zoo maar niet weg. Maar wat duivel, wáár heb je hem gelaten? Ah ...
dáárbinnen natuurlijk. Nou zal je eens wat zien, Katrine!
MEVR. STOCKMANN. Thomas, ik bid je!
ASLAKSEN. Neem u in acht, dokter.
DR. STOCKMANN (_heeft burgemeesters pet opgezet en zijn stok in de hand
genomen; dan gaat hij naar de deur, gooit die open en salueert met de
hand aan de klep van de pet_).
(_Burgemeester komt binnen, rood van kwaadheid. Achter hem aan komt
Billing_).
BURGEM. STOCKMANN. Wat moet die vertooning beteekenen?
DR. STOCKMANN. Een beetje respect, mijn goede Peter. Nu vertegenwoordig
_ik_ de autoriteit van de stad. (_hij wandelt op en neer_).
MEVR. STOCKMANN (_bijna schreiend_). Maar Thomas dan toch!
BURGEM. STOCKMANN (_loopt hem na_). Geef mij mijn pet en mijn stok!
DR. STOCKMANN (_als voren_). Al ben jij het hoofd van de politie, ik ben
het hoofd van de stad.... Ik ben baas van den heelen boel, ik, zie je!
BURGEM. STOCKMANN. Zet die pet af, zeg ik je. Bedenk dat het een
reglementaire uniformpet is!
DR. STOCKMANN. Poeh! Denk je dat de ontwakende volksleeuw zich bang laat
maken door uniformpetten? Want morgen komt er revolutie in de stad, dat
je het maar weet. Jij dreigde mij af te zetten, maar nu zet ik jou af
... onthef je van al je posten van vertrouwen.... Geloof je soms dat ik
dat niet kan? Ja wel, hoor; ik heb de zegevierende machten van de
maatschappij op mijn hand. Hovstad en Billing zullen donderen in de
"Volksbode", en Aslaksen rukt uit aan het hoofd van den heelen Bond van
Huiseigenaren....
ASLAKSEN. Dat doe ik niet, dokter.
DR. STOCKMANN. Ja, welzeker, doet u dat....
BURGEM. STOCKMANN. Ah, zoo, mijnheer Hovstad prefereert misschien toch
ook om zich aan te sluiten bij de beweging?
HOVSTAD. Neen, burgemeester.
ASLAKSEN. Neen, mijnheer Hovstad is zoo gek niet dat hij zich zelf en
zijn blad er aan zou wagen, en dat ter wille van een hersenschim.
DR. STOCKMANN (_kijkt rond_). Wat beteekent dat alles?
HOVSTAD. U heeft uw zaak in een valsch licht voorgesteld, dokter; en
daarom kan ik die niet steunen.
BILLING. Neen, na wat burgemeester zoo vriendelijk was mij te vertellen
daar straks....
DR. STOCKMANN. In een valsch licht! Laat dat toch aan mij over! Druk
mijn opstel maar; ik ben mans genoeg om zelf de verantwoordelijkheid er
voor op mij te nemen.
HOVSTAD. Ik druk het niet. Ik kan en wil en durf het niet drukken.
DR. STOCKMANN. Durft u niet? Wat zijn dat voor praatjes? U is toch
redacteur en het zijn toch de heeren redacteurs die de pers regeeren,
zou ik denken!
ASLAKSEN. Neen, dat zijn de abonné's, dokter.
BURGEM. STOCKMANN. Gelukkig, ja.
ASLAKSEN. Het is de publieke opinie, het verlichte publiek, de
huiseigenaren en al de anderen; die zijn het die de pers regeeren.
DR. STOCKMANN (_kalm_). En al deze machten heb ik tegen mij?
ASLAKSEN. Ja; het zou de ondergang van de burgerij zijn als uw verslag
gedrukt werd.
DR. STOCKMANN. Zoo....
BURGEM. STOCKMANN. Mijn pet en mijn stok!
DR. STOCKMANN (_neemt de pet af en legt die met den stok op de tafel_).
BURGEM. STOCKMANN (_neemt ze allebei op_). Je burgemeesterswaardigheid
was van korten duur.
DR. STOCKMANN. Wij zijn er nog niet. (_tegen Hovstad_). Het is dus
volstrekt onmogelijk om mijn verslag in de "Volksbode" geplaatst te
krijgen?
HOVSTAD. Volstrekt onmogelijk; ook uit consideratie voor uw gezin.
DR. STOCKMANN. O, u hoeft waarachtig niet in de war te zitten over mijn
gezin, mijnheer Hovstad.
BURGEM. STOCKMANN (_haalt een papier uit zijn zak_). Tot voorlichting
van het publiek zal het wel voldoende zijn, als dit er in komt; dit is
een officieele verklaring. Alsjeblieft.
HOVSTAD (_neemt het aan_). Goed; dat zullen wij plaatsen.
DR. STOCKMANN. Maar het mijne niet! Men verbeeldt zich dat men mij en de
waarheid doodzwijgen kan! Maar dat gaat nog zoo gemakkelijk niet als je
denkt. Mijnheer Aslaksen, wil u dadelijk mijn manuscript nemen en het
als vlugschrift drukken ... voor mijn rekening ... als mijn eigen
uitgaaf. Ik wil vierhonderd exemplaren hebben; neen, vijf-, zeshonderd
wil ik er hebben.
ASLAKSEN. Al wou u het met goud betalen, ik durf mijn drukkerij er niet
toe leenen, dokter. Ik durf het niet voor de publieke opinie. U krijgt
dat in de heele stad nergens gedrukt.
DR. STOCKMANN. Geef het mij dan terug.
HOVSTAD (_reikt hem het M.S. over_). Alsjeblieft.
DR. STOCKMANN (_haalt hoed en stok_). De wereld in zal het tòch. Ik zal
het voorlezen in een groote volksvergadering; al mijn medeburgers moeten
de stem der waarheid hooren.
BURGEM. STOCKMANN. Geen enkele vereeniging in de heele stad staat je een
lokaal af voor zoo iets.
ASLAKSEN. Geen enkele; dat weet ik zeker.
BILLING. Neen, verdomd als ze het doen!
MEVR. STOCKMANN. Dat zou toch àl te schandelijk zijn! Waarom zijn ze
ineens zoo tégen je allemaal?
DR. STOCKMANN (_toornig_). Dat zal ik je zeggen. Omdat alle mannen hier
in de stad oude wijven zijn ... net als jij; ze denken allemaal alleen
aan hun gezin en niet aan de maatschappij.
MEVR. STOCKMANN (_grijpt zijn arm_). Dan zal ik hun een ... een oud wijf
laten zien, dat een man kan zijn ... voor een enkelen keer. Want nu ben
ik op jouw hand, Thomas!
DR. STOCKMANN. Dat was flink gesproken, Katrine! En de wereld in zàl
het, bij mijn ziel en zaligheid! Kan ik geen lokaal in huur krijgen, dan
huur ik een tamboer om met mij door de stad te gaan, en dan lees ik het
voor op alle hoeken van de straten.
BURGEM. STOCKMANN. Zoo stapelgek ben je toch nog niet!
DR. STOCKMANN. Jawel, zoo gek ben ik wel!
ASLAKSEN. U krijgt geen enkelen man in de heele stad, die met u mee wil
gaan.
BILLING. Neen, verdomd als u er een krijgt!
MEVR. STOCKMANN. Niet toegeven, Thomas! Ik zal de jongens vragen om met
je mee te gaan.
DR. STOCKMANN. Dat is een prachtig idee!
MEVR. STOCKMANN. Morten doet het dolgraag; en Ejlif gaat ook wel mee.
DR. STOCKMANN. Ja, en Petra! En jij zelf, Katrine!
MEVR. STOCKMANN. Neen, ik zelf niet; maar ik zal aan het raam staan en
naar je kijken; dat zal ik.
DR. STOCKMANN (_slaat zijn armen om haar heen en kust haar_). Dank je
daarvoor! Nu wordt het een tweegevecht, dappere heeren! Ik wil toch zien
of de laagheid de macht bezit om den patriot, die de maatschappij wil
reinigen, den mond te snoeren.
(_Hij en zijn vrouw af door de deur links achter_).
BURGEM. STOCKMANN (_schudt bedenkelijk het hoofd_). Nu heeft hij háár
ook gek gemaakt!
EINDE VAN HET DERDE BEDRIJF.
* * * * *
VIERDE BEDRIJF.
Een groote ouderwetsche zaal in het huis van kapitein Horster. Een
openstaande dubbele deur op den achtergrond leidt naar een
voorkamer. In den linkerwand zijn drie ramen: in 't midden van den
tegenovergestelden wand is een verhooging geplaatst en daarop een
klein tafeltje met twee kaarsen, een waterkaraf, een glas en een
handbel. De zaal is verder verlicht door lustres tusschen de ramen
geplaatst. Links op den voorgrond staat een tafel met kaarsen er op
en een stoel er voor. Heel vooraan rechts is een deur waarbij een
paar stoelen staan.
Een groote menigte stadsburgers uit alle standen. Enkele vrouwen en
eenige schooljongens ziet men er tusschen. Steeds meer menschen
stroomen naar binnen van den achtergrond komend, tot de zaal vol
is.
* * * * *
EEN BURGER (_tegen een anderen dien hij tegenkomt_). Zoo, ben jij hier
ook van avond, Lamstad?
DE TOEGESPROKENE. Ja, ik doe mee bij alle volksvergaderingen.
EEN DAARBIJ STAANDE. Je hebt toch wel een pijp meegenomen, zeg?
DE TWEEDE. Ja zeker; jij niet?
DE DERDE. Ja waarachtig. En schipper Evensen zou een heel groote hoorn
meebrengen heeft hij gezegd.
DE TWEEDE. Evensen ... die is goed!
(_Gelach in de groep_).
EEN VIERDE (_komt er bij_). Zeg eens, wat moet er toch gebeuren van
avond?
DE TWEEDE. Wel dokter Stockmann zal spreken tégen den burgemeester.
DE NIEUW AANGEKOMENE. Maar de burgemeester is immers zijn broer?
DE EERSTE. Dat doet er niet toe; dokter Stockmann is niet bang.
DE DERDE. Maar hij heeft toch ongelijk; dat stond in de "Volksbode".
DE TWEEDE. Ja, dezen keer moet hij zeker ongelijk hebben; want niemand
wou hem een zaal afstaan, noch de Bond van Huiseigenaren, noch de
Burgerclub.
DE EERSTE. Niet eens de kuurzaal kon hij krijgen.
DE TWEEDE. Ja, dat zal wel waar zijn.
EEN MAN (_in een andere groep_). Met wien moet je het nou eigenlijk
houden, in dit geval, zeg?
EEN TWEEDE (_zelfde groep_). Richt je maar naar Aslaksen, den
boekdrukker, en doe zooals hij doet.
BILLING (_met een portefeuille onder den arm, baant zich een weg door de
menigte_). Permitteert, heeren! Mag ik even door alsjeblieft? Ik ben de
verslaggever van de "Volksbode". Dank u wel! (_hij gaat aan de tafel
links zitten_).
EEN WERKMAN. Wie was dat?
EEN TWEEDE. Ken je _dien_ niet? Dat is Billing, van Aslaksen zijn
courant.
(_Kapitein Horster brengt mevrouw Stockmann en Petra binnen door de
voordeur rechts. Ejlif en Morten volgen_).
HORSTER. Hier dacht ik dat de familie het best zou zitten; hier is u er
dadelijk uit als er iets gebeuren mocht.
MEVR. STOCKMANN. Denkt u dan dat er herrie zal zijn?
HORSTER. Je kunt nooit weten, met zoo'n troep menschen.... Maar gaat u
maar gerust zitten.
MEVR. STOCKMANN (_gaat zitten_). Hoe vriendelijk van u dat u Stockmann
uw zaal aangeboden heeft.
HORSTER. Toen niemand anders wou....
PETRA (_die ook is gaan zitten_). En moedig was het ook, kapitein.
HORSTER. Nu, zooveel moed was daar niet voor noodig, dunkt me.
(_Hovstad en Aslaksen komen te gelijkertijd, maar ieder afzonderlijk
door de menigte heen_).
ASLAKSEN (_gaat naar Horster toe_). Is de dokter er nog niet?
HORSTER. Hij wacht binnen.
(_Beweging bij de deur_).
HOVSTAD (_tegen Billing_). Daar komt de burgemeester. Kijk eens!
BILLING. Ja, goddome,... die komt waarachtig ook!
(_Burgemeester Stockmann baant zich voorzichtig een weg door de menigte,
groet beleefd en gaat zitten tegen den muur links. Even daarna komt dr.
Stockmann door de voorste deur rechts. Hij is in rok-en-witte-das.
Enkelen applaudisseeren weifelend, wat met een gedempt gesis begroet
wordt. Het wordt stil_).
DR. STOCKMANN (_halfluid_). Hoe gaat het, Katrine?
MEVR. STOCKMANN. Goed; best (_zachter_). Word nu niet dadelijk driftig,
Thomas.
DR. STOCKMANN. Och kom; ik kan mij best inhouden (_kijkt op zijn
horloge, stapt op het podium en buigt_). 't Is al een kwartier over den
tijd,... dus zal ik maar beginnen (_haalt zijn manuscript voor den
dag_).
ASLAKSEN. Eerst zal er toch wel een president gekozen moeten worden.
DR. STOCKMANN. Neen,... dat is volstrekt niet noodig.
EENIGE HEEREN (_roepen_). Jawel, jawel!
BURGEM. STOCKMANN. Ik zou ook denken dat er een president gekozen moest
worden.
DR. STOCKMANN. Maar, Peter, ik heb toch deze vergadering opgeroepen om
een voordracht te houden.
BURGEM. STOCKMANN. De voordracht van den baddokter zou misschien tot
zeer uiteenloopende meeningsverschillen aanleiding kunnen geven.
VERSCHEIDENE STEMMEN (_uit de menigte_). Een president! Een voorzitter!
HOVSTAD. De algemeene volkswil schijnt een voorzitter te verlangen.
DR. STOCKMANN (_kalm blijvend_). Nu, goed dan; laat de volkswil zijn zin
hebben.
ASLAKSEN. Zou burgemeester zich met die taak willen belasten?
BURGEM. STOCKMANN. Om verschillende, wel begrijpelijke redenen, moet ik
daarvoor bedanken. Maar gelukkig hebben wij in ons midden een man, dien,
meen ik, allen hun stem kunnen geven. Ik bedoel den president van den
Bond van Huiseigenaren, den heer Aslaksen.
VELE STEMMEN. Ja, ja! Aslaksen! Hoera voor Aslaksen!
DR. STOCKMANN (_neemt zijn manuscript op en stapt van het podium af_).
ASLAKSEN. Als mijne medeburgers mij hun vertrouwen schenken, mag ik niet
weigeren.... (_handgeklap en bijvalsbetuigingen. Aslaksen bestijgt het
podium_).
BILLING (_schrijft_). Dus ... "de heer boekdrukker Aslaksen bij
acclamatie verkozen"....
ASLAKSEN. En nu ik hier op deze plaats sta, zij het mij vergund een kort
woord te spreken. Ik ben een rustig en vreedzaam man, die gesteld is op
kalme gematigdheid, en op ... en op gematigde kalmte; dat weet een ieder
die mij kent.
VELE STEMMEN. Ja! Jawel, Aslaksen!
ASLAKSEN. Ik heb in de school des levens en der ervaring geleerd, dat
maathouden een deugd is, die den staatsburger het best kleedt....
BURGEM. STOCKMANN. Juist!
ASLAKSEN. ... en dat bezonnenheid en maathouden eigenschappen zijn,
waarmee ook de maatschappij het best gediend is. Daarom zou ik mijn
geachten medeburger, die hier de vergadering opgeroepen heeft, op het
hart willen drukken, zich binnen de grenzen der gematigdheid te houden.
EEN MAN (_bij de deur_). Leve het matigheidsgenootschap!
EEN STEM. Naar den duivel daarmee!
VELEN. Sst! Sst!
ASLAKSEN. Niet in de rede vallen, heeren!... Is er iemand die het woord
verlangt?
BURGEM. STOCKMANN. Mijnheer de voorzitter!
ASLAKSEN. De burgemeester heeft het woord.
BURGEM. STOCKMANN. Met het oog op de nauwe bloedverwantschap waarin ik,
zooals bekend is, tot den fungeerenden baddokter sta, ware het mij zeer
gewenscht geweest heden avond hier niet te spreken. Maar mijn betrekking
tot de badinrichting en de overweging dat de allergrootste belangen der
stad er mee gemoeid zijn, noodzaken mij een voorstel te doen. Ik durf
wel veronderstellen dat geen enkele der hier aanwezige burgers het
wenschelijk acht, dat onbetrouwbare en overdreven voorstellingen van de
sanitaire toestanden van de badplaats en de stad, in wijder kring
verspreid worden.
VELE STEMMEN. Ja! Ja! Natuurlijk! Wij protesteeren!
BURGEM. STOCKMANN. Ik stel daarom voor dat de vergadering den baddokter
niet zal toestaan zijn voorstelling van de zaak voor te lezen of voor te
dragen.
DR. STOCKMANN (_opbruisend_). Niet zal toestaan...! Wat!
MEVR. STOCKMANN (_hoest_). Hm ... hm!
DR. STOCKMANN (_houdt zich in_). Zoo,... dus niet zal toestaan!
BURGEM. STOCKMANN. Ik heb in mijn verklaring in de "Volksbode" het
publiek met de ware feiten bekend gemaakt, zoodat alle welgezinde
burgers zich gemakkelijk een oordeel kunnen vormen. Men zal daaruit zien
dat het voorstel van den baddokter ... behalve dat het een votum van
wantrouwen tegen de leidsmannen der stedelijke regeering is ...
eigenlijk daarop neerkomt, alle belastingplichtigen met een onnoodige
uitgaaf van minstens honderdduizend kronen te bezwaren. (_Uitingen van
onwil; hier en daar fluiten_).
ASLAKSEN (_luidt de bel_). Stilte heeren! Ik ben zoo vrij het voorstel
van den burgemeester te steunen. Het is ook mijn opinie dat de dokter
met zijn drijven een bijoogmerk heeft. Hij spreekt van de badinrichting;
maar hij beoogt een omwenteling; hij wil het bestuur in andere handen
over brengen. Niemand twijfelt aan de goede bedoelingen van den dokter;
de hemel beware ons, daarover is geen verschil van opvatting mogelijk.
Ik ben óók een vriend van gemeentelijk zelfbestuur,... als de
belastingplichtigen er maar niet te zwaar door gedrukt worden; maar dát
zou hier juist het geval zijn. En daarom ... de duivel mag mij halen ...
met verlof ... kan ik dezen keer niet met dokter Stockmann meegaan. Men
kan ook goud al te duur koopen; dát is _mijn_ opinie.
(_Levendige instemming van alle kanten_).
HOVSTAD. Ook ik voel mij gedrongen mijn houding te verklaren. Dokter
Stockmann's beweging scheen aanvankelijk instemming te vinden, en ik
steunde die zoo onpartijdig als ik kon. Maar toen werd ons duidelijk dat
wij door een valsche voorstelling op een dwaalspoor waren geleid....
DR. STOCKMANN. Valsche...!
HOVSTAD. Een minder betrouwbare dan. De verklaring van den Heer
burgemeester heeft dat bewezen. Ik hoop dat niemand hier ter plaatse
mijn liberale gezindheid verdenkt. De houding van de "Volksbode" in de
groote politieke kwesties is voor een ieder bekend genoeg. Maar ik heb
van ervaren en verstandige mannen geleerd, dat in zuivere lokale
aangelegenheden een blad met zekere omzichtigheid te werk moet gaan.
ASLAKSEN. Geheel van dezelfde opinie als de geachte spreker.
HOVSTAD. En in het onderhavige geval, is het ten eenenmale buiten
twijfel dat dokter Stockmann de gezindheid van het publiek tegen zich
heeft. Maar wat is de eerste en voornaamste plicht van een redacteur,
mijne heeren? Dat hij werkt in overeenstemming met zijn lezers, niet
waar? Heeft hij niet als een zwijgende opdracht gekregen, om standvastig
en onvervaard de welvaart van zijn geestverwanten te bevorderen? Of tast
ik wellicht hierin mis?
VELE STEMMEN. Neen, neen, neen! Hovstad heeft gelijk!
HOVSTAD. Het heeft mij een hevigen strijd gekost te breken met een man,
in wiens huis ik in den laatsten tijd een veelgeziene gast was,... een
man die tot op dezen dag zich heeft mogen verheugen in de onverdeelde
welwillendheid van zijn medeburgers ... een man, wiens eenige ... of
althans voornaamste gebrek is, dat hij meer met zijn hart dan met zijn
verstand te rade gaat.
STEMMEN HIER EN DAAR. Dat is waar! Hoera voor dokter Stockmann!
HOVSTAD. Maar mijn plicht jegens de maatschappij gebood mij met hem te
breken. En dan is er nog een overweging, die mij dwingt hem te
bestrijden, en zoo mogelijk, tegen te houden op den onheilvollen weg,
dien hij heeft ingeslagen; dat is het lot van zijn gezin....
DR. STOCKMANN. Houd u bij de waterleiding en het riool!
HOVSTAD. ... het lot van zijn echtgenoote en zijn onverzorgde kinderen.
MORTEN. Zijn wij dat, moeder?
MEVR. STOCKMANN. Sst!
ASLAKSEN. Ik zal dus het voorstel van den burgemeester in stemming
brengen.
DR. STOCKMANN. Niet noodig! Van avond ben ik niet van plan over die
zwijnerij daarginder in de badinrichting te spreken. Neen; je zult heel
wat anders te hooren krijgen.
BURGEM. STOCKMANN (_halfluid_). Wat is dát nu weer?
EEN DRONKEN MAN (_bij de deur_). Ik betaal belasting en daarom heb ik
ook het recht mijn opinie te zeggen! En ik heb de volle, vaste ...
onbegrijpelijke overtuiging, dat....
VERSCHEIDEN STEMMEN. Stilte daarginder!
ANDERE. Hij is dronken! Gooit hem er uit!
(_De dronken man wordt buiten gezet_).
DR. STOCKMANN. Heb ik het woord?
ASLAKSEN (_luidt de bel_). Dokter Stockmann heeft het woord.
DR. STOCKMANN. Dat had men enkele dagen geleden moeten durven probeeren,
om mij zooals van avond hier den mond te snoeren! Als een leeuw zou ik
gestreden hebben voor mijn heilige menschenrechten! Maar nu kan het mij
niet meer schelen; want nu heb ik over gewichtiger dingen te spreken.
(_De menigte dringt dichter om hem heen, Morten Kiil wordt zichtbaar
tusschen de omstanders_).
DR. STOCKMANN (_gaat voort_). Ik heb veel gepeinsd en nagedacht deze
laatste dagen,... over zooveel loopen peinzen, dat mij het hoofd soms
omliep....
BURGEM. STOCKMANN (_bromt_). Hm...!
DR. STOCKMANN. ... maar zachtjes aan werd alles mij helder; toen zag ik
het verband zoo duidelijk. En daarom sta ik van avond hier. Ik zal
belangrijke onthullingen doen, mijn medeburgers! Ik zal u een ontdekking
meedeelen van veel grooter gewicht dan de kleinigheid dat onze
waterleiding vergiftigd is en ons herstellingsoord op een verpesten
grond ligt.
VELE STEMMEN (_roepen_). Niet over de badplaats spreken! Dat willen wij
niet hooren. Niets daarvan!
DR. STOCKMANN. Ik heb gezegd dat ik spreken wou over de groote
ontdekking die ik in deze laatste dagen heb gedaan,... de ontdekking dat
al onze geestelijke levensbronnen vergiftigd zijn, en dat onze heele
samenleving rust op een door leugens verpesten grond.
VERBLUFTE STEMMEN (_halfluid_). Wat zegt hij?
BURGEM. STOCKMANN. Zulk een insinuatie...!
ASLAKSEN (_met de hand aan de bel_). De spreker wordt verzocht zich te
matigen.
DR. STOCKMANN. Ik heb mijn geboorteplaats zoo lief gehad als een man de
stad waar zijn ouderlijk huis staat maar liefhebben kan. Ik was nog niet
oud toen ik van hier weg ging, en de afstand, verlangen en
jeugdherinneringen legden als een verhoogden glans over de plaats zoowel
als over de menschen.
(_Enkelen applaudisseeren en betuigen bijval_).
DR. STOCKMANN. Toen zat ik lange jaren in een verschrikkelijken uithoek
ver weg in het Noorden. Wanneer ik soms den een of ander ontmoette van
de menschen die daar tusschen de rotsklompen verspreid leven, dan dacht
ik dikwijls dat het voor die arme uitgeputte wezens beter ware geweest
als zij een veearts in plaats van mij gekregen hadden.
(_Gemompel in de zaal_).
BILLING (_legt de pen neer_). Zoo iets heb ik, goddome nog nooit
gehoord...!
HOVSTAD. Dat is een bespotting van een eerwaardige volksklasse!
DR. STOCKMANN. Wacht nu maar even!... ik geloof dat niemand van mij zal
kunnen zeggen, dat ik mijn geboorteplaats daarginder vergat. Ik zat als
een eidergans op een ei, en wat ik uitbroedde,... dat was het plan voor
de badinrichting hier.
(_Handgeklap en protesten_).
DR. STOCKMANN. En toen eindelijk en ten laatste het lot mij gunstig was
en ik weer naar huis terugkeeren kon,... ja, mijn medeburgers, toen
dacht ik dat er niet veel meer voor mij te wenschen over bleef. Alleen
dien éénen wensch had ik nog: om ijverig, onvermoeid en met mijn heele
ziel werkzaam te zijn voor mijn vaderstad en het algemeen welzijn.
BURGEM. STOCKMANN (_kijkt in de lucht_). De manier is een beetje
zonderling ... hm.
DR. STOCKMANN. En zoo leefde ik dan hier zwelgend in mijn verblind
geluk. Maar gisteren morgen ... neen, het was eigenlijk eergisteren
avond ... toen gingen ineens de oogen van mijn geest wijd open, en het
eerste wat ik zag, dat was die kolossale domheid van de autoriteiten....
(_Rumoer, roepen en lachen. Mevr. Stockmann kucht hevig_).
BURGEM. STOCKMANN. Mijnheer de voorzitter!
ASLAKSEN (_belt_). Krachtens mijn bevoegdheid...!
DR. STOCKMANN. Het is kleinzielig om aan een woord te blijven hangen,
mijnheer Aslaksen. Ik wil alleen zeggen dat ik achter die ongehoorde
zwijnerij gekomen ben, waaraan zich de leidsmannen der badinrichting
hebben schuldig gemaakt. Leidsmannen kan ik om den dood niet
uitstaan;... van dat soort menschen heb ik in mijn leven genoeg
gekregen. Zij zijn net als bokken in een jonge aanplanting; ze doen
overal kwaad aan; een vrij man staan ze in den weg, hoe hij zich ook
wendt of keert;... en het liefst zou ik zien dat men ze uitroeide
evenals ander schadelijk gedierte....
(_Onrust in de zaal_).
BURGEM. STOCKMANN. Mijnheer de voorzitter, kan u zulke uitdrukkingen
laten passeeren?
ASLAKSEN (_met de hand aan de bel_). Mijnheer de dokter...!
DR. STOCKMANN. Ik begrijp zelf niet dat ik nu pas een helderen kijk op
die heeren gekregen heb; want ik heb hier toch bijna dagelijks zoo'n
prachtexemplaar voor mijn oogen gehad ... mijn broer Peter ...
zwaarwichtig en vasthoudend aan vooroordeelen....
(_Lachen, rumoer en gefluit. Mevr. Stockmann zit maar te kuchen_).
ASLAKSEN (_luidt hevig met de bel_).
DE DRONKEN MAN (_die weer binnen gekomen is_). Doelt dat op mij? Want
ja, ik heet wel Pettersen, maar de duivel zal mij halen....
BOOZE STEMMEN. Er uit met dien dronken kerel! Gooit hem de deur uit!
(_De man wordt er weer uitgegooid_).
BURGEM. STOCKMANN. Wie was dat?
EEN NABIJSTAANDE. Ik ken hem niet, Burgemeester.
EEN ANDER. Hij is niet hier van daan.
EEN DERDE. Ze zeggen dat 't een houtkooper is uit.... (_de rest
onhoorbaar_).
ASLAKSEN. De man had blijkbaar te veel Beijersch bier gedronken.... Ga
voort, dokter, maar doe toch alsjeblieft uw best om u wat te matigen.
DR. STOCKMANN. Nu, goed dan, mijn medeburgers; ik zal mij niet verder
uitlaten over onze leidsmannen. En mocht iemand afleiden uit wat ik zoo
even gezegd heb, dat ik deze heeren hier van avond te lijf wil, dan
heeft hij het mis ... glad mis. Want ik troost mij met de weldadige
gedachte, dat die oudelui uit een wegstervende gedachtenwereld, zich
zelf op zoo'n uitstekende manier uit den tijd helpen; zij hebben er niet
eens een dokter bij noodig om hen zoo gauw mogelijk naar het graf te
doen verhuizen. En het is ook niet die soort van menschen die het
grootste gevaar voor de samenleving opleveren; niet _zij_ zijn het die
het meeste bijdragen om onze geestelijke levensbronnen te vergiftigen en
den grond onder onze voeten te verpesten; niet _zij_ zijn de
gevaarlijkste vijanden van waarheid en vrijheid in onze maatschappij.
GEROEP VAN ALLE KANTEN. Wie dan? Wie zijn het dan? Noem ze dan!
DR. STOCKMANN. Ja, je kunt er op aan, dat ik ze noemen zal! Want dit is
juist de groote ontdekking die ik gisteren gedaan heb (_met
stemverheffing_). De gevaarlijkste vijanden van waarheid en vrijheid
onder ons, dat zijn zij, die de compacte meerderheid uitmaken.