Âda kah tuan dăngăr kâbar? Heeft u ’t bericht gehoord?
Kâta ôrang sudah jâdi pergâduhan Men zegt, dat er in de bovenlanden
besar di Ulu-Pêraq. van Pérak ernstige (groote) onlusten
uitgebroken (lett. ontstaan) zijn.
Âda kunun bagitu. Dat wordt zoo beweerd. (Er zijn naar
men zegt zoo).
Âpa sebab jâdi pergâduhan itu? Waardoor zijn die onlusten ontstaan?
Asal-ña bagini, tuan: De oorzaak is aldus, mijnheer:
Âda sâtu ôrang dalăm dâirah itu Er was iemand in dat gebied pengulu,
meñjâdi pengulu-ña, tetapi maar de nieuwe sultan hield niet van
Yam-Tuan bâru ini tidaq suka hem; hij heeft hem ontslagen en een
akăn dia; dipecatkăn, dia ander in de plaats van hem den titel
gelarkăn lâin ôrang mengganti van pengulu gegeven. Om die reden
dia jâdi pengulu di situ. Sebab vecht de nieuwe met den ouden
itu berkelay lah pengulu bâru pengulu.
dăngăn pengulu lâma.
Âda kah yang mati luka? Zijn er dooden of gewonden?
Belom âda, tuan. Âda juga dua Nog niet, mijnheer. Er zijn er
tiga. enkelen (toch twee of drie).
Sabelah mâna yang mati itu? Aan welke zijde zijn die dooden?
Sabelah pengulu bâru, tuan. Aan de zijde van het nieuwe hoofd.
Âda bârang dua-puluh ôrang dia, Er zijn een twintigtal van zijn
berjâlan dalăm utan, jumpa sâtu lieden ’t bosch in gegaan, en een
kubu musuh, berkelay lah di vijandelijke versterking
situ. Yang di dalăm kubu itu âda tegengekomen, en daar hebben ze
berse-nâpang bâñaq, yang lâin gevochten. De lui in de versterking
dua tiga pucuq sâja. Undur lah hadden veel geweren, de anderen maar
ôrang sabelah pengulu bâru itu, twee of drie stuks. De lui van het
diambat oleh musuh-ña, mati tiga nieuwe hoofd weken, en werden door
ôrang sabelah pengulu bâru, hun vijanden achterna gezet; drie
kâwan-ña yang lâin-lâin lâri man aan de zijde van den nieuwen
dalăm utan, lintang-pukang pengulu zijn gesneuveld, de overige
ceray-beray. kameraden zijn in ’t bosch gevlucht,
hals over kop in alle richtingen.
Pâda âri ini pun ta tentu Zelfs heden is hun verblijf (plaats)
tempat-ña. niet bekend (vast).
Siâpa ambil mâit ôrang tiga yang Wie heeft de lijken van de drie
mati itu? gesneuvelden gehaald?
Tinggal dalăm utan, tiâda Ze zijn in ’t bosch achterbleven, er
(t’âda) ôrang berâni was niemand die ze durfde halen.
mengambil-ña.
Kâlaw bagitu, mâlu benăr pengulu Dan is ’t een erge schande voor den
bâru itu, mâit kâwan-ña nieuwen pengulu (is de nieuwe p. erg
tertinggal. beschaamd) dat de lijken zijner
gezellen achtergebleven zijn.
Pâda kîra kâmi ôrang Melâyu mâlu Naar de opvatting van ons Maleiers
sekâli, tuan. is ’t een heele schande, mijnheer.
Di mâna musuh sekârang? Waar zijn de vijanden nu?
Ta tentu tempat-ña, tuan. ’t Is niet bekend waar ze zijn,
mijnheer (niet vastgesteld hun
plaats).
Kâlaw bagitu, bâik kita pegi Dan moeten wij (is ’t goed, dat wij)
mengâkap. gaan spionneeren.
Bôleh antăr (sûruh) We kunnen ’t hoofd der spionnen met
penglima-kâkap dăngăn dua ôrang. twee man sturen.
Bâik lah, malăm sekârang bulan Goed, van avond is ’t heldere maan,
terang, sûruh dia-ôrang jâlan laat ze op weg gaan en de
meñcâri tempat musuh, di mâna verblijfplaats der vijanden
kubu-ña, berâpa buah kubu, opzoeken, waar hun versterkingen
berâpa ôrang musuh, berâpa zijn, hoeveel stuks versterkingen er
meriăm-ña, dan âpa-âpa macăm-ña. zijn, hoeveel man de vijand sterk
is, hoeveel kanonnen ze hebben, en
welke soorten daarvan.
Penglima-kâkap sudah bâlik, Het hoofd der spionnen is al terug,
tuan. Musuh âda di Pâpan, sudah mijnheer. De vijand is te Pâpan, ze
berkukuh di situ Penglimâ-ña hebben zich daar versterkt. Ze
tiga ôrang, kubu-ña dua buah, hebben drie hoofden, twee
sabelah kânan sa buah, sabelah versterkingen, (palissadeeringen),
kîri sa buah, dăngăn kôta sa rechts een, links een, met een fort
buah di âtas bukit, di belâkang op een heuvel, achter die twee
kubu yang dua buah itu. Ôrang-ña versterkingen. Hun volk bedraagt
tengah dua râtus lebih-kûrang, ongeveer honderdvijftig man,
meriăm tidaq âda, tetapi lila kanonnen hebben ze niet, maar ze
âda tiga pucuq dalăm kôta itu. hebben drie lila’s (soort mortieren)
in dat fort.
Bâik lah. Kâlaw bagitu, kita Goed. Dan (als ’t zoo is), dan
masuq mengâmuq kôtâ-ña deri zullen we hun fort van achteren
belâkang, kemudian mudah bestormen (lett. stormende ingaan),
mengambil kubu-ña. daarna is ’t gemakkelijk hun
versterkingen te nemen.
Kâlaw sudah diambil kôtâ-ña, Als hun fort al genomen is, leveren
kubu ta susah lâgi. de versterkingen geen last meer op
(zijn de versterkingen niet lastig
meer).
Lantaq betul-betul, jangan Pak ze flink aan, niet wankelmoedig
ôlo-ôlo, jangan undur zijn, en volstrekt niet wijken
sekâli-kâli. (teruggaan).
Sudah dekăt kôta, nampaq musuh We zijn al dicht bij ’t fort, de
di dalăm, pasang senâpang sâtu vijand erin is reeds te zien, vuur
dăs, kemudian mengâmuq dăngăn een geweerschot af (schiet af een
keris sâja. geweer éen „paf”), daarna maar
aanvallen met de kris.
Kôtâ-ña terpagăr keliling, lâgi Hun fort is rondom gepalissadeerd,
âda pârit dan rañjaw. bovendien is er een gracht en
ranjaws [25].
Tid’âpa, bôleh kita mengâkap Dat doet er niet toe, wij kunnen
meñcâri pintu kôta, di situ lah spionneeren en naar de deur van ’t
masuq. fort zoeken, daar gaan we binnen.
Tentu dua pintu-ña, Zeker er twee deuren aan, ’t is ’t
pintu-belâkang bâik masuq, nanti beste de achterdeur in te gaan, dan
musuh lâri deri pintu-adăp; vlucht de vijand door de voordeur,
bôleh ôrang kita meñjâga di situ onze lui kunnen daar de wacht houden
menâhan dia. en ze tegenhouden.
Sediakăn ôbat dăngăn pelûru Maak kruit en kogels klaar genoeg om
cukup isikăn empat-puluh petrum veertig patronen voor ieder man te
pâda tiap-tiap ôrang. vullen.
Kâlaw datăng ujan, tudungkăn Als er regen komt, moet je de
petrum bâik-bâik. patronen goed toedekken.
Mâsing-mâsing âda kerpay, tuan: Ieder heeft een patroontasch,
petrum ta bôleh bâsah. mijnheer: de patronen kunnen niet
nat worden.
Siâpa pasang senâpang tâdi? Wie heeft zooeven een geweerschot
afgeschoten?
Musuh, tuan. De vijand, mijnheer.
Dăngăr bâik-bâik. Luister ’s goed.
Dipasang-ña tiga dăs, tentu lah Ze hebben driemaal gevuurd, zeker is
alâmat musuh itu. dat een signaal (teeken) van den
vijand.
Tuan pakay prisay kah? Draagt (gebruikt) u een schild?
Tidaq, ta guna beperisay, kâlaw Neen, ’t is onnut een schild te
musuh bedil dăngăn pemûras, dragen, als de vijand met
bârang-kâli sa butir pelûru donderbussen schiet, raakt misschien
dalăm sa râtus yang kenâ. éen kogel op de honderd.