[646] De beide kapiteins der oorlogsschepen en de majoor Friderici

boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur

voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip,

op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als

landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur

en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur

en Raden, 19 April 1781.

[647] Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.

[648] Journaal van Texier, 18 Julij 1781.

[649] Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.

[650] Journaal van Texier, 18 Junij 1781.

[651] Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.

[652] Journaal van Texier, 10 Junij 1781.

[653] Journaal van Texier, 6 September 1781.

[654] Journaal van Texier, 28 Julij 1781.

[655] Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.

[656] Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur

en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.

[657] Notulen Gouverneur en Raden, 1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal

van Texier, zelfde datums.

[658] Journaal van Texier, 24 December 1781, van Kampen, De

Nederlanders buiten Europa, 3de deel, bladz. 286, 87.

[659] Journaal van Texier, 22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.

[660] Journaal van Texier, 31 Januarij 1782.

[661] Journaal van Texier, 6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving

Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de

handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en

despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een

Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur

van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag

verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem

haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van

Texier, 14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7den Augustus

1782 naar Nederland. Journaal van Texier, 7 Aug. 1782.

[662] Journaal van Texier, 3 October 1780.

[663] Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.

[664] Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.

[665] Journaal van Texier, 3 April 1782.

[666] Journaal van Texier, 12 en 17 Mei 1782.

[667] Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres

de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie

door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van

schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.

[668] Journaal van Texier, 14 September 1782.

[669] Journaal van Texier, 10 April 1782.

[670] Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.

[671] Journaal van Texier, 12 Julij 1782.

[672] Journaal van Texier, 12 Julij 1782.

[673] Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.

[674] Journaal van Texier.

[675] Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.

[676] Journaal van Texier, 3 Maart 1783.

[677] Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.

[678] Journaal van Texier, 21 Augustus 1783.

[679] De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2den

Sept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20sten Mei 1784. Zie

over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene

schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4de deel; Rendorp, Memorie

over den Engelschen oorlog, 2de deel; van Kampen, De Nederlanders

buiten Europa, 3de deel; Groen van Prinsterer, enz. enz.

[680] Journaal van Texier, 13 Julij 1783.

[681] Journaal van Texier, 13 Julij 1783.

[682] Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.

[683] Journaal van Texier, 29 Junij 1781.

[684] Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2e

deel pag. 68.

[685] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei,

8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.

[686] Journaal van Texier, 7 April 1779.

[687] Journaal van Texier, 27 September, 24 November 1782, enz. enz.

[688] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 September 1783.

[689] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 en 26 September 1783.

[690] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1784.

[691] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 Februarij 1785.

[692] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 8 April 1784.

[693] Notulen van Gouverneur en Raden, 1 Maart 1784.

[694] Notulen van Gouverneur en Raden, 31 Augustus 1784.

[695] In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger

Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en

obligatiën voor eene som van f 23,000 ontvreemd. Over deze zaak

werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij

levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van

Gouverneur en Raden, 6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van

Beeldsnijder Matroos, 5 en 11 October 1783, enz. enz.

[696] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Februarij 1784.

[697] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 October 1783.

[698] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 November 1783. Journaal

van Beeldsnijder Matroos, 25 November 1783.

[699] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 November 1784.

[700] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 November en 1 December

1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos, 27 November 1783.

[701] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Augustus 1784.

[702] Notulen van Gouverneur en Raden, 23 Augustus 1784.

[703] Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de

notulen vermeld.

[704] Zie bladz. 319.

[705] Historische proeve 2de deel, blad 46, 47.

[706] Notulen Gouverneur en Raden, 18 December 1783.

[707] Notulen van Gouverneur en Raden, 10 September 1784.

[708] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 October 1783, enz. Journaal

van Beeldsnijder Matroos, 8 November 1783 enz.

[709] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 en 29 November 1784.

[710] Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Maart 1784, enz.

[711] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Mei 1784, enz.

[712] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 November 1784.

[713] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Augustus 1784.

[714] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 3 Maart 1784.

[715] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 December 1784.

[716] M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,

blz. 52.

[717] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 183 en 193.

[718] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 9 December 1784.

[719] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 1, 22 en 23 December 1784,

Notulen van Gouverneur en Raden, 23 en 24 December 1784.

[720] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 December 1784. Directeuren

der Sociëteit erkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785

tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie

Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Maart 1785); hij vertrok

echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet

naar Suriname terug en overleed te 's Gravenhage den 14 September

1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van

Gouverneurs.

[721] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788.

[722] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Maart 1786.

[723] Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk, bladz. 84.

[724] Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk, bladz. 86.

[725] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788.

[726] Journaal van Wichers, 1 Februarij 1785.

[727] Journaal van Wichers, 1 Februarij 1783.

[728] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Maart 1786 en 15 December

1789.

[729] Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Augustus 1786.

[730] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 December 1789.

[731] Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22

November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk

en het schieten der schepen op de reede, die door de stukken, liggende

voor de kerk, eindelijk werden bedankt.

[732] Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk

geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening

gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid

geraakte. Den 3den Mei 1786 bleef er nog voor de somma van f 1900.--

af te lossen over.

[733] Den 16den Julij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het

besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen

over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en

de hypotheek geroyeerd.

[734] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Mei 1788.

[735] Journaal van Wichers, 17 September 1788. Het meeste van het

hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk

teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis

der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes,

opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.

[736] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Februarij 1785.

[737] Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over

de zendingszaak handelen.

[738] Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door

H. H. M. verleend.

[739] Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Februarij 1785.

[740] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 December 1785.

[741] Historische proeve 2de deel, bladz. 18 en 19.

[742] Historische proeve, 2de deel, bladz. 18, 19. Journaal van

Wichers, 10 November 1787.

[743] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1788.

[744] Zie bladz. 313 en 14.

[745] Zie bladz. 231 en 32.

[746] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 195.

[747] Bijlage 23 van de Historische proeve, 2de deel, bladz. 151.

[748] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 195 en 96.

[749] Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname,

bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en

gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der

Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname,

den 12den October 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis

Dronsberg. Journaal van Wichers, 11 October 1785.

[750] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 47, 48.

[751] Historische proeve, 2de deel, bladz. 21, 22.

[752] Historische proeve, 1ste deel, bladz. 185.

[753] Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Februarij en 3 December 1787.

[754] Historische proeve, 2de deel, bladz. 20, 21.

[755] Historische proeve, 2de deel, bladz. 71.

[756] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.

[757] Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194-05; 2de Deel,

bladz. 142-150.

[758] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.

[759] Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw

in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door

Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: "Ferdinand Huijck," zoo geestig

gehekeld zijn.

[760] Historische proeve, 2e deel, blad 70.

[761] Notulen Gouverneur en Raden, 11 Maart 1786, bijlage Acta

Conventus van 16 Februarij 1786.

[762] Notulen Gouverneur en Raden, 12 Maart 1787.

[763] Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.

[764] Notulen van Gouverneur en Raden, 12 Maart 1785.

[765] Journaal van Wichers, 11 Januarij 1783.

[766] Journaal van Wichers, 26 Januarij 1789.

[767] Zie bladz. 431.

[768] Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.

[769] Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.

[770] P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201-6. Als gevolg

dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de

neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.

[771] Notulen Gouverneur en Raden, 23 Februarij 1786.

[772] Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.

[773] Notulen Gouverneur en Raden, 21 December 1785. Teenstra de

landbouw, 2e deel, bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen,

volgens opgave der Historische proeve, 2e deel, bladz. 14 en

Sypensteyn, bladz. 82, ruim 1100.

[774] Teenstra, De landbouw in Suriname, 2e deel,

bladz. 103. Sypensteyn, beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799

echter werd dit Combé het eerst bebouwd.

[775] Teenstra, 2e deel, bladz. 110. Sypensteyn, bladz. 82.

[776] Notulen Gouverneur en Raden, 10 Augustus 1785.

[777] Notulen Gouverneur en Raden, 9 Augustus 1786.

[778] Notulen Gouverneur en Raden, 28 Augustus 1786.

[779] Notulen Gouverneur en Raden, 17 en 18 Mei 1790.

[780] Notulen Gouverneur en Raden, 16 en 19 Augustus 28 December

1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den

21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers

derwaarts gebragt.

[781] C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.

[782] C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197-98.

[783] Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.

[784] Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.

[785] Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden

negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren

soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te

sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug

gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando

bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de

bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788

een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven

in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering

konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)

[786] Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.

[787] Notulen Gouverneur en Raden, 13 October 1785. De plantaadje 's

Hertogenbosch werd door de Marrons afgeloopen, de Directeur vermoord,

het woonhuis in brand gestoken en twee negerinnen mede genomen.

[788] Notulen Gouverneur en Raden, 11 December 1786.

[789] Notulen Gouverneur en Raden, 22 Augustus 1786.

[790] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Febr. en 3 Maart 1788.

[791] Notulen Gouverneur en Raden, 12 Augustus 1790. Hoewel gezegd

besluit twee maanden na het vertrek van Wichers genomen werd, gehoort

het echter nog tot zijne regering te worden gebragt.

[792] Notulen Gouverneur en Raden, 20 Februarij 1786.

[793] Notulen Gouverneur en Raden, 28 Augustus 1788.

[794] Notulen Gouverneur en Raden, 12 Maart 1789.

[795] Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Maart 1790: Bonni eischte

"100 Fransche piasters, 25 pullen dram, 2 stukken platielje, 1 stuk

voor neusdoeken en dan nog gaarne 4 kistjen zeep."

[796] Notulen van Gouverneur en Raden, 29 December 1785.

[797] Tot nog voor weinige jaren leefde er in Suriname leden van het

vrijcorps, die onder Friderici hadden gediend en zijne dapperheid,

regtvaardigheid en minzaamheid prezen. Eenige negerliedjes daarop

van toepassing, zijn nog niet geheel onbekend.

[798] Notulen van Gouverneur en Raden, 5 Junij 1789.

[799] Journaal van Wichers, 10 November 1789.

[800] Notulen van Gouverneur en Raden, 25 Mei 1790. Journaal van

Wichers, 21 Mei 1790. P. F. Roos, Surinaamsche mengelpoëzy--de

overwinning van Aroukoe 187-192.

[801] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Mei 1787.

[802] Zie o. a. bladz. 373.

[803] Stedman's reize naar Surinamen, 4de deel, bladz. 2-6.

[804] Teenstra. De landbouw in Suriname, 1ste deel, bladz. 53. Journaal

van Wichers, 10 November 1785.

[805] Journaal van Beeldsnijder Matroos, 22 November 1784. Journaal

van Wichers, 21 Julij 1787.

[806] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Augustus 1785. Journaal van

Wichers, 9 en 14 Augustus 1785.

[807] Notulen van Gouverneur en Raden, 15 December 1788.

[808] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Mei 1785.

[809] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Februarij 1788.

[810] Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Maart 1788.

[811] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 November 1788.

[812] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1789.

[813] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Mei 1790. De betrekking van

Commandeur was, sedert de Commandeur Texier tot Gouverneur benoemd

werd, onvervuld gebleven. De luitenant-kolonel van Baerle was slechts

met het militaire departement belast en had geen zitting of stem in

het Hof.

[814] Journaal van Friderici, 13 en 14 Julij 1790.

[815] Journaal van Friderici, 8 Maart 1792.

[816] Journaal van Friderici, 7 en 24 Augustus 1792.

[817] Journaal van Friderici, 31 Augustus 1792.

[818] In 1790 werden gekeurd 20,201 okshoofden suiker, in 1791 21310,

in 1792 15244, in 1793 15084 1/2. Jaarlijks voeren er tusschen de

70 à 80 groote schepen van en naar Suriname, waarvan de bemanning op

2000 matrozen werden gerekend.

[819] Journaal van Friderici, 14, 15 en 17 October, 1 November 1791,

26 Januarij, 29 Junij 1792, enz. enz.

[820] Journaal van Friderici, 29 Junij 1792.

[821] Teenstra, de Landbouw in Suriname, 1e deel,

bladz. 45.--Surinaamsche Staatkundige Almanak van Brown, voor 1793,

blad 6.

[822] Journaal van Friderici, 12 Januarij 1791. Friderici wil uit

een slavenschip eenige negers voor de Directie koopen, doch daar

de schipper ze niet voor minder dan f 700 per hoofd wil afstaan,

zag hij er van af.

[823] Journaal van Friderici, 1 Januarij 1792.

[824] Journaal van Friderici, 24 December 1791, 26 Maart, 7 April,

29 Mei 1792, enz.

[825] Friderici had een ontwerp van een vredesverdrag bij het

Hof ingediend; het Hof had zich hiermede in hoofdzaak vereenigd;

Directeuren wenschten volgens missive van 7 October 1790 hen "te

vervolgen en te destrueren." Extra Notulen van Resolutie van Gouverneur

en Raden in Suriname rakende de Buitenlandsche en Binnenlandsche

defensie, 15 December 1890, 17 Januarij 1791.

[826] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Julij 1790. Journaal van

Friderici, 1 Maart 1791, enz.

[827] Journaal van Friderici, 15 Augustus 1792.

[828] Bijlagen, rakende Buiten- en Binnenlandsche defensie, 20

Februarij 1793.

[829] Bijlagen, rakende Buiten- en Binnenlandsche defensie, 26

Maart 1793.

[830] In 1790-91 en 92 zijn door de Aucaners afgebragt, door Bonni

uitgeleverd of krijgsgevangen gemaakt 145 wegloopers, doodgeschoten

24, vrijwillig terug gekomen 129. Extra Notulen rakende de Buiten-

en Binnenlandsche defensie, 28 December 1792.

[831] Extra ordinaire Notulen van Gouverneur en Raden, rakende de

Binnen- en Buitenlandsche defensie 27 Maart 1792.

[832] Idem idem, 10 April 1792 Journaal van Friderici, 18 April 1792.

[833] Journaal van Friderici, 4 Julij 1790.

[834] Notulen Gouverneur en Raden, 27 Julij 1790. Journaal van

Friderici, 2 Augustus 1790.

[835] Notulen van Gouverneur en Raden, 28 December 1790.

[836] Notulen van Gouverneur en Raden, 12 December 1791.

[837] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 Mei en 14 December 1792.

[838] Notulen van Gouverneur en Raden, 14 December 1790.

[839] Zie bladz. 410.

[840] Notulen Gouverneur en Raden, 16 Augustus 1791.

[841] Notulen van Gouverneur en Raden, 28 December 1792.

[842] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 Februarij 1793.

[843] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Julij 1793--23 Mei 1794 enz.

[844] Journaal van Friderici, 27 Mei 1791. Notulen van Gouverneur en

Raden, 24 December 1790, enz.

[845] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Januarij 1791.

[846] Notulen Gouverneur en Raden, 21 Februarij 1791.

[847] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 December 1790.

[848] Notulen van Gouverneur en Raden, 29 Mei 1793.

[849] Notulen van Gouverneur en Raden, 5 September 1794.

[850] Extra Notulen, 27 Aug. 1792.

[851] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie,

27 Augustus, 14 September, 23 October en 3 December 1792.

[852] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie,

21 Januarij, 8 Februarij en 21 Februarij 1793.

[853] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 26 Maart 1793.

[854] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 3 April 1793.

[855] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 9 Mei 1793.

[856] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 2 Julij 1793.

[857] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 9 Julij 1793.

[858] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 6 September 1793.

[859] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 10 October 1793.

[860] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 21 November 1793.

[861] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 4 Maart 1794.

[862] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 9 December 1793.

[863] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 25 Augustus 1794.

[864] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van

9 Mei 1794. Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Augustus 1794, enz. enz.

[865] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie

van 30 Julij 1794.

[866] Journaal van Friderici, 28 Junij, 22, 23 en 30 September,

3, 14 en 18 October 1794 enz. Extra Notulen rakende de Buiten- en

Binnenlandsche defensie van 24 September 1794.

[867] Uit de berigten van latere jaren, toen er neger-opstanden

in Cayenne plaats vonden, blijkt echter uit het getuigenis der

overheidspersonen, dat de voornaamste oorzaak hiervan steeds in de

opruijing van zekere blanke gelukzoekers was te vinden.

[868] Extra Notulen rakende de Buiten- en Binnenlandsche defensie van

28 April 1794. In de open zee is het later aan het scheepsvolk gelukt

de soldaten te overmeesteren, vijf van hen werden door de woedende

matrozen gedood en over boord geworpen, de andere ontvingen later

hunne verdiende straf in Suriname.

[869] Dat die vriendschap met de Franschen zoo wel voor Suriname als

voor Nederland duur was, zullen wij later zien.

[870] Journaal van Friderici van 21 Mei 1795. Missive van Friderici

aan H.H. Directeuren en Regeerders van 25 Mei 1795.

[871] Sypensteyn deelt in zijn werk: Beschrijving van Suriname,

bladz. 45 mede: "Den 13den Augustus 1799 bragt de Gouverneur in den

Raad eenen brief van de Hoofden der Bataafsche Republiek, waarbij zij

hem aanmaanden de kolonie in hunnen naam te blijven beheeren. Een

gelijke brief, uit Engeland van Prins Willem 5 ontvangen, magtigde

hem evenzoo om in H. D. naam het bestuur te blijven waarnemen,

met uitnoodiging om de in aantogt zijnde Engelschen als vrienden

te ontvangen. Deze tegenstrijdige bevelen waren oorzaak van eene

langdurige beraadslaging. De Gouverneur, hevig Oranje gezind,

moest eindelijk toegeven aan het eenstemmig advies van den Raad,

en de Bataafsche republiek werd als souverein erkend." Noch in de

notulen van Gouverneur en Raden, noch in de Extra notulen rakende

de Buiten- en Binnenlandsche defensie van dien tijd; noch in de

missives van Friderici en der Engelsche bevelhebbers vinden wij

echter iets hiervan vermeld. Wij deelen dus deze bijzonderheid,

die ook wordt aangehaald door Bosch, Reizen in Suriname, bladz. 52

mede, doch daar wij bij genoemde heeren geen melding vinden gemaakt

van den brief van den prins, dato Februarij 1795 vermoeden wij,

dat de genoemde schrijvers bij vergissing, den datum later hebben

gesteld. Wat dit vermoeden nog meer bevestigt, is de inhoud eener

geheime Instructie voor den Vice-Admiraal Raders, "Commandant van

's Lands Esquader in de West-Indiën." Genoemde heer ontving den

10den Julij 1797 van het Committé van Marine, den last, om van

de groote vloot, staande onder bevel van den Admiraal de Winter,

zich met 8 oorlogsvaartuigen en 4 gewapende transportschepen te

scheiden en naar Suriname te stevenen, om aldaar met Friderici de

beste middelen te beramen, ten einde de door de Engelschen veroverde

koloniën te hernemen. Bij artikel 14 dier Instructie wordt hem gelast

"om, zoo genoemde coloniën heroverd zijn, te zorgen dat de regering

worde veranderd en in dezelve zoodanige personen worden aangesteld,

van welke eerlijkheid, ervarenis en Republikeinsche grondbeginselen

hij zal overtuigd zijn, en integendeel daaruit weeren alle zoodanige,

die zich, als voorstanders van de stadhouderlijke overheersching of

als begunstigers van den vijand gedragen hebben, enz."--"en om zijne

keuze van geschikte personen tot het bestier der gemelde coloniën,

met des te meer nut voor dezelve, en tot groote gerustheid voor

zich zelve te doen, zal hij daarover met den Gouverneur Friderici te

Surinamen moeten raadplegen en deszelfs advis innemen, en hetzelve,

aan hem geschikt voorkomende mogen volgen." Uit een en ander blijkt

dat Friderici zeer het vertrouwen der toenmalige bewindslieden genoot,

en, daarenboven, komt het mij onwaarschijnlijk voor, dat de Prins

van Oranje, na eene vroegere weigering, zich op nieuw met een zelfde

verzoek tot Friderici zou hebben gewend. Door het verslaan der vloot,

onder de Winter, is er niets van de expeditie van Raders gekomen.

[872] Missive van Friderici aan H.H. Directeuren en Regeerders van

25 Mei 1795.

[873] Over den brief van Prins Willem den 5den zijn uitvoerige

discussiën geweest. De vergadering der Provis. representanten van

het volk van Holland, had deze zaak in handen gesteld van de burgers,

Mr. B. Voorda en Mr. J. Valkenaer om hierop van advies te dienen. Het

door genoemde heeren ingediend "Rechtsgeleerd advis" is in een

voor den Prins hatelijken toon gesteld, die den geest van dien tijd

kenmerkte. Het is met wederleggende aanteekeningen van een Hollandsch

Regtsgeleerde in 1796 uitgegeven. Door die wederleggende aanteekeningen

wordt de eere van Prins Willem uitnemend gehandhaafd, zie: Regtsgeleerd

Advis in de zaak van de gewezen stadhouder en over deszelfs schrijven

aan de Gouverneur van de Oost- en West-Indische bezittingen van den

staat door de burgers, Mr. B. Voorda en Mr. J. Valkenaer ingeleverd

ter vergadering der provisioneele representanten van het volk van

Holland, op 7 Januarij 1796. En in 't licht gegeven op last derzelver

vergadering met wederleggende aanteekeningen, van een Hollandsch

rechtsgeleerde 1796.

[874] Missive van Cointet aan Friderici, 5 Ventose an 4 de la

republique une et indivisible. Cointet erkent zelf in dezen brief

dat de opstand der negers door blanken was aangestookt geworden;

vier dezen lieden vlugtten naar Suriname, waar zij in arrest werden

gezet en later uit de kolonie verzonden.

[875] Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Julij 1795.

[876] Notulen van Gouverneur en Raden van 3 Augustus 1795.

[877] Journaal van Friderici van 7 Julij, 10, 15, 17 en 25 Augustus, 8

September, 15 October, 5, 10 en 27 November, 30 December 1795. Missives

van Beaujon, Friderici, Stoelman, enz. enz.

[878] Missive van Friderici aan H.H. Directeuren en Regeerders van

12 Augustus 1795.

[879] Notulen van Gouverneur en Raden van 8 Julij 1795.

[880] Notulen van Gouverneur en Raden, 10 Julij 1795. Journaal van

Friderici, 10 Julij 1795.

[881] Notulen van Gouverneur en Raden, 20 Julij, 26 Augustus

1795. Journaal van Friderici, 20 Julij, 26 en 27 Augustus 1795.

[882] Notulen van Gouverneur en Raden, 27 Augustus 1795.

[883] Journaal van Friderici, 31 Augustus en 8 September 1795.

[884] Journaal van Friderici, 31 Augustus 1795.

[885] Journaal van Friderici, 18, 19 Julij en 22 September 1795.

[886] Journaal van Friderici, 22 September 1795. Missive van Friderici

aan H.H. Directeuren, 26 September 1797.

[887] Journaal van Friderici, 26 October 1795. Notulen van Gouverneur

en Raden, 7 November 1795. Missive aan den Franschen gezant.

[888] A. Vereul was ook lid geweest der Edele Sociëteit.

[889] Extract uit het Register der Resolutiën van de H. H. M. Staaten

Generaal der Vereenigde Nederlanden den 9 October 1795. Vele dier

aangevoerde redenen zijn niet van grond ontbloot, doch er heerscht

veel overdrijving in.

[890] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 en 20 Mei 1796. Journaal

van Friderici, 17 en 20 Mei 1796.

[891] Notulen van Gouverneur en Raden, 3 Junij 1796. Journaal van

Friderici, 3 Junij 1796.

[892] Journaal van Friderici, 28 Januarij 1796. Aanschrijving van

Friderici aan genoemde drukkers, 20 Januarij 1796.

[893] Journaal van Friderici, 1 Mei 1796. Notulen van Gouverneur en

Raden, 18 Mei en 17 Augustus 1796.

[894] Notulen van Gouverneur en Raden, 18 Mei 1796.

[895] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Mei 1796.

[896] Aanspraak bij de opening der eerste zitting van het Committé

en uitgesproken door deszelfs voorzitter Abraham Vereul, in 's Hage,

2 November 1795, en ingevolge resolutie van hetzelve Committé gedrukt.

[897] Notulen Gouverneur en Raden, 20 Mei en 1 Junij 1796. Journaal

van Friderici, 1 Junij 1796.

[898] Journaal van Friderici, 18 Julij, 1 en 18 Augustus 1796.

[899] Journaal van Friderici, 12 Augustus 1796. Missive van Friderici

aan het Committé dato 8 Junij 1796.

[900] Journaal van Friderici, 5 September 1796.

[901] Notulen van Gouverneur en Raden, 22 November 1796.

[902] Missive van Friderici aan het Committé, 2 December 1796.

[903] Notulen Gouverneur en Raden, 6 Junij 1797.

[904] Missive van Friderici aan het Committé, 2 December 1796. Notulen,

31 Aug., 11 en 12 October 1796 enz enz.

[905] Journaal van Friderici, 19 Februarij 1798. Docher moest eene

latere beleediging boeten met f 12.000 en de kosten enz. Zie notulen

29 Mei 1799.

[906] Journaal van Friderici, 27 Julij 1797.

[907] Journaal van Friderici, 19 Februarij 1798.

[908] Journaal van Friderici, 12 Mei 1798.

[909] Journaal van Friderici, 12 en 21 Junij 1798. Missives van

Jeannet, 20 Prairial, Art. 6 de la republique Française. Friderici,

22 Junij 1798. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname. 1e

deel, blad 55 en 56. Dagverhaal van de lotgevallen van Pichegruenz.,

uitgebannenen uit Frankrijk naar Guiana, na den 4den September 1797,

door Ramel, bij van Paddenburg te Utrecht, 1799.

[910] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Mei 1798.

[911] Missives van Friderici en Hartsinck, Junij 1798.

[912] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Mei 1798, 11 Februarij 1799,

enz. enz.

[913] Notulen van Gouverneur en Raden, 23 April 1799.

[914] Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Mei 1799.

[915] Extra notulen rakende de Binnen- en Buitenlandsche defensie, 8

Februarij 1799. Missive van Friderici aan het Committé, 16 April 1799.

[916] Journaal van Friderici, 15 Februarij 1799. Extra notulen rakende

de Binnen- en Buitenlandsche defensie, 18 en 22 Februarij 1799.

[917] Missive van Friderici aan het Committé van 31 Januarij 1799.

[918] Missive van Friderici aan het Committé van 22 Junij 1799.

[919] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie

van 14, 16 en 17 Augustus 1799.

Notulen van den grooten krijgsraad van 16 Augustus 1799.

Notulen der capitulatie bij publicatie van dato 20 Augustus 1799

bekend gemaakt.

Missive van Friderici aan het Committé van 22 Augustus 1799.

[920] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie

van 20, 21 en 22 Augustus 1799.

Notulen van Gouverneur en Raden van 26 Augustus 1799.

[921] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie

van 26 Augustus 1799.

[922] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie,

2 September 1799.

[923] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie,

22 Augustus, 23 September en 24 October 1799.

[924] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie,

28 Januarij en 12 Februarij 1800.

[925] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie,

4 Mei 1801.

Notulen van Gouverneur en Raden.

[926] Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Dec. 1800 en 20 Jan. 1801.

[927] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Maart 1800.

[928] Notulen van Gouverneur en Raden, 12 December 1800 en 23

Januarij 1801.

[929] Notulen van Gouverneur en Raden, 8 Januarij 1801.

[930] Notulen van Gouverneur en Raden, 26 en 28 Februarij 1800 en 2

Februarij 1801.

[931] Notulen van Gouverneur en Raden, 21 Maart 1800.

[932] Notulen van Gouverneur en Raden, 9 Junij 1800.

[933] Extra Notulen rakende de binnen- en buitenlandsche defensie,

4 Mei 1801.

[934] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Augustus 1801.

[935] Notulen van Gouverneur en Raden, 26 Augustus 1801.

Een Engelsch regiment was in de plaats van het Royal Dutch bataillon

gekomen.

[936] Notulen van Gouverneur en Raden, 13 Januarij 1802.

[937] Notulen van Gouverneur en Raden, 20 December 1799.

[938] Notulen van Gouverneur en Raden, 17 Augustus 1801.

[939] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Augustus en 18 September

1799.

[940] Notulen van Gouverneur en Raden, 1 December 1800, enz.

[941] Notulen van Gouverneur en Raden, 16 Februarij 1801. Publicatie

van 16 Februarij 1801.

[942] Notulen van Gouverneur en Raden, 30 Mei 1800.

[943] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801.

[944] Notulen van Gouverneur en Raden, 11 Dec. 1799 en 11 Maart 1800.

[945] Notulen van Gouverneur en Raden, 26 Augustus 1801.

[946] Notulen van Gouverneur en Raden, 4 November 1801.

[947] Notulen van Gouverneur en Raden, 18 December 1801.

[948] Journaal van het Provisioneele bewind, 3 December 1802.

Missives van Blois van Treslong aan den Raad der Coloniën, 9 Dec. 1802.

[949] Missive van Blois van Treslong aan den Raad van Coloniën,

9 Dec. 1802.

[950] Teenstra. De Landbouw in Suriname, 1ste deel, bladz. 52.

Bij den brand van 1821 werd ook dit gedenkteeken eene prooi der

groote verwoesting.

[951] Journaal van het Provisioneel bewind, 4 en 6 December 1802.

[952] Journaal van het Provisioneel bewind, 6, 14 en 15 December

1802 enz.

[953] Missive van het Provisioneel bewind aan den Raad der Coloniën,

9 Januarij 1803 en bijlagen daartoe behoorende enz.

[954] Missive van het Provisioneel bewind aan den Raad der Coloniën,

8 Maart 1803.

[955] Omtrent die uitgifte van gronden werd echter door het

Prov. bewind aangemerkt, dat door het daarmede in verband staande

openkappen van het bosch, de westkust van het district Saramacca

van de natuurlijke verdediging werd beroofd en bloot stond voor eene

vijandelijke attaque.

Missive van het Provisioneel bewind aan den Raad van Coloniën,

9 Januarij 1803.

[956] Journaal van het Provisioneel bewind, 11 Januarij 1803.

[957] Missive van Batenburg aan het Provisioneel bewind, 17 Febr. 1803.

[958] Journaal van het Provisioneel bewind, 30 December 1802.

[959] Missive van Berranger, 28 December 1803.

[960] Missive van Berranger aan den Raad van coloniën, 10 Maart 1804.

[961] Teenstra, de Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel blad 58.

[962] Publicatie, 19 December 1803.

[963] Missive van Berranger aan den Raad van coloniën, 10 Maart 1804.

[964] Publicatie, 21 April 1804.

[965] Publicatie, 6 Januarij 1804.

[966] Missive van Berranger, 10 Maart 1804.

[967] Missive van Berranger, 10 Maart 1805.

[968] Zekere Hoop, een Surinamer, diende den Engelschen tot gids,

zoodat verraad het zijne bijbragt om de kolonie in vijands hand

te leveren. Missive van Berranger aan den Raad van coloniën, 30

Julij 1804.

[969] Missive van Berranger aan Batenburg, 30 April 1804.

[970] Missive van Berranger aan den Raad van coloniën van 12 Mei 1804,

en verdere volumieuse officieele bescheiden betreffende deze overgave.

[971] Missive van Batenburg aan Berranger en van Berranger aan

Batenburg, 28, 29 en 30 April 1804.

Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaansche coloniën van 30

Julij 1804.

[972] The Liverpools Saturday's advertiser van 30 Julij 1804, laat

zich daarover in dier voege uit:

"De herneming van Suriname door een onzer West-Indische eskaders,

kan onder de gewigtigste verrigtingen gedurende dezen oorlog gerekend

worden. De aanzienlijke Britsche kapitalen, in den laatsten oorlog

in deze volkplanting geplaatst, hebben de planters op de beste

wijze in staat gesteld, hunne producten te vermenigvuldigen, en

uit het wederkeerig vertier, dat daardoor tusschen dezelve en onze

kooplieden geboren wordt, kan men, met grond, de voordeeligste gevolgen

verwachten. De Consignatiën naar die colonie zullen, zonder twijfel,

zeer aanmerkelijk zijn en magtig toenemen, bijaldien die volkplanting

lang in onze handen blijft."

[973] Terms proposed by their Excellencies Major-General Sir Charles

Green, and Commodore Samuel Hood, commander in Chief of His Majesty's

Land and Sea-Forces for the Surrender to the British Government of

the Colony of Suriname.

Art. 2. "The inhabitants of the Colony shall enjoy full security for

theirs persons, and the free exercise of their Religion, with the

immediate and entire possession of their Private Property, whether

on shore or alout.

Art 3. The laws of the Colony as they existed at the period of its

being given up by the British Government, shall remain in force

until His Majesty's pleasure shall be known, but this article is

not meant to restrict His Majesty's Representative from making such

temporary Regulations as may appear to him absolutely necessary for

the security and defence of the Colony, nor must it be construed

to militate against such establishments as may be necessary for

regulating the commerce of the colony agreeable to the practise in

the British West-India possessions.

Art. 4. The different persons at present employed in the civil

administration of the Colony shall all of them, the Governor excepted,

continue in office, provided they take oath of allegiance and fidelity

to the British Government, and that their conduct is such as to afford

no reasonable ground for suspecting their submission thereto."

[974] Answer to Lieut. Coll. Batenburg Commanding the Batavian troops

in Surinam.

"His Britannic Majesty having instructed us to favor the Colony of

Surinam as much as possible, we are willing to grant to it the same

terms as first proposed."

[975] Journaal van Sir Charles Green, 6 en 7 Mei 1804.

[976] Proclamatie van Sir Charles Green van 7 Mei 1804.

[977] Publicatie van Sir Charles Green, 8 Mei 1804.

[978] Journaal van Sir Charles Green, 9 Mei 1804.

[979] Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.

[980] Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaansche Coloniën,

30 Julij 1804.

[981] Extract uit het secreet-register der Resolutie van den Raad

der Marine van de Bataafsche Republiek, 15 Januarij 1804.

[982] Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaansche Coloniën,

30 Julij 1804.

Berranger wilde gaarne afwachten, hoe of het Bataafsche bewind zijne

handelingen opnam, en vertoefde alzoo nog ruim een jaar in Suriname;

vervolgens ging hij naar Holland, doch keerde later, na hier toe van

het Britsch bewind verlof te hebben verkregen, naar Suriname terug

en woonde aldaar sedert op zijne plantaadje, die aan de Oranjekreek

was gelegen.

Green gaf een goed getuigenis omtrent hem, doch een latere Gouverneur

(Bonham) was minder met Berranger ingenomen; hij waarschuwde het

Britsch bewind tegen hem en achtte het noodig op hem een wakend oog

te doen houden, daar hij "zeer republikeinsch gezind was."

[983] Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.

[984] Letter from Friderici to Lord Hobart, 14 May 1804.

Letter from Lord Hobart to Friderici, 5 July 1804.

Na het vertrek van Green deed Friderici nog eene, doch vruchtelooze

poging hiertoe.

[985] Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.

[986] Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.

[987] Proclamatie van Sir Charles Green, 26 September, 7 December

1804 en 24 April 1805.

[988] Om den inhoud niet noodeloos uit te breiden, deelen wij niet

den officieelen Engelschen tekst mede maar de vertaling en, waar die

bestaat, de officieele.

[989] Letter from Charles Green to Earl Camden, 1 Februarij 1803.

[990] Letter from Commodore Hood to Charles Green, 29 Maart

1803. Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1803.

[991] Letter from Green to Lord Camden, 2 October 1804.

[992] Surinaamsche courant, 5 October 1804.

[993] Surinaamsche courant, 23 October 1804.

[994] Letter from Green to Brigadier-General Maitland, Quartermaster

and Barrack-master General, 15 Julij 1804.

[995] Letter from Green to Brigadier-General Maitland, 15 Julij 1804.

[996] Letter from Green to lord Camden, 2 October 1804.

[997] Vroeger behoorden, onder het protectoraat, tot deze kas ook

nog de in- en uitgaande regten, die thans echter niet meer daarin

vloeiden, omdat dit in strijd was met de Britsche zeevaartwetten en

de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom-house).

[998] Memorie van Heshuijsen sur les appointements tels que se payent

actuellement, 9 Aout. 1804.

[999] Memorie over de onderscheidene kassen opgemaakt, op order van

den Gouverneur Bonham, door Melville in December 1812.

[1000] Verslag der speciale Finantiële Commissie. Extract from the

Proceedings and Resolutions of the Court of Policy, 18 Junij 1804,

Address from the Court of Policy to sir Charles Green, 25 Junij 1804.

[1001] Letter from Green to the Court of Policy, 2 Julij 1804.

[1002] Memoire sur l'état des Finances Coloniales faite par Heshuijsen,

16 Juillet 1805.

[1003] Extract from the proceedings and resolutions of the court of

policy, 18 Junij 1804.

[1004] Publicatie van Sir Charles Green, 11 Julij 1804.

[1005] Publicatie van Sir Charles Green. 20 September 1804.

[1006] Diverses memoires de Heshuyzen. Het bedoelde papieren geld

was uitgegeven als volgt:

1796 December 2 f 250,000.--

1797 Julij 27 f 350.000.--

---- November 4 f 400,000.--

1798 April 20 f 400,000.--

---- November 15 f 600.000.--

1799 Januarij 28 f 400,000.--

------------

f 2,400,000.--

5700 kaarten à f 2.10, die de Gouverneur den tijd

niet had gehad te teekenen, waren, als zonder

waarde, verbrand f 14,250.--

------------

Bleef alzoo de somma f 2,385,750.--

[1007] Diverses Memoires de Heshuysen.

[1008] Dat deze bewering geschiedkundig onwaar is behoeft geen nader

betoog: ieder die eenigzins met de geschiedenis van St. Domingo bekend

is, weet dat daartoe geheel andere oorzaken hebben geleid.

[1009] Diverses memoires de Heshuysen.

[1010] Diverses memoires de Heshuyzen.

[1011] Diverses memoires de Heshuysen.

[1012] Letter from Green to Edw. Cooke Esq., 26 Januarij 1805; Memory

of the Court of Policy to sir Chs. Green, 25 Januarij 1805.

[1013] 18 Februarij 1805 werd door de Britsche regering embargo gelegd

op de Spaansche schepen, die zich in de Britsche koloniën bevonden, den

4den Maart bij proclamatie kennis gegeven van de oorlogs verklaring.

[1014] Letter from Green to Earl Camden, 1 Februarij 1805.

[1015] Letter from Green to Earl Camden, 2 October 1804.

[1016] Letter from Earl Camden to Green, 23 Februarij 1805.

[1017] Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1805.

[1018] Proclamatie from Green, 15 April 1805.

[1019] Petitie van eenige planters en kooplieden aan Hughes, 4

Mei 1805.

[1020] Representation from the Court of Policy to Hughes, 25 Julij

1805.

[1021] Answer from Hughes to the Address of the Court of Policy.

[1022] Proclamatie from Hughes, 28 Mei 1805.

[1023] Letter from Hughes to William Windham, 21 April 1807.

[1024] Memoires de Heshuysen, 16 Juillet 1805.

[1025] Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.

[1026] Letter from Lord Windham to Hughes, 4 Julij 1807.

[1027] Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 10 Maart 1805.

[1028] Surinaamsche Courant, 26 April 1805. Nog is dergelijke

verordening in Suriname bestaande.

[1029] Letter from Hughes to W. Windham, 3 Januarij 1807.

[1030] Lijst der ingevoerde slaven, opgemaakt 1 Januarij 1808.

[1031] Letter from Melville to S. Cock, 2 Februarij 1807, Petition

from Simon Cock to the British Government.

[1032] Letter from Hughes to lord Castlereagh, 10 December 1807.

[1033] Proclamation from Hughes, 1807.

[1034] Letter from Hughes to Major-General Beckwitz. 12

Septemb. 1805. Letter from Hughes to Lord Castlereagh.

[1035] Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.

[1036] Letter from Lieutenant Green to Hughes, 9 November 1805.

[1037] Letter from Hughes to Major-General Beckwitz, 29 Januarij 1806.

[1038] Letter from Hughes to lord Windham, 5 September 1806 and 3

Januarij 1807; Reize naar Suriname door den Baron Albert von Sack,

1ste deel, bladz. 141-142.

[1039] Notulen van Gouverneur en Raden, 29 Junij 1806.

[1040] Letter from Archer to the Court of Policy, 5 Februarij 1806.

[1041] Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801. Bladz 494-5.

[1042] Letter from G. Cramstown to Archer, 23 Februarij 1806.

[1043] Letter from Archer to Hughes, 27 Januarij 1806.

[1044] Letter from Archer to Hughes, 15 Februarij 1806.

[1045] Letter from Hughes to Archer, 19 Februarij 1806, letter from

Hughes to Spiering 15 Februarij 1806.

[1046] Letter from Spiering to Hughes, 16 Februarij 1806.

[1047] Letter from Archer to Hughes, 20 Februarij 1806.

[1048] Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Februarij 1806.

[1049] Letter from Archer to Hughes, 25 February 1806.

[1050] Letter from Archer to Hughes, 26 Februarij 1806.

[1051] Letters from Hughes to Lieutenant-General Beckwitz, 28 February

and 2 March 1806.

[1052] Petition from Sanches to Hughes, 5 March 1807.

[1053] Letter from Lolkens to Hughes.

[1054] Rapport van Lolkens aan het Hof van Policie.

[1055] Letter from Hughes to lord Windham, 27 May 1807.

[1056] Petition from Lolkens to lord Castlereagh, 12 September

1808. Lolkens beklaagde zich in dit rekwest over zijn ontslag, en

verzocht weder in zijn ambt te worden hersteld. Dit verzoek werd

in zoo ver toegestaan, dat hij na den dood van Hughes weder als 2e

fiscaal heeft gefungeerd.

[1057] Rapport from Charles Thesinger to the Commissioners of H. M.

[1058] Letter from Hughes to Windham, 25 September 1806.

[1059] Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 27 September 1807,

Letter from Castlereagh to Hughes, 7 Februarij 1805.

[1060] Letter from John Wardlau to Lord Castlereagh, 28 September 1805.

[1061] Memorie from some Colonists to Wardlau.

[1062] 6ieme article de capitulation du 12 Janvier 1809. Letter from

John Wardlau to lord Castlereagh, 31 January 1809.

[1063] Letter from Baron Bentinck to lord Castlereagh; 14 May 1809,

letter from John Wardlau to the Secretary of State, 12 December 1809.

[1064] Letter from van Esch to Sir Edward Cooke, 1 February and

17 April 1809, letter from baron Bentinck to Cooke, 9 Febr. and 23

February 1809.

[1065] Letter from Bentinck to lord Castlereagh, 26 Augustus 1809.

[1066] Letter from Maxwill to the secretary of state for colonies,

13 October 1809.

[1067] Extracts from the Proceedings of the court of Policy,

October 1811. De toestemming van dit verzoek kwam eigenlijk eerst na

Bentincks dood aan. De proclamatie daaromtrent werd 26 Junij 1812

uitgevaardigd. Het behoort echter tot Het tijdvak van Bentincks

bestuur.

[1068] Extract from the Records of proceedings etc. of the court

of Policy, 8 Januarij 1812. Toen de Agent Mr. Budge overleed, werd

Mr. B. J. Jones, Esq. hiertoe benoemd.

[1069] Letter from Bonham to Lord Bathurst, 7 Februarij 1813. Het

geheel der som werd door eene geldleening gevonden, waarvan Bentinck

aannam 1/2 der interest te betalen en later 1/3 van het kapitaal. Zie

ook Notulen van het Hof van Policie, 1 Junij 1810.

[1070] M. D. Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2de deel;

bladz. 115. Later werd zij nog versierd met de graftomben van de

Gouverneurs Friderici en Bentinck; bij den brand van 1821 werd zij

geheel vernietigd.

[1071] Extract from the records of proceedings, etc. of the court of

Policy, 30 Augustus 1809.

[1072] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 9 November 1811.

[1073] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 10 December 1811.

[1074] Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 11 and 19 December

1811. Extract from the records of proceedings etc. of the court of

Policy. 23 December 1811.

[1075] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 27 December 1811.

[1076] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.

[1077] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 7 Februarij 1812.

[1078] Letters from Bonham te Earl Bathurst, 2 October 1812, 17

Julij 1813.

[1079] Ook door Hughes was bij Publicatie van 1 Julij 1805, ter

constatering der bevolking, eene algemeene opschrijving gelast,

(in iedere wijk van huis tot huis), bevattende:

1o. den naam der straten;

2o. het nummer van ieder huis;

3o. den naam der eigenaars en bewoners;

4o. of dezelve Christenen of Joden zijn;

5o. of dezelve blanken, vrije kleurlingen of negers zijn;

6o. het getal slaven, zwarte of gecouleurde, en van het mannelijk

of vrouwelijk geslacht; voorts gelijke opgave der plantaadjes en

gronden, benevens de daaraan behoorende slaven en de eigenaren en

Administrateuren, Christen of Jood, door de Burger-officieren in de

divisiën; en eindelijk eene opgaaf van het revenue, gemiddeld over

de drie laatste jaren. Of deze opgave niet tot stand gekomen of later

vermist is, weten wij niet. Op het state-papers-office hebben wij er

geen spoor van ontdekt.

[1080] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.

[1081] Publicatie van Hughes.

[1082] Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 28 December 1811

and 30 March 1812.

[1083] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 2 October 1812.

[1084] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 29 December 1811.

[1085] Letter of Earl Liverpool to Bonham, 12 March 1812.

[1086] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.

[1087] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813.

[1088] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 9 Februarij 1814.

[1089] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.

[1090] Publicatie van Bonham 27 Mei 1804.

[1091] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 17 December 1811.

[1092] Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 12 March 1812.

[1093] Proclamatie van Bonham, 15 Mei 1813.

[1094] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813, benevens de

noodige bewijsstukken, als extract der notulen van Gouverneur en Raden,

copijen van brieven enz. enz.

[1095] Letter from Harrisson (Treasury Chamber) to Bent, 25 April 1813.

[1096] Proclamatie van Bonham, 2 June 1813.

[1097] Notificatie van den Gouvernements-Secretaris, 25 Junij

1813. Letter from Bonham to Earl Bathurst, 7 Julij 1813.

[1098] Annonce van John Bent, 14 October 1813.

[1099] Proclamatie van Bonham, 11 December 1813.

[1100] Annonce van Bent, 21 December 1813.

[1101] Annonce van Bonham, 30 December 1813.

[1102] Annonce van John Bent, 14 Januarij 1814.

[1103] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 25 September 1813.

[1104] Petition from some Colonists of Suriname to the British

Government.

[1105] Letter from Fagel and Penn to George Hamilton, Esq., 29

November 1813. Ook Bonham bevestigde dit getuigenis omtrent den goeden

invloed van Bent ten opzigte van de behandeling der slaven en deelt

daaromtrent verscheidene bijzonderheden mede. Wij nemen er slechts

een over. Een directeur liet eene vrouw opbinden en onmenschelijk

geeselen. Reeds was het getal der toegebragte slagen tot 315 geklommen,

toen Bent haar met geweld verlostte; anders ware zij doodgegeeseld

geworden. Hare misdaad was, dat zij in dronkenschap eenige brutale

uitdrukkingen had gebezigd. Bonham kocht later deze vrouw en schonk

haar de vrijheid. Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij,

9 Februarij en 5 Julij 1814.

[1106] Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij and 10

Februarij 1814, etc.

[1107] Extract from the Records of proceedings of the court of Policy,

3 Februarij 1814.

[1108] Petition from Veldwijk to Bonham, 31 Januarij 1814. Answer

from Bonham, 3 Februarij 1814.

[1109] Petition from Veldwijk, Melville and Lolkens to Earl Bathurst,

9 Februarij 1814.

[1110] Petition from some Colonists to Earl Bathurst, 3 December 1813.

[1111] Proclamatie van Bonham, 8 Junij 1814.

[1112] Letters from Bonham to Earl Bathurst, 23 Augustus 1814.

[1113] Letters from Bonham to Earl Bathurst, 16 November 1814.

[1114] Letters from Bonham to Earl Bathurst, 30 October 1815.

[1115] Letters from Bonham to Earl Bathurst, 24 Januarij 1816.

[1116] Gijsbert Karel van Hogendorp.

[1117] Letters from Bonham to Earl Bathurst 18 Julij en 30 Augustus

1814. Parlements-acte ter vergunning van den handel tusschen de

Vereenigde provintien en zekere coloniën, thans in bezitting van

Zijne Britsche Majesteit, gedagteekend 17 Junij 1814, gepubliceerd

te Paramaribo den 29 Augustus 1814.

[1118] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1815.

[1119] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1810, 30

October 1815.

[1120] Letters from B. J. Jones, Agent of the colony of Surinam to

Henry Goulborn, etc.

Letters from Bonham to Earl Bathurst, 18 Augustus 1819.

[1121] Petition from British subjects living at Nickerie to the

British Government.

Lettre de Fagel à Lord Castlereagh, 15 Mai 1816.

[1122] Letters from Bonham to Earl Bathurst, 15 Julij 1814, 4 April

en 4 Augustus 1815.

[1123] Letter from Bonham to Earl Bathurst, 22 Augustus 1814.

[1124] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.

[1125] Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816.

[1126] Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816.

[1127] Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen

bestaande Reglement op het beleid van de Regering, het Justitiewezen,

den Landbouw en de Scheepvaart in Suriname, van 14 September 1813.

[1128] Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816.

[1129] Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816.

[1130] Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door

ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41.

[1131] Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in

de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname,

bladz. 47.

[1132] Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816.

[1133] Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de

bepaling van eenige Algemeene Schoolwetten voor de schoolhouders en

onderwijzers der jeugd in deze kolonie.

[1134] Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817.

[1135] Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817.

[1136] Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817.

[1137] Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816.

[1138] Resolutie van Vaillant, 13 November 1818.

[1139] Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818.

[1140] Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn,

Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de

kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 60.

[1141] Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel,

bladz. 60.

[1142] Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel,

bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.

[1143] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 61.

[1144] Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817.

[1145] Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818.

[1146] De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal

van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit

werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,

bladz. 61--64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend.

[1147] Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander

op f 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes

en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren.

[1148] Publicatie van Vaillant, 5 September 1821.

[1149] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.

[1150] Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821.

[1151] Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn

ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap

te 's Gravenhage, 6de jaargang, waar eene levensschets van A. de

Veer voorkomt.

[1152] Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822.

[1153] Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823.

[1154] Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823.

[1155] Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824.

[1156] Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824.

[1157] Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824.

[1158] Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828.

[1159] Notificatie van 6 Junij 1825.

[1160] Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825.

[1161] Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826.

[1162] Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis

der Nederlandsche en vreemde koloniën, bijzonder betrekkelijk de

vrijlating der slaven, door G. S. de Veer. Publicatiën van A. de Veer,

10 Januarij en 23 Januarij 1824. Despatch from secretary Canning to

Viscount Granville, 7 May 1824.

[1163] Brief van Elout aan de Veer, 24 December 1828.

[1164] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 64.

[1165] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 65.

[1166] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel blz. 65.

[1167] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 66.

[1168] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 65.

[1169] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 65.

[1170] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bldz. 65.

[1171] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel. bldz. 67.

[1172] Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825.

[1173] Sommige schrijvers over de finantiële kwestie, als: J. J. de

Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de

vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek

aan historische bescheiden onbekend was.

[1174] Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen

omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch

papieren- en kaartengeld, enz.

[1175] Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de

Mesquita. Ontwerp ter verbetering van den finantiëlen toestand van

Suriname.

[1176] Publicatie van de Veer, 28 December 1826.

[1177] Publicatie van de Veer, 30 December 1826.

[1178] Publicatie van de Veer, 30 October 1827.

[1179] Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4.

[1180] Publicatie van de Veer, 29 April 1828.

[1181] Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828.

[1182] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.

[1183] Omtrent de officieele handelingen van van den Bosch leze men

het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het

beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen,

benevens de daartoe behoorende bijlagen.

[1184] Publicatie van P. R. Cantz'laar, 20 Mei 1828.

[1185] Publicatiën van Cantz'laar, 19 November 1828.

[1186] Publicatiën van Cants'laar, 26 Augustus 1828.

[1187] Publicatiën van Cantz'laar, 5 December 1828.

[1188] Publicatiën van Cantz'laar, 26 October 1830.

[1189] Publicatiën van Cantz'laar, 18 November 1828.

Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den

Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd.

[1190] Publicatie van Cantz'laar, 23 December 1828.

[1191] Reglement van 7 October 1828.

[1192] Publicatie van Cantz'laar, 7 October 1828.

[1193] Publicatie van Cantz'laar, 20 November 1828.

[1194] Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan.

[1195] Koninglijk Besluit van 30 December 1828, Publicatiën van

Cantz'laar, 19 Maart en 5 Junij 1829.

[1196] Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche

aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28.

[1197] Publicatie van Cantz'laar, 3 Mei 1831.

[1198] Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot

afgifte van wissels ten bedrage van f 200,000 op het Gouvernement in

het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor f 100,000.

[1199] Ontwerp ter verbetering van den finantiëlen toestand in de

Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39.

[1200] Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel,

bladz 69.

[1201] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra,

De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel, bladz. 69.

[1202] Publicatie van Cantz'laar, 7 September 1830.

[1203] Publicatie van Cantz'laar, 18 October 1831.

[1204] Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel,

bladz. 69-72. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.

[1205] Halberstadt, Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den

tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13.

[1206] Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831.

[1207] Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832.

[1208] Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen de

geoctroijeerde Sociëteit van Suriname en de Kolonisten, vroeger

medegedeeld.

[1209] Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent

in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten

(protecting duty) betoogd.

[1210] In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het

Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents.

[1211] Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten

de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder

werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen,

er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen

waren afgegeven.

[1212] Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De

Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten

en officieele stukken.

[1213] Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke

groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was.

[1214] Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832.

[1215] Publicatiën van van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832.

[1216] Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832.

[1217] Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832.

[1218] Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het

voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus

gelukkig na den brand in Suriname aan.

[1219] H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname,

bladz. 21.

[1220] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.

[1221] Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834.

[1222] Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832.

[1223] Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der

Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten

werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen

der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een

Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel

voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele

regtbank vormden.

[1224] In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een

Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie

van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.

[1225] Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der

Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele

klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt,

waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte

dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld,

welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie

in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.

[1226] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.

[1227] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21-23.

[1228] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2e deel, blz. 110.

[1229] Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, blz. 116.

[1230] Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.

[1231] Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver

doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van

het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar,

den bij ons bekenden John Bent.

[1232] Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.

[1233] Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.

Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.

[1234] Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als

Minister van Koloniën (1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan

en zijne eischen ingewilligd.

[1235] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.

[1236] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.

[1237] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.

[1238] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.

[1239] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.

[1240] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.

[1241] Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.

[1242] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1243] Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.

[1244] Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.

[1245] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1246] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1247] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.

[1248] Proclamatiën van de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.

[1249] Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.

[1250] Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.

[1251] Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.

[1252] Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.

[1253] Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.

[1254] Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.

[1255] Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.

[1256] In de naburige Engelsche Koloniën Demerary en Berbice was reeds

in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement

ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen,

25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op

verbeurte van f 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.

Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159-62.

[1257] Zie de rede van den Minister van Koloniën J. C. Baud, 14

Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche

aangelegenheden, 2de gedeelte blz. 38 en 39.

[1258] Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden,

2de gedeelte, bladz. 37.

[1259] Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.

[1260] Publicatie van J. C. Rijk, 13-14 Julij 1840.

[1261] Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.

[1262] Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden,

2de gedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van

Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17-19.

[1263] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.

[1264] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.

[1265] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.

[1266] Chronologie van Suriname, bladz. 25.

[1267] Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.

Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.

[1268] Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.

[1269] Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.

[1270] Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 26.

[1271] Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.

[1272] Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige

ingezetenen van Suriname.

[1273] Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus

1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.

[1274] Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September

1843.

[1275] Koninklijk Besluit, 5 October 1843.

[1276] Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister van

Koloniën, 31 October 1843.

[1277] Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.

[1278] Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd

o. a. in de brochure "Beschouwing van een adres van Bosch Reitz

c. s.," door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle

eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen

nog bewezen moest worden (petitio principii.)

[1279] Adres van belanghebbenden aan den Minister van Koloniën,

25 November 1843.

Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling

ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor

het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als

adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het

stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.

[1280] Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October

1844. Dispositie van den Minister van Koloniën, 11 November 1844.

[1281] Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.

[1282] Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.

[1283] Rede van den Minister van Koloniën in de zitting van 4 Maart

1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden,

2de gedeelte, bladz. 31.

[1284] Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van

Eigenaren en Administrateuren van plantagiën, gehouden te Paramaribo

op den 1 Julij 1844.

[1285] Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.

Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing

van het adres van Bosch Reitz c. s.

[1286] Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden,

is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelst zeer

belangrijke bijzonderheden.

[1287] Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende

leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel

magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart

1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd,

en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.--Zie publicatie van Elias,

15 Mei 1845.

[1288] Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de

Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de

lotgevallen der kolonisten, enz., door A. Copijn, in het Tijdschrift

West-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende

proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron

van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad,

getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door

J. Rijsdijk. enz.

[1289] Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.

[1290] Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.

[1291] Woorden van den Minister van Koloniën in de zitting van de

Tweede Kamer van 14 Maart 1845.

[1292] Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.

[1293] R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij,

enz. bladz. 7.

[1294] Publicatiën van de Kanter en van Raders, 13 October 1815.

[1295] A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.

[1296] Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846,

1 Julij 1847.

[1297] Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering

van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.

[1298] Publicatie van de Kanter, 24 Junij 1842.

[1299] In 1846 heerschte er eene zoo langdurige droogte, dat Suriname

bijna tot hongersnood werd gebragt.

[1300] Reglement dier Maatschappij. Verslag uitgebragt 1 September

1848, door J Helb, Directeur.

[1301] Publicatie van van Raders, 18 December 1848.

[1302] Van Raders stelde zich hiervan veel goeds voor. Zie o. a. de

door hem uitgegeven Brochure: Schets, om te strekken ten betooge,

dat de vrijstelling der slaven in de kolonie Suriname kan worden tot

stand gebragt, zonder geldelijke opoffering, zonder verkorting van

eigendomsregten, zonder verstoring van hetgeen bestaat, en tevens,

onder de daarstelling van een middel, waardoor de opkomst en bloei

der genoemde kolonie, door de aanzienlijke waarde-vermeerdering

van derzelver hoofdproduct van uitvoer, grootendeels wordt

verzekerd. Andere vonden dit plan eenigermate illusoir. Zie

Beschouwingen betreffende de vrijverklaring der slaven, enz. door

Mr. I. C. Palthe Wesenhagen.

[1303] In 1850 werden de slavenmagten van de plantaadje Mijn Vermaak,

en die van de Gouvernements-houtvelling Andresa, op Catharina Sophia

overgebragt, en met de daar aanwezigen vereenigd, zoodat zij eene

sterkte van 640 zielen uitmaakte. De plantaadje Johanna Catharina

was gekocht tot aanwending harer slavenmagt op Catharina Sophia.

[1304] Brief van van Raders aan den Minister van Koloniën, 9 April

1849.

[1305] Onderzoek ten gevolge der circulaire van den heer Otto Tank,

enz.--te Paramaribo. Van Hoëvell heeft in zijn werk: Slaven en Vrijen

in het tweede deel op bladz. 119-136 de nietigheid van genoemde

brochure klaar en helder uiteengezet.

[1306] Publicatie van van Raders, 13 Mei 1850.

[1307] Publicatie van van Raders, 6 Mei 1851.

[1308] Publicatie van van Raders, 7 April 1847.

[1309] Publicatie van van Raders, 6 Julij 1847. Voorloopig werd er ter

voorziening aan pasmunt kleine muntbilletten, van 50, 25 en 10 centen,

ten bedrage van f 40,000.-- nog in omloop gehouden. In Junij 1848

werden hiertoe ook schatkist biljetten van f 25.-- f 18.-- f 5.--

f 3.-- f 2.-- f 1.-- 50, 25, 15 en 10 centen uitgegeven. Op deze

kleine werd geen renten te goed gedaan. (Publicatie van van Raders

2 Junij 1848.)

[1310] Publicatiën van van Raders, 13 September en 3 December 1849,

24 Januarij 1850.

[1311] Publicatie van van Raders, 22 Maart 1848.

[1312] Publicatie van van Raders, 20 April 1848.

[1313] Publicatie van van Raders, 17 Februarij 1849.

[1314] Resolutiën van van Raders, 31 December 1850, 24 Februarij,

6 Maart, 1 April, 24 April, 19 November 1851.

[1315] Publicatie van van Raders, 11 Mei 1849.

[1316] Publicatie van van Raders, 14 October 1850.

[1317] De schets van de lotgevallen der kolonisten, die aan de proeven

van Europesche kolonisatie aan de Saramacca hebben deelgenomen, door

A. Copijn.--Tijdschrift "West-Indië", eerste jaargang bladz. 139-255;

Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche

kolonisatie in Suriname, bijeengebragt door R. F. Baron van Raders;

Verslag, enz. door Mr. J. M. Lisman; eene reeks van artikels in de

Surinaamsche weekbladen van 1860, onder den titel: de Hollandsche

boeren in Suriname, zijn voor deze mededeelingen onze voornaamste

bronnen. Soms geven wij de eigen woorden der schrijvers terug

en--slechts gebrek aan ruimte belet ons hier uitvoerig te zijn.

[1318] De onderscheiden bijzonderheden omtrent deze grievende

en onregtvaardige behandeling, een waardig man aangedaan, zijn

voornamelijk ontleend uit: Memorie aan den Koning, ingediend den

3den Julij 1832, door den Generaal-Majoor R. F. Baron van Raders,

rakende zijn bekomen ontslag als Gouverneur der kolonie Suriname,

benevens de daartoe behoorende stukken en bijlage en verder daarop

gevolgde stukken.

[1319] Publicatie van van Raders en Mr. P. de Kanter, 1 Maart 1852.

[1320] Publicatie van C. Barends, 14 Junij 1852.

[1321] Publicatie van von Schmidt auf Altenstadt, 22 Junij 1852.

[1322] Resolutie van 20 November 1852, met bijlagen, enz., enz.

[1323] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 3 September 1852.

[1324] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 3 September 1852.

[1325] Publicatiën van Schmidt auf Altenstadt, 22 April, 29 April

1854 enz.

[1326] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 22 Dec. 1854, met

bijlagen.

[1327] Publicatiën van Schmidt auf Altenstadt, 23 Februarij en 8

September 1854.

[1328] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 13 Februarij 1854.

[1329] Zie bladz. 651.

[1330] Resolutie van Schmidt auf Altenstadt, 12 Julij 1853, met

bijlage.

[1331] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt, 9 Januarij 1855.

[1332] Het vijfentwintig-jarig bestaan der Maatschappij ter bevordering

van het godsdienstig onderwijs onder de slaven en verdere Heidensche

bevolking in de kolonie Suriname, plegtig gevierd te Paramaribo,

den 4den Julij 1854.

[1333] Geschiedkundige aanteekeningen enz., door R. F. Baron van

Raders, bladz. 114, 115. De Hollandsche boeren in Suriname. Surinaamsch

Weekblad, 20 Mei 1860.

[1334] Kappler, Zes jaren in Suriname, 1854. 2 deelen.

[1335] Zie bladzijde 676.

[1336] Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap, 6den

jaargang, bladz. 119-245.

[1337] Publicatie van Schmidt auf Altenstadt en Schimpf, 25 Augustus

1855.

[1338] Koninklijk Besluit, 20 Mei 1855, Resolutie van Schmidt auf

Allenstadt, 8 Augustus 1855.

[1339] Koninklijke besluiten, 20 Junij, 7 Julij, 31 December 1855,

13 Februarij, 8 en 21 Mei, 23 Julij, 3, 20, 22 en 28 Augustus

1856. Resolutiën van Schimpf, houdende afkondiging derzelve, enz.

[1340] Zie o. a. publicatie van Schimpf 19 December 1851.

[1341] Publicatie van Schimpf, 16 Februarij 1856.

[1342] Publicatiën van Schimpf, 26 April en 8 Julij 1856.

[1343] Publicatie van Schimpf, 26 April 1856.

[1344] Publicatie van Schimpf, 11 Junij 1856.

[1345] Publicatiën van Schimpf, 1 en 10 Mei 1857.

[1346] Publicatie van Schimpf, 21 December 1857.

[1347] Resolutie van Schimpf, 26 Augustus 1856.

[1348] Publicatie van Schimpf, 30 Augustus 1856.

[1349] Publicatie van Schimpf, 19 December 1855.

[1350] Publicatie van Schimpf, 24 December 1856.

[1351] Zie o. a. Adressen aan de Tweede Kamer door J. Wolbers,

4 December 1858 en 18 Januarij 1859.

[1352] Schrijver dezes is tegen Immigratie van Chinezen, doch hij

moet erkennen, dat de Chinezen, waarvan hier sprake is, onregtvaardig

behandeld zijn, en hij wenscht, dat men eerlijk genoeg zij dit te

erkennen.

[1353] Zie Verslag der Commissie uit de Tweede Kamer, zitting 8

Mei 1861.

[1354] In eene brochure: De Surinaamsche adressen, bij Kemink en Zoon,

wordt een en ander omtrent die adressen medegedeeld, dat, ofschoon

de stijl hier en daar wel wat scherp is, echter de volkomene waarheid

schijnt te behelzen.

[1355] Publicatie van Schimpf en van van Lansberge 11 Augustus 1859.

[1356] Resolutie van van Lansberge, 14 Februarij 1860.

[1357] Montecattinis-oord bestaat nog maar bij naam. Montecattini, die,

voor eenige jaren, met eene lading hout van de Marowijne naar Barbados

was vertrokken, liet sedert niets van zich hooren. Zijn neef en een

ander geëmploijeerde hebben als zijne gemagtigden eenigen tijd den

houthandel aangehouden, doch hem, daar hij geen voordeelen afwierp,

laten varen.

[1358] Extract uit het Journaal, gehouden op eene reis naar

de Marowijne, ter uitvoering van eene zending bij de Aucaner- en

Bonni-negers, door F. S. Eijken Sluijters, Lid van den Kolonialen Raad,

en E. J. Slengarde, waarnemend Inspecteur van Nijverheid, enz.

[1359] Surinaamsche Couranten van Januarij en Februarij 1861.

[1360] Zie bladz. 14-22.

[1361] Zie Regeringsverslag over 1858.

[1362] Zie Regeringsverslag over 1858.

[1363] Zie Regeringsverslag over 1858.

[1364] Ook sedert 1857 wordt door de Hernhutters godsdienstig onderwijs

gegeven op het Leprozen gesticht, Batavia aan de Coppename.

[1365] Regeringverslag over 1858.

[1366] Vroeger heette deze Opper- on Neder-Nickerie. Door van Raders

is bij publicatie van 10 October 1851 die benaming veranderd, en

volgens naauwkeuriger geographische bepaling is de tegenwoordige

benaming geschied.

[1367] Teenstra geeft in zijn werk: de Landbouw in Suriname, 2e deel,

bladz. 133-144, eene uitnemende beschrijving van den toenmaligen

toestand van de Joden-Savanne, die sedert niet beter is geworden.

[1368] Het totaal van het in Suriname daarvoor bijeengebragte bedraagt

f 9.398.

[1369] Niet slechts is op sommige dier volksscholen het onderwijs

gebrekkig, maar een behoorlijk toezigt op de kinderen ontbreekt,

en dit is er zoo noodig, vooral voor de weeskinderen; tot 1858

stonden deze onder het opzigt van een Israëliet, toen curator en

weesmeester, Lionarons. In de eerste jaargang van het Tijdschrift:

West-Indië, heeft Ds. van Schaick in een opstel: Proeve van of

bijdrage tot de Geschiedenis der Hervormde Kerk in Suriname, op

bladz. 36 in eene noot aangemerkt: "Thans staan de weeskinderen onder

opzigt van een weesmeester, zijnde een Israëliet, terwijl de weezen

uitbesteed werden. 's Mans zoon is stads armen-schoolmeester." Deze

aanmerking, hoewel door sommigen van Schaick kwalijk genomen,

heeft nut gesticht. De aandacht van het algemeen werd opgewekt, en

bij Gouvernements resolutie werd bepaald, dat die weezen, voor wie

het Gouvernement alimentatie betaalde, aan den weesmeester zouden

onttrokken worden en aan de diaconiën der kerkgenootschappen, waartoe

zij behoorden, toevertrouwd. Bij het daarna ingesteld onderzoek

werd aan het licht gebragt hoezeer de weezen verwaarloosd, soms op

goddelooze wijze behandeld werden.

[1370] 10 Kinderen uit den slavenstand zijn bij die gemeente in

1858 gedoopt.

[1371] Surinaamsch-Weekblad, No. 21--1860.

[1372] Behalve de reeds meer genoemde Maatschappij ter Bevordering van

Christelijk onderwijs onder de Heidensche bevolking van Suriname, en

het zendingsgenootschap te Zeist, welke beiden veel tot ondersteuning

der broeders bijdragen, moet ook eervol vermeld worden het sedert

eenige jaren te Amsterdam opgerigte Dames-committé, ter bevordering

van de Evangelie-verkondiging en der afschaffing van de slavernij,

welk committé in beide afdeelingen veel ijver en Christelijke liefde

heeft betoond.

[1373] Zie bladz. 81.

[1374] Treffende bijzonderheden worden hieromtrent medegedeeld in een

werkje: Verhaal van den zendingspost der Evangelische Broedergemeente

in het Boschnegerland van Suriname, door de zendelingszuster Meissner,

eerder weduwe van den zendeling K. Schmidt. Slechts gebrek aan ruimte

wederhoudt ons hieromtrent mededeelingen te doen.

[1375] Zie bladz 765.

[1376] Het overzigt van de zending der Broedergemeente is voornamelijk

ontleend aan: "Dr. G. E. Burkhardt, Missions-Bibliothek. Erster

Band; Geschiedenis der Moravische zending in Hollandsch Guyana, door

H. G. Hartman, Jz., geplaatst in het jaarboekje voor Christelijke

Weldadigheid 1860; Berigten uit de Heidenwereld, uitgegeven door het

Zendingsgenootschap te Zeist; Regeringsverslagen, enz., enz., enz.

[1377] Journaal van van Heeckeren, 24 December 1831.

[1378] Journaal van van Heeckeren, 24 December 1832.

[1379] Journaal van van Heeckeren, 20 Julij 1832, 11 Maart 1833.

[1380] Journaal van van Heeckeren, 7 Januarij 1834.

[1381] Journaal van van Heeckeren, 25 Julij en 19 September 1833.

[1382] Journaal van van Heeckeren, 8 Augustus 1838.

[1383] Journaal van van Heeckeren, 19 Augustus 1837. De uitslag

van deze zending hebben wij niet in de officieele bescheiden geboekt

gevonden; wij veronderstellen echter, dat hij niet gunstig is geweest,

daar het toestaan van dit verzoek geheel tegen de door de Engelschen

hieromtrent gevolgde handelwijze zou hebben gestreden.

[1384] Journaal van van Heeckeren, 5 April 1837.

[1385] Een groot volk dat zich verheft. De Vereenigde Staten in 1861,

uit het Fransch van Graaf Agénor de Gasparin, bladz. 9.

[1386] Journaal van van Heeckeren, 29 April 1833, enz. enz. enz.

[1387] Journaal van van Heeckeren, 8 October 1833.

[1388] Journaal van van Heeckeren, 2 Februarij 1832.

[1389] Journaal van van Heeckeren, 9 September 1833.

[1390] Ministeriële Missive, 4 December 1833.

[1391] Journaal van van Heeckeren, 16 Januarij 1836.

[1392] Journaal van van Heeckeren, 19 Augustus 1837.

[1393] Journaal van van Heeckeren, 17 Januarij 1834. Zie ook

bladz. 710.

[1394] Journaal van van Heeckeren, 15 September 1834, 13 April 1835,

enz.

[1395] Ministeriële missive, 27 Februarij 1836.

[1396] Ministeriële missive, 23 November 1836.

[1397] Journaal van van Heeckeren, 11 November 1835,10 Maart, 1 Julij

1836, enz.

[1398] Journaal van van Heeckeren, 25 Januarij 1838.

[1399] Journaal van van Heeckeren, 2 Maart 1833.

[1400] Journaal van van Heeckeren, 16 Junij 1836.

[1401] Journaal van van Heeckeren, 10 Augustus 1836.

[1402] Ministeriële missives, 13 Augustus 1832, enz. enz. enz.

[1403] Journaal van van Heeckeren, 20 Augustus 1832, enz. enz.

[1404] Journaal van van Heeckeren, 26 April 1836.

[1405] Ministeriële missives van 8 Februarij en 11 November 1836.

[1406] Journaal van van Heeckeren, 8 April 1835.

[1407] Ds. Fauvarque, Estor en IJver, deden ook dienst bij de Fransche

Hervormde Gemeente.

[1408] Zie: Proeve van eene Geschiedenis der Hervormde Kerk in

Suriname, door C. van Schaick, West-Indië, eerste jaargang.

Geschiedenis van Suriname · 第 86 / 86 题