AANTEEKENINGEN

[1] W. D. van den Ende. Verslag van de Vereeniging tot

bevordering van de Nederlandsche Ichthyologie.--C. J. Bottemanne

en Dr. P. P. C. Hoek. Tijdschrift van de Nederlandsche Dierkundige

Vereeniging. Supplementdeel II.

[2] Over het voorkomen van Tonijnen aan de Nederlandsche kust wordt

door Van Bemmelen het volgende aangeteekend: "Houttuijn zegt, dat

hem verhaald is dat onlangs (in 1765) een Tonijn, wel 10 voet lang in

het Wijkermeer (een gedeelte van het IJ) zou gevangen zijn. Volgens

mededeeling van een ooggetuige (den heer Jacobze) aan den heer

Maitland is in het jaar 1810 een school van een honderdtal Tonijnen

in het Hollandsch Diep voor de Willemstad gezien, waaronder sommige

4 à 5 voet lang waren. Het is onzeker, tot welke der 2 Europeesche

soorten--de Gewone Tonijn en de Langvinnige Tonijn--deze voorwerpen

behoorden. Prof. Schlegel meent, dat ze met meer recht tot de

laatstgenoemde kunnen gebracht worden. Intusschen meldt Yarrell,

dat de Gewone Tonijn in de Noordzee aan de Engelsche kusten meermalen

is gevangen, doch zoover hem bekend is, slechts 2 exemplaren van de

Langvinnige soort zijn waargenomen in het Kanaal en nimmer één in de

Noordzee is gezien. Het schijnt mij dus waarschijnlijker, dat onze

exemplaren tot de Gewone soort behooren."

[3] Om de nadeelige gevolgen van een door den Pieterman toegebrachte

wonde af te wenden, leggen de bewoners van sommige onzer kuststreken

(o.a. van Texel), na het maken van insnijdingen en het uitzuigen

van het gewonde lichaamsdeel, hierop de lever van den Visch, die het

misdrijf pleegde.

[4] De "Buitenlek" of "Buitenzee" wordt door onze visschers genoemd

dat gedeelte der Noordzee, dat verder dan 4 à 6 uur van het strand

verwijderd is; tot op dien afstand van het strand heet de Noordzee

"Binnenlek" of "Binnenzee". In het algemeen genomen, kan men stellen,

dat aan de kusten der provinciën Noord- en Zuid-Holland, de zandbank

genaamd de Breeveertien de grens is tusschen de Binnen- en Buitenlek;

deze Breeveertien wordt gewoonlijk gerekend zich te bevinden op 3 of

4 uur afstand van het strand; noordelijker dan Holland is de grens

tusschen Buiten- en Binnenlek zeer onzeker en wordt zij wel tot op

6 uur afstand van het strand genomen. (Van Bemmelen.)

[5] Deze vischvangst heeft Bellamy de stof verschaft voor zijn

gedicht "Roosje" (Proeven voor het "Verstand, den Smaak en het

Hart." Dordrecht. 1790).

[6] Vergelijk: Dr. P. P. C. Hoek "De Zalm op onze rivieren" (1891),

waaraan het bovenstaande voor een deel ontleend is.

[7] "Der Fischfang in der Lagune von Comacchio nebst einer Darstellung

der Aalfrage" von Dr. L. Jacoby (mit zwei Tafeln). Berlin 1880. Verlag

von A. Hirschwald.

Het Leven der Dieren. Deel 3. Afdeling 2. De Visschen · 第 18 / 18 题