ART. II.

"Dat de voorsz. Compagnie gehouden sal zijn voor den tijdt van tien

achter een volgende jaren, aen alle de Coloniërs en Opgezetenen aldaer,

indistinctelijk te verleenen exemptie en immuniteyt van alle lasten,

waermede althans beswaerdt zijn, uytghenomen alleen het Lastgeld

van de schepen, ende het Waeghgeld, in voegen als hetselve by het

vierde Articul sal gereguleerd werden tot voorkominge van frauden

en disordres dewelcke als nu ten merckelijken nadeele van de Colonie

selfs aldaer in swang gaen.

Geschiedenis van Suriname · 第 52 / 86 题