De bisschop zei iets van "dikwijls den dienst afluiden."

"Maar een dominé mag toch even goed wel eens ziek zijn als andere

menschen," meenden de boeren.

De bisschop maakte een toespeling op een gerucht van misnoegdheid

over de levenswijze van den predikant.

Zij verdedigden hem eenparig. Hij was nog zoo jong, hun leeraar;

wat zou men daarvan zeggen. Neen, als hij maar altijd zóó preeken

wilde als hij vandaag gedaan had, dan wilden ze hem zelfs voor den

bisschop niet ruilen.

Er waren geen aanklagers, geen rechters! De predikant voelde hoe

zijn hart zich verruimde, hoe zijn bloed lichter door zijne aderen

vloot. Hij was dus niet meer door vijanden omringd. Hij had hen

gewonnen, toen hij er allerminst aan dacht hun predikant te zullen

blijven!

Na de kerkvisitatie dineerden de bisschop, de proosten, de predikanten

en de notabelen in de pastorie. De vrouw van een der naburige

predikanten had op zich genomen voor het feest te zorgen, want de

predikant was ongehuwd. Zij had alles zoo goed mogelijk geschikt,

en het kwam hem voor, dat de pastorie toch zoo akelig niet was. De

lange tafel was buiten gedekt onder de dennen en stond zoo mooi: 't

blauwe en witte porselein, de schitterende glazen en de net gevouwen

servetten. Twee berkeboomen bogen zich over den ingang. In de voorkamer

was de grond met groene takjes bestrooid en aan den dakbalk hing een

bloemkrans; in alle kamers stonden bloemen, de muffe lucht was weg,

en de groene vensterruiten blonken vroolijk in den zonneschijn.

De predikant was zielsblij; hij beloofde zichzelf nooit meer te

drinken.

Er was niemand, die niet blij was aan dien feestdisch. Zij, die

grootmoedig geweest waren en vergeven hadden, waren blij, en de

predikanten en proosten waren blij, omdat ze een schandaal hadden

kunnen vermijden.

De goede bisschop hief zijn glas op en sprak. Hij was deze reis met een

bezwaard hart begonnen, want hij had veel booze geruchten gehoord. Hij

was uitgegaan om een Saulus te zoeken, en zie, Saulus was tot een

Paulus geworden, die meer zou arbeiden dan alle anderen. En de vrome

oude sprak verder over de rijke gaven, die hun jonge broeder ontvangen

had, en roemde die. Niet opdat hij er zich op verhoovaardigen zou,

maar opdat hij al zijn krachten zou inspannen en zich zelf wèl in

acht nemen, zooals een man behoort te doen, wien een zeer zware en

kostbare last op de schouderen is gelegd.

De predikant dronk niet te veel dien middag, maar in een roes was hij

toch. Al dat groote, onverwachte geluk steeg hem naar het hoofd. De

hemel had vlammende tongen van geestdrift op hem doen nederdalen, en de

menschen hadden hem liefde geschonken. 't Bloed stroomde koortsachtig

en met geweldige snelheid door zijn aderen, nog toen de avond viel

en zijn gasten vertrokken. Laat in den nacht zat hij in zijn kamer

en liet de nachtlucht door het open venster naar binnen stroomen

om den koortsgloed van geluk te koelen, de onrust en verrukking,

die hem beletten te slapen.

Gösta Berling · 第 7 / 86 题