HOOFDSTUK XIV

Het dubbel huwelijk, dat te Lirias plaats had en dat het einde is

van de geschiedenis.

Scipio moedigde mij door zijn woorden aan, om Dorothea mijn liefde

te verklaren. Hoewel ik er zeker tien jaar jonger uitzag dan ik was,

maakte ik mij toch ongerust over de wijze, waarop mijn aanzoek zou

worden opgenomen.

Den volgenden dag, toen ik juist bezig was mij te kleeden, kwam don

Juan bij mij om mij, naar hij zei, over een ernstige zaak te spreken.

Ik liet hem in mijn kabinet, waar hij mij dadelijk het doel van dit

bezoek begon mee te deelen.

"Het zal u wellicht niet onbekend zijn," zei hij, "dat ik Séraphine

liefheb. Gij hebt veel invloed op haar vader, help mij en ik zal u

het geluk van mijn leven te danken hebben."

"Mijnheer," antwoordde ik hem, "ge zult er misschien geen bezwaar

tegen hebben, dat ik uw voorbeeld volg. Ik beloof u, bij den vader

van Séraphine voor u te spreken, doe hetzelfde voor mij bij uw zuster."

Bij deze woorden liet don Juan een aangename verrassing blijken, die

ik als een gunstig teeken voor mij beschouwde. "Is het mogelijk!" riep

hij, "dat Dorothea uw hart heeft veroverd?"

"Ik zou de gelukkigste van alle menschen zijn," antwoordde ik,

"indien mijn aanzoek gunstig door haar en u werd ontvangen."

"Daar kunt ge zeker van zijn," zei hij, "al zijn wij van adel, we

zullen prijs stellen op een verbintenis met u."

"Het doet mij genoegen," hernam ik, "dat ge verstandig genoeg zijt,

om de hand van uw zuster ook te willen schenken aan een burgerman. Maar

wanneer ge ijdel genoeg waart, om haar alleen te willen geven aan een

edelman, dan zou ik u ook kunnen tevreden stellen. Ik heb twintig

jaar gewerkt in de bureaux van het ministerie en om de diensten,

die ik aan den staat heb bewezen, te beloonen, heeft de koning mij

brieven van adeldom verleend, die ik u zal toonen."

Daarop bracht ik mijn papieren te voorschijn, die hij met kennelijk

genoegen inzag.

"Nog beter!" zei hij, "Dorothea is voor u."

"En gij kunt rekenen op Séraphine," riep ik.

Tot de twee huwelijken was dus besloten, indien althans de dames

daaraan hare goedkeuring wilden hechten. Want don Juan, zoowel als

ik waren beiden veel te fijngevoelig zonder haar toestemming onzen

zin te willen doorzetten. Dadelijk deelde ik Scipio en Béatrix het

onderhoud mee. De laatste was zeer met het aanzoek ingenomen en

Séraphine bewees door haar zwijgen, dat ze van hetzelfde gevoelen

was. Scipio maakte eenige bezwaren, omdat er een groote bruidschat

zou noodig zijn voor het huwelijk met een heer, wiens kasteel noodig

moest hersteld worden; maar ik stopte hem den mond door te zeggen,

dat ik zijn dochter vierduizend pistolen tot bruidschat zou geven.

Ik zag don Juan denzelfden avond. "Uw zaak," zei ik, "staat zoo goed

als het maar kan, ik zou wel willen, dat het met de mijne hetzelfde

was."

"Dat is zoo," antwoordde hij. "Mijn zuster stemt gaarne toe. Gij

bevalt haar, alleen maakt ze bezwaar, dat zij u niets anders kan

schenken dan haar hart en hand."

"Wat zou ik meer vragen?" riep ik verheugd. "Ik ben rijk genoeg om

haar zonder bruidschat te trouwen."

Don Juan en ik, verheugd, dat de zaken tot zoover naar wensch waren

gegaan, besloten onze huwelijken spoedig te doen plaats hebben en

overbodige ceremonies daarbij te vermijden. Ik bracht hem daarop bij

Séraphine en haar ouders. Hij beloofde ons den volgenden dag te zullen

terugkomen met Dorothea.

Uit lust, een goeden indruk te maken op mijn uitverkorene, bleef ik

wel drie uur bezig met mijn toilet, zonder nog tevreden over mijzelf

te zijn. Voor een jongen man, die zijn geliefde wacht, is dat een

aangenaam werk, maar voor iemand, die reeds op jaren begint te komen,

is het een moeilijke bezigheid.

Ik was echter zoo gelukkig, dat zij mij met veel welwillendheid

aanzag, toen wij elkaar weer ontmoetten. Er volgde een lang onderhoud,

waarin ik gelegenheid had ook het verstand van mijn aanstaande vrouw

te bewonderen.

Een notaris uit Valencia stelde de huwelijksche voorwaarden op en

de pastoor uit Paterna kwam te Lirias, om de twee huwelijken in

te zegenen.

Over mijn huwelijk heb ik mij nooit beklaagd. Dorothea was een

deugdzame vrouw, die, gevoelig voor mijne goede zorgen, zich weldra

aan mij hechtte, alsof ik jong was geweest.

Ook don Juan en zijn vrouw waren zeer gelukkig en de twee schoonzusters

werden weldra intieme vriendinnen.

Van mijn kant vond ik zooveel goede eigenschappen in mijn zwager, dat

ik een groote genegenheid voor hem opvatte, die hij met dankbaarheid

beantwoordde.

De verstandhouding was van dien aard, dat, wanneer wij 's avonds

scheidden om elkaar den volgenden dag weer te zien, het ons leed

deed. Daarom besloten wij van de twee families er een te maken, die

nu eens op het kasteel te Lirias woonde en dan op dat van Jutella. Het

laatste had belangrijke herstellingen ondergaan.

Het is nu reeds drie jaar, lezer en vriend, dat ik een zeer gelukkig

leven leid met de personen, die mij zoo dierbaar zijn. Om mijn geluk te

volmaken, heeft de hemel mij twee kinderen geschonken, wier opvoeding

de vreugd is van mijn ouden dag en waarvan ik oprecht geloof de vader

te zijn.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 95 / 98 题