Raffles had er voor gezorgd, dat de naam van den veelbelovenden bokser

alom bekend was geworden, en door zijn talrijke connecties had hij

weten te bewerken dat vele bladen lange artikelen aan dezen match

wijdden.

En in alle sportbladen hadden beschrijvingen van de beide tegenstanders

gestaan, met de opgave van hun lengte, borstomvang, dikte van kuit en

dijspieren, gewicht en andere bijzonderheden.

De belangstelling was dus zeer groot, en reeds dagen van te voren waren

alle beschikbare plaatsen in de zaal uitverkocht.

In het midden, op een hoogte van ongeveer anderhalve meter boven den

vloer was de ring opgebouwd, omspannen met een dubbele rij witte

koorden.

Daaromheen waren de rijen stoelen geplaatst, waarvoor de hoogste

prijzen waren betaald.

Op de eerste rij zat Pinkerton, die er van wilde genieten, hoe zijn

medeminnaar verslagen werd.

Nog laat in den middag had hij een onderhoud gehad met George Malony,

die hem had meegedeeld dat alles in orde was, en dat Joe zeker niet zou

kunnen winnen als het middel, hetwelk zijn lastgever hem ter hand had

gesteld, tenminste goed werkte.

Pinkerton had hem het overeen gekomen bedrag uitbetaald, en nu zat hij

daar, reeds bij voorbaat genietend van zijn overwinning op den gehaten

rivaal.

Eenige plaatsen verder zaten Raffles en Charly niet ver van een der

hoeken van den ring.

Op een soort platvorm had de filmoperateur met zijn toestel plaats

genomen, want ofschoon het avond was, zou hij zijn opnamen met gemak

kunnen maken zoo daghelder was de ring verlicht door een groot aantal

zeer sterke booglampen, die in een vierkant op een paar meter boven den

met linnen bespannen vloer van den ring waren aangebracht.

Juist om acht uur ging een deur achter in de zaal open en Jim Farrol

kwam binnen, vergezeld door zijn helpers, die handdoeken, sponsen en

eenige flesschen met een geheimzinnigen inhoud mede brachten.

Een luid gejuig steeg op onder de aanhangers van den bokser, die reeds

menigen prijs had gewonnen, en dan ook door de meeste hier aanwezige

personen als de vermoedelijke winnaar werd beschouwd.

Nauwelijks had hij den ring bereikt, of weer ging de deur open, en Joe

Mascott verscheen, in gezelschap van zijn leermeester Fred Simons, en

Bill Stevans, die als zijn secondanten zouden fungeeren.

Een zwak gejuig werd gehoord, toen de jonge man, in een langen

badmantel gehuld, door den haag van toeschouwers zich naar den ring

begaf, en vlug het kleine trapje opwipte.

Hij glimlachte even tegen Raffles en Charly, die hij dadelijk had

uitgevonden, en keek toen met een spottenden trek op zijn gezicht naar

Pinkerton, die hem opnam met een ongerustheid waarvan hij zich niet

aanstonds den oorsprong kon verklaren.

Die man zag er niet uit als een zwakkeling, dat was zeker.

Iedere spier scheen te zwellen van kracht, en toen hij den mantel

afwierp, toonde hij een lichaam, sterk en lenig als een horlogeveer.

Er ging dan ook een gemompel van bewondering door de rijen der

toeschouwers, voor het meerendeel kenners, en die dadelijk hadden

gezien, dat hun een spannende partij te wachten stond en dat die Joe

Mascott zeker niet de eerste de beste was.

De scheidsrechter had reeds in den ring plaats genomen, het horloge in

de hand.

Hij was in zijn hemdsmouwen en zag er uit als een gemoedelijke

kruidenier op Zaterdagavond.

Maar ieder sportman wist, dat hier een der beste scheidsrechters van

geheel Engeland tusschen de touwen stond.

Om even over achten nam hij het woord, en stelde met eenige woorden de

tegenstanders aan elkander voor, waarop de regels van het gevecht

werden voorgelezen, die ieder rechtgeaard Engelschman wel kan droomen,

maar die niettemin telkens opnieuw worden opgesomd.

Precies om acht uur klonk de gong, en de boksers namen tegenover

elkander plaats, wisselden een vluchtigen handdruk en vielen op

elkander aan.

Het was doodstil in de groote zaal, toen de eerste slagen vielen, want

nu zou binnen enkele oogenblikken beslist worden of de beide mannen aan

elkander gewaagd waren, dan wel dat een hunner veel sterker was dan de

andere.

Jim Farrol was in uitstekenden vorm, dat was duidelijk te zien.

Zijn bronskleurige huid glansde als die van een zeerob.

Hij had geen half ons vet te veel op het lichaam, en bovendien was hij

enkele duimen langer dan zijn tegenstander.

Maar de kenners hadden spoedig na de eerste minuten gezien, dat hij een

tempo te langzaam was voor Joe Mascott......

Diens slagen vielen met ongeloofelijke snelheid na elkander, en in de

eerste ronde kon Jim dan ook niet anders doen dan zich zooveel mogelijk

dekken.

Eenmaal had hij juist bijtijds een hevigen kaakslag ontdoken, maar niet

kunnen beletten dat een niet mindere zware slag hem even boven den

gordel in de maagstreek trof.

Pinkerton keek met wijd open gesperde oogen naar de strijdenden.

Het was hem een raadsel, dat Joe zich zoo weerde, en zijn blikken

zochten George Malony, die echter nergens te zien was, ofschoon hij

verzekerd had, dat hij het schouwspel voor geen geld zou willen missen.

De eerste ronde eindigde onder doodsche stilte.

Reeds nu heerschte er een hevige spanning onder de toeschouwers.

De nieuweling bleek een bokser van uitgelezen kwaliteit te zijn, dat

had men nu wel gezien.

Hij scheen in het minste niet vermoeid, ja haalde zelfs niet vlugger

adem, en wandelde glimlachend naar zijn stoel, die intusschen tusschen

de touwen door in een der hoeken van den ring was geschoven, terwijl de

helpers vlug op het platform waren gewipt. Zij waaiden hem koelte toe,

met hunne badhanddoeken, en bevochtigden zijn gelaat met een in water

en azijn gedrenkte spons.

Raffles had even zijn plaats verlaten, en wisselde op zachten toon

eenige woorden met zijn beschermeling.

„Hoe gevoel je je, Joe?” vroeg hij.

„Uitstekend, Mylord,” antwoordde de jonge man. „Uw middeltje heeft mij

voortreffelijk geholpen, als dat mogelijk was, zou ik zeggen, dat ik

mij nog krachtiger gevoel dan voor dien schurk zijn poeder in mijn thee

deed. Waar is hij nu?”

„In verzekerde bewaring,” antwoordde Raffles laconiek. „En als ik eerst

eens met Pinkerton gesproken heb, zal hij misschien denzelfden weg

opgaan. De Engelsche wet maakt geen grapjes met zulke dingen.”

Reeds luidde de gong weder en Raffles nam zijn plaats weder in.

Vol onrust had Pinkerton het korte gesprek gadegeslagen. Hij begreep er

niets van.

Had die schurk van een Malony hem voor den gek gehouden, en misschien

wel alles aan Joe medegedeeld?

Dan zouden de zaken wel eens geheel anders kunnen uitloopen, want Joe

Mascott zag er in het geheel niet uit, als een man, die van plan is

zich te laten kloppen.

De tweede ronde was nauwelijks een paar seconden oud, of Farrol kreeg

een slag tegen de kin, die hem deed wankelen.

Hij greep Joe vast, en twee malen moest het bevel „Los!” van den

scheidsrechter klinken.

Er was een gevaarlijk licht in de oogen van Farrol gekomen, en de

weinige supporters van Joe begrepen dat deze zich in acht zou moeten

nemen.

Farrol was bijzonder vlug, en juist de eerste ronde zou hij trachten,

zijn tegenstander door een zijner geweldige kaakslagen ten onder te

brengen.

Dadelijk na het loslaten had Joe moeten duiken, teneinde een dier

ontzettende slagen te ontkomen, en de harde kant van den handschoen

trof hem echter aan den achterkant van het hoofd.

Een oogenblik later greep hij Jim opnieuw vast om een zwaaienden slag

naar de kin juist bijtijds te ontgaan.

Jim worstelde om los te komen, en de beide mannen stonden hijgend en

kreunend tegen elkander gedrukt, terwijl de scheidsrechter vruchteloos

pogingen deed hen van elkander te trekken.

Jim had zijn linkerarm gebogen, en niet zoodra voelde hij de greep van

Joe verzwakken of hij stootte bliksemsnel toe.

De slag trof Joe onder den kaak, hij duizelde, een tweede, hevige slag,

dien hij slechts ten halve had kunnen ontwijken, velde hem

neer.........

Een kreet van teleurstelling ging onder de toeschouwers op, zelfs onder

degenen, die op Jim gewed hadden, want onwillekeurig ging de sympatiek

uit naar dien onberispelijk gebouwden, rustigen athleet, die niets in

zich had van wat gemeenlijk den bokser kenmerkt.

Joe was op het gezicht gerold, en lag stil.

De scheidsrechter knielde naast hem neder, en hield Jim met den

linkerarm van Joe verwijderd, terwijl hij met den rechter bij iedere

tel door de lucht zwaaide.

En in de drukkende stilte klonk het een—twee—drie—vier—vijf—zes......

Joe deed een poging om zich op een arm op te richten.

Zeven—acht—negen......

Joe lag nu op beide knieën, maar zou hij nog intijds overeind

zijn......

Maar voor de tiende seconde kon worden afgeteld, klonk de gong......

De ronde was geëindigd, Joe was voorloopig gered.

Jim uitte een vloek, terwijl de secondanten van Joe kwamen toesnellen,

onder de touwen door doken gewapend met hun handdoeken en emmers, en

hun man zoo snel zij konden naar zijn hoek droegen, waar zij in

koortsachtige haast begonnen zijn beenen te masseeren, zijn maag te

kneden, en een paar flesschen water met azijn boven zijn hoofd leeg te

gieten.

De rustpoos duurde slechts een enkele minuut—maar in dien korten tijd

hadden Simons en Stevans nieuwe levenskracht in den jongen bokser weten

op te wekken.

Kalm, bijna hersteld van den vreeselijken slag, trad hij bij het luiden

van de gong naar het midden van het strijdperk en wachtte zijn

tegenstander af, het hoofd tusschen de prachtige schouders weggedoken,

borst en maag dekkend met de gesloten vuisten.

Jim deed een schijnstoot met de rechterhand en trof Joe met de linker

op de wang.

De slag zou een niet geoefend man ter aarde hebben geworpen, maar Joe

vertrok geen spier.

Hij had den slag half ontdoken en trachtte nu zijn tegenstander af te

matten, door hem tot steeds nieuwe, forsche stooten uit te lokken.

Zijn voeten schoven in geregelden kadans over het linnen, waarmede de

vloer bekleed was en de voetpunten tikten daarbij telkens met een goed

hoorbaren klap op den grond.

Zoo joeg hij Jim een paar malen langs de touwen tot de gong een einde

aan deze ronde maakte, waarin beide strijders bijna of geen letsel

hadden gekregen.

De secondanten kwamen opnieuw toesnellen en die van Jim fluisterden hem

iets in, waarop hij grimmig knikte, met de armen wijd uiteen gespreid,

de handen op de koorden rustend, opdat de borst zooveel mogelijk lucht

zou kunnen inademen.

Nauwelijks had de gong geklonken, of Jim sprong als een tijger op Joe

toe, wiens helpers nog nauwelijks den ring hadden verlaten.

Hij greep hem vast en snel achtereen liet hij zijn vuisten dalen op het

smalste gedeelte van den rug, ter hoogte van de nieren.

De slagen waren met hevigheid aangebracht en dadelijk vertoonde zich

een scherp begrensde, vuurroode vlek op de blanke huid van Joe Mascott.

Deze omvatte de armen van Jim, teneinde te beletten, dat deze hem

nogmaals op die gevaarlijke plek zou kunnen treffen en de

scheidsrechter moest ten slotte een einde maken aan deze „clinching”.

Als hagel daalde nu de slagen van Jim op hoofd en borst en maag van Joe

neder, die alle moeite had, door snel duiken en afweren, dien regen van

hevige stooten te ontgaan.

Pinkerton zat stokstijf op zijn stoel en keek met valsch schitterende

oogen naar het schouwspel, waaraan voor hem zooveel afhing.

Hij kon zich volstrekt niet begrijpen, dat Joe zich zoo uitstekend

verweerde maar wat kwam het er op aan, als Jim de sterkste bleek?

Maar deze ronde, waarin Jim bijna voortdurend was aangevallen, had hem

blijkbaar vermoeid en zijn secondanten liepen zenuwachtig heen en

weder, met water en in azijn gedrenkte sponsen, terwijl Joe kalm naar

zijn stoel liep en zich rustig liet behandelen, zonder een zweem van

vermoeidheid.

Toen de gong het begin van de vijfde ronde aankondigde, veranderde Joe

eensklaps van taktiek.

Hij liet eerst een waren wervelstorm van slagen op zich neerkomen, dien

hij moedig het hoofd bood en greep toen Jim plotseling vast, waarna hij

hem bliksemsnel achtereen drie hevige stooten in de maagholte

toebracht.

Jim wankelde achteruit en vergat een onderdeel van een seconde, zich te

dekken.

Dat was voldoende voor Joe.

Hij draaide vliegensvlug om den tegenstander heen, die slechts

stommelend scheen te volgen en naar adem snakte en trof hem met een

zwaaienden slag tegen de kaak.

Jim ging tegen den vloer.

Hij viel als een blok en bleef bewegingloos liggen.

De scheidsrechter knielde naast hem neder en begon te tellen.

Reeds waren vijf seconde verloopen.

„Meetellen, meetellen, Jim!” brulden de supporters van den bokser.

Maar Jim was niet bij machte, mee te tellen, want hij wist niets meer

van een bokswedstrijd, van Joe Mascott—hij was bewusteloos.

De tien seconden werden onder doodsche stilte uitgeteld.

Toen verhief zich een waar gebrul en men bestormde den ring, om Joe in

triomf rond te dragen.

Pinkerton zat wit van woede op dezelfde plaats.

Het was zoo snel gegaan, dat hij nog ternauwernood wist, wat er

eigenlijk gebeurd was.

Toen hij weer eenigszins tot besef van zijn toestand was gekomen, keek

hij in het gelaat van Lord Aberdeen, die op zachten toon tot hem zeide:

„Ik zou u zeer gaarne op dit oogenblik even gesproken hebben over een

gewichtige zaak, mijnheer Pinkerton! Hebt gij soms een kwartier voor

mij? Mijn auto staat buiten en uw huis is niet ver hier vandaan!”

Pinkerton keek Raffles een weinig verbaasd en versuft aan en zeide:

„Als het een zaak van belang betreft, Mylord..... Ik kan mij alleen

niet begrijpen.....”

„Het zal u spoedig duidelijk worden, als ik u zeg, dat het den

wedstrijd betreft—en wat daaraan is vooraf gegaan!”

Pinkerton werd zoo mogelijk nog bleeker en stotterde:

„Ik begrijp u niet, Mylord!”

„Dan zullen een paar woorden voldoende zijn, om u de zaak uiteen te

zetten,” hernam Raffles kortaf.

En hij maakte een beweging naar den uitgang, die aan duidelijkheid

niets te wenschen over liet.

Ondanks zich zelf, stond Pinkerton op en volgde Raffles naar den

uitgang van het Cristal Palace.

Daar stond de groote blauw gelakte auto van Lord Aberdeen reeds te

wachten.

Raffles noemde zijn chauffeur het adres van den bankier en daarop

stapten beiden in.

Onderweg werd geen woord gewisseld.

Slechts eenmaal had Pinkerton getracht, aan Raffles te vragen, waarover

hij hem wel mocht willen spreken, maar deze had kort geantwoord:

„Dat kan ik u beter in uw woning zeggen, mijnheer Pinkerton.”

Nu stond de auto stil en Pinkerton haalde zijn huissleutel te

voorschijn en bracht Raffles naar zijn werkkamer.

„En nu ben ik toch waarlijk benieuwd naar hetgeen gij mij te zeggen

kunt hebben, Mylord!” kwam Pinkerton met een flauwen grijnslach om zijn

dunne lippen. „Neem plaats wat ik u verzoeken mag.”

„Dank u. Wat ik te zeggen heb, kan ik ook wel staande doen en mijn tijd

is kort,” kwam Raffles afgemeten.

Hij keek den bankier even strak aan en begon:

„Misschien hebt gij wel vernomen, mijnheer Pinkerton, dat ik belang

stel in Joe Mascott. Het spreekt dus ook van zelf, dat deze wedstrijd,

waarvan voor hem zooveel afhing, mij bijzonder aantrok. Nu is Joe

verliefd op een jong meisje, zekere Daisy Chairman, waarop ook gij uwe

blikken schijnt te hebben laten vallen, al is het dan ook op een andere

wijze dan onze jonge vriend, die niets liever wenscht, dan haar tot

zijn vrouw te maken—en dat ook doen zal, als het in zijn macht ligt!”

Hij zweeg even en vervolgde toen, op den zelfden rustigen toon:

„Het is mij bekend dat gij een schuldvordering op den ouden Chairman

hebt, mede in den vorm van aandeelen in zijn zaak. Ik stel u voor, de

eene zoowel als de andere van u te koopen!”

„Te koopen, Mylord?” herhaalde Pinkerton op zoetsappigen toon. „Maar ik

denk er niet aan, mij van die papieren te ontdoen!”

„Ik begrijp uw beweegredenen zeer goed, mijnheer Pinkerton,” ging

Raffles onverstoorbaar voort. „Gij denkt met die schuldvorderingen den

ouden Chairman in uw macht te hebben—en ook Daisy, zijn dochter! Gij

redeneert—om haar vader van den ondergang te redden, zal zij toegeven.

Maar gij vergeet, dat nu de toekomst van Joe Mascott verzekerd is. Ik

bijvoorbeeld zou ten volle bereid zijn, hem morgen als hij er om

verzocht—en ook al deed hij het niet—desnoods tien duizend pond

sterling op zijn prijzen voor te schieten—en ik weet zeker dat ik het

geld spoedig zou terugkrijgen. Maar daarover spreken wij thans niet. Ik

herhaal alleen mijn verzoek, mij uwe schuldvordering op Chairman te

verkoopen. Uw spel is toch verloren—en gij doet er misschien een

voordeelig zaakje mede. Voordeeliger dan..... dat andere zaakje met het

middeltje, hetwelk George Malony aan Joe heeft moeten toedienen, op uw

bevel!”

De slag was raak!

Pinkerton werd grasgroen en moest zich aan de tafel vasthouden.

„Wat.... wat bedoelt gij, Mylord?” stamelde hij.

„Kom, laten wij geen comedie spelen, mijnheer Pinkerton!” antwoordde

Raffles ongeduldig. „Ik weet alles, Malony zit al achter slot en

grendel wegens het toebrengen van lichamelijk letsel—en het behoeft Joe

maar een enkel woord te kosten, of hij klaagt u ook aan. En dat woord

kan ik hem laten spreken, bedenkt dat.”

Hij wachtte even en vervolgde toen glimlachend:

„Nu—die papieren?”

Pinkerton schraapte een paar maal zijn keel en zeide toen op heeschen

toon:

„Als ik u die schuldvordering verkoop, Mylord—kan ik er dan zeker van

zijn dat Joe Mascott geen gevolg geeft aan........ aan die zaak met

Malony?”

„Daarop geef ik u mijn woord, al hebt gij het zeker niet verdiend!”

Zonder iets te zeggen, trad Pinkerton snel op zijn bureau toe, ontsloot

het en nam er een pak papieren uit, dat hij aan Raffles ter hand

stelde.

„Deze bladerde er even in, en zeide toen koeltjes:

„Ik koop ze voor het nominale bedrag—is dat goed?”

„Dan lijd ik schade—maar in ’s hemels naam—ik heb de partij verloren,”

zeide Pinkerton met een zuurzoet lachje.

Raffles schreef snel een cheque en stak die den bankier toe.

Daarop liet hij de schuldvorderingen in zijn zak verdwijnen, nam zijn

hoed, maakte een stijve en zwijgende buiging voor Pinkerton en verliet

diens huis, om zich haastig naar Chairman te begeven, waar hij een

vroolijke en gelukkige familiegroep bijeen vond, waarvan ook Joe

Mascott deel uitmaakte.......

Des avonds echter zeide hij droogjes tot Charly, toen de beide vrienden

zich ter ruste zouden begeven:

„Schrijf dien Pinkerton eens even op ons lijstje, mijn waarde!”

Lord Lister No. 0333: De liefde van een bokser · 第 4 / 4 段