in
1843 gebouwd door Prins Frederik der Nederlanden, doch staat na diens
dood zonder doel. In de nabijheid liggen de vijver en de zoogenaamde
Doolhof, een tuin met sterk kronkelende paden.
Het 200 H.A. groote Liesbosch is een aangename
zomerverblijfplaats. Goede hôtels vindt men hier langs den weg,
die den natuurzoekenden een degelijk verblijf aanbieden, in voldoend
aantal. Het bosch treft niet zoozeer door indrukwekkende verrassingen
als wel door liefelijkheid, rust en goede lucht, welke indruk door
een langer verblijf eerst zeker wordt. Dit zijn eigenschappen van
het geheele Brabantsche landschap: men moet er vertrouwd mede zijn,
om het lief te hebben.
Wij vervolgen den weg en bereiken het dorp Prinsenhage, ook wel
's Princenhage genoemd, in ouden tijd als Mertensheim en Matersem
bekend. Het is een groot dorp met een ruime markt en heeft door zijn
fraai geboomte een vriendelijk aanzien. De villa's in de nabijheid,
enkele tot buitens uitgebreid, de welige bouwakkers, die het dorp
omsluiten, geven het geheel een landelijk, aangenaam karakter. Bovenal
wordt het dorp veel bezocht en ook bewoond, omdat het Liesbosch in
zijn nabijheid ligt.
De oudheidkundige wandelaar zal hier weinig belangrijks
ontdekken. Prinsenhage heeft geen oude gebouwen, om op te roemen, en
de bewoners zijn om Breda, meer dan ergens elders in de baronie, door
de vele vreemdelingen gemoderniseerd. Prinsenhage, Breda en Ginneken
hebben ten deele het Noord-Brabantsche kleed reeds afgelegd. Wij
betreuren het, dat die oorspronkelijke plekjes, waar men zich kan
terugtrekken van het woelige leven, die zichzelf gebleven zijn trots
het stormen der tijden, voortdurend minder worden. Waar zullen onze
kinderen en kindskinderen nog uitrusten van de vermoeienissen dezer
meer en meer overprikkelende maatschappij? Of zal die maatschappij zelf
dan hebben uitgediend, en zal de rustige sluier van tevredenheid, van
rust, van kalmte, zich over de geheele menschheid hebben uitgebreid,
om allen te doen zijn als vredelievende broeders in één gezin?
Wij zullen ons niet verder in de philosophische oplossing van het
sociale vraagstuk verdiepen, niet gaan phantaseeren over de eeuw
van broederschap en gelijkheid, niet de vraag bespreken, of die door
sociaal-economen of door predikers in den tempel zal worden of wordt
voorbereid. Wij zien nog even rond door het dorp, bezien de prachtige
Katholieke kerk, ook den antieken predikstoel der Protestantsche kerk,
slaan een blik op de fraaie hardsteenen zuil, die door de gemeentenaren
op de markt geplaatst werd ter herinnering aan de troonsbestijging
aan H.M. Koningin Wilhelmina, en wandelen of rijden verder naar Breda.
Deze weg, vroeger door een dubbele rij lommerrijke boomen als een
der mooiste Brabantsche wegen geroemd, is door zijn bebouwing met
kleine huisjes minder mooi dan in vroeger tijden. Hoewel enkele
villatjes aan den weg verrijzen, heeft men hier toch op de meeste
plaatsen nog een vrij uitzicht over het Brabantsch landschap. Een
fabriek tot verduurzaming van fruit en groenten en tot fabricage
van jams wijst er op, dat Prinsenhage een gebied is, waar de fruit-
en groententeelt met ijver gedreven wordt. Zoo bereiken wij spoedig
de moderne en tegelijk oude stad Breda.