De tuin als speelplaats voor kinderen.
Wanneer men een kleinen tuin en een huis vol kinderen heeft, dan zegt
het heel wat om te zorgen dat alles goed in orde blijft, in den tuin
zoowel als in huis. En nu gebeurt het nog al eens, dat men juist aan
een huis met tuin de voorkeur geeft met het oog op de kinderen, opdat
dezen zomer en winter, als het weêr het maar eenigszins toelaat, kunnen
genieten van de frissche lucht, en het hun daarbij niet aan de noodige
lichaamsbeweging behoeft te ontbreken, terwijl men ze toch steeds in
zijn onmiddellijke nabijheid en in 't oog heeft.
Is men nu wat heel ruim in deze opvatting, dan loopt de tuin,
inzonderheid als die niet groot is, de paden niet zeer breed zijn en
er geen ruime speelplaats is, inderdaad groot gevaar, en men kan dan
gerust zeggen dat de kosten en moeiten daaraan in 't voorjaar besteed,
nutteloos waren, daar reeds, vóórdat de zomer op de helft is, de tuin
zijn aantrekkelijk aanzien, door verwaarloozing verloor.
Hierin schuilt geen overdrijving; wel stem ik gaarne toe, dat de
uitzonderingen hierop zeer talrijk zijn; maar laat die tot over de helft
loopen, dan blijven er nog genoeg gevallen over, die schijnbaar de
uitspraak wettigen dat zulke menschen geen tuin waard zijn.
Ik zeg schijnbaar, want inderdaad is het veelal precies andersom. In
vele gevallen stellen ze er niet minder prijs op dat alles er steeds
keurig uitziet, en ze hebben daar ook heel wat voor over, maar hun
kinderen en dezer gezondheid gaan boven alles, en zij zijn heilig
overtuigd dat men onmogelijk dezen vrij in den tuin kan laten
omspringen, en dien toch zoo keurig in orde kan houden, als het behoort
en als zij het zelve wel zouden wenschen. Zij schikken zich in wat zij
onvermijdelijk achten, en rekenen zich in elk geval gelukkig dat ze voor
hun jonge gasten frissche lucht en ruimte hebben.
Een zeer sprekend voorbeeld daarvan zag ik niet lang geleden. Een mijner
kennissen had een groot huis gekocht, waarachter een vrij uitgestrekte
tuin lag, die echter als zoodanig bijna niet meer te herkennen was.
Hij aarzelde geen oogenblik dien tuin in het voorjaar geheel te doen
vernieuwen, ging daarbij op zeer onbekrompen wijze te werk, daar hij,
die vroeger geen tuin had, dien nu zeer netjes wenschte; bediende zich
van goede werkkrachten en kocht zonder aarzelen alles, wat men zeide
noodig te hebben. Het gevolg hiervan was dan ook dat die tuin, toen de
lente dáár was, niets te wenschen overliet en de jaloezie wekte van niet
weinigen. Ik zag dien toen ook, en moest erkennen dat men er van had
gemaakt wat er, zonder pronkerigen opschik, met mogelijkheid van te
maken was, en dat die tuin, nú reeds fraai, bij goed onderhoud, na
weinige jaren een ware lusthof zou zijn.
Zonder die gelegenheid te zoeken, kwam ik er toevallig ook eens in
den nazomer, en het was toen inderdaad bedroevend te zien hoe daar
was huisgehouden. Van de grasbanden was slechts hier en daar een stuk
overgebleven. In een der vrij breede paden was een schommel en in een
ander een wipplank geplaatst, waaromheen letterlijk alles vertreden
was. Zelfs door de bloemperken was geloopen, stengels en takken waren
gebroken, ja zelfs geheele planten uit den grond gerukt, in één woord,
de keurig afgewerkte tuin van het voorjaar was in die halve wildernis
met geen mogelijkheid meer te herkennen.
Ofschoon ik er niet van houd aanmerkingen te maken, was de toestand daar
toch zoodanig, dat ik niet nalaten kón op te merken, hoe jammer het was,
dat de kinderen daar zoo te keer gegaan hadden. Ja, de eigenaar vond
dit ook, maar wat het zwaarste was, meende hij, moest ook het zwaarste
wegen. Hij zou dat gaarne alles steeds in orde zien, hij was een
liefhebber van orde, en op zijn eigen kamer, maar ook daar alléén, waar
de kinderen niet mochten komen, liet die niets te wenschen over, maar de
tuin was in de eerste plaats voor de kinderen.
--De jongens moeten er in kunnen ravotten naar hartelust, en als ze er
steeds aan moeten denken, waar ze hun voeten zetten, is het plezier er
voor hen af; de meisjes hebben plezier in bloemen; ze gebruiken die voor
bloemmandjes, ze teekenen ze, en nu gaat het toch niet aan haar het
plukken te verbieden. De lust en het opgewekte leven der kinderen gaat
bij mij boven alles.
Tegen dit beginsel valt niet veel in te brengen; het is maar de vraag
wat men door dit ravotten naar hartelust verstaat en of kinderen die aan
tucht, al is dit geen uiterst strenge tucht, gewoon zijn, iets minder
zullen genieten, wanneer zij, in den tuin spelende, er op letten waar ze
hun voeten zetten. Zoo ken ik iemand, die maar even tien kinderen heeft,
waarvan het oudste niet meer dan 13 à 14 jaar oud is. Achter zijn huis,
waarin, de speelkamer niet uitgezonderd, keurige orde heerscht, is
een zeer kleine tuin, die er altoos even netjes uitziet; en toch, als
iemand er van houdt om zijn kinderen ter wille te zijn, zelf met hen te
stoeien en hun lustige spelen in den tuin aan te moedigen, is hij het.
't Is eenvoudig verschil van opvatting omtrent de wijze van opvoeding en
de toepassing daarvan, en we hebben ons hier niet bezig te houden met de
vraag welke opvatting de beste of de ware is.
Waar we ons echter wel mede hebben bezig te houden is deze vraag:
kan hij, die een kleinen tuin bij zijn huis heeft, dien wellicht zoo
inrichten, dat hij aan zijn kinderen de gelegenheid geeft en hun volle
vrijheid laat daarin te ravotten naar hartelust, en er toch als tuin nog
plezier van hebben, zonder de jaarlijks terugkomende kosten van bijna
geheele vernieuwing?
Ziedaar een vraag die gewoonlijk door schrijvers over tuinaanlegkunst en
door meer of minder ervarene aanleggers over 't hoofd wordt gezien. Dit
komt voornamelijk hierdoor, dat de eersten, zoo ze zich al met kleine
tuinen bezighouden, daarbij altijd het aesthetische beginsel op den
voorgrond stellen, zonder te letten op het doel, dat de eigenaars er van
in sommige gevallen voornamelijk beoogen; terwijl de laatsten zich geen
tuin kunnen denken zonder een tuinaanleg naar de gewone opvatting,
zoodat zij dan ook steeds een aanleg maken, en het niet bij hen zou
opkomen daarbij af te wijken van vaste gewoonten.
Denkt men zich dan ook op klein terrein, en ik stel mij hier weder een
oppervlakte van 40 bij 15 Meter, dus op verre na niet het kleinste,
voor, een tuin _in den gewonen zin_, dan is het antwoord op de
bovengestelde vraag stellig ontkennend.
In een tuin, gelijk wij dien in de vorige hoofdstukken bedoelden, mogen
de kinderen niet bandeloos rondspringen; mogen ze niet over 't gras,
vooral niet over de grasbanden, ook niet op de perken loopen; mogen ze
niet plukken, al naar 't hun in den zin komt; in één woord, ze moeten
zich daarin aan tucht gewennen, anders bederft de boel, en te spoediger,
naarmate zij daarbij ruwer te werk gaan.
Zegt men nu: ik wil mijn kinderen daar volle vrijheid laten en offer
daaraan gaarne de sierlijkheid van den tuin op, maar toch zou ik dien
wel gaarne steeds zooveel mogelijk in orde zien, dan kan men dien wensch
zeer goed bevredigen, als men het er van 't begin af naar inricht; men
kan den kinderen een ruimere gelegenheid geven om zich ongedwongen te
vermaken, en heeft er dan maar geregeld een weinigje de hand aan te
houden; het denkbeeld van een eigenlijken aanleg moet men dan echter
loslaten, van een aanleg althans in den gewonen zin.
Ik meen dat het geheel in de bedoeling met dit zeer oppervlakkige boekje
ligt, om ook diegenen hiertoe op den weg te helpen, die in dit geval
verkeeren, want juist onder de eigenaars van kleine tuinen treft men er
velen aan, die er hartzeer van hebben, hun tuin, waar ze toch overigens
wel schik in hebben, nadat die pas opnieuw in orde gebracht is, weder te
zien bederven, maar die toch nog liever den tuin bedorven zien, dan dat
zij--altijd naar hunne opvatting--de vreugde en 't genot hunner kinderen
bederven; terwijl ik nog zwijg van hen, die te achteloos zijn om daar
het oog op te houden, en zich teleurgesteld gevoelen, wanneer de
onvermijdelijke gevolgen daarvan niet uitblijven.
Laat ons eens zien hoe we dit het best inrichten, en, mag dit dan ook
zoo onæsthetisch zijn als het wil, ik twijfel er geen oogenblik aan of
men zal de doelmatigheid ervan erkennen.
Wij nemen hier dus weder aan dat we tot onze beschikking hebben een
langwerpig vierkant stuk grond, en wel van 40 Meter lengte bij 15 Meter
breedte. Weet men hoe dit voor dit doel is in te richten, dan zal men
die inrichting ook wel naar omstandigheden voor een grooter of kleiner
grondvlak kunnen wijzigen.
[Illustratie: Schets van een kleinen tuin als _kinderspeelplaats_
ingericht.]
Nu begint men met hiervan aan het achtereinde 10 Meter af te nemen,
welke ruimte meer bepaald voor kinderspeelplaats wordt bestemd. Dit
is dus een oppervlakte van 150 vierk. Meter. In een der hoeken maakt
men een afdak of beter nog een koepeltje, bestemd niet alleen voor
vluchthaven bij een plotseling opkomende regenbui, maar ook voor
tochtvrije rustplaats en tevens tot berging van verschillende losse
voorwerpen.
Om deze speelplaats plant men aan drie zijden kloek groeiende opgaande
boomen, op de nevensstaande schets door sterretjes aangewezen. Plaatst
men die op 4 Meter afstand, dan zullen ze vrij spoedig luwte en schaduw,
in elk geval een gewenschte dekking geven. Iepen zijn voor dit doel
goed geschikt; Platanen mogen hiervoor, om het stuiven der haartjes in
het voorjaar (zie bladz. 29), niet aangeraden worden.
Men zorge bij de inrichting vooral dat deze plek niet nat kan zijn, en
legge daarom den grond eenigszins tonrond. Ligt hij in het midden een
Decimeter hooger dan aan de kanten en voorts goed gelijk, dan zal het
regenwater er ook geregeld afloopen, en het er, zelfs kort na een zware
bui, weer droog zijn. Dit is een voornaam punt, waarop men dus reeds bij
het begin goed moet letten.
Verder kan men de droogte goed bevorderen door over den gelijk gemaakten
grond een flinke laag fijn gruis van cokes uit te spreiden, en er daarna
goed met een zwaren grasrol over heen te gaan, zoo men dien kan krijgen;
anders moet dit cokesgruis goed vast getrapt worden. Hiertoe moet
men geen koolasch gebruiken, immers als men het bedoelde gruis kan
verkrijgen. Koolasch heeft op verre na zulk een goed effect niet, omdat
men er te veel grove slakken en asch in vindt; de slakken worden er
uitgeharkt en de asch geeft voor dit doel niets. In cokesgruis is geen
asch en zijn ook geen groote stukken. Aan de gasfabriek is het doorgaans
voor een bagatel te verkrijgen, en er is geen beter middel dan dit om
paden droog en vast te maken.
Zoodra dit gesloten is, dat na eenige weken, vooral wanneer het
intusschen flink regende en men het wat beloopen had, het geval zal
zijn, spreidt men er een tamelijk dikke laag fijn grint over. Hierdoor
krijgt men een zachte, bijna stofvrije oppervlakte, die zelfs bij
regenachtig weer betrekkelijk droog is. Schelpen deugen voor dit doel
niet, daar ze te scherp zijn en de kinderen zich, bij struikelen of
vallen, eraan kunnen verwonden. Wit zand is ter bestrooiing ook
ondoelmatig; bij droog en heet weer wordt het te warm, het weerkaatst
het zonlicht te zeer en stuift als het wat waait in de oogen. Fijn grint
is zacht genoeg voor dit doel, mits het niet te dun uitgestrooid wordt;
het is in alle opzichten rustiger.
Hier is voldoende ruimte voor een schommel, een wipplank, of wat men er
anders wenscht, terwijl er ook gemakkelijk plaats te vinden is voor een
zandhoop, die voor kleine kinderen veelal gewenscht wordt.
Hetgeen er nu van den grond overschiet heeft een lengte van 30 Meter,
waarvan nog 2 Meter voor een straatje afgaan. We hebben dus nog maar
28 Meter lengte bij 15 Meter breedte en ook hier moet op veel ruimte
gerekend worden, zoo we althans zooveel mogelijk willen voorkomen dat
het gras vertreden wordt. En toch is dit nog wel zoo in te richten,
dat het volstrekt niet popperig wordt, en er uit het huis gezien lief
uitziet, ook goede gelegenheid voor het genot van de buitenlucht biedt.
Een middenvak kan hier niet komen, want dit zou, zoo we twee zeer breede
paden maakten, te klein worden of wel deze worden, met het oog op het
bijzondere doel, te smal. Maar dit behoeft ook niet. We planten vlak in
het midden een boom, waarvan we kunnen verwachten dat hij reeds in een
paar jaren schaduw genoeg geeft om er onder te kunnen zitten. Hiervoor
is ontegenzeglijk een Kastanjeboom (nu geen dubbelbloemige maar een
gewone, omdat die flinker groeit) het best, en voorts plaatsen we dicht
bij het huis, op het midden der breedte, een voetstuk waarop een beeld
of beter nog een groote vaas, groot genoeg om er een sierplant en enkele
afhangende bloeiende planten in te kunnen zetten. Een rustieke bloemmand
is ook goed.
Vervolgens bepalen we de grenzen voor twee aan elkander gelijkvormige
zijrabatten, die op twee plaatsen ongeveer 6 en op het midden, juist
waar de boom geplant is, 4 Meter breedte hebben.
We houden dan in het midden een pad over, dat op de beide smalste
plaatsen 3 à 3½ Meter breedte heeft, terwijl het zich juist in het
midden tot een pleintje verbreedt, ruimte genoeg biedende om er een
tuintafel en eenige stoelen te kunnen plaatsen, zonder dat die de
passage te nauw maken. Bij het huis kan men in die zijrabatten een paar
bloemperken aanleggen, en voor hetzelfde is gelegenheid voorbij den
boom, terwijl verder deze rabatten met een paar niet te groot wordende
boomen of boomheesters, met bloemheesters en vaste planten worden bezet,
waarover in de vorige hoofdstukken is gesproken. Langs de rabatten
legt men een breeden grasband, dus van geheele zoden; dit is beter
in verhouding tot de breedte van het pad, dan wanneer men halve zoden
gebruikt; men heeft toch niet zooveel gras noodig dat dit een bezwaar
zou zijn.
Op deze wijze verkrijgt men een aangename zitplaats midden in den tuin,
en is men tevens dicht bij de speelplaats, wat voor zorgzame moeders,
vooral van kleine kinderen, een groote geruststelling is.
Het zal, vooral daar, waar men de kinderen geheel naar hun zin laat
huishouden, op die speelplaats veelal niet zeer ordelijk zijn, reden
waarom het zaak is, die aan het gezicht te onttrekken, waarmee men
bovendien aan de jonge gasten zeker een dienst bewijst.
Wanneer men nu het breede binnenpad, een Meter of acht voorbij den boom
in tweeën splitst, dan houdt men in het midden een vrij groot stuk over
en dit geeft een goede gelegenheid voor een winter en zomer groenen
achtergrond, terwijl het tevens het gezicht op de speelplaats maskeert.
Hier plant men van achteren een dubbele rij »Arbor Vitae's" (_Thuja
occidentalis_), b. v. met een rij _Aucaba's_ er voor. Is de grond er
goed, dan zou men er ook _Rhododendron's_ voor kunnen planten. Als men
die nu niet te klein neemt, dan krijgt men aldus een fraai gesloten
geheel, en plaatst men er dan in 't voorjaar bloeiende planten vóór,
liefst zulke die, eenmaal geplant, voor den geheelen zomer goed zijn,
b.v. _Zonale-Geraniums_, dan zal dit van de rustplaats onder den boom af
een fraai gezicht opleveren.
Eenvoudiger inrichting dan deze is niet denkbaar, en toch beloof ik U,
dat het gezicht daarop, ook uit het huis, lief zal zijn, waarbij
natuurlijk verondersteld wordt dat het goed wordt afgemaakt.
Dat beschadiging door kinderen ook hier niet uitgesloten is, spreekt van
zelve, maar toch is daar al zeer weinig aanleiding toe, mits er geen
roekelooze moedwil in 't spel komt, waartegen niets veilig is.
Ook afgescheiden van de speelplaats is er ruimte in overvloed om zich
te bewegen, en al zal het gras den voetdruk der jonge gasten toch wel
eens voelen, 't zal meer uitzondering dan regel zijn, en dan hindert
het niet. Achterin zijn de twee paden, die direct op de speelplaats
uitkomen, nog 2 Meter breed, zoodat het ook daar zoo'n vaart niet zal
loopen, en moet men dan al hier en daar een gedeelte van een grasrand
in 't voorjaar vernieuwen, zoo beteekent dit zeker al zeer weinig.
Richt men het aldus of op soortgelijke wijze in, dan kan hij, die er
wat wilde jongens op nahoudt en dezen toch in den tuin liefst maar naar
hartelust wil laten ravotten, toch van zijn kleinen tuin nog plezier
genoeg hebben, zonder zich bloot te stellen aan een telkens opkomend
gevoel van ergernis.
Vruchtboomen moet men daar liefst niet inbrengen, en bij de keuze der
planten liefst zoodanige nemen, die een stootje kunnen velen. Men moet
in dit geval consequent zijn, en toonen dat men het ernstig meent, dat
de tuin voornamelijk voor de kinderen dient. Wat men er dan verder zelf
van geniet, dat heeft men toe; het kan echter meer zijn dan men allicht
vermoedt.
Dat dit beginsel, met behoud van een ruim speelterrein, ook nog op een
veel kleinere ruimte kan toegepast worden, begrijpt men. Zelfs wanneer
het stuk goed tien Meter minder lengte heeft, kan men het, met een
kleine wijziging nog op dezelfde manier inrichten.
Een afzonderlijk en afgesloten speelplaats acht ik echter in gevallen
als de hier bedoelde bepaald noodzakelijk. Men houdt toch altijd nog wel
zooveel over, dat men daar met wat inschikkelijkheid het woord »tuin"
voor kan gebruiken. Klein wordt die zeker, maar met _kleine_ tuinen
hadden wij hier ook eigenlijk alleen te doen.--
+-------------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst |
| aangebracht: |
| |
| Bron (B:) -- Correctie (C:) |
| |
| B: mogelijk zelf beredderd, slechts |
| C: mogelijk zelf bereddert, slechts |
| B: daarvan bewaard, des te beter |
| C: daarvan bewaart, des te beter |
| B: gebruiken Dit is al keus |
| C: gebruiken. Dit is al keus |
| B: Meer als één Appelboom moet |
| C: Meer dan één Appelboom moet |
| B: Levensboom (_Thuja Vevaeneana_. Terwijl |
| C: Levensboom (_Thuja Vervaeneana_. Terwijl |
| B: een kamer pronkering en onhuiselijk |
| C: een kamer pronkerig en onhuiselijk |
| B: te voorschijn kwamen soms in korten |
| C: te voorschijn kwamen, soms in korten |
| B: (in verschillende kleuren) de Goudsbloem, |
| C: (in verschillende kleuren), de Goudsbloem, |
| B: blauwe _Lupinus Cruikshanskii_, |
| C: blauwe _Lupinus Cruikshanksii_, |
| B: of de heerlijk] _la France_, die |
| C: of de heerlijke _la France_, die |
| B: fijnere, teedere varieteiten], de |
| C: fijnere, teedere variëteiten, de |
| B: planten în 't geheel niet. |
| C: planten in 't geheel niet. |
| B: _Coleus_, (C. _Verschaffeltii_), met |
| C: _Coleus_, (_C. Verschaffeltii_), met |
| B: als waneeer men er dikwijls |
| C: als wanneer men er dikwijls |
| B: heeft een vroege vorst de _Dahlia's_ |
| C: heeft een vroege vorst de _Dahlia's_, |
| B: _Canna's_ en de Knol-_Begonia's_ neemt |
| C: _Canna's_ en de _Knol-Begonia's_ neemt |
| B: nu toch niets meer laat den boel dus |
| C: nu toch niets meer] laat den boel dus |
| |
+-------------------------------------------------+