11 Januari.

Lieve Judy,

Ik hoop, dat mijn twee telegrammen je niet al te zeer hebben laten

schrikken. Ik had willen wachten om je het nieuws te schrijven zoodat

ik je alles duidelijk had kunnen uitleggen, maar aan den anderen kant

was ik zoo bang, dat je het intusschen misschien op andere wijze zou

kunnen vernemen. De heele zaak is erg genoeg maar er zijn geen levens

bij verloren gegaan en alleen één geval is ernstig. Wij sidderen

nog als wij er aan denken hoe vreeselijk het had kunnen afloopen met

meer dan honderd slapende kinderen in dit gebouw, dat voor brand zoo

vatbaar is!

[Illustratie]

De nieuwe brandtrap was absoluut niet bruikbaar. De wind blies er net

tegen aan en de vlammen speelden er om heen en wij redden dus alle

kinderen door de gangtrappen. Maar ik zal van voren af aan beginnen.

Het had dien dag aan één stuk door geregend, dank zij een goede

Voorzienigheid, en de daken waren doornat. Tegen den avond begon het

te vriezen en de regen veranderde in natte sneeuw. Om tien uur, toen

ik naar bed ging, bulderde de wind uit het N. W. en alles wat los was

aan ons gebouw, klepperde en ratelde. Om twee uur ongeveer in den

nacht werd ik wakker, omdat een hel licht in mijn oogen scheen. Ik

sprong uit mijn bed en liep naar het venster. Het wagenhuis stond in

lichte laaie en een vonkenregen vloog naar onzen Oostelijker gevel.

Ik rende naar de badkamer en leunde uit het venster. Daar kon ik

zien, dat het dak van de babykamer op een zestal plaatsen al vlam had

gevat.

O Judy, ik geloof dat mijn hart een ondeelbaar oogenblik niet meer

klopte! Ik dacht aan die zeventien zuigelingen, die daar onder dat

brandende dak rustig sliepen, en ik kon niet meer! Eindelijk had ik

genoeg wilskracht om mijn knikkende knieën tot loopen te dwingen en

ik rende naar de hall, waar ik in het voorbijgaan mijn autojas greep.

Ik trommelde aan de duer van Betsy en van Miss Matthews en van Miss

Snaith en van Mr. Witherspoon, die echter al door het helle licht

gewekt was en bij drie treden tegelijk de trap op holde, worstelend

met zijn overjas.

"Breng alle kinderen naar de eetzaal, eerst de kleinste", hijgde ik.

"Ik zal de brandweer waarschuwen".

Hij vloog door naar de derde verdieping terwijl ik naar de telefoon

rende en, o, Judy, ik dacht, dat ik nooit antwoord zou krijgen, de

telefoonjuffrouw sliep als een os!

"Het John Grier Home staat in brand.... Waarschuw de brandweer en

wek het dorp.... Geef u me 505", zei ik.

In een seconde had ik den dokter en o, wat was ik blij toen ik zijn

koele kalmeerende stem hoorde!

"Het huis staat in brand", schreeuwde ik. "Kom vlug en breng zooveel

mogelijk mee".

"In een kwartier ben ik er. Vul de badkuipen met water en doe er de

dekens in". En hij hing de telefoon aan den haak.

Ik holde terug naar de hall. Betsy luidde onze brandklok al en Percy

had zijn Indianenbende naar de slaapkamers B en C gebracht.

Onze eerste gedachte was niet het vuur te blusschen, maar eerst de

kinderen in veiligheid te brengen. Wij begonnen met G en gingen van

krib tot krib, er telkens een baby met een dekentje uithalend,

waarmede wij naar de deur holden, waar een Indiaan al op de wacht

stond om het kind naar beneden te dragen. G en F stonden beide vol

rook en de kinderen waren zoo vast ingeslapen, dat wij ze niet wakker

konden krijgen en ze dus ook niet konden loopen.

Gedurende de volgende uren heb ik dikwijls de Voorzienigheid en Percy

Witherspoon gedankt voor de uitstekende reddingsoefeningen, die wij

wekelijks hebben gehouden. De 24 oudste jongens hebben onder Percy's

leiding geen oogenblik hun tegenwoordigheid van geest verloren. Zij

waren in vier groepen verdeeld en vervulden hun post als kleine

soldaten. Twee groepen hielpen ons om de verschrikte kinderen uit de

slaapkamers te halen en hen zoet te houden. Een groep hanteerde de

brandspuit uit het groote waterreservoir, in afwachting van meer

geoefende hulp, en de rest hielp bij de redding van ons goed. Zij

spreidden dekens op den grond, gooiden den inhoud van mijn bureau en

van de kasten daarin en wierpen de pakken daarna de trappen af. Alle

kleeren zijn gered behalve die welke de kinderen den dag te voren

hadden gedragen. Ook zijn de meeste dingen van den staf behouden

gebleven, maar alles wat in de kamers G. en F. thuis hoorde, is

verloren gegaan, want nadat wij daaruit het laatste kind in

veiligheid hadden gebracht, waren die vertrekken zoo vol rook, dat

het onveilig werd er weer in te gaan.

Toen de dokter met zijn chauffeur en nog twee buren kwam, gingen wij

al met de kinderen van de laatste slaapzaal naar de keuken, het meest

veilige hoekje van het gebouw. De arme schapen waren blootsvoets en

in dekens gehuld. Bij het wekken hadden wij hun gezegd dat zij hun

kleeren mee moesten brengen, maar in hun angst hebben zij er slechts

aan gedacht er zoo vlug mogelijk uit te komen.

Op dat oogenblik was de gang zoo vol rook, dat wij bezwaarlijk konden

ademen. Het zag eruit alsof het heele gebouw er aan zou gaan, hoewel

de wind op den Westvleugel stond.

Een andere auto met hulpvaardige lui uit Knowltop kwam haast

onmiddellijk na die van Sandy en opnieuw begon het gevecht tegen het

vuur. De brandweer kwam eerst tien minuten later. Zie je, ze hebben

alleen maar paarden en wij zijn hier drie mijlen ver weg en dan zijn

ook de wegen nogal slecht. Het was een vreeselijke nacht. Koud

sneeuwweer en daarbij woei het vreeselijk, zoodat je bijna niet kon

blijven staan.

De mannen klommen op het dak en werkten op hun sokken om niet uit te

glijden. Ze sloegen de vlammen met natte dekens en vochten als

helden.

Intusschen zorgde de dokter voor de kinderen. Wij wilden hen

natuurlijk graag naar een veiliger plaats wegbrengen, want als het

heele gebouw eraan zou gaan, konden wij hen niet in dat vreeselijke

weer buitenshuis laten staan met een dun nachtjaponnetje aan en een

deken om. Gelukkig kwamen nu nog verscheidene auto's met heeren, wien

wij verzochten ons hun voertuigen zoolang af te staan.

Knowltop was voor een paar dagen geopend, omdat daar de 67ste

verjaardag van den ouden heer gevierd werd. Hij was een van de

eersten die ons te hulp kwam en stelde ons dadelijk zijn geheele

gebouw ter beschikking. Het was de dichtst bijgelegen schuilplaats en

wij maakten daarvan dadelijk dankbaar gebruik. Wij stopten onze

twintig kleinsten in de auto's en de gasten, die zich in alle haast

hadden aangekleed, namen de schapen in ontvangst en brachten hen naar

het huis. En stel je eens voor: Mr. Reinier (dat is Mr. Knowltop's

eigenlijke naam) heeft juist een groot steenen gebouw laten zetten

met een garage en dat was nu prachtig verwarmd en voor onze kinderen

bestemd!

Nadat de babies in het huis waren ondergebracht, gingen de

vriendelijke gasten opnieuw aan het werk en brachten die schuur in

orde om daar de oudere kinderen te slapen te leggen. Zij bedekten den

vloer met bossen hooi en spreidden daarover lakens en legden daarop

dertig kinderen in rijen te slapen alsof het kleine kalfjes waren.

Miss Matthews en een nurse gingen met hen mee en gaven alle kinderen

warme melk te drinken, zoodat zij binnen een half uur even vredig

sliepen alsof zij in hun eigen kribje lagen.

Maar intusschen verkeerden wij in het John Grier Home in doodsangst.

De eerste vraag van den dokter was bij zijne komst geweest:

"Zijn de kinderen geteld? Weet U zeker dat ze er allemaal zijn?"

"Wij hebben ons in elke slaapkamer er van overtuigd dat er niemand

meer in was, voordat wij er uitgingen", antwoordde ik.

Waarlijk, ze konden in die verwarring onmogelijk geteld worden. Een

twintigtal jongens waren nog in de slaapkamers om onder leiding van

Percy Witherspoon de kleeren en meubels te redden, terwijl de oudste

meisjes rijen schoenen sorteerden en er de kleintjes van trachtten te

voorzien, die blootsvoets rondliepen en jammerlijk huilden.

Nadat wij nu ongeveer zeven auto's met kinderen vol hadden geladen en

weggestuurd, vroeg de dokter plotseling:

"Waar is Allegra?"

Hierop ontstond een vreeselijk zwijgen. Niemand had haar gezien. Toen

stond plotseling Miss Snaith op en gilde het uit. Betsy pakte haar

bij haar schouders beet en schudde haar hevig heen en weer.

Het bleek dat zij meende, dat Allegra verkouden was en daarom had zij

haar kribje uit de frissche lucht-nursery naar de voorraadkamer

gebracht. En daarna had zij het geval vergeten.

Welnu, je weet waar onze bergplaats is. Wij keken elkaar verslagen

met doodsbleeke gezichten aan. Op dat oogenblik stond de heele

oostelijke vleugel in lichte laaie en ook de trap naar de derde

verdieping brandde. Het scheen onwaarschijnlijk, dat het kind nog in

leven was. De dokter was de eerste die zijn tegenwoordigheid van

geest herkreeg. Hij pakte een natte deken beet, die als een

doorweekte massa op den grond van de hall lag en sprong de trap op.

Ik vloog uit huis en riep de brandweerlui op het dak. Het venster van

onze voorraadkamer was te klein voor een man om er door te kruipen.

De brandweerlieden hadden het ook niet geopend, uit angst, dat

daardoor tocht zou ontstaan.

Ik kan niet beschrijven, wat er in de volgende huiveringwekkende

oogenblikken gebeurde. De trap van de derde verdieping viel krakend

uiteen en werd door een vlammenzee verslonden, ongeveer vijf minuten

nadat de dokter erover was gegaan. Wij hadden alle hoop hem ooit weer

te zien, al opgegeven, toen plotseling een kreet onder de menigte op

het grasveld opging. De dokter verscheen aan een der vensterramen aan

de voorzijde van het huis en riep een der brandweerlui toe om een

ladder op te stellen. Toen verdween hij weer en het scheen ons toe

dat de ladder nooit zou komen, maar ten slotte kwam ze toch en twee

mannen beklommen haar. Door het openen van het raam was een windvlaag

ontstaan en de lui werden bedwelmd door de groote rookwolken, die uit

het huis naar buiten woeien. Na een eeuwigheid verscheen de dokter

opnieuw met een wit bundeltje in zijn arm. Hij reikte het den mannen

toe. Toen wankelde hij en verdween weer in het huis.

Ik weet niet wat er daarna gebeurde. Ik wendde mij af en sloot mijn

oogen. Op de een of andere manier wisten zij hem uit het huis te

krijgen en halfweg de ladder af. Toen lieten zij hem glijden. Hij was

bewusteloos door de vele rook, die hij had ingeademd en de ladder was

erg glibberig door het gesmolten ijs en vreeselijk wankelend. Hoe dan

ook, hij lag op den grond toen ik weer bij kwam, terwijl de heele

groep menschen aan het heen en weer draven was. Iemand riep, dat zij

hem lucht moesten geven.... Eerst dachten zij dat hij dood was.

Maar Dr. Metcàlf uit het dorp onderzocht hem en verklaarde, dat hij

zijn been en twee ribben had gebroken en overigens geen andere

kwetsuren opgedaan had, naar het scheen. Hij was nog steeds

bewusteloos toen zij hem naar huis reden, op twee kindermatrassen die

de jongens uit de ramen gegooid hadden en waarop men hem op den wagen

waarmede de ladder was gekomen, gelegd had.

En de rest van ons, die achter was gebleven, ging met het werk door

alsof er niets was gebeurd. Het vreemde van deze schijnbare

onverschilligheid is te verklaren als je nagaat, dat er overal

zooveel te doen was, dat je geen vrij oogenblik had om na te denken

en de heele toedracht van het geval dus ook eerst later begreep.

De dokter had, zonder ook maar één oogenblik te aarzelen, zijn

leven gewaagd om Allegra te redden. Het is het dapperste, wat ik ooit

heb gezien en toch nam deze heele zaak maar vijftien minuten van dien

vreeselijken nacht in beslag en was het toen slechts een klein

voorval.

En hij redde Allegra. Zij kwam met verwarde krullen en een glimlach

van allerliefste verbazing over dat nieuwe spelletje van kiekeboe uit

de deken te voorschijn. Zij schaterde het uit! De redding van dat

kind is werkelijk een wonder. Een paar meter van haar bedje

verwijderd had de muur al vlam gevat maar dank zij de windrichting

was haar kamertje gespaard gebleven. Indien Miss Snaith wat meer met

frissche lucht had opgehad en het venster open had gelaten, zou het

kind omgekomen zijn, maar gelukkig is Miss Snaith geen liefhebster

van buitenlucht en gebeurde er geen ongeluk. Als wij Allegra hadden

verloren, weet ik, dat ik er mij eeuwig een verwijt van zou hebben

gemaakt dat ik geweigerd had, dat zij door de Bretlands werd

aangenomen en ik ben ervan overtuigd, dat ook Sandy daarvan het

grootste verdriet gehad zou hebben.

Ondanks al wat wij verloren hebben, ben ik toch dankbaar als ik aan

de vreeselijke oogenblikken denk, die wij hebben doorgemaakt. Die

afgrijselijke zeven minuten, dat de dokter op de brandende verdieping

was, bracht ik in angst en vreeze door, telkens het ergste

verwachtend.

Maar ik zal trachten je alles geregeld verder te vertellen. De

brandweer en de vrijwilligers (vooral de chauffeur en de stalknechten

van Knowltop) werkten dien heelen nacht dapper door en onze nieuwste

negerkokkin, die een juweel in haar soort is, kwam op het prachtig

idee om een groote ketel koffie te zetten. De noncombattanten

schonken dit den brandweerlui in als ze elkaar aflosten om een paar

minuten uit te rusten, en het hielp uitstekend.

De rest van de kinderen konden wij in verscheidene gastvrije huizen

onderbrengen, met uitzondering van de oudere jongens, die den heelen

nacht hard doorploeterden. Het was heusch aardig om te zien hoe de

heele buurt aan kwam loopen om ons te helpen. Menschen, van wie wij

niet eens dachten, dat hun het gesticht bekend zou zijn, boden nu in

het holst van den nacht hun huis ter onzer beschikking aan. Zij namen

de kinderen tot zich, gaven hun een warm bad en een warm bord soep te

eten en stopten ze in bed. Voor zoover ik kan nagaan, heeft nog geen

van mijn 107 pleegkinderen last gehad van hun rondhuppelen op bloote

voetjes op den natten grond, zelfs niet de kinkhoestgevallen.

Het was al klaarlichten dag voordat het vuur zoodanig was getemperd,

dat we konden nagaan, wat er van het gebouw behouden was gebleven.

Mijn vleugel is absoluut gespaard gebleven, hoewel hij een beetje van

den rook heeft geleden en de hoofdingang is ook haast heelemaal

behouden tot de middelste trap toe. Maar al het andere is verkoold en

heeft door het water te lijden gehad. De oostelijke vleugel is een

zwarte, daklooze puinhoop. Je gehate zaal F, lieve Judy, is voor

altijd verloren. Ik wou dat jij die kamer even goed uit je geheugen

zou kunnen verbannen als ze thans van de aarde is verdwenen. In elk

opzicht is het oude John Grier Home nu voor goed verdwenen.

Ik moet je ook iets grappigs vertellen. Ik zag nog nooit zooveel

humoristische dingen als in dien ongeluksnacht. Toen iedereen in

volslagen négligé werkte (de meesten in pyama's of ulsters en allen

zonder boord), kwam daar de WelEd. Gestr. opdagen in onberispelijk

tenu, geschikt om naar een afternoon tea te gaan. Hij droeg zelfs een

parel in zijn das en witte slopkousen! Maar hij was inderdaad

buitengemeen behulpzaam en bood ons zijn heele huis aan. Ik liet hem

derhalve Miss Snaith, in uiterst overspannen zenuwtoestand, derwaarts

transporteeren, met het gevolg dat haar geschokte zenuwen hem dien

heelen nacht zòò in beslag namen, dat hij onmogelijk nogeens bij

ons kon komen.

Ik zal je nu geen verdere bijzonderheden meedeelen. Nog nooit in mijn

leven heb ik me zoo uitgeput gevoeld, maar heusch, Judy, er bestaat

geen enkele reden om je reis af te breken.

Zaterdagmorgen in de vroegte waren hier al vijf regenten tegenwoordig

en wij allen werkten ons gek om de dingen op orde te krijgen. Onze

kinderen zijn op het oogenblik over het heele stadje verspreid, maar

wees niet bang, we weten heel goed, waar ze ondergebracht zijn en

geen enkel schaap zal verloren raken. Ik wist niet, dat menschen, die

absoluut vreemden voor je zijn, zoo lief kunnen wezen, en mijn

eerbied voor het menschelijk ras stijgt met elke minuut.

Den dokter heb ik nog niet gezien. Ze hebben naar New York om een

chirurg geseind om zijn been te zetten. De breuk was vrij ernstig en

er zal heel wat tijd mee heen gaan voor hij weer de oude is. Ze

denken niet dat er nog inwendige verwondingen zijn hoewel hij er

leelijk aan toe is. Zoodra ik hem mag bezoeken, zal ik je uitvoerig

schrijven, maar nu moet ik werkelijk eindigen, als ik wil dat deze

brief nog met de mail van morgenochtend meegaat.

Dag Judy, wees maar niet bezorgd! Alles komt wel op zijn pootjes

terecht! En bovendien zijn er nog verschillende gelukjes aan dit

ongeluk verbonden. Maar daarover morgen!

Sallie.

P.S. Lieve deugd, daar komt een auto met J. F. Bretland!

John Grier Home,

14 Januari.

Lieve Judy,

Hoe vind je dit?!:

J. F. Bretland heeft een beschrijving over onzen brand in een New

Yorksche krant gelezen en is in doodsangst hierheen getuft. Zijn

eerste vraag, toen hij over onzen verkoolden drempel schreed, was:

"Is Allegra gered?"

"Ja", antwoordde ik.

"Goddank", zuchtte hij en viel in een stoel neer.

"Dit is geen plaats voor kinderen", vervolgde hij ernstig, "en ik ben

hierheen gekomen om haar mee te nemen, Ik neem de jongens ook",

voegde hij er haastig aan toe, voordat ik tusschen beide kon komen.

"Ik heb met mijn vrouw het geval besproken en wij zijn tot de

conclusie gekomen, dat wij er net zoo goed drie als één kunnen

aannemen, nu wij toch die zorg willen hebben".

Ik bracht hem naar de bibliotheek, waar mijn kleine familie sinds den

brand is geïnstalleerd en toen ik tien minuten later voor een

conferentie met de regenten werd weggeroepen, liet ik J. F. B. met

zijn dochter op zijn knie en de twee jongens tegen hem aangeleund als

den gelukkigsten vader op de wereld achter.

Dus zie je dat onze brand ons een groot geluk heeft gebracht, want nu

zijn deze drie kinderen voor altijd verzorgd. Het is haast het

verlies waard.

Maar ik geloof dat ik je nog niet verteld heb hoe de brand is

uitgebroken. Er zijn nog zooveel dingen waarover ik je nog niet heb

geschreven, dat ik al bij de simpele gedachte schrijfkramp krijg. Wij

hebben nu ontdekt dat Sterry deze week een dag onze gast is geweest.

Na een dronkemansgelag in de kroeg keerde hij naar onze wagenschuur

terug, klom door het raam en stak een kaars aan. Hij maakte het zich

daar gemakkelijk en viel in slaap. Waarschijnlijk heeft hij vergeten

de kaars uit te blazen, in elk geval vatte de schuur vlam en kon

Sterry er nog net bijtijds uit komen. Hij ligt nu in het ziekenhuis

in de stad, badend in zoete olie en vol smart zijn pijnlijk aandeel

in het ontstane onheil betreurend.

Ik ben blij dat het huis zoo goed tegen brand was verzekerd, het

geldelijk verlies zal dus niet zoo bijster groot zijn en wat het

andere betreft, daarover valt in het geheel niet te treuren. Op het

oogenblik zie ik slechts winst in de groote verandering, met

uitzondering van het ongelukkig voorval met onzen armen dokter.

Iedereen is allerliefst voor ons. Heusch Judy, ik wist niet dat

menschen zoo welwillend en vriendelijk konden zijn. Heb ik ooit iets

slechts van regenten gezegd? Dan trek ik dadelijk elk boos woord

terug. Vier van hen kwamen dadelijk den morgen na den brand uit New

York over en alle regenten, die hier in de buurt wonen, doen wat zij

kunnen. Zelfs de WelEd. Gestr. is zoo verdiept in het bestudeeren van

den gedachtengang van de vijf gestichtskinderen, die bij hem inwonen,

dat hij het ons tot nu toe geen oogenblik lastig heeft gemaakt.

De brand brak in den nacht tusschen Vrijdag en Zaterdag uit en ten

volgenden Zondag moedigden de dominés in alle kerken de gemeente

aan, om een of twee kinderen drie weken te gast te vragen tot het

gesticht weer op orde zou zijn.

Het was heerlijk om de uitwerking van die woorden te zien. Binnen een

half uur waren alle kinderen uit logeeren gevraagd en denk eens aan,

wat dat niet voor de toekomst belooft! Van nu af aan stelt elk van

die families persoonlijk belang in ons gesticht. En begrijp ook eens,

wat dat voor de kinderen wil zeggen! Die zien nu hoe een werkelijke

familie leeft en voor het eerst zullen dozijnen van hen den drempel

van een particulier huis overschrijden.

Wat de naaste toekomstplannen aangaat, kan ik je nog iets vertellen.

De Societeit heeft hier een gebouw, dat zij 's winters nooit gebruikt

en dat zij heel beleefd ons voor dien tijd heeft aangeboden. Het

grenst aan het land achter ons huis en wij maken het nu bewoonbaar

voor veertien kinderen met Miss Matthews aan het hoofd. Daar onze

eetzaal en keuken gespaard zijn gebleven, kunnen zij daar komen om te

eten en te leeren en het is uitstekend, dat zij een half uur moeten

loopen, voordat zij naar bed gaan.

Dan heeft die aardige moederlijke Juffrouw Wilson, die naast den

dokter woont en zoo goed voor Loretta is geweest, erin toegestemd om

nog vijf kinderen onder haar hoede te nemen voor $ 4. elk per week.

Ik stuur de meest belovende oudere meisjes, die huishoudelijken

aanleg hebben getoond en die het prettig zouden vinden om eens in een

gewoon gezin te leeren koken, naar haar toe. Juffrouw Wilson en haar

man vormen zoo'n prachtig paar in hun spaarzaamheid en eenvoud en

liefde, dat ik werkelijk geloof, dat het goed zal zijn voor onze

kinderen om met hen eenigen tijd om te gaan. Het is een leerschool

voor de plichten en deugden van de huisvrouw.

Ik zei je het al, dat de menschen van Knowltop in dien vreeselijken

nacht 47 van de allerkleinsten bij zich in huis hebben genomen en je

weet geloof ik eveneens, dat de gasten, inplaats van gezellig te

soupeeren, hun handen uit de mouwen staken om ons te helpen. Wij

verlosten hen den volgenden dag van 36 kinderen maar nog altijd

hebben zij er elf over. Heb ik ooit Mr. Knowltop een ouden brombeer

gescholden? Ik neem dat woord terstond terug en ik vraag nederig

excuus daarvoor. Hij is zoo zacht als een lammetje. Wat denk je wel

dat die gezegende man deed nu wij in de penarie zitten? Hij heeft een

leegstaand huis voor onze babies ingericht, heeft zelfs een

geroutineerde Engelsche kindermeid aangenomen om de leiding op zich

te nemen en geeft ons nog daarbij de prachtige melk uit zijn

modelboerderij cadeau! Hij beweert dat hij jaren lang erover heeft

gedacht, wat hij toch met die melk moet doen, daar hij ze onmogelijk

verkoopen kan, want dan zou hij er een dubbeltje per kwart liter op

verliezen.

De twaalf oudere meisjes van slaapkamer A heb ik in de nieuwe

tuinierswoning gezet. De arme Turnfelts, die er juist twee dagen van

hebben genoten, zijn naar het stadje verwezen. Maar ze zouden toch

niet voor de kinderen willen zorgen en ik had die ruimte noodig. Drie

of vier van deze meisjes zijn als onbruikbaar door pleegouders

teruggestuurd en hebben nu uiterst goede leiding noodig. Wat denk je

dus dat ik gedaan heb? Ik telegrafeerde aan Helen Brooks, dat zij die

uitgevers moet laten schieten en daarvoor in de plaats de zorg voor

deze meisjes op zich moet nemen. Je begrijpt dat zij daar prachtig

mee zal omspringen. Zij nam het voorloopig aan. De arme Helen is zoo

beu van het contractleven, dat zij alles voortaan op de proef

wenscht.

Voor de oudere jongens is iets buitengewoon heerlijks gebeurd. Wij

kregen een gift uit dankbaarheid van J. F. Bretland. Hij bezocht den

dokter om hem voor de redding van Allegra persoonlijk te bedanken.

Zij hadden een lang gesprek over de behoeften van het gesticht en

toen J. F. B. terugkwam, overhandigde hij mij eene chèque van $

3000.-- om het Indianenkamp op een degelijke basis bouwen. Hij en

Percy en de dorpsarchitect hebben teekeningen gemaakt en naar wij

hopen zullen onze dapperen binnen twee weken het winterkwartier

betrekken.

Wat kan het mij schelen dat het oude John Grier Home eraan is gegaan

nu mijn 107 kinderen in zoo'n vriendelijke wereld belanden!

Vrijdag.

Ik veronderstel dat het je verwondert, dat ik je niets over den

toestand van den dokter meedeel. Ik kan je echter geen informaties

uit de eerste hand geven, want hij weigert mij te ontvangen. Toch

heeft hij al iedereen, behalve mij, bij zich gezien -- Betsy,

Allegra, Mevrouw Livermore, Mijnheer Bretland, Percy, verschillende

regenten.... Allen berichten dat hij zoo goed vooruitgaat als maar

verwacht kan worden van iemand met twee gebroken ribben en een

fractura fibulae, dat is, geloof ik, de medische uitdrukking voor

zijn gebroken been. Hij vindt het niet prettig dat voor hem veel

drukte wordt gemaakt en bedankt ervoor, als held te figureeren. Ik,

als dankbaar hoofd van dit gesticht riep verschillende gelegenheden

te te hulp om hem officieel te bedanken, maar steeds werd ik aan de

deur afgescheept met de boodschap, dat hij juist sliep of dat hij

niet gestoord wenschte te worden. De eerste twee keeren geloofde ik

dat Miss MacGurk dit op eigen houtje deed, maar nu weet ik wel beter.

Toen dus onze kleine meid aan de beurt kwam om haar onschuldig "dag,

dag" te zeggen tegen den man die haar het leven redde, vroeg vroeg ik

Betsy, haar naar den dokter te geleiden.

Ik weet heusch niet wat dien man bezielt. Hij was de laatste weken

juist heel aardig tegen mij, maar als ik nu iets van hem weten wil,

moet ik Percy er heen sturen om het te hooren. Ik vind dat hij, al

wenscht hij me persoonlijk niet te zien, me toch ontvangen moet als

directrice van het gesticht. Maar daarover zijn wij het nu al lang

eens. Sandy is een Schot!

* * * * *

Later. Het zal een fortuin aan postzegels kosten om dezen brief naar

Jamaica te verzenden, maar ik wil graag dat je van alles op de hoogte

bent en er is sedert de stichting in 1876 nog nooit zoo iets

opzienwekkends gebeurd. Deze brand heeft ons zulk een schok gegeven,

dat wij jaren lang er wakker van zullen blijven. Ik geloof dat elk

gesticht om de 25 jaar tot den bodem toe af moet branden, om los te

raken van al die ouderwetsche instellingen en verouderde begrippen.

Ik ben zoo blij dat wij Jervis' geld niet den vorigen zomer voor de

verbouwing hebben uitgegeven. Het zou vreeselijk naar zijn als al die

verbeteringen nu vernietigd waren geweest. Van het geld van John

Grier kan het mij niet zoo erg schelen sedert ik heb gehoord, dat hij

dat verdiend heeft met het patent op een medicijn, hetwelk volgens

hooren zeggen opium bevatte.

Wat het overschotje van ons betreft, dat door den brand hier werd

achtergelaten, wel, wij leven hier heel gezellig in het bewoonbare

deel van het huis en wij hebben ruimte genoeg aan de eetzaal en de

keuken. En later kunnen wij plannen voor de toekomst maken.

Begrijp je nu wat er met ons is gebeurd? De goede God heeft mijn bede

verhoord en het John Grier Home leeft in kleine groepje in aparte

huizen.

Je met werk overladen

S. McBride.

John Grier Home,

16 Januari.

Lieve Gordon,

Hou je nu alsjeblieft kalm en laat de dingen nu niet erger schijnen

dan ze zijn. Het is natuurlijk onmogelijk voor mij om het gesticht op

dit oogenblik op te geven. Je moest inzien, dat ik mijn kinderen

onmogelijk kan achterlaten, nu ze me juist zoo vreeselijk noodig

hebben. En ik ben ook niet van plan om die idiote philantropische

neigingen eraan te geven. (Je ziet, hoe jouw uitdrukkingen me nu nog

beheerschen).

Je hebt heelemaal geen reden om boos te zijn. Ik overwerk me

heelemaal niet, integendeel, ik houd van deze drukte. Ik ben nog

nooit zoo werkzaam en zoo gelukkig geweest als nu. De dagbladen maken

van dien brand een groot voorval, waarmee ze veel kolommen kunnen

vullen en die plaat van mij met een baby onder elken arm berust op

reine fantasie. Een of twee kinderen hebben keelontsteking en onze

arme dokter ligt in gipsverband, maar goddank, wij zijn allen

springlevend en van plan dit nog vele jaren te blijven.

Ik kan je nu geen bijzonderheden meedeelen. Ik heb er werkelijk geen

tijd voor. En kom alsjeblieft niet. Later, als de dingen op orde

zijn, moeten wij een gesprek over ons beiden hebben, maar eerst moet

ik tijd hebben om daarover te denken.

Het "John Grier Home" · 第 44 / 48 题