Hoe Gil Blas verneemt, dat de raad van Fabricius niet verkeerd was. Van
een reis van den koning naar Saragossa.
Wat de dichter uit Asturië mij had gezegd, was niet ongegrond. Er was
in het paleis een samenzwering tegen den graaf-hertog en men beweerde,
dat de koningin aan het hoofd daarvan stond. Intusschen vernam men er
den eersten tijd nog niet veel van. Maar de opstand van de Cataloniërs,
die door Frankrijk werd ondersteund en het weinige succes, dat men had
in den strijd tegen de rebellen, maakte het volk ontevreden. Er werd
in tegenwoordigheid van den koning een raad gehouden, die ook werd
bijgewoond door den markies de Grana, een invloedrijk gezant. Het
maakte een punt van beraadslaging uit of de koning in Castilië zou
blijven, dan wel naar Aragon gaan om zich aan de troepen te vertoonen.
De graaf-hertog, die er tegen was, dat de koning naar het leger
vertrok, sprak het eerst. Hij beweerde, dat het niet in overeenstemming
was met de koninklijke waardigheid, dat de vorst het centrum van zijn
staten verliet en verdedigde zijn standpunt met zijn welsprekendheid.
De overige aanwezigen vielen hem bij, met uitzondering van den markies
de Grana, die zijn meening tegenover die van den eersten minister
stelde en haar met kracht verdedigde. De koning, door den laatsten
spreker overtuigd, besloot zijn raad te volgen en bepaalde den dag
van zijn vertrek.
Het was voor de eerste maal, dat de koning een besluit nam in anderen
geest dan zijn gunsteling had voorgesteld. En deze, die dat als een
beleediging beschouwde, was daarover zeer ontstemd.
De minister zag mij, toen hij thuis kwam en riep mij bij zich, om te
vertellen, wat er was geschied.
"Ja, Santillano," zei hij, "de koning, die zoolang door mijn oogen
gezien en door mijn mond gesproken heeft, geeft nu de voorkeur aan
den raad van de Grana boven den mijne. En hij overlaadde dien gezant
nog wel met lof over zijn trouw aan zijn Huis! Alsof die Duitscher
trouwer was dan ik! Het is gemakkelijk te bespeuren, dat er zich een
partij tegen mij heeft gevormd en ik heb reden te vermoeden, dat de
koningin aan het hoofd daarvan staat."
"Excellentie," vroeg ik, "hoe kunt ge dat vermoeden? Is de koningin
niet gewoon, om u meester van de zaken te zien? En wat den markies de
Grana betreft, de koning zal zich aan zijn zijde hebben geschaard,
omdat hij misschien lust heeft het leger te zien en een veldtocht
mee te maken."
"Neen, dat is het niet!" riep de minister. "Als de koning bij de
troepen is, zal hij altijd omringd zijn door de grandes en onder hen
zijn er, die ontevreden zijn over mij en hem veel kwaads van mijn
bewind zullen vertellen. Maar zij zullen bedrogen uitkomen! Ik zal
wel zorgen, dat de koning zich weinig met zijn grandes zal kunnen
ophouden." En dat deed hij op een manier, die verdient beschreven
te worden.
De dag van het vertrek was gekomen. Na de koningin tijdens zijn
afwezigheid met de zorg voor de regeering te hebben belast, vertrok de
koning naar Saragossa, maar voor hij er aankwam passeerde hij Aranjuez,
waar hij het verblijf zoo heerlijk vond, dat hij er een paar weken
bleef. De minister liet hem daarna naar Cuença gaan, waar hij den
koning op allerlei vermaken tracteerde! Nadat de genoegens van de
jacht hem nog eenigen tijd in Molina hadden bezig gehouden, kwam hij
te Saragossa. Zijn leger was niet ver van de plaats verwijderd, maar
de graaf-hertog ontnam hem het verlangen om er heen te gaan. door
hem wijs te maken, dat hij gevaar liep door de Franschen gevangen
genomen te worden. Dit denkbeeldige gevaar deed den koning besluiten
zich nergens en aan niemand te vertoonen en de minister maakte gebruik
van zijn angst door hem, bij wijze van veiligheidsmaatregel, als een
gevangene te bewaken.
De grandes, die zich groote uitgaven hadden getroost om den koning
te kunnen volgen, hadden weinig satisfactie van hun werk, want ze
werden niet eens in particuliere audientie ontvangen.
De koning keerde weldra naar Madrid terug, het aan den markies de
los Velez, den bevelhebber der troepen overlatend om de eer van de
Spaansche wapenen op te houden.