(De worstverkooper komt terug)
Het koor. De worstverkooper.
Aanvoerder van het koor.
Dierbaarste man, bezield van jeugdig' overmoed,
Met hoeveel zorg betreurde ik uw afwezigheid!
En daar gij nu behouden zijt teruggekeerd,
Vertel ons, wàt is 't einde van den strijd geweest?
Worstverkooper.
Nu heet ik "Winraad," want ik overwon den raad!
Koor. (Strophe of Keer).
Juicht nu allen! de worsteman
Zal zijn rede beginnen.
Hij, die spreekt zoo heet van de pan,
En die nog beter vechten kan,
Glorierijk overwinnen!
Vang thans aan met uw verhaal,
Niets ga voor ons verloren,
Stel uw rede noch perk noch paal,
Want ik reis één en andermaal
Om uw woorden te hooren.
Spreek dus rustig en welgemoed,
Wie aan u twijfelen dorsten
Vallen u thans eerbiedig te voet,
Zijn verrukt door uw heldenmoed,
Edel koopman in worsten!
Worstverkooper.
Het loont de moeite om te hooren wat ik deed.
Ik rende terstond en achter hem de raadzaal in.
Hij brak reeds binnen menig donderwoord den nek,
En braakte zijn verwensching tegen de ridders uit,
En schold hen samenzweerders, zoodat iedereen
Hem ging gelooven. Al de mannen van den raad
Wist hij te boeien door zijn grove leugenkool.
Men keek zuur als mosterd, dreigend fronste men het hoofd.
Toen ik nu zag hoe men gesteld was op zijn woord,
En hoe men door zijn sluwe taal bedrogen werd,
Toen bad ik tot de goden die ik 't beste ken,
"O Onbeschaamden en Bedriegers (dus bad ik),
"O Stommelingen en Kabouters, o Slavenras,
"O Markt waarin ik reeds als knaap ben opgevoed!
"Schenkt mij nu durf, behalve een gelikte tong,
"Een stem vol onbeschaamdheid!" Wijl ik dit bedacht,
Liet een verkeerde liefhebber aan mijn rechterkant
Er eentje vliegen, zoodat ik van eerbied boog.
Toen heb ik met mijn achterste het traliewerk
Geopend, en ik schreeuwde 't uit met wijden mond:
"Ik breng u, heeren van den raad, een goed bericht,
"Hoort dus de blijde boodschap, waar ik hier meê kom,
"Nog nimmer, sinds de oorlog uitgebroken is,
"Is hier de ansjovis voor een lager prijs verkocht!"--
Op deze tijding trok elkeen een zoet gezicht,
Men wijdde mij voor 't goed bericht een eerekrans,
En ik gaf aan den raad toen het geheim advies
"Om alle ansjovis op te koopen voor een cent per stuk,
"En de schotels t' arresteeren, die voorhanden zijn."
Men klapte en men gaapte mij verwonderd aan.
De Paphlagoniër, die dit alles had bemerkt,
En de woorden wist die indruk maken op den raad,
Nam toen het woord, en zeide: "Mannen, ik stel voor
"De goede tijding te herdenken, ons gebracht,
"Met een honderdkoeienoffer aan godin Atheen."
Hem knikte toen de heele raad welwillend toe,
Doch ik, die nimmer wijken wil voor koeiemest,
Bood tweehonderd koeien, en versloeg hem door dat bod.
Ook stelde ik voor, aan Artemis de jachtgodin
Een duizendbokjesoffer te beloven, als
D'ansjovis honderd voor een cent geprijsd zou zijn.
En op dat voorstel knikte weer de heele raad.
Toen hij dat hoorde, schrikte hij, sprak leutertaal,
En de bedienden sleurden hem van 't spreekgestoelt'.
Nu stond elk op, en er ontstond een vischdebat,
Maar Kléon smeekte, of men nog wat blijven wou,
"Verneemt nog wat u de heraut uit Sparta zegt,
"Een wapenstilstand biedt hij u ten tweeden keer!"
Doch ieder schreeuwde tegen hem, als uit één mond:
"Een wapenstilstand? nu op eens? terwijl zoo juist
"Bericht werd dat d'ansjovis is in prijs verlaagd?
"Dat is niet noodig, d'oorlog kan zijn gang gaan, hoor."
En tevens riep men: "Hef maar gauw de zitting op."
Van alle kanten sprong men over de balie heen,
En ik kneep uit, en kocht alle koriander op
En alle uien, die op de markt te vinden zijn,
En maakte daar toen de ansjovis lekker mee,
Zoodat de raadslui smulden voor geen halve cent.
Ik, die alom bewonderd ben en opgekamd,
Heb met mijn korianders en mijn uien dus
Voor weinig centen al de raadslui--opgeknapt!
Koor.
(antistrophe of tegen-keer)
Heil u, dierbare beulingvrind,
Heil zij u allerwege,
Alles gaat u thans voor den wind,
Wie zoo dapper den strijd begint,
685 Dien wacht weldra de zege!
Want die schurk vond een schurk in u.
Grooter in list en in lagen,
Met uwen mond, zoo groot en ruw,
Met uwe listen, fijn en sluw,
Hebt gij hèm nog verslagen.
Vecht nu maar tot het einde door,
Toon u listig en machtig,
Want wij allen, het ridderkoor,
Helpen u en volgen uw spoor,
Ondersteunen u krachtig!
Worstverkooper.
Daar komt hij, onze vriend de Paphlagoniër,
Hij bruist als een bergstroom, en hij snuift en raast maar door,
Alsof hij m' op wil eten, hij lijkt Blauwbaard wel.