Het dubbel huwelijk, dat te Lirias plaats had en dat het einde is
van de geschiedenis.
Scipio moedigde mij door zijn woorden aan, om Dorothea mijn liefde
te verklaren. Hoewel ik er zeker tien jaar jonger uitzag dan ik was,
maakte ik mij toch ongerust over de wijze, waarop mijn aanzoek zou
worden opgenomen.
Den volgenden dag, toen ik juist bezig was mij te kleeden, kwam don
Juan bij mij om mij, naar hij zei, over een ernstige zaak te spreken.
Ik liet hem in mijn kabinet, waar hij mij dadelijk het doel van dit
bezoek begon mee te deelen.
"Het zal u wellicht niet onbekend zijn," zei hij, "dat ik Séraphine
liefheb. Gij hebt veel invloed op haar vader, help mij en ik zal u
het geluk van mijn leven te danken hebben."
"Mijnheer," antwoordde ik hem, "ge zult er misschien geen bezwaar
tegen hebben, dat ik uw voorbeeld volg. Ik beloof u, bij den vader
van Séraphine voor u te spreken, doe hetzelfde voor mij bij uw zuster."
Bij deze woorden liet don Juan een aangename verrassing blijken, die
ik als een gunstig teeken voor mij beschouwde. "Is het mogelijk!" riep
hij, "dat Dorothea uw hart heeft veroverd?"
"Ik zou de gelukkigste van alle menschen zijn," antwoordde ik,
"indien mijn aanzoek gunstig door haar en u werd ontvangen."
"Daar kunt ge zeker van zijn," zei hij, "al zijn wij van adel, we
zullen prijs stellen op een verbintenis met u."
"Het doet mij genoegen," hernam ik, "dat ge verstandig genoeg zijt,
om de hand van uw zuster ook te willen schenken aan een burgerman. Maar
wanneer ge ijdel genoeg waart, om haar alleen te willen geven aan een
edelman, dan zou ik u ook kunnen tevreden stellen. Ik heb twintig
jaar gewerkt in de bureaux van het ministerie en om de diensten,
die ik aan den staat heb bewezen, te beloonen, heeft de koning mij
brieven van adeldom verleend, die ik u zal toonen."
Daarop bracht ik mijn papieren te voorschijn, die hij met kennelijk
genoegen inzag.
"Nog beter!" zei hij, "Dorothea is voor u."
"En gij kunt rekenen op Séraphine," riep ik.
Tot de twee huwelijken was dus besloten, indien althans de dames
daaraan hare goedkeuring wilden hechten. Want don Juan, zoowel als
ik waren beiden veel te fijngevoelig zonder haar toestemming onzen
zin te willen doorzetten. Dadelijk deelde ik Scipio en Béatrix het
onderhoud mee. De laatste was zeer met het aanzoek ingenomen en
Séraphine bewees door haar zwijgen, dat ze van hetzelfde gevoelen
was. Scipio maakte eenige bezwaren, omdat er een groote bruidschat
zou noodig zijn voor het huwelijk met een heer, wiens kasteel noodig
moest hersteld worden; maar ik stopte hem den mond door te zeggen,
dat ik zijn dochter vierduizend pistolen tot bruidschat zou geven.
Ik zag don Juan denzelfden avond. "Uw zaak," zei ik, "staat zoo goed
als het maar kan, ik zou wel willen, dat het met de mijne hetzelfde
was."
"Dat is zoo," antwoordde hij. "Mijn zuster stemt gaarne toe. Gij
bevalt haar, alleen maakt ze bezwaar, dat zij u niets anders kan
schenken dan haar hart en hand."
"Wat zou ik meer vragen?" riep ik verheugd. "Ik ben rijk genoeg om
haar zonder bruidschat te trouwen."
Don Juan en ik, verheugd, dat de zaken tot zoover naar wensch waren
gegaan, besloten onze huwelijken spoedig te doen plaats hebben en
overbodige ceremonies daarbij te vermijden. Ik bracht hem daarop bij
Séraphine en haar ouders. Hij beloofde ons den volgenden dag te zullen
terugkomen met Dorothea.
Uit lust, een goeden indruk te maken op mijn uitverkorene, bleef ik
wel drie uur bezig met mijn toilet, zonder nog tevreden over mijzelf
te zijn. Voor een jongen man, die zijn geliefde wacht, is dat een
aangenaam werk, maar voor iemand, die reeds op jaren begint te komen,
is het een moeilijke bezigheid.
Ik was echter zoo gelukkig, dat zij mij met veel welwillendheid
aanzag, toen wij elkaar weer ontmoetten. Er volgde een lang onderhoud,
waarin ik gelegenheid had ook het verstand van mijn aanstaande vrouw
te bewonderen.
Een notaris uit Valencia stelde de huwelijksche voorwaarden op en
de pastoor uit Paterna kwam te Lirias, om de twee huwelijken in
te zegenen.
Over mijn huwelijk heb ik mij nooit beklaagd. Dorothea was een
deugdzame vrouw, die, gevoelig voor mijne goede zorgen, zich weldra
aan mij hechtte, alsof ik jong was geweest.
Ook don Juan en zijn vrouw waren zeer gelukkig en de twee schoonzusters
werden weldra intieme vriendinnen.
Van mijn kant vond ik zooveel goede eigenschappen in mijn zwager, dat
ik een groote genegenheid voor hem opvatte, die hij met dankbaarheid
beantwoordde.
De verstandhouding was van dien aard, dat, wanneer wij 's avonds
scheidden om elkaar den volgenden dag weer te zien, het ons leed
deed. Daarom besloten wij van de twee families er een te maken, die
nu eens op het kasteel te Lirias woonde en dan op dat van Jutella. Het
laatste had belangrijke herstellingen ondergaan.
Het is nu reeds drie jaar, lezer en vriend, dat ik een zeer gelukkig
leven leid met de personen, die mij zoo dierbaar zijn. Om mijn geluk te
volmaken, heeft de hemel mij twee kinderen geschonken, wier opvoeding
de vreugd is van mijn ouden dag en waarvan ik oprecht geloof de vader
te zijn.