HOOFDSTUK VIII

Hoe Gil Blas verneemt, dat de raad van Fabricius niet verkeerd was. Van

een reis van den koning naar Saragossa.

Wat de dichter uit Asturië mij had gezegd, was niet ongegrond. Er was

in het paleis een samenzwering tegen den graaf-hertog en men beweerde,

dat de koningin aan het hoofd daarvan stond. Intusschen vernam men er

den eersten tijd nog niet veel van. Maar de opstand van de Cataloniërs,

die door Frankrijk werd ondersteund en het weinige succes, dat men had

in den strijd tegen de rebellen, maakte het volk ontevreden. Er werd

in tegenwoordigheid van den koning een raad gehouden, die ook werd

bijgewoond door den markies de Grana, een invloedrijk gezant. Het

maakte een punt van beraadslaging uit of de koning in Castilië zou

blijven, dan wel naar Aragon gaan om zich aan de troepen te vertoonen.

De graaf-hertog, die er tegen was, dat de koning naar het leger

vertrok, sprak het eerst. Hij beweerde, dat het niet in overeenstemming

was met de koninklijke waardigheid, dat de vorst het centrum van zijn

staten verliet en verdedigde zijn standpunt met zijn welsprekendheid.

De overige aanwezigen vielen hem bij, met uitzondering van den markies

de Grana, die zijn meening tegenover die van den eersten minister

stelde en haar met kracht verdedigde. De koning, door den laatsten

spreker overtuigd, besloot zijn raad te volgen en bepaalde den dag

van zijn vertrek.

Het was voor de eerste maal, dat de koning een besluit nam in anderen

geest dan zijn gunsteling had voorgesteld. En deze, die dat als een

beleediging beschouwde, was daarover zeer ontstemd.

De minister zag mij, toen hij thuis kwam en riep mij bij zich, om te

vertellen, wat er was geschied.

"Ja, Santillano," zei hij, "de koning, die zoolang door mijn oogen

gezien en door mijn mond gesproken heeft, geeft nu de voorkeur aan

den raad van de Grana boven den mijne. En hij overlaadde dien gezant

nog wel met lof over zijn trouw aan zijn Huis! Alsof die Duitscher

trouwer was dan ik! Het is gemakkelijk te bespeuren, dat er zich een

partij tegen mij heeft gevormd en ik heb reden te vermoeden, dat de

koningin aan het hoofd daarvan staat."

"Excellentie," vroeg ik, "hoe kunt ge dat vermoeden? Is de koningin

niet gewoon, om u meester van de zaken te zien? En wat den markies de

Grana betreft, de koning zal zich aan zijn zijde hebben geschaard,

omdat hij misschien lust heeft het leger te zien en een veldtocht

mee te maken."

"Neen, dat is het niet!" riep de minister. "Als de koning bij de

troepen is, zal hij altijd omringd zijn door de grandes en onder hen

zijn er, die ontevreden zijn over mij en hem veel kwaads van mijn

bewind zullen vertellen. Maar zij zullen bedrogen uitkomen! Ik zal

wel zorgen, dat de koning zich weinig met zijn grandes zal kunnen

ophouden." En dat deed hij op een manier, die verdient beschreven

te worden.

De dag van het vertrek was gekomen. Na de koningin tijdens zijn

afwezigheid met de zorg voor de regeering te hebben belast, vertrok de

koning naar Saragossa, maar voor hij er aankwam passeerde hij Aranjuez,

waar hij het verblijf zoo heerlijk vond, dat hij er een paar weken

bleef. De minister liet hem daarna naar Cuença gaan, waar hij den

koning op allerlei vermaken tracteerde! Nadat de genoegens van de

jacht hem nog eenigen tijd in Molina hadden bezig gehouden, kwam hij

te Saragossa. Zijn leger was niet ver van de plaats verwijderd, maar

de graaf-hertog ontnam hem het verlangen om er heen te gaan. door

hem wijs te maken, dat hij gevaar liep door de Franschen gevangen

genomen te worden. Dit denkbeeldige gevaar deed den koning besluiten

zich nergens en aan niemand te vertoonen en de minister maakte gebruik

van zijn angst door hem, bij wijze van veiligheidsmaatregel, als een

gevangene te bewaken.

De grandes, die zich groote uitgaven hadden getroost om den koning

te kunnen volgen, hadden weinig satisfactie van hun werk, want ze

werden niet eens in particuliere audientie ontvangen.

De koning keerde weldra naar Madrid terug, het aan den markies de

los Velez, den bevelhebber der troepen overlatend om de eer van de

Spaansche wapenen op te houden.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 2 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 89 / 98 题