I. NAAR SCHOONHOVEN EN VREESWIJK.

Wij maken in gedachten van Rotterdam uit een tochtje langs de

Lek, eerst langs den noordoever, ongeveer tot de plaats, waar het

Merwedekanaal deze rivier snijdt. Hier laten wij ons overzetten

van Vreeswijk naar Vianen, om langs den zuidelijken Lekdijk terug

te keeren, vervolgens langs de Noord en de Merwede naar Gorinchem

en Loevestein te reizen en dan nog een tochtje te maken langs

den benedenloop der Linge, ongeveer tot de grens der provinciën

Zuid-Holland en Gelderland.

Een route, zooals wij ons thans voorstellen, zal zelden in deze orde

plaatsgrijpen, doch wij wenschen geen Baedekers-rol te vervullen bij

onze beschrijving van Nederland. Lang mogen wij ook hier niet bij de

bijzonderheden blijven stilstaan. Wij moeten er ons mede vergenoegen,

alles meer in vogelvlucht te beschouwen, om bij enkele in historisch

opzicht belangrijke plekjes langer te vertoeven.

Van Rotterdam den hoogen, slingerenden Maasdijk volgend, bereiken wij

weldra Kralingsche Veer, de bekende zalmmarkt, waar wij ons aan dit

heerlijk rivierprodukt te goed kunnen doen. Een prachtig riviergezicht

opent zich hier voor onzen blik. Aan den overkant van het breede

water, tegen een eenigszins boschrijken achtergrond, verrijst het

dorp IJselmonde. Het trotsche kasteel, door hoektorens gekroond en

met een kleine spits in het midden, dat tot voor kort hier meer op

den voorgrond trad, is thans verdwenen, waardoor IJselmonde veel van

zijn schoon verloren heeft. Op de rivier en langs de oevers heerscht

groote bedrijvigheid. Van Rotterdam tot Krimpen-aan-den-IJsel wordt de

rivier omzoomd door een schier aaneensluitende reeks van fabrieken,

scheepswerven, magazijnen enz., met de daaraan verbonden woonhuizen

der arbeiders en fabrikanten.

Bij Krimpen-aan-den-IJsel laten wij ons over den IJsel zetten, volgen

weder den dijk en komen bij Krimpen-aan-de-Lek bij laatstgenoemde

rivier. Het dorp ziet er welvarend en levendig uit; onderscheidene

fabrieken en de groote werf geven er veel bedrijvigheid. Ook de

zalmvisscherij is er van groot belang. Het dorp is geheel in de

lengte langs den dijk gebouwd en heeft daardoor in die richting een

groote uitgestrektheid. Wij komen hier in het gewest der dijkdorpen,

een type van nederzettingen, dat zich hier bijzonder ontwikkeld heeft,

als gevolg van de gesteldheid des bodems.

Wanneer wij onzen weg door dit dorp vervolgen, bereiken wij met weinig

overgangen het dorp Lekkerkerk, eveneens een lange reeks van huizen,

meest onder langs den dijk gebouwd met een verbreeding van twee à

drie rijen in de kom. Ook Lekkerkerk heeft nog eenige nijverheid aan

de rivier te danken: een scheepswerf, touwslagerij, kalkblusscherij,

teenhandel, zalmvisscherij, enz. Doch meer en meer verkrijgt hier het

boerenbedrijf de overhand. Op verderen afstand ligt het dorp Ammerstol,

aan den dijk gebouwd, een boerendorp met veel zandwerkers, visschers en

teenhandelaars, en eindelijk zien wij het stadje Schoonhoven verrijzen

aan de rivier.

Het is een vruchtbaar, welvarend landschap, dat wij ten noorden vóór

ons zien uitgestrekt, meest bestaande uit welige graslanden. Het land

tusschen Lek en IJsel is het echte kaasland; de Stolksche kaas, naar

het dorp Stolwijk ten Z. O. van Gouda, heeft een zekere beroemdheid

erlangd. Het polderland is overdekt met onderscheidene boerendorpen,

de huizen meest in lange rijën hol gebouwd langs de wegen en wateren,

die het land doorsnijden, en doet dikwijls lieve plekjes ontstaan aan

de door wilgen omzoomde binnenwateren. De Krimpener- en de Lopikerwaard

nemen het land tusschen Lek en IJsel geheel in beslag. De eerste

vormt een afzonderlijk Hoogheemraadschap, dat zich tot de grens der

provincie uitstrekt, en welks land reeds in 1097 bekend was, daar

Floris de Vette toen in een handvest bepalingen maakte omtrent het

onderhouden van den dijk. Zeker is deze waard wel een der oudste,

zoo niet de eerste der streken, welke hier tegen het water bedijkt

zijn geworden.

Dat moest wel. De Lek, oorspronkelijk een kleinere sprank van den

Rijn, werd een rivier met aanzienlijker waterafvoer, toen de Rijnloop

langs den Krommen-Rijn en den Ouden-Rijn door de verzanding van den

mond bij Katwijk zijn afvoervermogen verloor. Na de afdamming bij

Wijk-bij-Duurstede moest de Lek al het water van dezen Rijntak

afvoeren. Tusschen den IJsel en de Lek lag het lage land van

genoemde waarden. Veelvuldig traden die wateren in den oudsten tijd

vóór de bewoning dezer gewesten buiten hun oevers: dat bewijst de

aanwezigheid van de zware kleizoomen. Doch toen de waterafvoer hier

aanzienlijker werd, moesten er in het allengs meer bewoonde land wel

dijken gebouwd, of liever, de eerst aangelegde dijkjes moesten wel

zwaarder gemaakt worden. Die oude bedijking geschiedde echter niet

op goede rivierkundige beginselen. Ginds bij Lekkerkerk naderen de

hooge bandijken van beide kanten elkander veel dichter dan hoogerop

boven Schoonhoven en verder. Zoo is de Lek bij hoogen waterstand een

trechter gelijk; het water kan door de nauwe pijp niet weg en stuwt

dan op tot aanzienlijke hoogte, 3 à 5 M., boven het land. De rivier,

die wij op dit oogenblik schier in droomerige rust verzonken zien,

kan daardoor dreigend worden voor de lage gewesten van Holland,

en niet zelden bezweken dan ook de dijken. Als dat boven Vreeswijk

geschiedde, liep een groot gedeelte van Holland onder water. Dit

had plaats o. a. den 11en Jan. 1724, toen al het land tot Gouda en

Schoonhoven en tot Alfen en Woerden overstroomde, en toen men hier

het water tegenhield, stroomde het naar Amstelland en zelfs naar

Amsterdam. Hetzelfde gebeurde ook in 1672, toen de Franschen den

Lekdijk boven Vreeswijk doorstaken en het zoete rivierwater uit

de Lek de grachten van Amsterdam vulde, zoodat de bierbrouwers in

de stad zelf weder uit de stadsgrachten water voor het brouwen van

hun bier konden verkrijgen. Aldus is de Lek een gevaarlijke rivier,

die heel wat hoofdbrekens gekost heeft, doch thans in vrij zekeren

toestand verkeert.

Wij wenden ons thans nader naar de stad Schoonhoven, een oud stadje,

in de ellipsvormige gedaante van een oude vesting, met het smalle

eind zoo rustig tegen de rivier gelegd, op de plaats, waar de Vliet,

die van den IJsel te Haastrecht naar de Lek loopt, zich met deze

rivier vereenigt. Een vesting is Schoonhoven niet meer; de wallen

zijn gedeeltelijk in lommerrijk plantsoen herschapen en de grachten

hebben hun beteekenis verloren.

Schoonhoven is regelmatig, welgebouwd. Grootsche gewrochten der

bouwkunst zoekt men hier tevergeefs; de stad heeft meest lage huizen,

enkele met een oud-Hollandsch uiterlijk, in trapjesgevels oprijzend. De

voornaamste straat loopt langs de haven, aan beide zijden met linden

beplant en door nette, flinke winkelhuizen omzoomd, terwijl eenige

steenen boogbruggen de beide kaden verbinden. Hier verrijst ook

het stadhuis aan de Steenenbrug, die een voorplein vormt. Het is

een sierlijk, oud gebouw van zware, grijze steenen, door een trans,

met leeuwen gekroond, omringd; een bordes, op welks leuningen leeuwen

schilden dragen, geeft aan den voorkant toegang.

In den toren vindt men een kunstig klokkenspel, gegoten van een

kanon, dat Olivier van Noort, de eerste Nederlander die een reis om

de wereld deed, bij zijn terugkomst in 1601 aan de stad schonk. In de

vroedschapskamer vindt men fraai bewerkte tapijten, in Schoonhoven

vervaardigd, een afbeelding van Jacoba van Beieren, naar het leven

geschilderd, terwijl een halskraag, door de Gravin gedragen, en een

tapijt, naar men meent door haar bewerkt, hier bewaard worden.

Aan de Waag op den Dam, in 1617 gebouwd, werd in vroeger tijden veel

hennep gewogen, doch deze teelt heeft bijna opgehouden.

De Hervormde kerk is een oud gebouw, vóór de Hervorming aan den

H. Bartholomeus gewijd. In deze kerk vindt men de grafplaats van

Olivier van Noort, van wien Helmers zingt:

De held, die 't eerst bij Neêrlands waatrenstoet

Om d'aardbol zeilen durft, langs d' ongekenden vloed,

Door Magelhanesstraat de Zuidzee ingevaren,

Chili doet siddren voor zijn stoute heldenscharen;

De onmeetbre eenzaamheid der Zuidzee eerst doorsnijdt,

Den Japannees verschrikt, den Portugees bestrijdt,

Na drie jaar 't vaderland komt als verwinnaar naadren,

Verrijkt in wetenschap, in buit en lauwerblaadren.

Op zijn graf ziet men een schip, alsmede een kleed, met sterren

bezaaid, waarop een aardbol en daaronder zijn wapen; onder het wapen

en kleed leest men in het Latijn: "Hier rust Olivier van Noort, de

vierde na Magelhaan, die de geheele aarde is omgezeild." De toren der

kerk is omstreeks 1659 geheel vernieuwd; hij is van Bentheimer steen

opgetrokken, maar door zijn zwaarte scheef gezakt naar de oostzijde.

Van de bouwwerken moeten wij de aandacht vestigen op het sierlijke

Veerpoortje van 1601, dat van den rivierdijk toegang geeft tot de stad.

Schoonhoven is waarschijnlijk opgekomen als nederzetting naast het

slot, dat hier eens gestaan heeft bij de monding der Vlist, en die het

eerst wordt genoemd in 1303, toen de plaats nog niet bemuurd was. Het

slot, aanvankelijk de verblijfplaats voor de Heeren en Vrouwen van

Schoonhoven, werd later de woonplaats der slotvoogden of kasteleins

der stad. Waarschijnlijk werd het in 1577 door de inwoners geheel

afgebroken; de plek, waar het gestaan heeft, valt niet met zekerheid

aan te wijzen.

Of de eerste nederzetting om het slot gevestigd werd in de

"schoone hoven" van het kasteel, zoodat de plaats daarnaar haar

naam ontving? Wij durven het niet verzekeren, maar het lijkt niet

onwaarschijnlijk. De visscherij op de rivier kwam hier spoedig tot

bloei, zooals reeds het geval was in 1274.

Toen de plaats daarbij tolvrijheid in het Utrechtsche Stift verkreeg,

breidde de handel zich uit en zoo bloeide zij op tot een levendig

stadje, waar in de 17e eeuw de tapijtweverij tot ontwikkeling

kwam. Ook de goud- en zilversmederij kwam hier voor een drietal eeuwen

reeds tot bloei en in de 17e eeuw vond men de meest beroemde goud-

en zilverdrijvers in Den Bosch en Schoonhoven. Adam van Vianen, de

beroemdste drijver uit de 16e eeuw, van wien vele bekende drijfwerken

afkomstig zijn, heeft hier gewoond. Terwijl verschillende andere

takken van nijverheid hier opkwamen en te gronde gingen, bleef de

zilversmederij er bestaan tot op onzen tijd, zoodat zij thans nog

vele handen bezighoudt.

Wanneer wij Schoonhoven bezoeken, komt onwillekeurig de gedachte bij

ons op aan Albrecht Beyling. Hoewel de historische critiek ook aan dit

verhaal getornd heeft, verzekerde de archivaris der stad ons toch, dat

de naam van den biechtvader en het laatste gebed van den ongelukkige

gevonden waren bij oude stukken. Op een hoek van het bolwerk werd ons

de plek aangewezen, waar de molen moet gestaan hebben, op welks werf

het treurig drama zou zijn afgespeeld.

Voorbij Schoonhoven zien wij langs den noorder Lekdijk niets

merkwaardigs meer op onzen tocht, wanneer wij de schilderachtige

dorpsgezichten uitzonderen, want deze vindt men in groote hoeveelheid

in het lage land. Wij geven hier enkel een afbeelding van een gezicht

op het dorp Polsbroek in de Lopikerwaard ten noorden van Schoonhoven.

Zoo bereiken wij langs den bochtigen, hoogen dijk de plek, waar het

Merwedekanaal door sluizen met de Lek in verbinding staat, bijna

onmiddellijk ten westen van het plaatsje Vreeswijk. Vreeswijk is

gebouwd aan den Vaartschen Rijn, een kanaal, dat in 1148 gegraven is,

om Utrecht met de Lek te verbinden. Het kanaal verkreeg den naam van

"de Vaart", later "Vaartsche Rijn". Zware sluizen werden in deze

vaart gebouwd. Aan den zuidelijken mond ontstond een plaatsje van

neringdrijvenden, Vreeswijk, waar in 1217 al een kerk gevonden werd,

en dat in de wandeling naar het kanaal "de Vaart" werd genoemd. Het

is een eenvoudig, net plaatsje, aan beide zijden van het kanaal

gebouwd, doch door het graven van het Merwedekanaal is het drukke

scheepvaartverkeer buiten de plaats gebracht; enkele huizen zijn hier

reeds aan gebouwd. De sterkte Gildenburg en andere vestingwerken,

welke hier waren aangelegd, nadat het kanaal in 1373 verdiept en

verbreed was, zijn verdwenen. In de 19e eeuw evenwel werd hier weder

een fort gesticht, in verband met de waterlijn, die de vesting Holland

in het oosten zal versterken.

Jutfaas is een dorp van nette huizen, in een lange strook ten

westen van den Vaartschen Rijn gebouwd, en meest door neringdoenden

bewoond. Tegenover het dorp ligt een sterk fort en daarnaast in de

bosschen het buitentje Rijnhuizen.

Ons Heerlijk Vaderland (deel 2 van 4) Boven en beneden den Moerdijk · 第 23 / 74 题